Europa moet wakker worden.

De Europa discussie heeft eigenlijk iets onwezenlijks. De voorstanders menen dat de tegenstanders niet alleen bezwaren hebben tegen de EU en de euro, maar tegen iedere vorm van Europese samenwerking en integratie.
De pers en politieke partijen steunen het beleid van verdere steun aan Griekenland en om het noodfonds te vergroten in de overtuiging dat de Nederlandse welvaart wordt bevorderd en Brussel en de Euro worden gered, alsof de drie onlosmakelijk met elkaar verbonden zouden zijn.
Aan de euro hadden we nooit moeten beginnen. Het is altijd een domme gok om ervan uit te gaan dat mensen hun gewoonten wel zullen veranderen omdat dit in hun eigen belang
lijkt te zijn. En zonder dat de vroegere Turkse landen in het Oosten van Europa hun gewoonten veranderen, zullen ze geen economie krijgen die zo productief is als die van Finland of Duitsland.
Als economieën niet even productief zijn kunnen ze er geen gemeenschappelijke munt op na houden. Zo simpel is het eigenlijk. Argentinië heeft dat in de negentiger jaren laten zien door jaren lang zijn munt te koppelen aan de dollar en dat eindigde in een catastrofe.
Dat voorbeeld had voldoende moeten zijn, maar was het niet. Het is onbegrip dat Griekenland en de euro de das om heeft gedaan. Met Roemenië of Bulgarije zou dat niet anders zijn geweest als een van die landen tot de euro was toegetreden.

Het enige land dat ooit deel uitmaakte van het Osmaanse rijk en waarvan het er een tijdlang naar heeft uitgezien dat het financieel en economisch in Europa zou kunnen passen, was gek genoeg Turkije zelf. Na de islamistische koerswijziging van Erdogan is dat ook niet langer het geval.
de euro is er nu en een zachte landing, van de deelnemers die het niet aan redden, blijft wenselijk. Schulden saneren en de eigen munt weer terug. Zo zal het wel gaan.
Het Brussel van de oorspronkelijke zes was een poging om Duitsland in te kapselen en om het in het Europese kader een legitimiteit te geven die het land zelf indertijd niet had. Brussel diende de Europese en de wereldvrede. Die functie heeft het intussen niet meer.
De Nederlandse welvaart is gediend met de douane unie en de infrastructuur van de unie. Wanneer Europa een gemeenschappelijke rechtssysteem zou hebben, wanneer je overal met de Duitse mark zou kunnen betalen zoals in de rest van de wereld met de dollar, wanneer we een gemeenschappelijk immigratiebeleid zouden invoeren, een gecoördineerd milieubeleid, Europese autoriteiten voor spoor, binnenwateren en autowegen en nog een paar noodzakelijke vormen van samenwerking, dan hadden we Brussel niet meer nodig. Aparte organisaties, her en der over het continent verspreid, die door de gemeenschappelijke nationale overheden zouden moeten worden gecoördineerd en gecontroleerd, dat was genoeg. Maar dan wel bemand door deskundigen met voldoende bevoegdheden en met een ambtstermijn van vijf of zeven jaar. Niet door een extra bestuurslaag boven de nationale staten
Dan konden we onze aandacht weer besteden aan de zaken die er echt toe doen in plaats van te navelstaren, iets waar niemand wat aan heeft en waar je de bevolking van Europa niet warm voor krijgt. Dat populistische partijen er voor kiezen om een anti-Brusselse politiek te voeren, zou de rest van de politiek iets moeten zeggen, denk je dan.
Landen horen bestuurd te worden op het laagst mogelijk niveau dat technisch mogelijk en democratisch verantwoord is. Het systeem van onafhankelijke nationale staten voldoet daar veel beter aan dan een federatie of een unitaire staat die geregeerd wordt vanuit Brussel.
Je kunt dus heel goed tegen de EU in haar bestaande vorm zijn en tegen het Verdrag van Lissabon zonder ook tegen de Nederlandse welvaart of tegen Europese samenwerking te zijn.
Hoe democratisch was het dat dit verdrag door de Parlementen werd goedgekeurd nadat we het eerst in Frankrijk en Nederland per referendum hadden afgestemd?
Ik denk dat de meeste Europese overheden bang waren dat het nooit meer van een Europese samenwerking komen zou als we de EU in zijn bestaande vorm zouden opgeven, maar dat is te pessimistisch. Die samenwerking loopt trouwens de laatste tien jaar al vast zonder dat iemand dat hier schijnt op te merken. Of we willen of niet, we zullen wel grootscheeps moeten veranderen of het gaat in Brussel fout lopen. Niemand heeft meer voldoende overzicht over alle verdragsbepalingen en richtlijnen die onze rechtstelsel beheersen en die elkaar op een onvoorspelbare manier beïnvloeden. Alleen al het Verdrag van Lissabon dat niet meer is dan de top van de ijsberg, is voor iedere Nederlandse minister onleesbaar. Niemand kon de bevolking foutloos uitleggen wat de gevolgen gingen zijn tijdens de discussies in de weken die aan 1 juni 2005 vooraf gingen. Ook de deskundige Europese juristen beheersten de chaos niet, die bovendien nog iedere dag erger wordt.
Iedereen heeft belang bij een vereenvoudiging van de samenwerking. Dat het vastlopen daar nu toe lijkt te gaan dwingen is een blessing in disguise.
Een overzichtelijk Europa met deskundigheid en besluitkracht op de belangrijke plaatsen is wenselijk om onze plaats in de wereld te beschermen en de welvaart overeind te houden. Die welvaart wordt bedreigd door heel andere problemen dan ons in Den Haag bezig houden. De crisis in het wereldgeldstelsel is veel belangrijker in haar potentiële gevolgen dan het Griekse schuldenprobleem.
Die kan alleen maar worden opgelost als het vertrouwen van de markten hersteld wordt. Dat als Europa en de andere belangrijke spelers in de wereldeconomie maatregelen nemen die het geld weer in evenwicht brengt met de stroom van de reële goederen en diensten. We moeten af van de virtuele economie waar de laatste jaren meer dan 50% van ons geld in is gaan zitten en van die belachelijk lage rentes die allerlei onverantwoorde investeringen mogelijk maken en die pensioenfondsen en vermogensbeleggers tot onverantwoorde risico’s aansporen.
Het blijkt dat Nederlandse en Brusselse parlementariërs geen idee hebben van de problemen en de gevaren die er wereldwijd spelen met het geldstelsel. Of misschien begrijpen ze het wel, maar menen ze dat het hun aan politieke draagvlak ontbreekt om er zich mee bezig te houden.
Het ligt voor de hand dat het Europa in zijn bestaande vorm geen bijdrage kan leveren aan het toezicht dat de wereldgeldmarkten nodig hebben. We moeten van Brussel af zien te komen en ons zelf een stuk beter gaan organiseren. Dan zal ook blijken dat de discussies die voor en tegenstanders van Europa verdeeld houden vooral schijndiscussies zijn en we onze tijd ook in Nederland productiever zouden kunnen besteden dan met daarover te steggelen.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in europa, geld en economie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s