Marjolijn Drenth von Februar

Ik mag haar stukjes. Niet omdat ik het zo vaak met haar eens ben, maar ze heeft altijd wel een punt en ze schrijft tenminste prettig leesbaar.

Al weer een hele tijd geleden schreef ze haar column over Fleur Jurgens, die een artikel had geschreven in HP De Tijd en die in diezelfde tijd een boek over Marokkaanse tasjesdieven had gepubliceerd.
Ook Fleur Jurgens lees ik graag en bovendien ben ik het meestal wel met haar eens ben, want ze is conservatief en dat ben ik ook.
Het artikel in HP De Tijd ging over Jurgens zelf en over haar hoofdtaak, moeder van kleine kinderen. Ze gaf haar mening dat deze vorm van opvoeden de beste was. Veel ongenoegen op de middelbare scholen en op straat zou kunnen worden voorkomen als full time moederschap net als vroeger weer algemeen gangbaar zou worden. Februari had wat tegen deze opvatting of tegen de manier waarop zij werd gebracht. Zij vergeleek Jurgens met Sharon Dijksma, die ooit gezegd heeft : ‘Iedereen kijkt op Madonna neer, maar ik niet. Ik wil best bekennen dat ik haar bewonder’. Intussen bewondert bijna iedereen Madonna en kijkt niemand op haar neer. Februari vond zo’n uitspraak een goedkope debatingtruc en daar had ze gelijk in. Maar de impliciete suggestie dat iedereen, of een meerderheid in Nederland zou vinden dat we met de opvoeding terug moeten naar vroeger en dat jonge moeders weer hun kinderen als hoofdtaak moeten hebben, in plaats van hun carrière buiten de deur te zoeken, die suggestie was nogal vals. Fleur Jurgens hoort tot een minderheid, in elk geval een minderheid binnen de spraakmakende gemeente en zij is geen Sharon Dijksma.
Het boek over de tasjesdieven was voornamelijk beschrijvend en de opvatting van Jurgens was dat de Marokkaanse nationaliteit geen excuus kan zijn voor crimineel gedrag.
Marjolein Februari vind dat er niets zoiets is als ‘Marokkanen’ en dat alle uitspraken in de trant van “Marokkanen doen dit” of “zijn dat” niet van pas komen.
Ik laat in het midden of Fleur Jurgens zo generaliserend te werk is gegaan, want ik heb het boek niet gelezen, alleen maar ingekeken. Meestal is het niet goed mogelijk om een heel boek over Marokkaanse tasjesdieven te schrijven en nooit over “de Marokkanen” te spreken, als je het hebt over het milieu waar de dieven uit voortkomen. Mag zoiets of is het onnodig discriminerend?
Heersende leer en politiek correct is dat het onnodig discriminerend is om in zo’n geval over ‘Marokkanen’ te spreken. Toch is er behoefte aan een term waarmee kan worden aangeduid dat de tasjesdieven eerder gezocht moeten worden onder degenen van wie de voorouders uit het Riftgebergte komen dan uit de Kaap Verdische eilanden, Turkije of Tietjerksteradeel. Die behoefte is er met name als veertig procent van de Marokkaanse jeugd uit Nieuw West in de besproken vormen van criminaliteit lijkt te zijn verzeild geraakt en nog geen vijf percent van de qua leeftijd vergelijkbare Friezen.
Dat zegt wel degelijk iets over de Friezen en Marokkanen als groep, al blijft staan dat dit niet betekent dat alle leden van de groep in het gedrag participeren. Februari en haar Marokkaanse zegsman Couscousje hebben dus ongelijk als ze daar tegen in het geweer komen. Het is niet alleen vechten tegen de bierkaai, het voorkomt ook dat er op een effectieve manier wat tegen gedaan wordt, namelijk door een hoogst noodzakelijk optreden van de Marokkanen zelf. Dat proces was Marjolijn Februari bezig te frustreren en dat vind ik jammer en ook ten onrechte. Ik vind het ook een zware prijs die door fatsoenlijk Marokkanen moet worden betaald, maar ze hebben het ernaar gemaakt. Ook Moslims zijn hun broeders hoeder en tot nog toe doen ze er echt niks aan. Misschien zijn ze net als veel Nederlanders bang voor het geweld uit criminele kring, maar dat is dan laf en geen goed excuus.

Een ander onderwerp van Februari was het “morele graaien”. Niet de gouden handdrukken of exorbitante beloningen die de twee honderd van Mertens elkaar toespelen, maar het goedkope morele gelijk dat mensen met weinig eigen moeite binnen harken in de publieke ruimte. Het is graaien uit de grote pot die daar staat met morele verontwaardiging. Ik dacht, dat het zou gaan over al die mensen die scoren met politiek correcte items als Warchild, of de slachtoffers van de conflicten in het Midden Oosten of de kinderarbeid in India. Maar nee, het ging over de homofielen die het recht op huwelijk en daarmee het recht op geluk ontzegd werd door de ChristenUnie.
Wat een bekrompen opvatting van al die lesbo’s en homo’s en hun vriendjes is dat toch. Het ging de ChristenUnie alleen om de belangen van de ambtenaren die huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht afwijzen op respectabele godsdienstige gronden. De politiek heeft ervoor gezorgd dat dit afwijzen kan, mits er voldoende ambtenaren zijn zonder deze bezwaren, zodat het zonder gevolgen blijft,. Praktische problemen zijn er dus niet, maar de homo’s in kwestie willen niet worden afgekeurd, ook niet uit naam van de christelijke religie. En eigenlijk keuren die christenen nog niet eens de homo’s af, niet in het openbaar. Wat ze doen is zeggen dat het huwelijk een wettelijk instituut is voor het regelen van de gevolgen van de samenleving tussen man en vrouw en voor het krijgen van kinderen. Eeuwen eerder dan een burgerrechtelijke regeling was er al onder de naam het sacrament van het huwelijk een regeling van kerkrechtelijke aard. Toen een generatie geleden het gewoonte werd om samen te leven zonder ‘boterbriefje’ maakten mensen eerst een tijd lang ingewikkelde contracten om hun samenleving te regelen. Die contracten hadden ongeveer dezelfde resultaten als een huwelijk, maar niet helemaal en vooral natuurlijk niet in het buitenland. Het burgerlijk recht en het fiscale recht hebben zich in de loop van de jaren aangepast aan de nieuwe situatie, zodat uiteindelijk de rechtsgevolgen h.t.l. praktisch dezelfde werden. Een geregistreerd partnership, dat ook voor homo’s open staat geeft nu precies dezelfde rechten als een huwelijk. Misschien niet overal in het buitenland, maar dat geldt ook voor het homohuwelijk. Daar kunnen wij niets aan doen. Wat is er nu nog op tegen, anders dan een verkeerd soort sentiment, om de term huwelijk te reserveren voor iets waar het sinds mensenheugenis voor heeft gestaan, de relatie tussen man en vrouw? Van de overheid mag de burger niet meer verlangen dan een juridisch solide regeling van zijn of haar belangen. Het loket voor sentiment dient elders gezocht te worden
Natuurlijk, de wetgever is voor de druk gezwicht, niet zo onbegrijpelijk als de e.t. vicevoorzitter van de Raad van State zelf belanghebbende is. Maar kan iemand volhouden dat het hier om een dringende nood ging van een deel van de bevolking waarvoor een meerderheid wel moest zwichten, zoals in de negentiende eeuw ooit de doodstraf is afgeschaft, ofschoon een meerderheid van de bevolking en de meeste Kamerleden voor handhaving waren? Is een relatie tussen twee mensen van gelijk geslacht of een samenleven van broer en zus of dochter met vader hetzelfde als een huwelijk? Nee natuurlijk, maar we doen bij het homohuwelijk alsof. Ik gun persoonlijk overigens Marjolein Februari en ieder ander hun homohuwelijk, het staat nu eenmaal in de wet, maar waarom zo kleinzielig gedaan moet worden over dat handvol gewetensbezwaarden, dat vind ik vreemd.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in ethiek, maatschappelijk, Nederland. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s