Homerus en de woede van Achilles.

Ik heb in 1958 eindexamen gedaan en toen een paar maanden de tijd gehad om te bekijken wat ik wilde gaan studeren. Het curriculum voor sociologie, waar ik naar gekeken heb, viel me nogal tegen. In de eerste plaats leek het me geweldig veel[1] en verder hing het, voor zover ik dat kon zien, als los zand aan elkaar. Aan de sociologische handboeken die ik toen heb ingekeken kon ik geen touw vastknopen en ik was er nog wel apart voor naar Amsterdam gereisd om ze in de UB in te zien. Sociologie dus niet. Ik was wel goed in bètavakken, maar ik had alpha gedaan omdat ik Grieks zo aardig vond en ik had geen zin om er nog een jaar aan vast te knopen op het gymnasium voor een extra bèta diploma. Van klassieke talen die me het meest interesseerden, wist ik eigenlijk niet wat ik er mee zou moeten later, want leraar worden wilde ik echt niet. Mijn oudere zus deed rechten en was daar wel over te spreken en dat heb ik toen ook maar gedaan. Nooit een moment spijt gehad. Zo gaan die dingen.
Ik kreeg een paar jaar geleden van iemand een tekst toegestuurd uit die groengele serie van Cambridge University Press, die door een Nederlandse was geschreven, Irene J. F. de Jong. Daaruit bleek dat zij zelf en nog een heel reeks andere Nederlandse classici daadwerkelijk wetenschappelijk onderzoek deden. Dat had mij ook wel wat geleken.
Ze schreef onder meer:
Our understanding of Greek particles has advanced greatly since the publication of Denniston’s standard text, not least, if some chauvinism is allowed, thanks to the work of Dutch scholars on τɛ, πɛρ, μήν, δή, and ἄρα. Finally, the insight has dawned that we should approach the oral syntax of Homer somewhat differently from that of later, written texts. It is a flow through time rather than a structure on the space of a page, and keeping this principle in mind can help us to appreciate and better understand the construction of his sentences.
Een interessante gedachte.
Niet dat ik er nu nog zin in zou hebben om klassieken te gaan studeren of intussen spijt heb van mijn keuze in 1958, maar het is toch wel heel anders dan voor een klas staan, waarvan het grootste deel helemaal geen zin heeft om Grieks of Latijn te leren, wat iets is wat je toch moet doen als je later Homerus wilt kunnen lezen.
Les geven op zich zelf vind ik overigens prima. Ik heb het een paar jaar gedaan aan de juridische faculteit en het ging me heel redelijk af. Mijn overgrootvader en twee generaties voor hem waren onderwijzers en leraren en zoiets zit dan kennelijk toch in de genen.
Aan dat les geven zit trouwens nog een aardige anekdote vast. Die zus waar ik het over had is het notariaat in gegaan en kwam pas als docente terug naar de universiteit toen ik daar al lang weer weg was. Een jaar of vijf en twintig geleden had ik een cliënt, die tegen me zei: mijnheer Kasdorp, ik geloof niet dat U me herkent, maar ik heb vroeger les van U gehad op de UvA. En weet U wat ik nu zo leuk vind? Mijn dochter loopt daar nu college en die heeft les van Uw dochter!! Prachtig vond mijn zus dat, die er inderdaad altijd wat jonger uit gezien heeft dan zij is.
Maar nog even terug naar dat boek van die Mevrouw de Jong. Zij betoogde volgens mijn correspondent dat boek 22 het centrale punt was van de Ilias waar het hele drama eigenlijk over ging. Ik heb haar boek nog niet uitgelezen en als ik dat wel gedaan zal ik er misschien nog eens op terug moeten komen. Maar voorlopig ben ik het hier niet mee eens.
De Ilias gaat over de mènis van Achilles, wat het beste omschreven kan worden als een toestand van de hersenen en de bloedsomloop waarbij de mensen een rood waas voor de ogen krijgen. Woede eerst, wrok later, maar heftige negatieve gevoelens in elk geval.
Achilles was de held waar het Griekse leger voor Troje om draaide en zijn afwezigheid bleek een ramp. Eerst leek dat even anders, toen kregen allerlei anderen een kans om te laten zien dat ze ook wat konden. Maar langzaam aan nam de Trojaan Hector de dominantie over die Achilles zoveel jaren op het slagveld had gehad. De Grieken werden teruggedrongen naar de schepen en ze sneuvelden bij bosjes. Iedereen deed zijn best om Achilles terug te krijgen op het slagveld, maar die weigerde dat, hij bleef bóós.
Tot in boek 16 zijn vriend Patroclus kwam en hem smeekte zijn wapenrusting te mogen lenen zodat de Trojanen zouden denken dat Achilles terug was. Dat mocht, als hij maar beloofde uit de buurt van Hector te blijven. De scene waarin deze ontmoeting tussen Achilles en Patroclus wordt geschilderd is een van de mooiste passages uit Homerus.
En in boek 16 draait dan het verhaal. Patroclus sneuvelt tegen Hector en de mènis van Achilles richt zich nu tegen Hector in plaats van tegen Agamemnon en de Grieken die zijn kant hadden gekozen. Van 16 tot 22 duurt het tot het tot er een gevecht komt tussen die twee, waarin Hector sneuvelt.
Ook na de dood van Hector duurt de woede voort en komt pas wat tot bedaren als Priamus, de oude vader van Hector, dwars door de vijandelijke linies naar de tent van Achilles komt om hem te smeken het lijk van Hector af te staan, zodat het ordentelijk begraven kon worden.
Dat is het einde van de mènis en het verhaal en boek 16 is het keerpunt. Zo zie ik dat, tenminste. De Ilias is schitterend drama en het voorbeeld voor voor Aeschylus, Sophocles en Euripides.

[1] Ik heb later van sociologen gehoord dat niemand dat eigenlijk allemaal las, ook de hoogleraren niet, behalve dan Goudsblom en dat die boekenlijsten er alleen maar waren pour épater les bourgeois. Geen reden, denk je, om achteraf spijt te hebben van je keuze.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in literatuur, onderwijs. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s