De Donau Monarchie.

De groep landen die voor de Eerste Wereldoorlog bekend stond als de Donau Monarchie, of de Oostenrijks-Hongaarse monarchie, was verdeeld in twee delen. Er was een in hoofdzaak Duitstalig westers deel, met als onderdelen Oostenrijk, een aantal Italiaanse gebieden, Oostenrijks Polen,Slovenië en Tsjechië. Daarnaast was er een in hoofdzaak Slavisch sprekend oostelijk gedeelte, waar ook Hongaarse en Roemeense landen toe hoorden. Het westerse deel was niet alleen Duits sprekend, maar was ook vanouds onderdeel van het heilige Roomse rijk der Duitse Natie. Het Hongaarse gedeelte was samengesteld uit tamelijk recente veroveringen en bevatte in meerderheid gebieden die sinds de vijftiende eeuw Turks geweest waren. Oostenrijk zelf, met de hoofdstad Wenen was een bestuurscentrum, Bohemen was een van de industrieel meest ontwikkelde Duitse landen. De Boheemse hoofdstad Praag had een universiteit die samen met die van Leuven gold als de oudste en meest eerbiedwaardige van Noord Europa. Men sprak daar Latijn en Duits, maar geen Tsjechisch.
De beste Duitse schrijver van de twintigste eeuw kwam uit Praag en sprak geen woord Tsjechisch. Praag was een volledig Duitse stad. Het Sudetenland was Duits. Alleen op het platteland van Moravië en Bohemen werden Slavische dialecten gesproken. In de romantische negentiende eeuw werd uit de diverse plattelandsdialecten een kunstmatige Tsjechische taal gesmeed, maar de meeste ontwikkelde mensen bleven tweetalig, ongeveer zoals dat in dezelfde tijd ook in het Vlaams deel van België het geval was. De geschiedenis van Bohemen werd herschreven en Slavisch getoonzet. Men beschouwde zich als de zonen van Huss, maar in feite was het aantal mensen voor wie Duits de moedertaal was even groot als het aantal waar thuis een Tsjechisch dialect werd gesproken. Het Tsjechisch was ook voor de mensen met een Duitse achtergrond vooral een instrument om zich af te zetten tegen de bureaucraten uit Wenen.

Slowakije hoorde tot het Hongaarse gedeelte van het Rijk. Het had een Slavisch sprekende meerderheid, maar grote Hongaars en jiddisch sprekende minderheden. De voertaal in de hoofdstad Pressburg was Duits, het bestuur was Duits-Hongaars en de industrie en handel waren Duits en Joods. Ook in Slowakije sprak men een aantal Slavische dialecten, maar die leken niet meer op Tsjechisch dan op Pools of Roeteens. Na de eerste wereldoorlog werd Slowakije door Bohemen en Moravië tegen haar zin in ingelijfd in de nieuwe Tsjechische staat Tsjecho-Slowakije[1].
In het Oosten werden de Habsburgse gebieden in hoofdzaak opgeslokt door Roemenië en Joegoslavië. Van Hongarije bleef alleen een rompstaat over. Grote Hongaars sprekende en kleinere Duits sprekende minderheden wonen sindsdien in de Slavische en Roemeense buurlanden, vooral in de Vojvodina, in Transsylvanië en Slowakije.

Wie op een industriële of verkeerstechnische kaart van de Habsburg monarchie kijkt van vóór de wereldoorlog, ziet dat er een grote mate van complementariteit bestond tussen de verschillende Habsburgse gebieden. De arbeidsverdeling werkte gunstig voor de welvaart, die daar in de tweede helft van de negentiende eeuw in snel tempo was gestegen. De stedendriehoek Wenen, Pressburg en Boedapest was een wereldcentrum van wetenschap, kunst en cultuur en het middelpunt van Midden Europa. Na de oorlog werden de gebieden opgesplitst op zuiver ideologische en taalkundige gronden en werd een fijnmazige industriële en verkeerstechnische infrastructuur opgebroken. De cultuurgemeenschap waaruit de Hongaarse wiskunde en de Weense muziek waren voortgekomen ging ten gronde. De kapitaalvernietiging die als gevolg van de opsplitsing van de Donau monarchie plaats vond was enorm, de welvaart daling navenant.
Wenen was gebouwd als de hoofdstad van een wereldrijk en bleef achter als de hoofdstad van een klein Midden-Europees land, Oostenrijk, een kind met een waterhoofd. Presburg, nu Bratislava, werd van haar verbindingen met de buurlanden afgesneden. Tsjechië raakte een deel van haar afzetgebieden kwijt en verloor haar nauwe banden met Oostenrijks Silezië, dat in Polen was terechtgekomen.

De romantische notie, dat naties op taalkundige grondslag moeten worden georganiseerd leidde er in Midden Europa toe dat er een groot aantal niet levensvatbare staten ontstonden en dat grote delen van een welvarend gebied, dat als prototype van een Europese Unie kan gelden, voor tientallen jaren tot de bedelstaf werden veroordeeld. Het Turkse rijk van de Osmanli’s en de Sovjet Unie waren slavenstaten. Dat zij zijn opgebroken was een zegen voor de bewoners, maar de ondergang van de Donau Monarchie is een verlies voor haar bewoners en voor de rest van Europa.

[1] Zodra Slovakije de kans kreeg zich van Tsjechië af te scheiden werd die met beide handen aangegrepen. Zowel tijdens het Hitlerbewind als na de democratisering in de negentiger jaren van de vorig eeuw deed zich zo’n kans voor.

Advertisements

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in europa, geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s