De kosten van niet westerse allochtonen.

Herinnert U zich de vragen die Wilders in de Kamer stelde over de kosten van de allochtonen? De regering weigerde antwoord te geven en Wilders heeft toen het onderzoeksbureau Nyfer opdracht gegeven het voor hem uit te zoeken. Terwijl in verkiezingsdebatten in het algemeen niemand serieus met Wilders debatteert deed Siebers, een Tilburgse geleerde, dat in dit geval wel.
Wilders had op grond van het onderzoek beweerd dat de migranten Nederland minimaal 7,2 miljard per jaar kosten. De meeste mensen hebben weinig gevoel voor getallen en vinden 7,2 miljard erg veel. Niet veel minder bijvoorbeeld dan 72 miljard, wat een veel waarschijnlijker orde van grootte is voor de kosten van de immigratie. Maar Nyfer en Wilders hebben zich heel verstandig gehouden aan wat calculeerbaar en controleerbaar is. Siebers deed het anders en ging daar naar mijn mening behoorlijk de fout mee in.
Siebers wees erop dat 7,2 miljard misschien het bedrag is dat immigranten aan de schatkist kosten maar dat je de schatkist niet gelijk kunt stellen aan de samenleving. Die opmerking is zeker juist, maar zij dient niet verward te worden met de gedachte dat de 7,2 miljard alleen de uitgavenkant betreft. Inkomsten en uitgaven van de schatkist waren voor de berekening gesaldeerd of met andere woorden de premie- belastingopbrengsten afkomstig van allochtonen zijn van de uitkeringen, de kosten van criminaliteit etc. afgetrokken.
Maar ondanks de 7,2 miljard die het kost, zegt Siebers, kun je als samenleving voordelen hebben van de aanwezigheid van allochtonen.
Het bruto nationaal product, d.w.z. de ‘omzet’ van Nederland is groter door hun aanwezigheid. Cohen schijnt ook eens iets dergelijk gezegd te hebben gezegd en als het waar is toont het aan dat de mensen gelijk hebben die zeggen dat Cohen als premier en ook als burgemeester van Amsterdam een onverantwoord risico was voor het land.
Het bruto nationaal product zou groter zijn als gevolg van de aanwezigheid van immigranten als er ook maar één immigrant één euro hier verdiende en uitgaf. De kosten van hun aanwezigheid zouden dan nog veel groter zijn dan nu al het geval is. We zouden dan honderden miljarden rijker worden als ze weer vertrokken, maar het nationaal product zou dan nog steeds die ene euro kleiner zijn. Dat de Nederlandse samenleving er op vooruit gaat, alleen omdat er hier meer mensen wonen van wie sommigen een inkomen produceren, is met andere woorden echte onzin. Het gaat wel degelijk om hun toegevoegde waarde en de belastingopbrengst minus de overheidskosten zijn daar een benadering van.
Nyfer ging er van uit dat de immigranten bijdragen aan de BTW in verhouding tot hun inkomsten en Siebers denkt dat dit een onderschatting inhoudt. De immigranten verdienen gemiddeld een stuk minder, maar, schijnt Siebers te denken, ze eten evenveel. Dus moet hun aandeel in de BTW naar verhouding groter zijn. Maar BTW wordt niet alleen geheven over voedingsmiddelen en die vallen bovendien juist onder een verlaagd tarief. Los daarvan, het zou alleen waar zijn wat Siebers beweert, als de immigranten relatief een groter deel van hun inkomen zouden consumeren dan de autochtonen. Het omgekeerde lijkt eerder het geval. Een substantieel deel van het inkomen van immigranten gaat terug naar het land van herkomst, voor de ondersteuning daar van behoeftige familieleden of voor investeringen in het moederland. Er zijn berekeningen waaruit zou moeten blijken dat deze geldstroom de ontwikkelingshulp uit de westerse landen fors overtreft.
Men moet hier naar mijn mening niet negatief tegenover staan. Het is zeker beter dat wij op deze manier bijdragen aan het in leven houden van de mensen in de ontwikkelingslanden dan door geld te geven aan hun regeringen of aan ngo’s als Cordaid, WarChild of Oxfamnovib. De kans dat het bij de juiste personen terecht komt is veel groter. Maar het is hoe dan ook onjuist om zonder nader onderzoek aan te nemen dat de consumptiequote bij immigranten hoger zou liggen dan bij de oorspronkelijke bewoners van dit land.
Waar Siebers wel weer gelijk in had is dat een nauwkeurige afbakening van de begrippen die in dit soort discussie worden gehanteerd niet mogelijk lijkt te zijn. Neem alleen al het begrip allochtoon of immigrant, of westers en niet westers. Voor veel statistieken geldt wie hier geboren is als autochtoon maar in de praktijk is het veel meer een cultureel begrip dan een kwestie van inschrijving als Nederlander in het bevolkingsregister. Al te belangrijk is dat verschil nu ook weer niet. In bijzondere gevallen kan het moeilijk zijn om vast te stellen of we met een autochtoon of met een niet- westerse allochtoon te maken hebben, maar dat verhindert ons niet om zinnige dingen over deze twee bevolkingscategorieën te beweren. We moeten er wel voor oppassen om de begrippen blind toe te passen en we zouden er bijvoorbeeld geen wetgeving op moeten baseren. Daarvoor moet met veel duidelijker begrippen gewerkt worden. Dan hebben we fraaie ambtelijke omschrijvingen nodig als ‘iemand die beschikt over de Marokkaanse nationaliteit’ en nog liever over ‘een Nederlandse ingezetene die beschikt over de Marokkaanse, Ghanese’( etc.) ‘ nationaliteit, die gedurende de afgelopen vijf jaar gemiddeld een lager inkomen in Nederland heeft genoten dan het wettelijk minimum, anders dan op grond van een uitkering, dan wel iemand die op de gronden vermeld in de bijlage met een dergelijke ingezetene gelijk gesteld kan worden’. Zoiets.
Siebers haalt in zijn stuk een voorbeeld aan voor zijn stelling dat we het onderscheid tussen allochtonen en autochtonen niet langer moeten maken. Hij had een studie gemaakt van allochtonen bij de belastingdienst. Hij constateerde dat die allochtone ambtenaren heel nuttig zijn bij het achterhalen van de manieren waarop in allochtone kring de daar fungerende kleine ondernemers de belastingen ontduiken. De voordelen van deze inbreng van de allochtone belastinggaarder worden in de berekening van Nyfer verwaarloosd volgens hem. Ik zou er op willen wijzen dat de belastingontduiking die ondanks deze inspanningen plaats vindt evenmin is meegenomen in de berekening en ook niet de negatieve gevolgen van de concurrentievervalsing die de ontduiking veroorzaakt voor de inkomsten van
legitieme ondernemers. Tenslotte geven allochtone belastingambtenaren ook nog tips aan hun landgenoten hoe er met de Nederlandse belastingen kan worden omgegaan, zodat het saldo van hun aanwezigheid best eens negatief zou kunnen zijn, het tegenovergestelde dus van wat Siebers beweert.
Dat de berekening van Nyfer geen nauwkeurig beeld geeft van de kosten van de allochtonen voor de samenleving is beslist juist. Het is een minimumberekening. Het betreft een absolute ondergrens. De werkelijke kosten voor de samenleving zijn waarschijnlijk een factor tien of meer groter. Siebers voert voor zijn kritiek op Wilders en op de berekening van Nyfer geen deugdelijke gronden aan. Voor zover de PvdA zich op hem en zijn publicaties beroept neemt die partij daarbij een onverantwoord risico. Maar gelukkig telt de PvdA niet langer mee als een politieke beweging van enige betekenis.
Raar toch dat een eenmanspartij als die van Wilders meer invloed heeft in Nederland dan een partij waar de meerderheid van de hoge ambtenaren lid van is en die een halve eeuw lang het discours in Nederland heeft beheerst.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in zo maar wat. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s