Bureaucratie.

Na een assistentschap op de universiteit heb ik mijn werkzame leven doorgebracht in het vrije beroep. De laatste twintig jaar ervan als advocaat.
Met bureaucratie heb je daar minder te maken dan op de universiteit, al was de omvang van het kantoor waar ik de laatste jaren voor mijn pensioen werkte wel mega. Het ging toen bureaucratische trekjes vertonen, die mij er toe gebracht hebben een paar jaar eerder op te stappen dan gebruikelijk was. Echt nodig was dat misschien niet geweest, want als compagnon ben je je eigen baas en hoef je je daar niet al te veel van aan te trekken. Maar vrijheid is een groot goed en door wat eerde op te stappen ben ik in feite langer blijven werken dan anders het geval was geweest.

Echte bureaucratie, en dan van binnenuit, heb ik eigenlijk alleen meegemaakt toen ik een aantal jaren voor mijn pensionering op verzoek van een interim bestuurder een juridische afdeling heb gesmeed uit de juristen die verspreid in die organisatie werkten. Ik deed dat door één dag in de week een paar uur met ze te vergaderen over het werkprogramma van de komende week, over alles waar ze zich de voorafgaande week mee bezig hadden gehouden en door de rest van die dag individueel werk met ze door te nemen. De rest van de week was ik beschikbaar voor telefonische consultatie. Dat kon moeilijk anders want ik had een eigen praktijk en een sectie op mijn kantoor waar ik verantwoordelijk voor was. Het was een pressure cooker systeem, maar het werkte redelijk.

De juristen in die grote organisatie waren gewone mensen zoals U en ik. Ze hielden dus niet van bureaucratie, als ze daar zelf mee in aanraking kwamen, bijvoorbeeld wanneer de personeelsafdeling niet snel genoeg reageerde naar hun zin of gewoon, in het dagelijkse leven, als ze op het postkantoor in de rij stonden en het loket ging voor hun neus dicht vanwege de koffiepauze van de beambte.
Wat ze absoluut niet in de gaten hadden was dat zij zelf andere mensen bureaucratisch behandelden, als die van de afdeling afhankelijk waren voor het verkrijgen van vergunningen of voor andere vormen van medewerking.
Ik herinner me het geval van een vergunning voor een manifestatie die ruim op tijd was aangevraagd maar aan de betrokken medewerker om een of andere reden te laat in behandeling was gegeven.
De organisatoren van de manifestatie werden wat ongerust en belden een paar keer. De medewerker voelde zich absoluut niet verantwoordelijk voor de vertraging en raakte geïrriteerd door de telefoontjes. “Ik zit hier niet alleen voor U”, was zijn reactie “en ik heb nog wel wat andere dingen te doen ook”. Toen ik hem uitlegde dat nu precies het soort gedrag van een overheidsinstelling was waar hij zich zelf in het omgekeerde geval aan ergerde, kostte het eerst nogal wat moeite om hem daarvan te overtuigen.
Hij had ook best gelijk dat hij andere dingen te doen had, terwijl het nagaan of aan de voorwaarden voor de vergunning voldaan was, veel werk betekende. Hij had verder gelijk dat het niet aan hem persoonlijk te wijten was dat de aanvraag zo laat in behandeling was genomen. Wat ik in hem respecteerde was dat hem, zij het met wat moeite, duidelijk kon worden gemaakt dat naar de buitenwereld toe de fouten van anderen in de organisatie als eigen fouten moeten worden behandeld en dat excuses en een snelle afhandeling dan op hun plaats zijn.

De grondoorzaak van de irritatie die mensen ondervinden bij de omgang met grote, niet commerciële organisaties is dat hun prioriteiten en die van de bureaucraat maar zelden matchen. Binnen een niet-marktgerichte organisatie worden de prioriteiten bepaald door interne regels. Op het naleven van de regels wordt een beambte afgerekend. Als zijn handelen ergernis of ongelukken veroorzaakt in de buitenwereld, dan kan hem weinig gebeuren als hij zich aan de regels heeft gehouden. Wijkt hij om redenen van menselijkheid van de regels af en wordt dat achteraf gezien als een vorm van ongeoorloofde bevoordeling van de betrokken burger, dan zijn de rapen gaar.

Wil de overheid haar organisaties klantvriendelijk maken, zoals je dat wel eens hoort, dan zal zij haar ambtenaren niet uitsluitend meer op het naleven van interne regels moeten afrekenen, maar zal in het beoordelingsbeleid, zoals bij promoties, functioneringsgesprekken e.d., ook rekening moeten worden gehouden met de reacties van de buitenwereld op het functioneren. Hoe die reacties moeten worden gemeten is een technisch probleem. Als de overheid daar zelf geen sjoege van heeft bestaan er genoeg deskundigen die haar daarover, tegen een fatsoenlijke honorering, willen adviseren.

Advertisements

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Organisaties. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s