Kossmann.

Ernst Kossmann, de historicus die in 2003 is overleden, heeft zijn laatste substantiële werk geschreven in 1976. De daarop volgende zeven en twintig jaar waren het niet veel meer dan wat stukjes, zoals die later zijn gebundeld in Vergankelijkheid en Continuïteit.
Kossmann en zijn tweelingbroer, de romanschrijver Alfred, waren erudiete mensen. Ze lazen veel en schreven beiden goed, de literaire broer net iets beter dan de historicus. Maar eruditie en een goede pen zijn relatieve begrippen. Ernst Kossmann en Hermann von der Dunk schrijven leesbaarder dan gemiddeld, maar erg veel zegt dat niet. Je zou ze kunnen vergelijken met Jan Romein of met Rogier misschien, maar niet met Huizinga. Ook niet met Geyl of Fruin en zeker niet met Pirenne. Dat zijn allemaal mensen in een andere categorie.
Ernst Kossmann heeft naar het schijnt zo wat alles gelezen wat er door andere Nederlandse historici is gepubliceerd en zijn kennis van verlichting filosofen is uitgebreid, maar veel originele inzichten heeft hij nooit gepubliceerd. Zijn ” The Low Countries. History of the Southern and Northern Netherlands”, heeft in de Engelse versie nooit een herdruk beleefd, dit in tegenstelling tot de grote werken van Huizinga en Geyl en ondanks dat de Engelse tekst beter oogt dan het Nederlands van de vertaling. Zijn Groningse opvolger Ankersmit vindt dat hij een groot publiek aanspreekt, omdat hij zo goed de grote lijn weet vast te houden en zich niet in details verliest. Maar is dat wel waar?

Ik vindt zijn Geschiedenis van de Lage Landen juist een aaneenschakeling van irrelevante details en apodictische uitspraken. Hij zou de feiten meer voor zich moeten laten spreken. Te vaak oordeelt hij erover en overtuigt dan niet. Meestal geeft hij details die weinig onderling verband vertonen en vervolgens een niet goed onderbouwde mening. Ik noem een willekeurig voorbeeld uit een bladzijde die ik toevallig opsla (pag. 222 in de Nederlandse uitgave):
“De bijdragen van J.A. Alberdingk Thijm (1820-1880) tot de letterkunde, de literatuurgeschiedenis, de kunsthistorie en de andere gebieden waarop deze erudiete en welgestelde handelaar in verduurzaamde levensmiddelen, uitgever, boekhandelaar en autodidact zich bewoog, werden geprezen vooral omdat zij katholieke bijdragen waren”.
Dit is geen goed Nederlands, de zin is te lang en gekunsteld. De verduurzaamde levensmiddelen zijn irrelevant en autodidact is niet juist. Hij had gemakkelijk een voorbeeld kunnen geven uit het werk van Alberdingk Thijm om te illustreren wat hij bedoelt als hij de kwaliteit in twijfel trekt. Hetzelfde geldt voor wat hij in de volgende zin zegt over Nuyens: “Het werk van de dorpsdokter W.F.J. Nuyens (1823-1894), onder andere zijn Geschiedenis der Nederlandse beroerten in de XIVe eeuw (1865-1870), bleek boeiend omdat deze zijn onderwerp van eenzijdig katholiek standpunt wilde herschrijven. Blijvende prestaties leverden deze twee mannen niet op”
Ik heb het werk van Nuyens in de kast staan en zonder te willen zeggen dat het superieure historische literatuur is, is het toch een stuk beter dan Kossmann en in elk geval veel origineler. Dorpsdokter of niet, de man schrijft echte geschiedenis en vulde een leemte aan in de Nederlandse geschiedschrijving over de Tachtigjarige Oorlog. Wat kan Kossmann daar tegenover stellen?

Advertisements

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis, literatuur. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s