Schuld aan slavernij.

De slavernij waarvan een deel van de voorouders van Surinamers en Antillianen het slachtoffer zijn geweest, vindt zijn oorsprong in Afrika zelf. De grootscheepse handel in zwarte slaven werd in de middeleeuwen georganiseerd door de Arabieren. Timboektoe in Mali, aan de Zuidelijke kant van de karavaanroute door de Sahara, was het grote Afrikaanse slavendepot. Het was een centrum van zout- en slavenhandel, lang voor een aantal plaatsen aan de westkust dat werden. De westkust werd voor die handel pas belangrijk toen er vraag begon te ontstaan naar menselijke handelswaar in de Spaanse en Portugese koloniën, in de zestiende eeuw.
De Afrikaanse slavenhandel is ontstaan als een product van de onophoudelijke oorlogen tussen negerstammen. Het alternatief zou zijn geweest de krijgsgevangenen om het leven te brengen. Veel van de demonstranten tegen de slavernij, hier en in Amerika, zijn nakomelingen van Afrikanen die hun leven danken aan het bestaan van die handel. Daarnaast zijn zij ook zichtbaar de nakomelingen van degenen die de Afrikaanse slaven als slavenhouders hebben geëxploiteerd[2]. De kans dat de demonstranten indertijd tegen Verdonk in het Oosterpark slavenhouders onder hun voorouders hadden is veel groter dan dat de minister zelf van slavenhouders zou zijn afgestamd.
De slavenhandel was hier in West Europa van het eerste begin af impopulair en er waren maar weinig mensen bij betrokken.

Slavernij was wel in de klassieke oudheid een ingeburgerd instituut. In de christelijke landen was zij in de loop van de geschiedenis geleidelijk aan verdwenen. De Kerk verzette zich ertegen en bevorderde het bevrijden van slaven. Niet als een goddelijke deugd, zo erg waren ze er nu ook weer niet tegen, maar als een van de menselijke deugden[3]. In de continue strijd van het christendom tegen de islam rond de Middellandse Zee was er geen gebrek aan christelijke slaven die van de mohammedanen konden worden vrij gekocht of door middel van oorlogen bevrijd. Ook dat maakte de slavernij als instituut hier niet erg populair. De herleving van het instituut en de handel in slaven in de zestiende eeuw was helemaal geen vanzelfsprekende ontwikkeling. In Spanje en Portugal werd zij verdedigd met een verwijzing naar het lage allooi van de zwarte slaven, die niet met normale christenmensen konden worden vergeleken. Ook verwees men naar de doden die vielen onder de Indiaanse dwangarbeiders in de Zuid Amerikaanse mijnen. Zwarte slaven zouden beter geschikt zijn voor dat werk en hun komst werd door de paters in Paraguay en elders in de koloniën bevorderd uit medelijden met de Indianen.
In de Nederlanden vond men de slavenhandel onchristelijk. Zij kwam hier nauwelijks voor, al woonden hier wel slavenhandelaren en werd een deel van die handel vanuit Nederland gefinancierd. In een aantal koloniën die men op de Spanjaarden en Portugezen veroverde of, zoals in het geval van Suriname, met de Engelsen ruilde, werden slaven en de infrastructuur voor slavernij aangetroffen en niet onmiddellijk afgeschaft.
De onmenselijke toestanden die in de mijnen en op sommige plantages werden aangetroffen, wekten afschuw bij buitenstaanders. Maar vooral de toestanden op de slaventransportschepen waren zonder uitzondering erg slecht. De schepen verspreidden overal waar ze kwamen een verschrikkelijke stank en vormden een varend pleidooi voor de afschaffing.
De slavernij is uiteindelijk afgeschaft op initiatief van de Engelsen en niet als gevolg van het optreden van de slaven zelf. Daarvoor verkeerden die ook niet in een positie. De abolitie was een gevolg van politieke en kerkelijke acties in heel West Europa, maar dus met name in Engeland. In andere delen van de wereld en vooral in Arabische landen is zij onder zware druk van West Europa en eeuwen later pas afgeschaft. In de uithoeken van de Dar al Islam, waar de beschaafde invloed altijd gering is geweest, bestaat zij nog steeds.
Het slavernij monument in Amsterdam moet worden beschouwd als een eerbewijs aan degenen die de slavernij hebben afgeschaft en als een teken van duurzaam verwijt aan het adres van de Antilliaanse en Surinaamse plantagehouders die slaven hebben geëxploiteerd en bij hun afstammelingen in de Bijlmer hun Europese genen hebben achtergelaten.

[1] 1/7/2005
[2] De Surinaamse Creolen zijn een mengras van blank en zwart.
[3] De kerk van Rome verdeelde haar deugden tussen de menselijke en de goddelijke. De goddelijke zijn Geloof Hoop en Liefde. Die lijst is terug te vinden in 1 Korinthe 13:13. Menselijke deugden zijn de klassiek die ook al bij Plato en Aristoteles zijn terug te vinden.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in beschaving, Engeland, ethiek, geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s