Paarse puinhopen.

Ooit refereerde ik in een stukje met instemming aan De puinhopen van acht jaar Paars van Pim Fortuijn, omdat ik het eens was met een aantal van de adviezen die ik erin aantrof. Als ze die indertijd ter harte hadden genomen, hadden ze nu al tot verbetering van onze overheid kunnen leiden. Zoals bekend is er niets mee gebeurd, ook niet door de mensen die zich toen zijn geestverwanten noemden.
Dat wil niet zeggen dat ik het met alles eens ben wat ik in dat boekje aantrof en met name ook niet met de titel. Die suggereert dat alles wat er mis is in Nederland aan die twee kabinetten Kok gelegen heeft en dat is natuurlijk niet zo. De ontreddering in het Nederlandse overheidsapparaat, de hoge kosten en de lage efficiency van een groot deel van de publieke dienstverlening, dat heeft allemaal oudere en diepere wortels dan 1994 en dan de eerste samenwerking tussen VVD en PvdA.
Sinds de tweede wereldoorlog wordt Nederland bestuurd door partijen uit het politieke midden die een overheid besturen met een progressieve inslag. Al die jaren lang heeft er nauwelijks vernieuwing plaats gevonden. Ook de partij die haar bestaan aan de wens tot vernieuwing ontleende legde zich daarbij neer en hielp Paars aan haar meerderheid zoals zij dat eerder voor een rechts kabinet had gedaan. D’66 heeft van haar eigen programma nooit iets substantieels weten te verwezenlijken en heeft om die reden ook eigenlijk geen bestaansrecht.
De achteruitgang van onze overheid is begonnen toen men na de oorlog de hoge belastingtarieven uit de oorlogstijd handhaafde. De enorme inkomsten, die dit al snel opleverde, ging men gebruiken voor het ongeorganiseerd uitbreiden van de overheidstaken. Met name ook voor het opzetten van een welfare state naar Engelse snit. De overheid nam hiermee taken op zich waarvoor zij niet was geëquipeerd en waar van te voren nooit goed over is nagedacht.
Dat had ondermeer tot gevolg dat de interne samenhang uit het overheidsapparaat verdween en de controle van de politiek op het overheidsgebeuren hand over hand is afgenomen. De ministeriële verantwoordelijkheid voor wat ambtenaren doen kan niet meer worden waargemaakt. Men weet aan de top van het departement niet meer wat er aan de onderkant gebeurd. De ministers en de topambtenaren worden niet meer voldoende voorgelicht over het beleid. Dat wordt ergens gemaakt en uitgevoerd, vaak langs informele lijnen van communicatie en besluitvorming waar de ministers buiten blijven maar waar advieslichamen een grote rol in spelen. Dat zijn niet gekozen organen en die veranderen dan ook niet als rechts wordt afgelost door links of omgekeerd. Ze worden niet gekozen maar benoemd en hun democratische gehalte is verdacht. Ze zijn aan niemand verantwoording verschuldigd.
Als het begrip democratie in Nederland weer staatkundige betekenis wil krijgen en de politiek haar grip op de overheid wil herstellen dan zal over de ideeën van Pim Fortuijn nog eens goed moeten worden nagedacht en een aantal ervan zouden met spoed in de praktijk dienen te worden gebracht. Daar hoort de ontmanteling van al die adviesorganen bij. Ook de beperking van de departementen tot de vijf of zes hoofdtaken van de overheid en de omvorming van de rest tot overzichtelijke doelorganisaties waren uitgesproken goede Fortuyn ideeën.
Wat er met onze departementen gebeurd is wordt fraai beschreven in het boek Parkinson’s Law, dat dateert van ruim een halve eeuw geleden. Parkinson had de gang van zaken bestudeerd in twee Britse ministeries in de tijd van de dekolonisatie. Het aantal taken van het Ministerie van Koloniën nam snel af en de taken van het Ministerie voor Gemene Best Zaken nam evenredig toe. Dat laatste kon men zien aan de toename van het aantal ambtenaren en afdelingen, maar bij het Ministerie van Koloniën was er geen dienovereenkomstige afname. Integendeel het had nog nooit zo veel ambtenaren gehad als vlak voordat het werd afgeschaft.
Wat deden die ambtenaren nu die laatste jaren toen er geen koloniën meer waren om te besturen of beleid voor te maken?
Wat ze deden was beleidsnotities maken, reageren op notities van anderen, vergaderingen beleggen, kortom alles wat ze voor die tijd ook deden. Dat het allemaal geen zin meer had was niemand opgevallen. Het is vrij zeker dat veel van het werk op de Nederlandse ministeries en ZBO’s op precies dezelfde manier geen zin heeft en dat daar nodig eens goed de bezem door heen zou moeten.

Advertisements

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Nederland, overheid. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s