Aanzetten tot haat

Op 25 februari 2003, al weer veertien jaar geleden, vond in een uitzending van NOVA een debat plaats dat boeiend spektakel was, maar waarvan de juridische implicaties voor leken niet zo gemakkelijk te volgen waren.
Het ging over het toen net verschenen boek van de advocaten Spong en Hammerstein en hun voornemen om een aantal politici, waaronder Thom de Graaf, te laten vervolgen op grond van artikel 137d van het wetboek van strafrecht, het haatartikel. Het oproepen tot haat is waarvoor Wilders nu voor de tweede keer terecht heeft gestaan. Aan de discussie werd, behalve door de moderator, Jeroen Pauw, deelgenomen door Boris Dittrich, de e.t. fractievoorzitter van D66 en door de twee auteurs. Alle gasten waren homoseksueel, net zoals hun onderwerp, het slachtoffer van de haatcampagne,de vermoorde Pim Fortuijn.
Artikel 137d luidt, ingekort tot zijn essentie, als volgt: Hij die… aanzet tot haat of discriminatie van mensen wegens hun ras, godsdienst, levensovertuiging, geslacht of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft met..Het artikel stelt dus niet alle openbare oproepen tot haat of discriminatie strafbaar, maar alleen oproepen tot haat en discriminatie in een bepaalde context.
Het artikel sluit nauw aan bij artikel 1 van de grondwet, dat tegelijk ruimer en beperkter is, zoals blijkt uit de tweede volzin: “Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Het grondwetsartikel verbiedt discriminatie op iedere grond, maar verbiedt niet haat en ook niet specifiek het oproepen tot discriminatie en haat.
Nu zou met het oog op de aangifte van Spong en Hammerstein verwacht mogen worden dat de opmerking die Thom de Graaf gemaakt had gericht zou zijn geweest tegen de seksuele geaardheid van Pim Fortuijn, of tegen diens levensovertuiging maar dat was niet zo. De Graaf had het over het interview in de Volkskrant waarin Fortuijn zou hebben gepleit voor afschaffing van artikel 1 van de grondwet[1]. Dat iemand vervolgd zou kunnen worden voor discriminatie omdat hij het antidiscriminatie artikel verdedigt lijkt toch wat paradoxaal. Je kunt het haten van haat of het discrimineren van discriminatie toch niet veroordelen zou je zeggen. Toch had Fortuijn’s levensovertuiging, althans diens politieke gezindheid, wel degelijk iets met de opmerking van De Graaf te maken.
De gewraakte uitspraak werd immers gedaan in het kader van het grote politieke debat dat plaats vond voorafgaande aan de verkiezingen en waarbij het belangrijkste issue was de vraag of de integratie van vreemdelingen en met name van islamitische immigranten in Nederland, door de achtereenvolgende regeringen op de juiste manier was aangepakt. Fortuyn vond van niet en meende bovendien dat hij en andere homoseksuelen een groot belang hadden bij een betere integratie van moslims omdat het moslimgeloof zelf naar zijn mening geen enkele bescherming bood tegen discriminatie op grond van seksuele geaardheid.
Het nieuw verworven recht van de Nederlandse homo’s en trouwens ook van de Nederlandse vrouwen op bescherming tegen discriminatie, stond op het spel als aan moslimovertuigingen in dit land vrij baan zou worden gegeven.
Fortuijn vond dat hij op zijn minst het recht had om dit probleem in het openbaar aan de orde te stellen. Deze opvatting had Fortuijn onder meer verkondigd in een interview met een journalist van de Volkskrant. Toen deze hem er op opmerkzaam maakte dat men tegen moslims als zodanig niet kon optreden zonder in strijd te komen met het grondrecht van de vrijheid van godsdienst, dat verankerd ligt in artikel 1 van de Grondwet vond hij dat als dat waar was de Grondwet dan op dit punt moest worden aangepast. Zijn recht om niet gediscrimineerd te worden als homo en het recht van hemzelf en ieder ander op vrije meningsuiting achtte hij hoger dan het recht op godsdienstvrijheid. De journalist die Fortuijn voorlichtte liet na hem erop te wijzen dat de rechter heel goed de door hem gewenste voorrang in de grondrechten aan kon brengen, maar dat die dat van geval tot geval zou beoordelen.
De discussie werd vervolgens veel te kort door de bocht samengevat door de redactie van de Volkskrant met “Fortuijn is voor afschaffing van het antidiscriminatie artikel in de Grondwet” en toen barstte de reuring los.
Heel politiek Nederland, waaronder Pim’s eigen partij Leefbaar Nederland viel over hem heen en riep in koor de meest ergerlijke en boosaardige dingen over Fortuijn. Thom de Graaf maakte het misschien wel het bontste door in een lezing in Amsterdam op te merken dat maar een paar kilometer van de plek waar hij stond in de oorlog Anne Frank geleefd had onder erbarmelijke omstandigheden. Hij suggereerde vervolgens dat deze omstandigheden wel eens zouden kunnen terugkeren, maar nu voor moslims als men Pim zijn gang liet gaan. Pim zelf en zijn naaste omgeving vonden dit alle perken te buiten gaan en naar mijn smaak ook wel terecht. Zij was feitelijk onjuist want Pim had nooit voor discriminatie of vervolging van moslims gepleit, maar juist voor hun integratie. In dat verband was hij ook voor een immigratiestop omdat juist de continue immigratie-instroom de integratie belemmerde.
De opmerking van De Graaf ging de grenzen van het fatsoenlijke politieke debat te buiten. Zij kon ook niet door de beugel wanneer men de extra vrijheid in aanmerking neemt die politieke debaters claimen en die door de rechter van Wilders later van de hand werd gewezen. Dat was althans de mening van de vrienden van Pim. Het werd achteraf door De Graaf en D66 ook wel toegegeven, zij het wat aarzelend en laat.
De vraag die beantwoord had moeten worden door de rechter, als Hammerstein en Spong aan hun voornemen uitvoering hadden gegeven, is of deze onbehoorlijke opmerking van De Graaf strafrechtelijk vervolgbaar was. Of zij, om in technische termen te spreken, onder de delictsomschrijving van artikel 137d viel. Aanzetten tot haat was stellig wat Thom de Graaf deed, veel gerichter op de persoon en zonder twijfel ook kwaadaardiger dan Wilders later deed, toen hij door dezelfde Spong daadwerkelijk werd aangeklaagd.
Men kan in Nederland de bezettingsjaren en Anne Frank niet mobiliseren tegen iemand zonder heftige emoties op te willen roepen. Demoniseren was de term die Fortuijn en zijn vrienden daar zelf voor hanteerden, maar demoniseren of aanzetten tot haat is niet voldoende. Om strafrechtelijke vervolging mogelijk te maken moet het aanzetten tot haat of discriminatie zijn op een van de in artikel 137d genoemde gronden.
Van die gronden lijken levensovertuiging en homoseksuele gerichtheid als enige in aanmerking te komen.
Homoseksuele gerichtheid valt af, want niemand geloofd dat een D66-er homo’s zal haten of discrimineren om de enkele reden dat zij homo zijn en dat past bovendien helemaal niet in de context waarin de opmerking gemaakt werd. Levensovertuiging zou misschien wel kunnen. Als politieke overtuiging als subbegrip onder levensovertuiging kan worden gebracht, dan is oproepen tot haat wegens iemands politieke overtuigingen strafbaar.
Of politieke overtuiging onder levensovertuiging begrepen moet worden is een kwestie van uitleg van het wetsartikel. De artikelen 137d Sr en 1Gw zijn in de wet gekomen op grond van verplichtingen uit internationale verdragen, waarvan het belangrijkste is het I.C.C.P.R.
Artikel 2 van het International Covenant on Civil and Political Rights verplicht Nederland en de andere verdragsluitende staten de antidiscriminatie bepalingen, waaronder artikel 26 van hetzelfde verdrag, in hun wetgeving te incorporeren en van strafsancties te voorzien.
Artikel 26 verbiedt ondermeer “discrimination on political grounds”. Hiermee lijkt de cirkel rond. Artikel 137d Sr kan als een uitwerking van het ICCPR artikel worden gezien, een uitwerking die overigens heel goed past in de Nederlandse rechtsovertuigingen, zoals die ook los van het verdrag bestaan.
Wel dient nog bezien te worden of het Nederlandse strafrecht dan wel het Verdrag waarop de strafbepaling is gegrondvest, geen rechtvaardigings- of strafuitsluitingsgronden bevatten. Daarvoor had in aanmerking kunnen komen artikel 71 van de Grondwet als de gewraakte uitingen waren gedaan in het kader van de werkzaamheden van de Staten Generaal. Ook als men dat artikel ruim interpreteert kunnen partijpolitieke uitlatingen die in het kader van de verkiezingen worden gedaan daar misschien toch niet onder worden begrepen. De geest van dat artikel is aan de andere kant de vrijwaring van politici tegen civiele en strafrechtelijke vervolging om de vrijheid van het politieke debat te waarborgen. In de geest van het artikel past zeker een brede ruimte voor politiek debat. Over de onderlinge prioriteiten tussen grondrechten, waar Fortuijn’s meningsverschil met de Volkskrant journalist over ging, kan men beslist in redelijkheid van mening verschillen. Het debat daarover mag best scherp gevoerd worden. Fortuijn heeft ooit gezegd niet zoveel bezwaar te hebben tegen de imam die hem voor lager hield dan een varken. Schelden doet geen pijn, meende hij, maar dat is iets anders dan aanzetten tot haat en het onmogelijk maken van politieke opvattingen door het demoniseren van politieke tegenstanders.
Of de vrienden van Fortuijn nu wel een case hadden of niet, de hetze tegen hem ging de grenzen van het oirbare te buiten. Ik zou benieuwd geweest zijn wat de rechter er van gezegd had. Dat zullen we niet meer te weten komen maar in de procedure Wilders II komt er op een paar van de genoemde punten een herkansing.

[1] Zo kwam het in de krant, maar de interviewer Wansink had dit Pim Fortuijn zo in de mond gelegd. Fortuijn vond dat de godsdienstvrijheid iemand niet het recht moest geven homo’s te discrimineren en als artikel 1 dat deed dan moest het maar veranderd worden. Wansink, die een roddeljournalist is, vatte dit samen als een pleidooi van Fortuijn voor afschaffing van het discriminatieartikel. Dat was behoorlijk onfatsoenlijk, maar misschien nog net geen aanzetten tot haat.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in staatsrecht, strafrecht. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s