Opvattingen die gelden of ze waar zijn of niet.

Soms gelden feiten en opvattingen in samenlevingen als waar, terwijl ze dat toch aantoonbaar niet zijn. Eeuwenlang heeft iedereen gemeend dat de aarde plat was en dat ziekten een gevolg waren van kwalijke dampen. Die mening heeft tegenwoordig niemand meer. Dat is vooruitgang denk je dan, de wereld is verstandiger geworden de laatste eeuwen. Maar als dat al zo is, dan geldt die vooruitgang toch niet voor alle opvattingen.
Wanneer meningen op het terrein van normen en waarden liggen lenen zij zich niet voor toepassing van de wetenschappelijke methode. Van morele opvattingen valt niet te bewijzen of zij juist of onjuist zijn, hoogstens dat of zij redelijk zijn of onredelijk. En sommige onware denkbeelden zijn zo belangrijk voor het goed functioneren van de samenleving dat de mensen er ongeacht hun onwaarschijnlijkheid aan vast blijven houden.
Een voorbeeld daarvan zijn de diverse religieuze opvattingen waarvan waarheid of onwaarheid niet kan worden aangetoond, maar die elkaar op belangrijke punten onderling uitsluiten. Religies kunnen dus onmogelijk allemaal tegelijk waar zijn. De RK paus kan niet tegelijk onfeilbaar zijn zoals een deel van de katholieke gelovigen meent en feilbaar zoals de rest van de mensheid het ziet. Mohammed kan niet tegelijk de laatste profeet zijn in de lijn van Moses en Jezus, zoals de moslims menen en de verkondiger van een verderfelijke dwaalleer waarvoor joden en christenen hem houden.
Het bestaan van meer dan een religie in één samenleving is een gevaar. Dat dit hier in Europa en de VS een tijdlang anders heeft geleken komt omdat in de verlichting het absolute gezag van alle religies is uitgeschakeld en zij hun klassieke functie niet langer konden vervullen.
Het dogmatisme waarmee iedere rechtgeaarde religie de opvattingen van andersdenkenden te lijf gaat staat een vreedzame ontwikkeling van nieuwe ideeën in de weg. Niet voor niets gold in de zestiende en zeventiende eeuw cuius regio eius religio. Dat wil zoveel zeggen als dat de soeverein maar uit moet maken welke godsdienst op zijn grondgebied de ware is, maar nooit meer dan één tegelijk. Twee echte godsdiensten in een samenleving leiden praktisch onvermijdelijk tot burgeroorlog en het verdwijnen van een ervan van het publieke toneel. Soms ook tot opsplitsing van de samenleving. Voorbeelden daarvan zijn er in de geschiedenis ten over. Het Nederlandse zuilensysteem is er een van, waarschijnlijk de meest verdraagzame, en de balkanisering in het Turkse rijk is een ander.
Door aan alle religies gelijke rechten te geven ontnam de verlichting het alleenvertoningsrecht aan ieder ervan en kwam de waarheidspretentie van de godsdiensten in de praktijk voor allemaal te vervallen. Zo ontstond er ruimte voor een samenleving zonder godsdienst.
De coördinerende functie die in de meeste samenlevingen door een religie wordt ingenomen, wordt in onze samenleving vervuld door de humanistische wereldbeschouwing. Als belangrijkste waarden gelden daarin de ondeelbaarheid en de solidariteit van de mensheid en een garantie voor de geestelijke en lichamelijke integriteit van het menselijke individu. De humanistische waarden vinden hun uitdrukking ondermeer in de democratie en de rechtsstaat, en het meest specifiek in de mensenrechtendoctrine en de parlementaire vorm van de democratie. Deze waarden zijn volledig geseculariseerd. Voor de godsdienstvrijheid wordt betaald met het opgeven door de gelovigen van iedere pretentie om de wet en de democratische orde opzij te kunnen zetten ook al komt die in strijd met hun leerstellingen.
Onze humanistische opvattingen zijn niet minder belangrijk voor het goed functioneren van onze samenleving dan de religieuze opvattingen dat vroeger waren in andere samenlevingen. Hun inhoud leent zich even weinig voor een wetenschappelijke benadering als de inhoud van een geloof en we zouden evenmin bereid zijn onze humanistische meningen te herzien als gelovigen de hunne, ook als bewezen zou worden dat onze opvattingen onjuist, of althans onhoudbaar zouden zijn.
Een dergelijk bewijs is niet helemaal ondenkbaar, als we bereid zijn de juistheid of onjuistheid van humanistische opvattingen te toetsen aan de vraag of ze de overlevingskansen van de mensen vergroten of verkleinen. Als aangetoond zou kunnen worden dat het succes van het humanisme de ondergang van de bestaande wereldsamenleving naderbij brengt of waarschijnlijker maakt, dan zou, meen ik, in termen van het humanisme zelf haar onhoudbaarheid zijn gebleken. Daarvoor is nodig dat zou worden aangetoond dat door het humanisme de natuurlijke methoden gefrustreerd worden om een zekere mate van evenwicht te handhaven tussen de mensen en de rest van het leven op de wereld. Als verder zou kunnen worden aangetoond dat dit evenwicht noodzakelijk is voor het voortbestaan van de mensheid als soort, dan meen ik dat daarmee het bewijs zou zijn geleverd het humanisme aan het overleven van de mensheid in de weg staat.
Ik wil een dergelijke bewijsvoering niet proberen, ik wil alleen de mogelijkheid opwerpen dat zij gegeven zou kunnen worden, op een manier die rationele mensen zou moeten overtuigen. Als gevolg daarvan zou dan dat evenwicht hersteld dienen te worden. Mijn verwachting is dat een dergelijk bewijs door de politiek en het publiek terzijde zou worden gelegd op eenzelfde wijze als het bewijs voor de onjuistheid van willekeurig welk religieus dogma door gelovigen.
Van de overtuigingen die mensen er gemeenschappelijk op nahouden, omdat zij het functioneren van de samenleving positief bevorderen, zijn ethische overtuigingen de belangrijkste. Andere bestaan alleen maar omdat het houden van met elkaar strijdige overtuigingen de samenleving zou schaden, zoals de overtuiging dat rechts houden in het verkeer de voorkeur verdient boven links houden, of andersom. Zowel de eerste als de tweede soort hebben niet het vrijblijvende en voorlopige karakter van wetenschappelijke redeneringen. Zij zijn een onderdeel van de manier waarop groepen functioneren. Zoals cultuur een onderdeel is van de door evolutie tot stand gekomen gedragingen van mensen die in groepsverband leven, zo zijn de groepsovertuigingen een onderdeel van cultuur. Wat wij houden voor kennis, voor een onderdeel van onze wereldbeschouwing is, als het gaat om de terreinen waar groepen zich geen interne meningsverschillen kunnen permitteren, een categorische imperatief, niet voor tegenbewijs vatbaar.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in beschaving, maatschappelijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s