Een uitstekende burgemeester.

Over Aboetaleb, de burgemeester van Rotterdam, was men in Nederland ooit in two minds. De twee kampen waarin het land verdeeld was, de kampen voor en tegen Wilders, dachten de een positief en de ander negatief over de benoeming tot burgemeester van deze man en om tegengestelde redenen. Om dezelfde tegengestelde redenen kwamen ze daar niet openlijk voor uit.
Aboetaleb is Marokkaan en moslim en daarom waren Wilders c.s. tegen zijn benoeming geweest. De tegenstanders van Wilders waren voor[1]. Aboetaleb heeft een open oog voor de misstanden in allochtone wijken en wil daar ook iets aan doen. Daar is ook Wilders voor, maar veel allochtonen vinden dat heulen met de vijand. De gevestigde politieke partijen, aangevoerd door D’ 66, steunden vooral die laatste soort allochtonen. De allochtonen die het met Aboetaleb eens waren hielden wijselijk hun mond, want als nestbevuiler bekend staan is voor niemand prettig. In sommige allochtone kringen kan het zelfs levensgevaarlijk zijn.
Tegen deze achtergrond moet U de kritiek zien die de burgemeester later over zich heen kreeg. Hij zou de voortgang van het wetgevend proces te weinig hebben bijgehouden, vond de krant en daarom niet weten dat een ontwerp strafbaarstelling voorbereidingshandelingen bij de Eerste Kamer lag. Dat zeiden meer ‘kwaliteitskranten’. Hij had moeten ingrijpen en dat hij niet goed was voorgelicht is zijn eigen schuld, zei Leefbaar Rotterdam. Dan had hij als korpsbeheerder maar betere politiemensen moeten benoemen.
Hij heeft die flauwekul van beide kanten, hoop ik, rustig over zich heen laten komen. Probeert U maar eens dat ontwerp waar het over gaat te vinden op het internet in het woud van andere ontwerpen dat al jaren bij de Eerste Kamer ligt. En wat de kritiek van Marco Pastors c.s. betreft: de burgemeester die binnen een jaar na zijn aantreden alle ondergeschikte politiefunctionarissen kent en vervolgens vervangen heeft (stel dat hij dat al zou kunnen), wat moet ik me daar bij voorstellen?.
Aboetaleb is een uitstekende burgemeester. De eerste goeie burgemeester eigenlijk die Rotterdam gehad heeft sinds burgemeester Thomassen in de zeventiger jaren. De anderen waren allemaal leden van het merkwaardige ineffectieve en progressieve establishment dat zich in Nederland in de zestiger jaren heeft gevormd[2]. Te moralistisch en bovendien moralistisch op de verkeerde punten. Voor allerlei misstanden sluiten ze de ogen als de verantwoordelijken tot een groep behoren die als underdog geldt en die op onze bijzondere progressieve sympathie aanspraak kan maken. Dat geldt zowel voor de bewoners van de ontwikkelingslanden als voor de nieuwe Nederlanders. Aboetaleb komt van buiten. Hij heeft de zestiger jaren hier niet meegemaakt en zegt, zo verbaasd als het jongetje uit het sprookje van Andersen: kijk de keizer heeft geen kleren aan.
Wie zich verdiept in de geschiedenis komt tot de ontdekking dat misstanden van vroeger, die we nu, een paar eeuwen later, duidelijk zien, voor de mensen in de tijd zelf nauwelijks zichtbaar waren. Men was er aan gewend en mensen die er bewaar tegen maakten werden beschouwd als onruststokers en oproerkraaiers.
Aan het einde van de Republiek, vlak voor de Franse revolutie was het Nederlandse staatsbestel duidelijk aan vervanging toe. Zowel de regenten als het stadhouderschap functioneerden slecht, de welvaart ging achteruit, het leger was niet op orde, de financiën evenmin. Eigenlijk deugde er weinig meer. Maar het waren niet de Nederlanders zelf, het waren de Fransen die hier orde op zaken hebben gesteld. Toen wij na de Franse tijd het Koninkrijk der Nederlanden werden, hebben we alle vernieuwingen die de Fransen hadden ingevoerd praktisch ongewijzigd overgenomen. De negentiende eeuw die op de staatshervormingen volgde was er een van vooruitgang en sterke welvaartgroei.
Iets dergelijks als vóór de Franse en Bataafse revolutie hebben we nu weer. De overheid functioneert op een aantal punten slecht, al gaat het met de welvaart redelijk als gevolg van de globalisering en de Europeanisering van de economie. Dat gaat voor een groot deel buiten de regering om. Vergelijk Nederland met Vlaanderen dan lijkt het alsof de welvaart met een betere overheid veel groter had kunnen zijn. Rotterdam dankt zijn welvaart aan haar haven en Amsterdam aan haar luchthaven. Beide havens op hun beurt ontlenen hun succes voornamelijk aan hun ligging en hun achterland. Ook aan het feit dat ze in grote mate zelfstandig zijn en minder last hebben van de bureaucratie[3] dan andere bedrijfstakken. Nu er volop concurrentie komt uit andere delen van de wereld kan Nederland en kunnen andere westerse landen met een verouderde overheid zich die luxe niet langer permitteren. Het is niet één punt, het is op een hele reeks van punten, dat onze overheid het af laat weten.
De computerisering, die nergens zo veel kostenbesparing zou kunnen brengen als juist bij de overheid, is over de hele linie mislukt. Iedere afdeling werkt met haar eigen systeem en bij de onderlinge communicatie is dat een voortdurende handicap. Overal waar de overheid infrastructurele werken aanlegt loopt het fout. De autowegen bij Delft en Roermond, de Betuwe- en Hoge Snelheidslijn, de metro’s in Den Haag en Amsterdam. Alles duurt langer en is veel duurder dan gepland[4].
Het fileprobleem heeft men helemaal uit de hand laten lopen. De kosten van de medische zorg blijven onbeheersbaar ondanks voortdurende reorganisaties. Het onderwijs is naar de knoppen. Wie over een van deze misstanden iets zegt is een Wilders aanhanger of populist. Die woorden zijn de moderne equivalenten van oproerkraaier en onruststoker en degenen op wie ze van toepassing zijn, heeft het bij de NRC en de Volkskrant verbruid.
Het onderwerp dat burgemeester Aboetaleb heeft aangesneden is niet het minste van de echecs van onze overheid: het justitiële systeem is aan een grondige herziening toe. De politie schiet te kort in haar orde handhavende en in haar strafrechtelijk taak. De strafwetgeving moet nodig op de schop en de bedrijfscultuur bij justitie en politie moet veranderen.
Dat de politieleiding het gevaar voor rellen bij het strandfeest in Hoek van Holland verkeerd inschatte, dat kan gebeuren, al blijken er structurele communicatiefouten een rol te hebben gespeeld. Maar dat men bij het uit de hand lopen zelf niet meteen en adequaat noodmaatregelen kon nemen, dat wijst op een gevaarlijke leemte in de organisatie. Dat is een van de hoofdtaken van de politie, om in geval van nood inzetbare reserves achter de hand te hebben. Kamerleden zijn tezamen met anderen verantwoordelijk voor het tekort schieten van het justitiële systeem. Maar daar zijn ze van mening dat de wettelijke regels op grond waarvan plegers van massaal geweld kunnen worden aangepakt er al zijn. Als de politie, het OM en de rechterlijke macht ze maar wilden gebruiken. Ook als het geweld nog wordt voorbereid en nog niet heeft plaats gevonden vindt er al een misdrijf plaats, zeggen ze. Vast staat dat het de politie niet lukt om plegers van dat soort misdrijven op te sporen en voor de rechter te krijgen en dat er zelden een veroordeling volgt als het wel lukt. Er deugt dus iets niet aan de uitvoering of aan de regelgeving en waarschijnlijk niet aan allebei. Om zich nu tegenover de burgemeester te beroepen op wetsontwerpen waarvan iedereen intussen het bestaan vergeten was omdat het Parlement haar ei maar niet kan leggen, dat getuigt van weinig staatsrechtelijk fatsoen.
Dat Aboetaleb het probleem van de falende wetgever aan de orde stelde toen iedereen nog onder de indruk was van het gebeuren in Hoek van Holland was terecht. Dat de Kamerleden en de grote kranten over hem heen vielen was ten onrechte. Het is een reëel probleem. De overheid schiet te kort. Politiemensen en burgers hebben er recht op dat de organisatie van justitie en politie verbetert en snel ook.

[1] Behalve de Amsterdammers die hem zelf hadden willen hebben als opvolger van Cohen.
[2] Roel in ’t Veldt is een goed voorbeeld van de producten van de zestiger jaren. Van 1982 tot en met 1988 was hij directeur-generaal op het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Dat was de periode dat het onderwijs definitief in het ongerede raakte. Hij was hoogleraar aan de Universiteiten van Nijmegen, Rotterdam, Leiden, Amsterdam , Utrecht en Het Europees Universitair Instituut te Florence. Maar eigenlijk zou je hem nog geen directeur willen maken van een basisschool.
[3] Gebrek aan toezicht is daarnaast oorzaak geweest van het corruptieschandaal dat de voormalige havendirecteur Scholten de kop heeft gekost. Dat wil niet zeggen dat we in de haven meer bureaucratie nodig hebben. Het zit anders: een overheid die zich te veel in zich zelf opsluit en voornamelijk kranten leest en naar de tv kijkt komt aan haar centrale controle taken niet meer toe.
[4] De hermitage in Amsterdam kwam op tijd klaar en binnen het budget. Daar was een particuliere organisatie met particuliere fondsen voor verantwoordelijk. Het kan dus steeds nog wel in Nederland. Het ligt niet aan de bekwaamheid van de individuele mensen maar aan de tekort schietende publieke organisaties

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in allochtonen, Nederland. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s