Vaderlandse geschiedenis.

Na de val van het West Romeinse rijk in de vijfde eeuw a.D. was het een paar eeuwen chaos in dit deel van de wereld. Daarna ontstond er langzaam een nieuwe ordening.
De eerste contouren van het tegenwoordige Koninkrijk der Nederlanden ontstonden in de negende eeuw, na het overlijden van Lodewijk de Vrome, de zoon van Karel de Grote. Bij de verdeling van het rijk tussen zijn drie zonen kwam het gebied van de lage landen bij Lotharius, de nieuwe keizer en de oudste van de drie.
Lotharius’ deel bestond uit Italië, de Alpen met de passen naar Duitsland en Frankrijk en verder het stroomgebied van de Rhône en de Rijn: dit was het oude hartland van het Romeinse rijk in dit deel van de wereld en ook het meest beschaafde deel; daarnaast kreeg hij Zwitserland, Bourgondië, Elzas-Lotharingen Luxemburg en tenslotte het stamland van de Franken rond Aken, wat de residentie was van Karel de Grote. Het bevatte alle belangrijke waterwegen, d.w.z. de enige wegen in West-Europa waar in die tijd transport van enige betekenis plaats vond. Een goede keus, maar het pakte onverwacht uit.
Het veelbelovende rijk van Lotharius kwam niet tot ontwikkeling. De jonge keizer overleed vroeg en dat gold ook voor zijn zoon en opvolger. Zijn gebied werd uiteindelijk verdeeld tussen zijn beide broers, Karel van Aquitanië en Lodewijk de Duitser. Toeval zou Pieter Geyl gezegd hebben. Het had gemakkelijk anders kunnen lopen.
De keizerskroon en de Lage Landen kwamen bij het Oost Frankische rijk. Een uitzondering gold voor Vlaanderen, dat aan het West-Frankische rijk werd toegedeeld. Daarmee kwam in het Zuid Westen ongeveer het oude Frankische koninkrijk van Clovis en de Merovingers terug op de kaart, maar alles bleef voorlopig vloeiend, het kon nog alle kanten op.
In het Oosten en Noorden werd de volkstaal van de Franken, Germaans of Duits, gesproken, in het Westen en Zuiden de oude taal van het Romeinse rijk, het Latijn, intussen verbasterd tot een aantal dialecten, waaronder het Oud- Frans. De taalgrens liep door de lage landen maar viel niet helemaal samen met de politieke grens. Vlaanderen, dat Nederlandstalig was, lag in het Westerse deel en Waalse, Romaans sprekende gebieden lagen in het Duitse deel.
De Lage Landen worden gevormd door de moerasgebieden rond de mondingen van de grootste Europese rivier de Rijn, met haar zijtakken Waal en IJssel en van twee andere belangrijke rivieren, de Maas en de Schelde. Deze behielden hun betekenis als transportwegen, ook toen welvaart en cultuur na de dood van Karel de Grote sterk achteruit gingen.
In de moerassen woonden relatief weinig mensen. Vaste woonsteden konden alleen gebouwd worden op verhoogde plaatsen, die terpen werden genoemd. Het aantal terpen was beperkt.
Het hele gebied, van de Schelde tot de Weser werd in de tijd van Lotharius al eeuwen bewoond door Friezen, die oorspronkelijk geleefd hadden van veeteelt, later ook van handel en visvangst. Zij kunnen gelden als de oudste nog bestaande echte Nederlanders. Het Vaticaan heeft Nederland, of het gebied dat Nederland zou worden, altijd aangeduid als Frisia als het ging om de kust van de Noordzee en Germania Inferior of Germania Belgica als gedoeld werd op de benedenloop van de grote rivieren. Nederduitsland en België zijn dus twee namen voor het zelfde gebied.
In de 9e en 10e eeuw was de betekenis van de grote rivieren een tijdlang negatief, want de Noormannen gebruikten ze voor hun rooftochten als toegangspoorten tot Europa. Van de vruchten van de Karolingische renaissance, een korte opbloei van de Romeinse cultuur in zijn laat-klassieke, christelijke gedaante, bleef in die periode weinig meer over. In de Lage Landen, net als op andere plaatsen in West Europa, ontstond een feodaal stelsel, als een vorm van lokale verdediging tegen de overvallen van Noormannen en andere, meer lokale struikrovers.
Vorm van een feodaal stelsel doen zich altijd voor wanneer na een periode van beschaving in een gebied het centrale gezag verdwijnt. Boeren en dorpsbewoners stellen zich dan onder het gezag van een lokale sterke man die hun bescherming biedt en daarvoor een deel van de opbrengst van hun werk ontvangt. Meestal woont hij op een versterkte plaats waar de mensen die van hem afhankelijk zijn toevlucht kunnen zoeken in tijd van onrust en oorlog.
Het handelsnetwerk, dat met name de Friezen tussen de Oostzee en de Middellandse zee hadden opgebouwd, kwam in de negende en tiende eeuw in verval. De belangrijkste steden, waaronder Dorestad, dat aan de Rijn lag in de buurt van Utrecht, verdwenen of verminderden in omvang en aanzien.
Volgens de Belg Pirenne, de belangrijkste geschiedschrijver van de Lage Landen, waren de Noormannen meer gevolg dan oorzaak van het verval van het Karolingische rijk. De afsluiting van de Middellandse Zee door Moslim piraten zag hij als de hoofdoorzaak van het verval en daar had hij goede argumenten voor.
Rond a.D. 1000 hielden de overvallen van de Noormannen op. De verdediging werd beter georganiseerd, niet in de laatste plaats door de Noormannen, zelf die overal in West Europa belangrijke gebieden in leen hadden gekregen om ze te verdedigen tegen hun landgenoten.
Als onderdeel van het feodale stelsel vormden zich in de Lage Landen een stel meer of minder belangrijke vorstendommen. De belangrijkste twee, Vlaanderen en Brabant, lagen in het Zuiden omdat daar de nabijheid van rivieren gecombineerd kon worden met het bezit van bewoonbare en bebouwbare grond. Daar was tegelijk landbouw en handel mogelijk. Al snel ontstonden steden met lichte industrie, hoofdzakelijk textiel, met name laken en linnen. In de latere provincies Holland, Zeeland en Friesland was er voorlopig niet veel te doen. Gelderland ontstond, zoals eertijds Lotharingen maar dan op kleinere schaal, aan de oevers van de grote rivieren, van de Rijn en Waal, de Maas en de IJssel. Arnhem en Nijmegen waren belangrijk maar dat gold ook voor de steden aan de Maas (Roermond en Venlo) en de IJssel (Zutphen, Zwolle Kampen en Deventer). Voor de rest hoorde het Noorden van Nederland aan de bisschop van Utrecht, die als enige vorst in de lage landen als rijksgrote gold in het Duitse rijk.
Holland ontleende zijn betekenis aan zijn ligging aan de Rijn monding, waardoor in Vlaardingen een tol kon worden geheven. Dit recht moest moeizaam worden bevochten tegen de bisschop van Utrecht en de graaf van Gelre, die geholpen werden door de Duitse keizer. Pendant van het bisdom Utrecht in de Zuidelijke Nederlanden was Luik. Luik was een prinsbisdom, dat tot aan de Franse tijd, eind achttiende eeuw, zijn onafhankelijkheid zou behouden.
De betekenis van het vervoer via de grote rivieren en de daarmee samenhangen tolheffingen is een Leitmotiv in de geschiedenis van de Lage Landen. Niet alleen de provincie Holland ontleende daar haar bestaan of in elk geval haar betekenis aan, maar ook de stad Amsterdam. Tot aan de late middeleeuwen liepen de handelsroutes vanuit het Zuiden van Holland, van Dordrecht via Gouda over Utrecht en de Vecht naar Muiden en de Zuiderzee en van daar door naar Duitsland en de Oostzee. Toen de tolheffingen in Muiden en Utrecht te hoog werden, verplaatste de handel zich via Woerden over de Amstel en het Y naar de Zuiderzee. Aan de monding van de Amstel ontstond een overslagplaats en later een stadje. Door zijn late opkomst had Amsterdam maar een lage rangorde onder de steden van Holland[1]. Dordrecht, Vlaardingen, Gouda, Leiden en Haarlem stonden hoger genoteerd in de rangorde van de steden, die overigens alleen in de feodale tijd van belang was, maar in de tijd van de Republiek nog wel een ceremoniële betekenis had.
Amsterdam en Holland waren in de Middeleeuwen niet erg belangrijk, vergeleken met steden als Brugge en Gent en provincies als Gelre, Brabant en vooral Vlaanderen. Handel, welvaart en bevolkingsdichtheid moest men in de zuidelijke Nederlanden zoeken.
Het middeleeuwse Europa kende geen nationale staten. De westerse christenheid vormde een culturele eenheid, waarbinnen een min of meer vrij verkeer van personen, kapitaal en goederen plaats vond. Economisch was dat wel ongeveer vergelijkbaar met de manier waarop het economische verkeer nu in de Europese gemeenschap geregeld is, maar op veel kleinere schaal.
De Nederlanden waren door hun ligging en welvaart een van de kerngebieden van deze christenheid met als belangrijkste centra de Vlaamse steden Gent, Brugge en Yperen. Het hartland van de Europese Christenheid was en bleef Frankrijk, terwijl Italië de verbinding vormde met Byzantium en de landen van de islam. Vanaf ongeveer 1100 n.C. ontwikkelde zich het volgende handelspatroon:
Wol (schapen) werd geproduceerd in Engeland en vandaar geëxporteerd naar Gent en Brugge, in die tijd nog havensteden. In de Vlaamse steden en het platteland in de buurt werd de wol geweven en vervolgens in de grote werkplaatsen in de steden verwerkt tot z.g. Vlaams laken. Dit laken werd geëxporteerd naar Oostzee en Middellandse zee en vandaar naar alle andere beschaafde streken in de toen bekende wereld.
Dit was een herhaling op wat grotere schaal van het patroon uit de vroege Middeleeuwen in de tijd van vóór de komst van de Noormannen, toen het Friese laken een soortgelijke reputatie genoot. Uit de Oostzee kwam graan en hout terug en uit de Middellandse Zee luxe artikelen. In de middeleeuwen waren de landen rond de Middellandse Zee en de Oosterse beschavingen waarmee men daar in contact stond, veel welvarender en beschaafder dan het gebied rond de Noordzee, waar de lage landen deel van uit maakten.
In de veertiende en vijftiende eeuw ontstonden, als gevolg van de honderdjarige oorlog, in Frankrijk en Engeland de voorlopers van nationale staten, d.w.z. landen met een centrale regering die daadwerkelijk macht uitoefende en met een bevolking verenigd door dezelfde taal en cultuur. Een soortgelijke ontwikkeling deed zich nu ook voor in het oude Neder-Lotharingen, het stroomafwaarts gelegen Noordelijk deel van het Europese rivierengebied. Onder leiding van de hertogen van Bourgondië werden daar een reeks van kleinere en grotere vorstendommen tot een eenheid samen gesmeed. Aan die eenheid was behoefte. De feodale samenleving was overal in Europa in ontbinding door eindeloze oorlogen tussen plaatselijke grootheden. De steden en handelshuizen hadden er genoeg van en hadden behoefte aan meer eenheid in de samenleving.
Het hertogdom Bourgondië zelf en enige andere Franssprekende gebieden vielen later weer uit het gemene verband, maar wat overbleef vormde gezamenlijk de zeventien Nederlandse gewesten. Dat was het werkelijke begin van het huidige België, Nederland en Luxemburg.
Karel de Stoute, de laatste Bourgondische hertog[2] was vast van plan van zijn gewesten een koninkrijk te maken. Het liefst had hij dat gedaan als Rooms koning en later als Duitse keizer, maar hij heeft ook gespeeld met de gedachte om het oude Friese koningschap van Radboud te laten herleven. Voor het zover was is hij gesneuveld met achterlating van een minderjarige dochter, Margaretha. Die raakte het Franse deel van Bourgondië kwijt aan de Franse kroon en had moeite het Noordelijk deel van de erfenis van haar vader bijeen te houden. Ze trouwde met Maximiliaan van Oostenrijk, een Habsburgse prins.
Voor het Habsburgse huis dat het Bourgondische in de soevereiniteit is opgevolgd, vormden de Nederlanden het rijkste en meest samenhangende gedeelte van hun bezittingen. Karel V, kleinzoon van Margaretha en achterkleinzoon van Karel de Stoute was de belangrijkste Europese vorst sinds Karel de Grote. Hij liet Oostenrijk aan zijn broer Ferdinand maar kreeg naast de Nederlanden ook de Duitse keizerskroon in handen. Van zijn moeder erfde hij Spanje en daarnaast nog zoveel andere Europese gebieden dat hij met het bestuur daarvan zijn handen meer dan vol had. Van een verdere uitbouw van een zelfstandige staat Nederland is tijdens zijn regering niet veel meer gekomen. Dat was een gemiste kans, want Karel was Nederlander van geboorte, sprak de taal goed en was hier mateloos populair. De herinnering aan de chaotische tijden van de late Middeleeuwen waren nog niet vervaagd en als ooit de eenheid in een vroeg stadium mogelijk was geweest, dan was het toen. Wel voegde Karel het belangrijke en centraal gelegen graafschap Gelre, dat intussen een hertogdom geworden was, aan zijn reeks van bezittingen in de Nederlanden toe en rondde het gebied daarmee af.
De politiek van centralisatie en unificatie die het Bourgondische huis in de Nederlanden had gevoerd was lokaal op tegenstand gestuit. Dat was niet uit onbehagen over de Franse achtergrond van de Bourgondiërs, zoals dat in de nationalistische negentiende eeuw wel gedacht werd, maar omdat het proces van eenwording een aantasting betekende van oude voorrechten en privileges. Er werd gestreden voor de vrijheden, waar men aan gehecht was en waar men vaak ook veel voor had betaald. Het hebben van een eigen recht en een eigen staatinrichting was ook een vorm van identificatie. Dat was belangrijk voor een gemeenschap in een tijd waarin taal en godsdienst nog zo ’n duidelijk onderscheidend vermogen hadden.
Karels zoon, Philips II, was veel minder populair en wat erger was, hij probeerde het beleid van zijn voorouders voort te zetten met behulp van buitenlandse adviseurs en ambtenaren. Daarbij werd een element dominant, dat ook bij Karel al een rol gespeeld had, de godsdienstkwestie.
In het begin van de 16e eeuw had Luther in Duitsland de strijd aangebonden met misstanden in de Kerk; hij zei zijn gehoorzaamheid aan de paus op en werd daarvoor geëxcommuniceerd en door Karel V persoonlijk in de Rijksban gedaan. Dit leidde zowel tot een afsplitsing van een “evangelische” kerk in Duitsland, als tot een reeks godsdienstoorlogen tussen Karel en de Duitse rijksgroten. In Nederland is de Lutherse richting nooit bijzonder populair geworden. Dat lag anders voor een nieuwere protestantse beweging, het calvinisme.
Calvijn was afkomstig uit het Noorden van Frankrijk en kreeg in de Franssprekende zuidelijke Nederlanden veel aanhang. Het calvinisme was een fanatieke beweging, weinig verdraagzaam tegen andersdenkenden en provocerend tegenover de landsregering. Philips trad met grote gestrengheid tegen calvinisten en andere ketters op, wat als in strijd met het landsrecht werd beschouwd.
Toen een Spaanse landvoogd, de hertog van Alva, naar de Nederlanden werd gestuurd, om hier orde op zaken te stellen, raakte de maat vol. Alva hief zware belastingen zonder voorafgaande “beden” aan de staten van de provinciën. Hij stelde de “Bloedraad” in om de ketterijen te bestrijden en onthoofde twee van de hoge adel, Egmond en Hoorne. De prins van Oranje dreef hij in ballingschap. Oranje vluchtte naar zijn geboorteland Dillenburg in Duitsland en verzamelde van daaruit troepen voor een gewapende opstand in de Nederlanden.
Hoewel de opstand in het begin geen militair succes werd, hielden de opstandelingen het lang genoeg vol om het Philips bijzonder moeilijk te maken. Met name in de noordelijke Nederlanden was de geografische gesteldheid niet erg geschikt voor de soort van oorlogvoering waar de Spanjaarden voor waren uitgerust. Zonder een geschikte vloot was in het moerasgebied geen oorlog te voeren en op het water waren de Nederlandse vissers en kooplui de Spanjaarden de baas. Philips werkte met huurtroepen, die regelmatig moesten worden betaald. Behalve in de Nederlanden bestreed Spanje ketters en ongelovigen ook op andere plaatsen in de wereld. De Turken waren per saldo gevaarlijker vijanden dan de calvinisten. Ook met het Engeland van Koningin Elisabeth werd oorlog gevoerd, wat leidde tot de verpletterende nederlaag van de Spaanse Armada. Ondanks de enorme rijkdommen van de Nederlanden en de Spaanse koloniën kon Philips de oorlog op zoveel fronten niet meer betalen.
Beslissend voor de strijd in de Nederlanden was de bezetting door de Spanjaarden van Antwerpen in 1576, gevolgd door een muiterij en plundering, de z.g. Spaanse furie. De stad Antwerpen, die in de voorafgaande honderd jaar de functie van Gent en Brugge had overgenomen en die was uitgegroeid tot de belangrijkste handelsstad van Europa, kwam deze ramp niet te boven. Veel kooplui verlieten de stad en vestigden zich in Amsterdam, dat in enkele jaren tijd de positie van Antwerpen overnam en de eerste grote handelsmetropool werd uit de moderne tijd. Bank- en verzekeringswezen ontwikkelden zich in voor het eerst in Amsterdam en die stad was op de verzekeringsmarkt zo dominant, dat men zich in de landspolitiek verzette tegen het voeren van oorlog omdat ook de vijandelijk schepen op de Amsterdamse beurs waren verzekerd. Aan de oorlog met Spanje werd verdiend, terwijl Spanje er financieel aan ten onder ging.
De welvaart die met de Zuid-Nederlandse handel naar Amsterdam en de andere Hollandse en Zeeuwse steden was gekomen ging gepaard met een uitzonderlijke opbloei van wetenschap en kunsten. Eind 16e en begin 17e eeuw werd Holland het culturele middelpunt van Europa en het startpunt van de moderne industriële beschaving. De Zaanstreek met haar windmolens, waar Peter de Grote de kunst zou komen afkijken, was het eerste gemechaniseerde industriegebied in West Europa. De afzwering van Philips en het ontstaan van de Republiek der Verenigde Nederlanden luidde het tijdperk in van humanisering en democratisering van de westerse samenleving dat voort duurt tot in onze tijd.
De Republiek had tot soeverein de Staten Generaal van de Provincies, maar het gezicht naar buiten werd bepaald door haar twee hoogste ambtenaren, de stadhouder en de raadspensionaris. De stadhouder, de virtuele vertegenwoordiger van de afgezette koning, was altijd iemand uit de familie van Willem van Oranje, de leider van de opstand tegen Philips II en eerste stadhouder. Maurits, zijn oudste zoon was zijn eerste opvolger geweest, Frederik Hendrik, de zoon uit zijn laatste huwelijk, de tweede. De raadspensionaris die met Maurits het lot van de jonge republiek bepaalde was Johan van Oldenbarnevelt. Jammer genoeg kwam het tussen beiden tot een conflict dat uitliep op een proces, een veroordeling en een gerechtelijke moord op van Oldenbarnevelt.
De twee eerste stadhouders na Willem de Zwijger waren bekwaam geweest. Dat was in mindere mate het geval voor stadhouder Willem II, de opvolger van Frederik Hendrik. In elk geval joeg hij door zijn mislukte overval op Amsterdam de regenten van Holland tegen zich in het harnas. Dit leidde na zijn vroege overlijden tot een eerste stadhouderloos tijdperk, waarin het beleid uitsluitend werd bepaald door de raadspensionaris, de talentvolle Johan de Witt. De Republiek was in die tijd een van de grote mogendheden van Europa. Rond de jaren vijftig van de zeventiende eeuw werd zij zelfs de belangrijkste, in elk geval verreweg de rijkste mogendheid. Dit veranderde toen in Frankrijk en Engeland de burgeroorlogen achter de rug waren en daar weer orde op zaken was gesteld. De Republiek was door de geringe omvang van zijn territoir, zijn betrekkelijk kleine bevolking, maar vooral door zijn gebrekkige staatsinrichting op den duur niet opgewassen tegen de echte grote mogendheden, Frankrijk en in mindere mate Engeland.
Dit kwam tot uiting in 1672, het rampjaar, toen de Republiek werd aangevallen door een coalitie van vier buurlanden, Frankrijk, Engeland en de bisdommen Keulen en Munster. Onder de druk van de omstandigheden ontstond een volksoproer, dat leidde tot de moord op Johan de Witt en diens broer en tot de verheffing van de jonge Willem III tot stadhouder.
Willem was de zoon van een Engelse prinses en bovendien getrouwd met de dochter van de Engelse koning. Toen James II bleek te zijn overgegaan naar het katholieke geloof kwamen de protestante Engelsen in opstand en nodigden Willem en zijn vrouw Mary uit om de macht in Engeland over te nemen, de “Glorious Revolution”.
Willem III, die onder die naam zowel de derde koning van Engeland als stadhouder van de Nederlanden was, leidde de coalitie van Europese staten en vorstendommen tegen het Frankrijk van Louis XIV. De reeks van oorlogen die daarmee gepaard gingen leidde uiteindelijk tot het verval van status en welvaart van de Republiek en tot de uitgroei tot wereldmacht van Engeland.
De 18e eeuw werd een bloeitijd voor Frankrijk en Engeland en een periode van neergang en stagnatie voor de Republiek. Dit was niet alleen het geval voor handel en welvaart, ook met de bloei van kunsten en wetenschappen was het afgelopen. Tegen het einde van de eeuw, in de tijd vlak voor dat in Frankrijk de revolutie de uitbrak, ontstond in de Nederlanden de beweging van de patriotten, die een einde wilden maken aan de merkwaardige staatsinrichting van de Republiek met zijn regenten die alle belangrijke functies in de steden, provincies en staten generaal onder elkaar verdeelden en met een stadhouder, waarvan maar moest worden afgewacht of hij competent zou zijn en zo ja of hij de belangen van de Republiek of die van zijn dynastie de voorrang zou geven.
De revolutie in Frankrijk leidde uiteindelijk tot de inlijving van de Republiek bij dat land, eerst bij het revolutionaire Frankrijk en later het keizerlijk Frankrijk van Napoleon.
De nederlaag van Napoleon tegen de Europese coalitie onder leiding van Engeland leidde tot de restitutie, niet van de Republiek, maar wel van een onafhankelijke Nederlandse staat, onder bestuur van het Huis van Oranje. Oorspronkelijk was het de bedoeling van de mogendheden dat een vergroot Nederland, een Germania Inferior, waaraan ook het Rijnland en Westfalen zou zijn toegevoegd, een soort bufferstaat zou gaan vormen aan de noordgrens van Frankrijk. Door de tegenstand van Pruisen kwam het daar niet van. Het Vorstendom Nederland bleef beperkt tot de oude Bourgondische gewesten, de Noordelijke en Zuidelijke provinciën. Als compensatie mochten de stadhouders zich voortaan wel koning noemen. Het lijkt geen bewijs van goede smaak van de Oranjes dat zij dit aanbod aanvaardden, zodat de in Europa unieke en historische positie van Stadhouder werd ingewisseld voor die van Koning, waarvan er met name in de negentiende eeuw wel dertien gingen in het dozijn. Een Nederlandse Republiek met een moderne staatsinrichting en een Stadhouder als hoogste functionaris was een fraaiere uitkomst geweest van de restauratie.
De nieuwe koning Willem I voelde zich meer Duitser dan Nederlander, maar hij was zeker geen slechte koning. Hij was een goed organisator en bevorderde nijverheid en handel zowel in het Noorden als in het Zuiden; hij zorgde ervoor dat de staatsrechtelijke verworvenheden uit de Franse tijd niet allemaal weer verloren gingen. Zijn autocratische “ Pruisische” mentaliteit bezorgde hem moeilijkheden met zijn onderdanen, vooral in het katholieke Zuiden waar hij als protestantse vorst dubbel impopulair was. In 1830 leidde dit tot de Belgische opstand en op termijn tot de Belgische onafhankelijkheid. Ook in het Noorden werd zijn weinig democratische optreden uiteindelijk niet meer geduld en hij zag zich gedwongen om af te treden.
Zijn zoon Willem II en zijn kleinzoon Willem III zullen vooral bekend blijven vanwege hun medewerking tegen wil en dank aan het proces van democratisering van het koningschap. Dit ging met horten en stoten, totdat uiteindelijk onder het bewind van de dochter van Willem III, Wilhelmina, de democratisering van het staatsbestel werd voltooid: In 1917 kreeg Nederland algemeen kiesrecht, nadat onder Willem III al het koningschap was ingeperkt een constitutionele monarchie.
Wilhelmina zal echter om een andere reden bekend blijven; zij was de vorstin onder wier bewind Nederland in de tweede wereldoorlog door de Duitsers werd bezet. Zij leidde de regering vanuit Engeland en vormde het symbool voor de vrije Nederlandse natie die na de tweede wereldoorlog zou herrijzen. Zij en haar dochter Juliana gaven een nieuwe vorm en inhoud aan het begrip constitutioneel koningschap. Onder hun leiding is Nederland, dat voordien eigenlijk nooit helemaal wakker was geworden uit de winterslaap van de 18e eeuw, eindelijk een moderne industriële natie geworden, die de haar toekomende plaats kon innemen in de Europese Unie, waarvan zij een van de oprichters is geweest.

[1] zie de atlas van Blaeu
[2] zie Huizinga, de Herfsttij der Middeleeuwen

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis, Nederland. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s