Talen, dialecten en geschiedenis.

Waarom Fries een taal wordt genoemd en andere streektalen dialecten, heb ik nooit zo goed begrepen. Vanuit taalkundig oogpunt is de vraag of een bepaalde taalvariëteit een op zichzelf staande taal is of een dialect zinloos; er zijn geen vaste onderscheidende criteria. Beide, talen en dialecten, hebben een eigen grammaticaal systeem, een eigen woordenschat en soms ook een overkoepelende standaardvariant. Daar zit het hem niet in
Volgens de taalkundige definitie staat het begrip verstaanbaarheid over en weer centraal bij het onderscheid. Sprekers van een taal verstaan niet alle dialecten binnen hun taalgebied maar omgekeerd verstaan de sprekers van de dialecten wel de gemeenschappelijk hoofdtaal. Dat lijkt in de praktijk het echte verschil.
Toen ik in de oorlog geëvacueerd was in Leeuwarden, verstonden alle Friezen daar het Nederlands maar omgekeerd niet alle Nederlanders het Fries. Zelf had ik overigens geen moeite het plaatselijke taaltje te verstaan. Ik vond Fries, zowel Ljouwerts als Liwwaddens een stuk gemakkelijker dan het Kerkraads, om maar eens wat te noemen. Het kan verschil gemaakt hebben dat mijn moeder Friezin was van geboorte en Fries wel eens met anderen sprak als ze het over iets had wat kinderen niet aanging. Ongeveer zoals mijn familie van vaders kant dan Frans ging spreken. Maar goed, ik ben in Limburg geboren en word dus geacht Limburgs te verstaan en dat is niet zo. Niet alle varianten in elk geval. Ik versta Keuls plat zonder moeite, maar Kerkraads nog steeds niet.
Ik heb eens na de overlijdensmis van een goede vriend, die een neef was van bisschop Wiertz, met die man zitten praten en die ging toe ineens op Kerkraads over. Ik heb erg mijn best gedaan, maar echt, ik verstond de helft niet.
Nu is Limburg ook wel een moeilijk gebied voor dialectologen, omdat het taalkundig en geografisch zo ’n bijeengeraapt zootje is. Het is na de afscheiding van België ontstaan, eigenlijk vooral als het verbindingsstuk tussen twee steden die vanouds wel tot Nederland hoorden, te weten Venlo en Maastricht. Maar zelf beschouwden Roermondenaren zich vóór de zestiger jaren niet als Nederlanders. Ze spraken toen ik jong was in meerderheid de taal niet en zagen Hollanders als een bezettende macht. Ongeveer zoals de Ieren naar de Engelsen keken. Dat is nu allemaal anders en zoveel anders dat de jongeren zich dat helemaal niet meer voor kunnen stellen, maar spreek oudere Limburgers en die zullen het U bevestigen.
Ik kom nog wel eens een enkele keer in Limburg bij de dodenherdenking op 4 mei en dan valt op in welk rap tempo die provincie intussen is vernederlandst. Dat heeft, denk ik, te maken met de TV en natuurlijk ook met de schoolopleiding. Maar toen die TV er nog maar net was in de vijftiger jaren keek heel Limburg naar de Duitse TV zenders, dus per saldo is het toch de school geweest.
Als U wilt weten waar Roermond voor 1830 banden mee onderhield en dan moet U in Duitsland gaan zoeken naar steden met een Roermonderstrasse. Die zijn er verrassend veel in het gebied tussen Aken en Krefeld en dat is de regio waar de stad vroeger toe hoorde.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis, Nederland. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s