Het strafstelsel in een multiculturele samenleving.

Als een moordenaar de doodstraf heeft gekregen, kan hij geen nieuwe slachtoffers meer maken. Daar kan ook voor gezorgd worden door hem levenslange gevangenisstraf te geven, maar levenslang is niet altijd levenslang en bovendien zou je je af moeten vragen of een dergelijke straf niet wreed is en in strijd met de menselijke waardigheid.
Dat is de doodstraf misschien wel minder, in elk geval voor de gestrafte. Iedereen gaat dood en degene die een misdaad heeft gepleegd waar zo’n zware straf op staat zal, als hij nog enigszins een normaal mens is, misschien wel zoveel wroeging hebben dat hij er vrede mee heeft om niet verder te hoeven leven met die schuld. Wie geen normaal mens is, heeft ook het gevoel voor de menselijke waardigheid niet, dat aangetast zou kunnen worden door de doodstraf. Die is op dat niveau niet aanspreekbaar.
Over gerechtelijke dwalingen spreek ik hier niet. Fouten zijn onvermijdelijk en die zeggen meestal weinig over het systeem. Men dient ze te vermijden, dat spreekt, maar wie onschuldig levenslang uitzit is er erger aan toe dan wie onschuldig wordt geëxecuteerd. Dat vinden in elk geval de meeste gestraften zelf en dat wordt ondersteund door het hoge zelfmoordpercentage in de gevangenissen, ondanks alle maatregelen die er zijn om dat te voorkomen.

De grootste moeite met de doodstraf hebben de rechters die hem uit zouden moeten spreken en de beulen die hem zouden moeten voltrekken, voor zover zij tot de reguliere leden van onze samenleving horen. Ook wij als burgers voelen dat bezwaar, wij, de andere leden van de samenleving namens wie de beulen optreden.
De westerse samenleving is, voor zover bekend, uniek in het afwijzen van de doodstraf en uniek in het toekennen van een zo absurd hoge ethische waarde aan het individuele menselijke leven.[1]
Iedere samenleving kent zijn variant van de tien geboden. Gij zult niet doden geldt voor iedere beschaving, maar het gebod richt zich tegen het doden van medeburgers onder normale burgeromstandigheden. Vreemdelingen, vijanden, horen niet tot de beschermde groep, behalve wanneer zij onder de bijzondere protectie staan van de wet. In dat geval gelden ze tijdelijk als medeburgers. Zware misdadigers worden uit de gemeenschap gebannen, hetzij door mort civile[2], hetzij door de doodstraf, die in alle niet-westerse samenlevingen tot het normale repertoire behoort. De doodstraf wordt buiten de westerse wereld gezien als de ultieme straf, die niet gemist kan worden als de misdadiger niet vatbaar blijkt voor het effect van andere straffen, of als de gepleegde misdaad zo ernstig is dat aan de geschonden norm afbreuk wordt gedaan met het voortleven van de dader.

Iedere samenleving kent een vorm van strafrecht. Overal worden de ernstigste normschendingen, die de samenhang van de leefgemeenschap aantasten op een rituele manier bestraft.
In Nederland zijn we het zicht op het werkelijk karakter van het strafrecht wat kwijt geraakt. Strafrecht wordt bij ons gehanteerd alsof het een bestuursmaatregel was. Straffen worden opgelegd voor het niet tijdig invullen van formulieren en voor het bestrijden van normschendingen waar niemand zich erg over op kan winden. Voor de ergste misdrijven hebben wij in het Nederlandse strafstelsel naast de reguliere straffen ook het merkwaardige systeem van maatregelen die in alle opzichten hetzelfde uitwerken als straffen, maar die anders worden genoemd en die ook de strenge wettelijk regulering en bescherming voor de gestrafte missen die voor andere strafsancties geldt.
Ik doel op de ter beschikking stelling. Zoals premies volksverzekering in alle opzichten hetzelfde zijn als belastingen, met dien verstande dat zij niet progressief zijn en voor hogere inkomens zelfs degressief, zo is ter beschikking stelling voor de meeste gestraften een super soort gevangenisstraf. Zo is het niet bedoeld, maar zo werkt het wel. Het is erger in de zin dat van te voren niet vast staat hoe lang het gaat duren en erger omdat dwangverpleging het respect voor de menselijke waardigheid mist, die de normale gevangenisstraf wel heeft. Daar staat tegenover dat de inrichtingen voor dwangverpleging in Nederland erg de nadruk leggen op het therapeutische aspect en het element bescherming van de samenleving daar een ondergeschikte rol bij speelt. Het aantal gevallen waarin gevaarlijke gekken op proefverlof worden gestuurd en daarbij prompt nieuwe misdrijven begaan is niet gering. Men vindt dat binnen het penitentiaire stelsel een aanvaardbaar risico, maar slachtoffers en publiek denken daar anders over.

Ik vind overigens niet dat het publiek de directeuren van de inrichtingen hierover te zeer moet lastig vallen. Wanneer zij de ter beschikking gestelde zouden behandelen als de gevaarlijke misdadiger die hij doorgaans is, dan zou er van een therapie in elk geval niets terecht komen en voor therapeutisch handelen zijn die directeuren opgeleid. Wil je dat niet dan moet je ze niet in die positie benoemen. Dat er ondanks al hun zorgen in de meest gevallen toch niets terecht komt van een therapie is in zekere zin voor de echte professional al erg genoeg.
Het Nederlandse strafsysteem is een prototype van het westerse systeem. Tezamen met de Scandinavische landen hebben we niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk een systeem waarin gestraften al medemensen worden behandeld, voor wie we als samenleving verantwoordelijkheid dragen.

Toch zouden we eens bij het volgende stil moeten staan: iedere vorm van straf impliceert het tijdelijk of definitief opschorten van de burgerrechten. Wie een misdrijf begaat diskwalificeert zich zelf als lid van de samenleving. Het ontbreken van de doodstraf doet afbreuk [3] aan de werking van het strafsysteem, want zonder deze sluitsteen is het strafrechtgebouw wankel. Het ontbreken heeft aan de andere kant ook iets sympathieks, want het is de uiterste consequentie van de ethiek van de Westerse samenleving.
De innerlijke tegenstrijdigheid die dat oplevert bewijst dat iedere samenleving mensenwerk blijft. Volmaakt is zij niet en eeuwig blijven bestaan zal zij ook niet, maar zolang als het gaat duren bevalt de westerse samenleving beter dan de meeste voorgangers.
Efficiënt is het niet om de doodstraf en andere lichamelijke straffen in ons strafrecht uit te sluiten. Tezamen met een snellere berechting zouden zij een veel grotere capaciteit van het justitiële stelsel mogelijk maken en de huidige problemen bij het handhaven van de normen en waarden kunnen oplossen.

De criminele Marokkaanse jongeren, waar zoveel over geschreven en nog meer over gesproken wordt, zijn in hun thuisland Marokko veel gedisciplineerder dan hier. Dat komt misschien niet in de laatste plaats omdat de daar toegepaste straffen efficiënter lijken te werken dan onze gevangenisstraffen. Ons strafsysteem blijkt niet meer goed aangepast te zijn aan de multiculturele samenleving waar we door het beleid van de vorige – mijn eigen – generatie in zijn terechtgekomen.

Aanvaarden doen we die verandering tot nu toe alleen verbaal. De aanpassingen in onze samenleving, de verandering van maatschappelijke instellingen als gevolg van de andere normen en waarden die de vele subculturen er op na houden, daar willen we niet aan. Terecht misschien ook wel, want de vertegenwoordigers van die andere culturen hebben niet voor niets huis en haard in verre landen achter zich gelaten om naar West Europa te trekken. Als we cultuur beschouwen als de leefwijze van een samenleving, als de eigen manier van leven en werken, dan is het onze cultuur die de Europese welvaart en de Europese orde en burgerlijke vrede heeft geproduceerd, waar de mensen uit andere gebieden op af zijn gekomen. Ze zouden het ons niet in dank afnemen als wij toe zouden laten dat hier de sociale en economische toestanden van Curaçao of van West Afrika zouden ontstaan.

Wat we niet helemaal kunnen overzien is in hoeverre de in standhouding van de samenleving waar de immigranten op af zijn gekomen afhankelijk is van ondermeer onze resolute verwerping van de doodstraf en andere vormen van door de overheid toegepast fysiek geweld. De mensenrechten en de democratie die we zo hoog in het vaandel hebben staan, vormen een samenhangende levensbeschouwing waar we misschien niet ongestraft elementen uit kunnen verwijderen. Tezamen liggen ze ten grondslag aan een mensbeeld dat er voor gezorgd heeft dat het oude christelijke begrip zorg voor de naaste zover is uitgebreid dat het in onze dagen de hele mensheid lijkt te omvatten.

Het is gemakkelijk om in te zien dat een voortdurende instroom van mensen uit minder goed geoutilleerde delen van de wereld op den duur de samenleving zal vernielen, als de immigranten er niet daadwerkelijk zelf deel van uit zullen gaan maken. Het is even goed in te zien dat we ze daar niet toe kunnen dwingen zonder een deel van de normen en waarden op te geven waarom het wellicht allemaal begonnen is. De vraag is alleen, is dat reculer pour mieux sauter, of is het zagen aan de tak waarop we zitten?

Advertisements

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in strafrecht en criminologie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s