Onvervangbaar.

Bij het nieuws was er een bericht over een grote aardbeving. De nieuwslezer las voor dat er duizenden gebouwen waren verwoest maar dat die konden worden vervangen. De mensenlevens die verloren waren gegaan waren onvervangbaar.

Wie daar even bij stil staat ziet meteen dat dit niet werkelijk waar is. Zeker, voor hun naasten zijn mensenlevens onvervangbaar, ouders voor hun jonge kinderen bijvoorbeeld. Prins Friso voor zijn moeder, zijn kinderen en zijn vrouw Mabel Los. Voor de mensen die de overledene niet kennen en in de meeste gevallen is dat de grote meerderheid van de luisteraars, gaat dat verhaal niet op. Mensen overlijden elke dag om allerlei redenen en ze worden altijd en overal vervangen. Er is niets zo vervangbaar als mensen. En iedereen kan vervangen, je hoeft er niet voor geleerd te hebben en in feite bezorgt het gemak waarmee het gebeurt de doorsnee overheid meer hoofdbrekens, dan welke aardbeving ook. Het punt is dat de idee dat mensenlevens de hoogste waarde vertegenwoordigen in de samenleving een onderdeel is van onze cultuur.
Het is een opmerkelijk verschijnsel dat normen en waarden meestal pas ter discussie worden gesteld als ze niet langer bestaan, maar de mensen zich nog wel herinneren dat ze er waren. Dat geldt voor de normen en waarden van de Christelijke samenleving die al lang op sterven lag, maar die in de zestiger jaren van de vorige eeuw in de hele Westerse wereld ter ziele ging, vrij plotseling eigenlijk nog.
De normen en waarden van de humanistische samenleving bestaan volop. Ik noem de democratie, de rechten van het individu op gezondheidszorg en onderwijs, de mensenrechten in het algemeen, de afschaffing van de doodstraf en de wezenlijke ontoelaatbaarheid van oorlogen en bezettingen onder andere dan nauwkeurig omschreven juridische voorwaarden. Aan al die normen en waarden zal voorlopig niet worden getornd.

Samenlevingen en waarden gaan hand in hand. Zolang de normen en waarden bestaan blijft de samenleving overeind en omgekeerd, zolang de samenleving overleeft, overleven ook haar normen. Het een kan als het ware uit het ander worden gedefinieerd. De normen en waarden van de humanistische samenleving zijn springlevend, maar anders dan de samenleving van het Latijnse christendom gaat de humanistische het geen vijftienhonderd jaar uithouden, ben ik bang.

Samenlevingen gaan ten gronde aan hun gebreken, maar kunnen het daarmee ook wel eens verrassend lang uithouden. Een veel snellere weg naar de ondergang is het succes. De humanistische samenleving is in feite al wat ouder is dan de jaren zestig. Zij heeft zich in een proces dat eeuwen heeft geduurd als een insectenpop gevormd in het dode lijf van haar voorganger en is daar in de zestiger jaren als een vlinder uit te voorschijn is gekropen. Haar succes is ongeëvenaard.
Als succes te meten is aan de omvang van de samenleving, aan het aantal mensen dat tegelijkertijd in leven kan worden gehouden, dan is de humanistische samenleving succesvoller dan al haar voorgangers en al haar bestaande concurrenten. Als de Franse historicus Braudel gelijk heeft met de bevolkingscijfers in zijn boek over de structuren van het dagelijks leven, en ook nog hij er behoorlijk naast zouden blijken te zitten met zijn schattingen, dan staat nog steeds vast dat vanaf 1700 ongeveer, de wereldbevolking razend snel is beginnen te groeien.
Dat valt samen met het ontstaan van een nieuwe, moderne samenleving in West Europa en Noord Amerika, gebaseerd op democratisch gedachtegoed en een ondernemingsgewijze industriële productie. Die productie werd mogelijk door het gebruik van technieken ontleend aan wetenschap en wiskunde. Die samenleving heeft een ingebouwde hekel aan oorlogen, ziekten en natuurrampen en het vaste voornemen daar wat aan te doen. Deze nieuwe vorm van samenleven is eigenlijk begonnen in de zestiende eeuw in de Republiek der Zeven Provinciën, het tegenwoordige Nederland. Zij is verder ontwikkeld in Engeland, via de Franse revolutie teruggekeerd naar het vaste land van Europa en door Engeland en de andere koloniale mogendheden geëxporteerd naar de rest van de wereld.
De Verenigde Staten zijn als samenleving gestart met de nieuwe blauwdruk, zonder de last van een oude samenleving mee te dragen. Zij gelden sindsdien als de Nieuwe Wereld. Geen wonder dat zij blijken het meest succesvol te zijn van alle Westerse landen.
Intussen zijn belangrijke aspecten van de nieuwe vorm van samenleven vanuit het Westen geëxporteerd naar andere delen van de wereld. In sommige gebieden, zoals in delen van Azië lijken ze goed in de bestaande culturen te worden geïntegreerd, die daarmee verwestersen. In andere blijft het bij de import van goederen en technieken en worden de bijbehorende cultuurvormende processen niet overgenomen en geïntegreerd. Dat lijkt voorlopig het geval te zijn in het merendeel van de moslim gebieden.
Wat wel overal wordt overgenomen zijn de puur technische aspecten, de landbouwtechnieken, de verkeersmiddelen, de communicatie en de gezondheidszorg, die allemaal bijdragen aan de bevolkingsgroei. Als er hongersnood of epidemieën dreigen te ontstaan, of als er natuurrampen plaats vinden, grijpen de westerse mogendheden in. Dan komt er voedsel, medische teams en andere noodhulp en wordt er voor gezorgd dat de ramp niet leidt tot catastrofale verliezen aan mensenlevens, althans in de gebieden die de aandacht weten vast te houden van de internationale media[1].
Alle natuurlijke mechanismen om de bevolkingsgroei te remmen en binnen de grenzen te houden van wat de natuur vóór 1700 toeliet, zijn door de moderne samenleving aan de kant geschoven, met name ook de belangrijkste van allemaal, de oorlog.

Natuurlijk, er zijn nog wel oorlogen. Sommige mensen, onder de invloed van het optische bedrog dat alles wat dichterbij is groter en belangrijker is, menen zelfs dat er in de moderne tijd meer en grotere oorlogen zijn dan ooit. Dat is niet zo, althans niet in verhouding tot de omvang en de groei van de bevolking. Na de eerste wereldoorlog ontstond een griepepidemie die meer mensenlevens heeft gekost dan de oorlog zelf. Die eerste wereldoorlog gaf een deuk, een kleine overigens maar toch een deuk, in de demografische opbouw van de landen die er volop aan hebben mee gedaan. Dat waren Rusland, de Oost Europese landen die tot de Habsburg monarchie behoorden, Turkije, Frankrijk, Groot Brittannië en Duitsland. Dat kwam niet door het absolute aantal doden, dat viel wel mee, maar omdat er anders dan bij vorige oorlogen vooral soldaten om het leven waren gekomen. De doden waren overwegend jonge mannen in de meest reproductieve leeftijd.
Ook voor de tweede wereldoorlog geldt dat zij als middel om de bevolkingsgroei te corrigeren niet gewerkt heeft. De wereldbevolkingsgroei ging gewoon door met alleen hier en daar een kleine afvlakking van de groei. Het effect was op wereldschaal nauwelijks te zien en werd eigenlijk in hoofdzaak veroorzaakt door de tijdelijk verminderde aandacht van het Westen voor de rest van de wereld. De tweede wereldoorlog veroorzaakte de meeste slachtoffers in de Sovjet Unie en ook daar bleken de gevolgen van de eerder door de eigen regering veroorzaakte hongersnood groter te zijn geweest. China had al eeuwen met het probleem van een succesvolle beschaving en overbevolking te maken. Het is ondanks alle burgeroorlogen, de gedwongen geboortebeperking, de Grote Sprong Voorwaarts en de Culturele Revolutie qua bevolking op een manier blijven groeien die in haar lange geschiedenis geen precedent heeft gekend.
Het beste voorbeeld van de beperkte omvang van een moderne oorlog is de Gaza oorlog. De bevolkingstoename in Gaza in 2009, het jaar van de oorlog, was de hoogste ter wereld.

Oorlogen met vreselijke gevolgen voor de bevolking, als de dertigjarige oorlog in Duitsland of de honderdjarige oorlog in Frankrijk, oorlogen die een bevolking kunnen halveren, die zijn er de laatste eeuwen niet meer geweest, in elk geval niet in de westerse wereld. De oorlogen uit het Oude Testament, waarbij men erop uittrok om de vijand te vernietigen, alle mannen dood en de vrouwen en kinderen als slaven verkocht, het soort oorlogen en plundertochten die wij hier in de vroege Middeleeuwen ook volop gehad hebben, zulke vernietigingsoorlogen kennen we niet meer.
Aangezien we geen natuurlijke vijanden hebben behalve ons zelf en wij ons zelf als vijand voorlopig hebben uitgeschakeld blijft de bevolking doorgroeien. Daarmee is voorlopig de stabiliteit in de wereldbevolking verdwenen. Tijdelijk, want op de lange duur zal de wal het schip keren, dat kan niet anders. Als er geen nieuwe middelen worden gevonden om de bevolkingsgroei te stuiten zullen we aan ons succes ten gronde gaan, links om dus of rechts om.

[1]Een paar jaar geleden was er een oorlog in Congo waar miljoenen doden bij zijn gevallen. Wie hier in Nederland een enquête over zou houden zou merken dat nog geen 5% van de bevolking weet dat die oorlog er überhaupt is geweest.

Advertisements

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in beschaving, geschiedenis, ideologie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s