Utilitarisme als ethische systeem.

Epicurus in de oudheid en Bentham en John Stuart Mill in de tijd van de verlichting waren protagonisten van het utilitarisme, de nutsethiek. Kort samengevat, hangen zij de leer aan dat wij iets goed vinden omdat het nuttig is, of anders uitgedrukt dat dingen goed zijn voor zover zij aan zoveel mogelijk mensen zoveel mogelijk geluk brengen.
Onder nut is hierbij te begrijpen plezier en andere als positief ervaren emoties, die bijdragen tot iemands geluk.
G.E. Moore heeft ruim een eeuw geleden de logische onhoudbaarheid van die theorie aangetoond. Niet alles wat nuttig is, of gelukkig maakt is ook goed meent hij, aangezien men de vraag kan stellen: “x is nuttig, maar is het wel goed?”
Aannemelijk is dat het utilitarisme een kromme wijze is om tot uitdrukking te brengen dat geen ethiek een lang leven beschoren is die niet tot nut strekt van de samenleving waarin zij heersend is.
Toch is dit niet voldoende om die leer voor juist te houden. Dat een ethiek overleeft zegt weinig over haar transcendente waarde. Het is goed denkbaar dat een ethiek in stand blijft, als die van de nazi’s, als die maar onderdeel is van een cultuur die een voldoende groot deel van de technisch beschaafde wereld omvat. Toch kun je geen ethiek voor juist houden die zoiets als de Holocaust te weeg kan brengen.
Ethiek is normatief en alles wat met evolutie te maken heeft is feitelijk. Het is onjuist om normatieve en feitelijke aangelegenheden door elkaar te halen, althans het leidt tot verwarring en tot onhoudbare standpunten.
Dat wil niet zeggen dat het niet mogelijk is om ethiek op zijn overlevingswaarde te beoordelen, zoals dat met andere gedragskenmerken of fysieke kenmerken gebeurt. En dat kan met betrekking tot de overleving van zowel van individuen als van groepen van individuen en van soorten.
De ethica van Moore past goed in de biologische gedragsleer: ethische beslissingen zijn genetisch geprogrammeerd en laten zich niet tot systemen herleiden. Iedere ethische beslissing is ad hoc en ieder ethisch stelsel zal daarom noodzakelijk gaten vertonen. Het hebben van een ethisch gedragspatroon doet iemand beter passen in een willekeurige samenleving. Dat feit op zich is voldoende om iemand een betere overlevingswaarde te geven, want het kunnen functioneren in een samenleving is een absolute overlevingsvoorwaarde. Welk systeem men bedenkt om het waargenomen gedrag in onder te brengen doet er niet zo veel toe. Het gedrag zelf is spontaan en zou er ook zijn zonder systeem.

Advertisements

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in ethiek, maatschappelijk, wetenschap en filosofie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s