Sayad Yakub Ibrahimi.

Sayad is een Afghaanse journalist die in het Westen stukken publiceerde over het gedrag van de warlords in zijn moederland. Zijn broer Sayad Perwiz Kambakhsh zit in de gevangenis in Mazir-i-sharif en is ter dood veroordeeld[1] wegens het downloaden van een artikel van een Iranese student dat handelde over de achterstelling van vrouwen. Het proces dat tot het doodvonnis leidde duurde precies vier minuten en werd gevoerd op verzoek van de Mullah raad, het hoogste gezag in Afghanistan onder de Sharia.
Hafizullah Khaliqyar, de openbare aanklager in de provincie Balkh, had het vonnis verdedigd als bijzonder Islamitisch en dat was het natuurlijk ook. In een interview voor de zender Vrij Afghanistan liet hij weten dat hij alle mensenrechten uit het Charter van de VN erkent waaronder de vrijheid van meningsuiting, maar dat de Sharia regels bevat van godsdienstige aard die in een categorie apart thuis horen. Bij botsing tussen godsdienstige en andere mensenrechten dienen de eerste de voorrang te krijgen. Dat maakt volgens hem de mensenrechten niet minder onschendbaar. Iedere jurist zal deze redenering herkennen als een waar formeel weinig tegen valt in te brengen. Soortgelijke redeneringen vindt men bij de hoogste rechtscolleges in het Westen. Formeel dan natuurlijk, niet inhoudelijk. Het standpunt van de openbare aanklager vertoont verwantschap met dat van burgemeester Cohen in Buitenhof van 9 maart 2008. Daarin betoogde onze burgemeester dat mensenrechten in praktische gevallen tegen elkaar moeten worden afgewogen. Ook hij gaf i.c. aan godsdienstige rechten de voorrang[2]. En ook dat is een juridisch standpunt..
De president van Afghanistan heeft geweigerd in te grijpen op grond van het ook door Europa en Amerika verdedigde beginsel van de scheiding der machten en heeft zich over het punt van de voorrang niet uitgelaten. Het verschil tussen de president en de openbare aanklager van de provincie Balkh is dat de eerste het mogelijk acht dat de afweging ook wel eens anders uit kan vallen, terwijl in Sharia landen de uitkomst bij voorbaat vast staat. Zo vast dat voor het hele proces niet meer dan vier minuten nodig was. Vier minuten lijkt weinig voor een proces dat met de doodstraf eindigt, maar terecht wordt in het westen veel vaker over de te lange dan over een te korte duur van processen geklaagd. Als alles duidelijk is, de dader bekent, de feiten vaststaan en de delictsomschrijving duidelijk is, waarom dan nog veel verdere poespas? In zo’n geval is de korte duur geen rechtstekort, hoogstens een tekort aan ceremonieel. Wat moeten we inhoudelijk nu denken van deze gang van zaken?
Tegen de islam als zodanig kunnen we ons niet verzetten op grond van de Nederlandse grondwet en een aantal verdragen waar we aan gebonden zijn. Maar dat geldt niet voor de Sharia, die aan Mullahs het recht geeft vier minuten durende processen te houden die tot de doodstraf leiden. Toepassing van de sharia en andere culturele aspecten van de Dar al Islam, die ook door een aantal in dit land verblijvende moslims worden aangehangen, zoals bijvoorbeeld de eerwraak, dienen onder ons strafrecht te worden gebracht. Canada en alle andere landen waar met de gedachte gespeeld wordt om het al bestaande gebruik, dat moslims onderling de sharia mogen toepassen, die vergissen zich. De bisschop van Canterbury, die meent dat wij waar mogelijk elementen van de sharia moeten overnemen, zodat islam en christendom naar een eenheid kunnen groeien, vergist zich ernstig. Er hoeft aan zijn goede bedoelingen niet te worden getwijfeld. Maar groeien naar eenheid met de islam kan alleen als het gebruik van geweld om het geloof te beschermen door de Mullahs zou worden afgezworen. Anders kun je van te voren wel uitrekenen waar dat heen gaat. Dan kunnen we de relatief geweldloze cultuur die Jezus van Nazareth preekte en die pas in ons post-christelijke tijdperk min of meer verwezenlijkt leek te worden, wel op onze buik schrijven. Niet dat we hier dan mettertijd met de islam zouden zitten als heersende godsdienst. Daar ben ik niet zo bang voor. We gaan niet terug naar de middeleeuwen, maar wel naar het gebruik van geweld in het internationale en intermenselijke verkeer. Dat is geen vooruitgang.
Tenslotte moet goed worden nagedacht over de vraag wat onze troepen daar eigenlijk deden in Uruzgan, als we jonge mensen daar niet konden beschermen tegen het uitspreken van de doodstraf voor het downloaden van een artikel over discriminatie van vrouwen.

[1] De straf is later omgezet in 20 jaar.

[2] Dat is overigens een juridische opvatting die een rechter in het openbaar kan uitspreken, maar een burgemeester eigenlijk niet. Een burgemeester zou daarmee het beleid van zijn gemeente op eigen houtje gaan bepalen. Op grond van de gemeentewet is het niet de burgemeester die het gemeentebeleid bepaalt maar de Raad. Een vergaande beleidsuitspraak is iets waar een burgemeester de bevoegdheid voor mist. Wat de burgemeester of het College van B en W wel kunnen doen en ook wel gedaan hebben, is notities produceren waarin beleid van deze aard aan de Raad wordt voorgedragen. Tot nu toe is niet gebleken dat over dit soort beleidsvoorstellen serieus is gediscussieerd

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in ethiek, Nederland, strafrecht, Verre Oosten. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s