De ommekeer in het integratiebeleid

In 1991 gooide Frits Bolkestein een steen in de vijver met een lezing voor de Liberale Internationale waarin hij opriep tot een nationaal debat over de integratie van minderheden. Ook waarschuwde hij voor de onverenigbaarheid van de islam met de normen en waarden die hier gelden. Door de ophef die zijn toespraak veroorzaakte, kwam Ien Dales in actie. Ze organiseerde een reeks debatten in het land, er kwam een witboek en vervolgens gebeurde er eigenlijk niets.
PvdA-kopstuk Arie van der Zwan, de man achter de debattenreeks, was verbijsterd. Hij voorspelde dat als er niets werd gedaan, de problemen met de Turkse, Marokkaanse en Antilliaanse gemeenschappen uit de hand zouden lopen.
Van der Zwan en Entzinger besloten toen de krachten te bundelen. Het tweetal ging praten met de tegenwoordige burgemeester van den Haag en toenmalige secretaris-generaal op Binnenlandse Zaken, Jozias van Aartsen. Die wist minister voor Integratie Ien Dales er alsnog van te overtuigen dat er nieuwe initiatieven moesten worden ontwikkeld. ‘Het kabinet wilde niet dat Bolkestein er met de bal vandoor ging en dus mochten Van der Zwan en Entzinger aan het werk.’
In 1994 verscheen hun baanbrekende rapport, waarin het begrip ‘inburgering’ werd gemunt. Een van hun adviezen was om nieuwkomers te verplichten drie jaar lang cursussen te volgen om zo makkelijker entree te krijgen tot de Nederlandse samenleving. Migranten die niet mee wilden doen, zouden stevige sancties opgelegd krijgen. Je kunt het je nu niet meer voorstellen, maar een partij als GroenLinks vond het indertijd schandalig dat we volwassen mensen wilden verplichten onze taal te leren’.
Vooral tijdens ‘de blije Paarse jaren’ van Lubbers en Kok, woog Entzinger ’s stem opeens zwaar. Er kwam een einde aan het wegstoppen van minderheden in hun eigen zuil, iets wat hij altijd had bekritiseerd. De nadruk kwam er op te liggen om mensen zo snel mogelijk te laten integreren in de Nederlandse samenleving[1]. Het waren de jaren dat VVD’er Dijkstal de Wet inburgering invoerde. Tijdens zijn ministerschap en dat van zijn opvolger Roger van Boxtel stroomden er een tijdlang meer mensen uit minderheidsgroepen het onderwijs in én maakten er meer hun studie af. Ook verbeterde de positie van minderheden op de arbeidsmarkt iets, wat trouwens ook wel gelegen kan hebben aan de voorspoedig draaiende economie in die jaren.
Wel zag Entzinger een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling over het hoofd, geeft hij nu toe: de alsmaar groeiende onvrede onder autochtone Nederlanders over ‘de massa-immigratie’ en de lange arm van Brussel. Die onvrede zou leiden tot de opkomst van achtereenvolgens Pim Fortuyn, Rita Verdonk en Geert Wilders.
‘Ik kreeg in de jaren zeventig en tachtig brieven van verontruste mensen die in de oude wijken woonden en me vroegen om zelf eens te komen kijken om te zien hoe hun straat was veranderd. Het is voor mij nooit reden geweest daar eens onderzoek naar te doen. Ze moeten er maar aan wennen, dacht ik. Zelf woon ik niet in een volkswijk en ben ik nogal kosmopolitisch ingesteld. Ik kon me daarom slecht voorstellen dat mensen moeite hebben met cultuurverschillen. Maar dat is voor de een toch wat lastiger dan voor de ander.’
Het lijkt iets als geluidsoverlast. Die neemt ook af met het kwadraat van de afstand. ‘Kunt u intussen meer begrip opbrengen voor de boze burger, die alles om zich heen ziet veranderen’?
Natuurlijk moet je mensen serieus nemen, of in elk geval zeggen dat je dat doet, maar mijn visie op de wereld is door hun klachten niet gewijzigd. Meer aandacht voor de eigen identiteit, meer assimilatie van buitenlanders, aanpassing van de Europese Unie: het zijn standpunten die ik toen niet begreep en nu nog steeds niet. Ze lijken me ook eigenlijk onmogelijk. Zonder de EU zou onze economie een enorme klap krijgen[2]. Geert Wilders is bezig met een achterhoedegevecht. Politici zouden dat meer moeten benadrukken. Maar dat doen ze niet, omdat dan de kiezers weglopen.

[1] Dat de Nederlandse regering en ook de lokale overheden een tijdlang een opmerkelijk averechts integratie beleid hebben gevoerd kan niet worden ontkend. Maar wat er nu daadwerkelijk wordt gedaan aan het weer afbreken van de zuilen en het integreren van allochtonen is niet duidelijk.

[2] Er is niemand die pleit voor het loslaten van de Europese economische samenwerking, ook Wilders niet. Maar Entzinger heeft kennelijk geen idee van de bureaucratische chaos die het bestaande Europese beleid in Brussel veroorzaakt.

Advertisements

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in allochtonen, maatschappelijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s