Homo’s op school.

Het volgende zijn twee citaten van de VARA site Joop.

Michèl Tromp, raadslid VVD Amsterdam Nieuw-West, vindt het een slechte zaak dat er op scholen speciale voorlichting wordt gegeven over homo’s. Homo’s moeten volgens hem vooral als normaal in plaats van speciaal worden gepresenteerd, schrijft hij in onderstaande bijdrage. Tromp ging er over in debat met Vera Bergkamp, directeur van het COC.
Tijdens de Gay Pride liet het COC vliegtuigjes rondvliegen met de tekst “Voorlichting op alle scholen”. Prima, maar denk goed na over de vorm! Wat waren we uitgelaten, destijds in 1979 als leerlingen uit klas 2: een heuse brandweerman, de vader van een klasgenootje, kwam langs en toonde in zijn brandweerpak wat hij zoal deed. Het maakte diepe indruk op mij. Wat een speciale dag! Deze man moest toch wel erg speciaal zijn.
Precies om die reden zou ik willen pleiten bij GLBT-belangenorganisaties als het COC om niet meer langs scholen te gaan. Je maakt het in mijn ogen namelijk veel te speciaal dat iemand homo is. De leraar of lerares voor de klas moet het toch aankondigen wat die ogenschijnlijk zeer normale man of vrouw die daar in de deuropening staat, toch zo bijzonder maakt: “Jongens en meisjes, vandaag hebben we een gast. Ik wil jullie graag voorstellen aan Pieter en Pieter is homo…”. Dat maakt het allemaal wel heel speciaal: als er iemand helemaal voor naar school komt?

Het commentaar is van Hannes Minkema, lerares Nederlands op een middelbare school.

Tromp is naïef. Hij zou een punt hebben als de school voor kinderen de enige, of belangrijkste bron van informatie zou zijn over de wereld om ons heen en in dit geval over seksualiteit. Maar dat is niet zo. Een groeiend deel van de kinderen, in de grote steden inmiddels de helft, krijgt thuis met de paplepel ingegoten dat homo’s vies, zondig en onnatuurlijk zijn. Weer andere kinderen leren dat op straat, van hun vriendjes of vriendinnetjes. Het scheldwoord ‘homo’ is reuze populair en dat kan geen kind ontgaan. Gezien deze botte feiten is het rijkelijk naïef te menen dat kinderen ‘vanzelf’ homo’s de gewoonste zaak van de wereld gaan vinden als meester of juf er maar niets over zegt en er af en toe twee mannen in een schoolboek getrouwd zijn. Kinderen zijn niet gek! En laten zich niet zo gemakkelijk manipuleren. Homoseksualiteit is in de praktijk NIET net zo normaal als roodharigheid. Want roodharigen:
– worden niet door tal van godsdiensten als zondig gezien en gediscrimineerd;
– worden niet in het uitgaansleven in elkaar geslagen;
– hebben geen moeizame ‘coming out’ nodig, wat op hindernissen bij zelfacceptatie en acceptatie door de omgeving wijst;
– mogen in alle landen ter wereld trouwen;
– twee getrouwde roodharigen kunnen probleemloos kinderen krijgen;
– hebben geen belangenorganisatie die om de haverklap in de krant staat;
– hebben geen televisiegenieke Red Hair Parade in de Amsterdamse Grachten;
– en zo nog wat.
Homo zijn is niet abnormaal omdat homo’s abnormaal zijn. Ze zijn immers in statistische zin niet abnormaler dan roodharigen. Homo zijn is abnormaal omdat de samenleving abnormaal reageert op homo zijn. Met discriminatie, met politieke correctheid, met speciale maatregelen of gebruiken. En inderdaad, ook op het seksueel-technische vlak komen leerlingen voor raadsels te staan als het om homo’s of lesbo’s gaat.
De taak van school is niet leerlingen zo te manipuleren dat ze politiek-correct wereldvreemd worden (“don’t mention the war/jews/blacks/gays/commies”) maar dat ze de wereld leren kennen inclusief een aantal minder fraaie kanten. En inclusief de gangbare normen in de samenleving, die niet voor niets gangbaar geworden zijn en waar je op z’n minst kennis van moet nemen zonder dat dit tot hersenspoeling of gedachtepolitie leidt. Een school of leraar die zwijgt over het bijzondere van homo zijn, bewijst leerlingen geen goede dienst. Met name niet die leerlingen die van alles en nog wat horen, thuis en op straat, en die met vragen zitten die ze daar niet durven stellen. Zeker op de basisschool wordt de klassenleraar of -juf door de kinderen gezien als vertrouwenspersoon, met meningen die er toe doen. Het is een ingewikkelde boodschap, dat homo’s aan de ene kant bijzonder en aan de andere kant heel gewoon zijn.
We moeten het aan goede juffen en meesters durven toevertrouwen dat zij die ingewikkelde boodschap goed over het voetlicht kunnen brengen. Zodat de voordelen van dat noodzakelijke ‘bespreekbaar maken’ ver opwegen tegen het feit dat daardoor homo’s in een speciaal kader worden getrokken. Maar echt, dat ‘speciale kader’ hadden de leerlingen zelf ook allang gemerkt. Die zijn Gekke Gerritje niet!

Ik meen dat Minkema gelijk heeft. Het gaat er niet om of homoseksualiteit op de scholen aanvaard zou moeten worden maar of het de facto aanvaard wordt. Dat is kennelijk niet zo of nog niet zo of misschien zelfs niet meer zo. Maar hoe dan ook, het merendeel van de schoolkinderen is tegen homo´s en vindt ze gek. Het is inderdaad een taak voor de leerkrachten om ze te leren er op de juiste manier mee om te gaan. Wat die juiste manier is kunnen die meesters en juffrouwen het beste zelf beslissen. Dit is typisch zo´n onderwerp waar regels niet helpen. Of de leerkracht doet het goed en dan wordt er minder gepest of mishandeld of ze doet het niet goed en dan zijn de homokinderen of leraren het slachtoffer. Daar helpt geen moedertje lief aan.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in maatschappelijk, onderwijs. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s