Wel en geen begrip hebben voor.

Elsbeth Etty vermeldde indertijd, naar aanleiding van de aanslagen in New York, Londen en Madrid, in het NRC Handelsblad, dat de uitdrukking ‘begrip hebben voor’ niet in Van Dale staat. Ik zelf gebruik het begrip als een equivalent voor niet kwalijk nemen, of er in kunnen komen, of een andere lichte vorm van goedkeuren. Ik geloofde haar niet meteen toen ik dat las en heb het opgezocht, maar ze had wel degelijk gelijk[1]. Toch is dat vreemd, vind ik, want ik gebruik die uitdrukking al op deze manier sinds de dagen van olim en ik heb nooit gemerkt dat mensen dat vreemd vonden of verkeerd begrepen. Etty had haar vondst nodig om moslims te verdedigen die begrip zeiden te hebben voor de zelfmoordaanslagen in die jaren.
Mijn vermoeden is toch dat wanneer 48% van ondervraagde moslims begrip had voor het gedrag van de aanslagplegers dat daar een vorm van instemming, of in elk geval van gebrek aan veroordeling in stak. Mijn vermoeden is verder dat Elsbeth Etty dat ook zo zag, maar er wat schijnheilig over deed in dat artikel. Dat is dan net als twee Nederlandse ministers die ik in die zelfde tijd geïnterviewd zag worden op de televisie. Waarschijnlijk vonden ze alle drie dat het ‘begrip hebben voor’ van zo’n groot deel van de moslimpopulatie in Nederland een vreedzame samenleving met ons andere mensen niet echt bevorderen kon en dat het daarom beter verdonkeremaand kon worden.
Maar alle interviews met onderwijzers en sociale werkers die beroepshalve met jeugdige Turken en Marokkanen van doen hebben bevestigden de uitslag van die enquête. Een groot deel van de Nederlandse moslimpopulatie had begrip voor de moorden.

Het proberen te voorkomen van strubbelingen door overheden is natuurlijk oké, maar niet op deze manier. Door een bewust verkeerde voorlichting wordt altijd meer kwaad aangericht dan er mee voorkomen wordt en dat is zeker ook hier het geval geweest. Het was het begin van de definitieve scheiding der geesten die zich in dit land ontwikkeld heeft. Aan de ene kant de struisvogels en aan de andere de rest van ons, die de ogen open willen houden en het succes van de integratie afmeten aan een gelijktijdig verdwijnen van ‘begrip voor’ geweld en bedreiging met geweld.
Veel intellectuelen in Nederland en andere Westerse landen hebben overigens meer begrip vóór dan van de islam. Ze zien het als een godsdienst die met het moderne katholicisme of protestantisme te vergelijken is. Erik Jan Zürcher, indertijd directeur van het IISG, stelde het mohammedanisme in zijn advies aan de WRR gelijk aan de christelijke godsdiensten. Daar is hij later wel enigszins op terug gekomen, maar veel te laat.
Een partij op een mohammedaanse basis stelde hij in het advies dat Nederland aan de EU uitbracht over dit onderwerp, gelijk aan ons CDA of de Duitse CDU. Progressieve intellectuelen houden het erop dat het mohammedanisme even goed kan samengaan met een humanistische levensopvatting als de inheemse godsdiensten, maar daar vergissen ze zich in. Het aanvaarden van humanistische beginselen is voor moslims wel degelijk een groot probleem.

De islam kun je in het Nederlands vertalen als de onderwerping van de gelovige aan zijn god. Hij hoort zonder kritiek te doen wat door de boodschapper van hem wordt gevraagd, of hij het nu begrijpt of niet. Een eigen opvatting over de geloofswaarheden en maatschappijopvattingen, zoals die van protestantse gelovigen wordt verwacht, is in de islam juist verboden. De islam is bovendien niet iets dat op een speciale dag van de week en in een daarvoor speciaal gereserveerd gebouw kan worden gelokaliseerd. Dat is sinds de twintigste eeuw wel het geval met het moderne christendom, dat overigens ook op Zondag al geen dingen meer van de mensen vraagt die met de humanistische beginselen in strijd komen.
Hoe men zich dient te onderwerpen leert de moslim van de koran, die het woord van God bevat en verder uit de op schrift gestelde islam traditie, de soenna of hadith. Het boek en de traditie worden beide met gezag uitgelegd door de gemeenschap van de gelovigen. Als alle gelovigen het eens zijn kunnen zij zich niet vergissen, dat is hun door de profeet Mohammed toegezegd: de gemeenschap van de gelovigen is in het bezit van de waarheid[2].
Wanneer wij discriminatie verbieden op grond van ras, huidskleur, geslacht, taal, politieke overtuiging, nationale of sociale herkomst, bezit en maatschappelijke status, ontleend aan geboorte of aan iets anders, dan hoort ook de religie in dit rijtje, omdat we het zien als een persoonlijke eigenschap, iets waarmee een individu zich van een ander kan onderscheiden. Aan zijn waarde als mens doet de godsdienst niet toe of af.
Dat is een typische humanistische en individualistische manier om naar religie te kijken. Zij is kenmerkend voor onze cultuur en een mohammedaan zal er zich niet in herkennen.
Discriminatie is voor moslims een kwestie van wel gelovig of niet gelovig en wie niet gelovig is mag niet alleen, maar moet zelfs worden gediscrimineerd, want hij staat buiten de waarheid.
Mensen hebben in zijn ogen waarde als subjecten van God. Niet buiten en zeker niet boven God. Een rechtgelovige islamiet zal de waarde van een mensenleven achter stellen bij de waarden die hem door zijn geloof worden voorgehouden, inclusief de waarde die zijn eigen leven. Zelfmoord voor een goed doel is voor hem niet alleen denkbaar, hij vindt het lofwaardig.
Daar staat tegenover dat de islam ook veel humane trekken heeft en in de ethiek van alledag meestal niet zover van de humanistische en de joods-christelijke opvattingen afstaat. Het is onderdeel van de leer van Mohammed dat de mensen die God dienen zonder moslim te zijn, d.w.z. de joden, christenen, gnostici en de aanhangers van Zoroaster alleen maar gedeeltelijk buiten de waarheid staan.
Zij zijn mensen van het Boek en moeten door moslims met respect worden behandeld. In dat opzicht is er wel een groot verschil tussen het eerste deel van de koran dat stamt uit zijn tijd in Mekka en het laatste deel dat in Medina tot stand kwam. Mohammed’s eerdere eerbied voor de oudere monotheïstisch religies nam af in de conflicten met de joden en christenen in Medina, die weigerden zich tot zijn inzichten te bekeren.
Tot die inzichten behoorde onder meer dat veel van de boodschap in de christelijke bijbel en in de joodse thora in de loop van de jaren is verduisterd door priesters en schriftgeleerden.
De houding van de islam tegenover joden en christenen is om die reden altijd ambivalent geweest. Dat komt ondermeer tot uiting in het voorschrift betreffende de heilige oorlog, de jihad. Hierover bestaat overigens geen oemmawijde opvatting binnen de islam en dus ook geen algemeen geldende waarheid.
Een verwant en soortgelijk omstreden begrip is de omvang van de Dar al-Islam, het land dat als het grondgebied van de islam kan worden beschouwd. Daarbinnen moet vrede heersen. Tegenover de Dar al-Islam staat de Dar al-Harb, het gebied waar de heilige oorlog geoorloofd is en onder omstandigheden ook verplicht. Sommigen zien alleen het Arabië van Mekka en Medina als Dar al-Islam, anderen alle gebieden waar aanhangers van Mohammed ooit aan de macht zijn geweest. Daaronder vallen dan India, Sicilië, Spanje en alle voormalige gebieden van het Turkse rijk.
Als men tegen deze achtergrond kijkt naar de manier waarop moslims in Nederland en andere plaatsen in de wereld op de gebeurtenissen van 11 September hebben gereageerd, dan zou daar het volgende over kunnen worden gezegd:
De godsdienstige voorschriften van de islam bevatten geen ondersteuning voor het gedrag van de terroristen. Er is geen algemeen aanvaarde uitleg van het begrip jihad of Dar al-Islam die aanvallen op het westen en meer in het bijzonder op Amerika zou rechtvaardigen. Het doden van onschuldigen is in elk geval tegen de voorschriften van de koran, zelfs als dat onbewust zou gebeuren. In de koran komen begrippen als collateral damage niet voor. De aanslagplegers zijn moordenaars volgens de eigen leer, want de moord op onschuldigen wordt door niets gerechtvaardigd.
Maar de islam is niet alleen een godsdienst met ethische en rituele regels. Zij is ook een beschaving die zich nadrukkelijk van de westerse beschaving onderscheidt. Is het niet veel waarschijnlijker dat de terroristen geïnspireerd zijn door deze beschaving, die zij bedreigd voelen door het Westen en meer in het bijzonder bedreigd door Israël en haar beschermheer de U.S.?
Een flink aantal midden oosten deskundigen hebben zich in die richting geuit. Maar voor een gelovige moslim kan de islam niet worden bedreigd en Allah heeft geen bescherming nodig. Dat aan de andere kant een cultuur, die door de omstandigheden wordt gedwongen om zich aan te passen, zich wel bedreigd gaat voelen, dat is in de historie niet iets uitzonderlijks. Hoe dan ook, over de aanslagen moet geen verwijt gemaakt worden aan de godsdienst, haar heilige boek of haar profeet. Het zijn de moslims zelf waar we ons tegen moeten richten.
Voor een aanpassing van de islamitische beschaving aan de moderne tijd is hoogstwaarschijnlijk een nieuwe en aangepaste uitleg van de koran vereist. De gedachte dat die uitleg door de eeuwen heen dezelfde zou zijn gebleven is historisch bewijsbaar onjuist. Vanaf de eerste decennia van het bestaan van de islam is de uitleg aangepast aan nieuwe problemen die zich voordeden. Daar is pas een einde aan gekomen toen, na de val van Bagdad, de vitaliteit uit de beschaving verdween. De olierijkdommen hebben het mohammedanisme een nieuw lease on life gegeven en er lijkt nieuwe beweging te zijn gekomen in haar cultuur. Het is een taak voor de moslimgeleerden om leiding te geven bij de aanpassing aan de problemen van de moderne tijd. Een moderne uitleg van hadith en koran zou de moslims steun kunnen geven bij dit proces. De grote universiteiten, zoals die van Cairo, zouden daarvoor het voortouw horen te nemen. Maar van veel beweging in die richting is tot dusver geen sprake geweest.

[1] Etty moet, net als ik in eerste instantie, een oude druk hebben geraadpleegd. In de nieuwste druk staat ‘begrip hebben voor’ wel degelijk in de door mij gebruikte betekenis.
[2] Het lijkt zo dat Mohammed dit leerstuk in het leven heeft geroepen om te voorkomen dat leraren en wetsuitleggers een monopolie zouden krijgen op de interpretatie van zijn leer en zich zo tussen de gelovige en de godheid zouden plaatsen, maar als dat zijn bedoeling is geweest dan is hij in dat voornemen niet geslaagd.

Advertisements

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geloof, geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s