Nijkamp, econoom op de VU.

We hadden een vorig kabinet waarin de premier en de twee vicepremiers hun opleiding aan de Vrije Universiteit in Amsterdam hadden genoten. Dat kabinet zat met de zwaarste economische crisis sinds de dertiger jaren en men zou daarom mogen verwachten dat ze begrepen hoe een economie werkt. Er is een economische faculteit aan de VU en Professor Dr. Peter Nijkamp is daar hoogleraar. Hij schreef op de forumpagina van de Volkskrant (26/9/09) een artikel over het onderwerp dat Wilders c.s. zo bezig houdt, n.l. de kosten van de niet-westerse immigrant. De strekking van het artikel was dat immigranten juist veel geld opleveren. Nijkamp is adviseur van de minister van economisch zaken en hij bereidde indertijd ondermeer een brede maatschappelijke discussie voor over de economische en maatschappelijke effecten van de nanotechnologie. Wat hij te zeggen heeft, daar luistert een kabinet naar. Hoe goed het kabinet wordt voorgelicht door de VU moet U zelf maar beoordelen, er van uitgaande dat Professor Nijkamp representatief is voor wat er aan de VU wordt gedoceerd.
Ik vat zijn artikel puntsgewijze samen. Als U meent dat het wat onsamenhangend is zult U mij dat, hoop ik, niet kwalijk nemen. Naar mijn mening is de samenvatting correct en als U twijfelt leest U het artikel zelf maar.
Het immigratiebeleid van de Nederlandse overheid was in het verleden hoofdzakelijk gericht op het reduceren van de instroom en op de verbetering van de sociaaleconomische positie van de immigranten met het oog op hun uiteindelijke terugkeer.
Immigranten zijn te onderscheiden in economische en humanitaire. Het toelaten van vluchtelingen ( humanitaire immigranten) is humanitaire plicht. Bij economische immigratie past een economisch beleid.
Men make de volgende vergelijking: een transportbedrijf breidt uit en neemt nieuwe chauffeurs in dienst. De marginale opbrengst van iedere nieuwe chauffeur dient hoger te zijn dan alle directe en indirecte kosten (van de chauffeur).
Men moet niet alleen naar de kosten maar ook naar de opbrengst kijken. Dat betekent dat de ondernemer bij het vaststellen van het salaris dient te berekenen hoe (per saldo) de positieve bijdrage aan de bedrijfsdoelstellingen van de nieuwe employee zal zijn. Het salaris hoort zo te worden vastgesteld dat de bijdrage van de chauffeur maximaal is
Die bijdrage hoort men te meten in de tijd. Er is een inwerkperiode nodig. ( de kosten en opbrengstcurven lopen niet parallel in de tijd)
Deze redenering geldt op nationale schaal onverkort voor de arbeidsimmigranten. Het belang van de samenleving is hetzelfde als het bedrijfsbelang in het voorbeeld.
Hij onderscheidt de volgende componenten in de bijdrage van de immigrant: a. arbeidsinkomen en winst minus uitkering
b. bijdrage aan innovatie, toerisme en handel
c. bijdrage aan creatief stedelijk milieu te verminderen met sociale kosten als bijvoorbeeld criminaliteit.
De schrijver gaat er van uit dat een aantal componenten niet op geld waardeerbaar zullen blijken maar veel anderen wel.
De internationale literatuur leert dat de positieve effecten van arbeidsmigratie de negatieve ( de kosten) overschrijden.
Het positieve saldo voor Nederland loopt in de miljarden, te beredeneren als volgt: a. De meesten hebben een baan. Alle salarissen vormen een bijdrage aan het BNP. Het zelfde geldt voor de winsten van etnische ondernemers.
Het aantal patenten neemt toe in regio’s ( de grote steden) met veel culturele diversiteit, wat wijst op een hogere innovatiegraad. In dezelfde regio’s neemt als gevolg van de grotere diversiteit het toerisme en de internationale handel toe.
Van de positieve miljarden dient men de kosten van uitkeringen en van de toegenomen criminaliteit weer af te trekken. Het valt niet te bewijzen dat deze kosten hoger zijn dan de opbrengsten.
De oplossing voor de kosten van criminaliteit, importbruiden e.d. is: de gebruiker betaalt. Ieder bedrijf dat buitenlandse arbeidskrachten in dienst neemt moet 10% van de loonsom jaarlijks?) afdragen aan het Rijk. Het Rijk stort dit af in een fonds ter financiering van de extra kosten van immigratie.
Hiermee kan de discussie over de kosten van immigranten in de kiem worden gesmoord.
Ik zal in mijn commentaar de volgorde van Nijkamp volgen.

Dat het beleid de facto op beperking van de instroom gericht geweest is valt niet vast te stellen. Vast staat dat bij een aantal politieke partijen die bedoeling heeft voorgezeten, maar veel effect heeft de beperking door de jaren heen niet gehad. Misschien bedoelt Nijkamp met het verbeteren van de sociaaleconomische positie dat bij het toewijzen van goedkope huisvesting en andere overheidsfaciliteiten aan immigranten een voorkeursbehandeling is gegeven. Dat heeft er mede toe geleid dat de Nederlandse bevolkingsgroepen die ook voor deze faciliteiten in aanmerking wilden komen het beleid als unfair hebben ervaren.
Het maken van een onderscheid tussen humanitair en economisch houdt in het door elkaar halen van feitelijke en normatieve categorieën en dat is onwetenschappelijk. In de praktijk is dat onderscheid bovendien meer bureaucratisch dan materieel. Voor de immigranten uit de voormalige koloniën geldt het onderscheid niet, evenmin als voor de component gezinshereniging, waarschijnlijk de belangrijkste kwantitatieve factor in de immigratie.
De vergelijking tussen een nationale economie en een bedrijf gaat niet op. De Nederlandse overheid laat geen immigranten toe op grond van een bedrijfseconomische analyse en kan dat ook niet doen. Bij het verstrekken van vergunningen tot voorlopig verblijf gekoppeld aan een bewijs van tewerkstelling zou het misschien kunnen, maar dan praten we over hooggeschoolde werknemers, tegen wie de bezwaren van Wilders c.s. niet gericht zijn. De tijd van de gastarbeiders ten opzichte van wie wie een economisch beleid zou kunnen worden gevoerd is al decennia voorbij. De laatste keer dat de Hoogovens arbeiders uit Turkije of Marokko hebben gehaald was in de zeventiger jaren en de hoogtij van de gastarbeider was nog tien jaar eerder. Nu zijn ze er weer uit Polen andere Oost-Europese landen en over het algemeen worden ze niet hier naar toe gehaald maar komen ze op eigen initiatief. Ten aanzien van hen kan geen beleid worden gevoerd op nationale schaal, met name niet omdat hun thuislanden grotendeels lid zijn van de EU.
Natuurlijk kijkt een werkgever naar het saldo van kosten en opbrengsten van een werknemer. Maar dat betekent niet dat hij vrij is bij het vaststellen van de loonkosten. Hij moet letten op de precedentwerking van het loon van een nieuwe werknemer binnen zijn bedrijf en bovendien worden die kosten deels door C.A.O.’s en door wetten bepaald. De saldo-opbrengst zal hij proberen te benaderen door de marginale kosten van de nieuwe werknemer af te trekken van de te verwachten marginale opbrengst. Dat is in andere woorden een benadering van de vraag of per saldo door het in dienst nemen zijn winst zal stijgen of zal dalen. Hij zal als hij een goede ondernemer is daarbij kijken naar de contante waarde van opbrengst en kosten door de jaren heen en bovendien naar de invloed van de indienstneming op zijn cash flow. Hoe een overheid iets dergelijks zou kunnen doen t.a.v. immigranten is duister. In ieder geval niet door – zoals Nijkamp suggereert – het salaris van de betrokken werknemer gelijk te stellen aan zijn economische opbrengst. Dat is precies het omgekeerde van wat een ondernemer doet.
Dat men niet alleen op korte termijn moet kijken is juist, maar een ondernemer kan zich dat niet altijd permitteren. Wie uitsluitend naar de toekomst kijkt kan failliet zijn voor hij zijn virtuele winsten heeft gemaakt.
Dat de individuele onderneming en de nationale economie vergelijkbaar zouden zijn is de kern van het betoog. Maar het belang van een land is niet met het belang van een individuele ondernemer te vergelijken, zoals blijkt uit de kritiek op de andere punten.
Het is een macro-economische manipulatie om allochtone inkomen en winst na aftrek van de kosten van hun uitkeringen gelijk te stellen aan de allochtone bijdrage aan de economie. Bovendien kennen we deze getallen helemaal niet. En moeten in de redenering van Nijkamp de overdrachtsuitgaven naar de thuislanden niet evenzeer worden afgetrokken als de kosten van de uitkeringen? En al konden we de bijdrage van de immigratie op deze manier berekenen en al kenden we de getallen wel, dan nog zou de vergelijking met een bedrijf niet opgaan. Het is een volledige slag in de lucht. Dat immigratie positieve kanten heeft zal verder niemand ontkennen. De verlevendiging van het straatbeeld is er zeker een van, maar dat het aantal door Marokkanen of Kaapverdianen aangevraagde patenten nu zo groot zou zijn, dat lijkt me niet waarschijnlijk. Misschien dat het patentbureau daar uitsluitsel over zou kunnen geven? Dat toerisme en handel door immigratie worden bevorderd, dat zou kunnen maar misschien is het omgekeerde wel het geval. Het zijn opnieuw slagen in de lucht.
Veel positieve en negatieve aspecten van de immigratie zijn niet in geld uit te drukken, dat is waar, maar de bezwaren tegen het betoog van Nijkamp liggen vooral op het terrein waar hij die kwantificering wel onderneemt.
Uiteindelijk blijkt het enige argument dat hij geeft voor het veronderstelde positieve saldo van de effecten van immigratie een verwijzing naar de internationale literatuur. Een quick scan leert dat die literatuur vooral uit Amerikaanse bijdragen bestaat en dat daarin Amerikaanse omstandigheden een hoofdrol spelen. De relevantie voor Nederland en andere Europese landen blijkt daaruit niet en kan zonder nadere toelichting ook niet worden verondersteld.
De oplossing die Nijkamp biedt voor negatieve kanten van de immigratie is in elk geval origineel. Zij doet wel wat denken aan die andere VU oplossing die minister Bos aandroeg voor het probleem van de 65 plussers in de zware beroepen: laat de ondernemers de zware beroepen afschaffen! Nijkamps redenering loopt als volgt: a. we beperken de negatieve kanten van de immigratie (criminaliteit, importbruiden etc.) tot hetgeen veroorzaakt wordt door de immigranten die door werkgevers naar Nederland zijn gehaald. Zoals we zagen zijn die er nauwelijks meer en voor zover ze er zijn veroorzaken ze de problemen niet. b. we heffen een belasting van 10% op de loonsom van de betrokken gastarbeider. Dat zal inderdaad effectief het verschijnsel gastarbeider, voor zover dat nog bestond, ter grave dragen, maar wat het zou kunnen doen voor de gesignaleerde kwade kanten van de actuele immigratie waar Wilders door het kabinet over wil worden voorgelicht, dat blijft een raadsel.
Met andere woorden, spaar ons voor economisch advies van de VU, we hebben betere universiteiten in Nederland waarvan ook een in Amsterdam.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geld en economie, overheid. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s