Fout in de oorlog.

In het vijfde deel van het Bureau van Voskuil komt een passage voor waarin de schrijver naar een dorpje gaat in Drenthe, voor de begrafenis van een van zijn correspondenten. Hij gaat samen met een medewerker, met de trein en per fiets. Als ze in het dorp arriveren worden ze enthousiast ontvangen. Men stelt het daar op prijs dat de twee de moeite hebben genomen om helemaal uit Amsterdam naar hun omgeving bij Emmen te komen.
Voskuil was wel op de overledene gesteld geweest. Dat, samen met de zakelijke behoefte om de relaties met correspondenten te onderhouden, was de reden geweest om er heen te gaan.
In de kerk zei de dominee iets wat hij niet helemaal thuis kon brengen, over een groot verdriet dat de overledene zijn hele leven had meegedragen. Na de dienst vroeg hij aan een van de dorpsbewoners wat dat geweest zou kunnen zijn. Dat was de dood van zijn zoon, die in het kamp om het leven gekomen was. In het concentratiekamp? Vroeg Voskuil. Nee, in het interneringskamp na de oorlog, zei de boer. Zijn zoon was SS’er en was na de oorlog opgepakt. Dan was zijn vader zeker ook NSB’er zei Voskuil. Nou en of, zei de boer. Een hele zware. En er zijn nog steeds mensen die hem dat nooit vergeven hebben. Einde scene.
Dit soort scenes zijn de sterke kant van Voskuil. Vooral omdat ze open ended zijn. Je moet er zelf maar je conclusies uit trekken en die zijn in dit geval nogal dubbel. Voskuil was op de man gesteld en hij is niet iemand die daarin vlug van opvatting verandert. Iets wat hier trouwens zonder gevolgen zou zijn gebleven, want de man was dood.
Voskuil is een rechtschapen en intelligente man en zijn sympathie voor de overledene kan ook wel een schok hebben gegeven aan zijn opvattingen over de oorlog, die bij de vooroorlogse generatie, waar hij en ik toe horen, altijd heel zwart wit zijn geweest. Het was erg moeilijk om na de oorlog sympathie op te brengen voor iemand die in de oorlog fout was geweest.
Dat verklaart misschien het onbegrip van veel jonge mensen over het ostracisme dat Willem Aantjes ten deel viel, toen lang na de oorlog uitkwam dat hij als schooljongen had lopen venten met Volk en Vaderland en dat hij bij de SS had gezeten. Dat was wel een relatief onschuldige afdeling van de SS geweest, maar toch. De SS was de persoonlijke lijfwacht van Hitler en het symbool voor alles wat er verkeerd geweest is aan de nazi’s.
Ik zelf heb ook ooit voor het dilemma van Voskuil gestaan. De enige SS’er met wie ik in mijn carrière van dichtbij te maken heb gehad was door zijn Duitse vader bij de SS aangemeld toen hij zestien was en dat kun je iemand niet kwalijk nemen. Maar er is wel een andere collega geweest in een van de kantoren waar ik deel van heb uitgemaakt die in de oorlog zelf fout is geweest en dat hoorde ik pas jaren later. Dat kostte toen moeite, maar ik heb sindsdien wel afstand van hem gehouden, terwijl hij voor mij altijd erg aardig is geweest en die afstand, dat is iets wat hij geloof ik nooit begrepen heeft.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s