Strafrecht is een lastig vak

Staatshoofden en andere hooggeplaatsten zijn niet veilig meer wanneer hun misdrijven aan het licht komen. Niet alleen is er een tribunaal voor oorlogsmisdaden in Den Haag, maar Spanje en België hebben of hadden een regulier rechtssysteem dat arrestatie, berechting en veroordeling mogelijk maakt(e) van politieke misdrijven die gepleegd zijn buiten hun landsgrenzen. Engeland beperkt haar strafrechtelijke vervolging tot voormalige staatshoofden en sluit zittende staatshoofden uit van berechting. België en Spanje laten of lieten ook vervolging van zittende staatshoofden toe, al lijkt in alle betrokken landen het aanvankelijke enthousiasme voor deze uitbreiding van de rechtsmacht intussen weer wat te zijn bekoeld.
Rechtsmacht in strafzaken werd vanouds beperkt tot misdrijven gepleegd op eigen bodem of, bij extensie, tot misdrijven gepleegd door of tegen de eigen inwoners of nationalen. Dat was gebaseerd op twee, half juridische, half praktische uitgangspunten: de soevereiniteit van andere landen maakt vervolging en opsporing op hun bodem praktisch onmogelijk zonder hun medewerking. Voor een strafrechtelijke bewijsvoering volgens internationaal aanvaarde normen is wettig en overtuigend bewijs van ten laste gelegde strafbare gedragingen nodig. Dat bewijs kan meestal slechts ter plekke waar de misdrijven zijn begaan worden verzameld. Het onderzoek naar strafbare feiten die in het buitenland zijn gepleegd zal in het algemeen zoveel handicaps ondervinden dat op een succesvolle vervolging niet kan worden gerekend.
De gedachte dat op andere plaatsen en onder andere omstandigheden het recht een andere inhoud kan hebben dan in het eigen land is tegenwoordig in een aantal landen losgelaten. Dat geldt met name voor wat beschouwd wordt als de kern van het recht, de mensenrechten. Daarmee is een vorm van globalisering tot stand gekomen waar de antiglobaliseringsbeweging nooit aan gedacht kan hebben. Voor oorlogsmisdrijven en andere ernstige, grootschalige aantastingen van de mensenrechten is de wereld een geheel, althans bezien vanuit de westerse landen. De consequenties van deze ontwikkeling zijn nog te weinig doordacht.
Een probleem dat ook buiten de context van de berechting van buitenlandse politici de aandacht behoeft is de impact die opsporingsonderzoek en gerechtelijk vooronderzoek heeft op verdachten. Ik denk hier met name aan verdachten waarvan een veroordeling allerminst een uitgemaakte zaak is. De tijd en energie die het verdachten kan kosten om zich tijdens het gerechtelijk vooronderzoek te weer te stellen staat vaak in geen verhouding tot de strafbedreiging of de kans dat de strafvervolging tot een daadwerkelijke veroordeling zal leiden. Bij het soort internationale vervolgingen waar het hier om gaat geldt dit dubbel. Soms heeft men het gevoel dat alleen een mediahype of het toeval van een aangifte een lawine van publiciteit en rechtsmaatregelen oproept zonder dat ooit een gedegen en onderbouwde beslissing tot vervolging is genomen.
In Engelssprekende landen bestaat op diverse punten een check op ondoordachte procedures. Appellanten in het V.K. dienen hun zaak aan een voorlopig oordeel te onderwerpen om na te gaan of hij niet te zwak is om er de aandacht en energie van appelrechters en wederpartijen voor te kunnen vragen. De officier van justitie dient in Amerika in belangrijke strafzaken het oordeel van een grand jury te vragen voordat hij tot dagvaarding kan overgaan. In Nederland kenden wij vroeger het middel van bezwaar tegen de dagvaarding. Tezamen met de gewoonte dat in strafzaken geen publiciteit werd gezocht voorafgaande aan de terechtzitting vormde dit een redelijke bescherming tegen ondoordachte maatregelen van vervolging.
In Nederland was het bezwaar tegen de dagvaarding op den duur een vast onderdeel van het repertoire van de strafpleiter geworden, waardoor het teveel tijd ging kosten aan het justitiële apparaat. Daarom is het afgeschaft en dat is jammer. Waarom men de publiciteit in de strafprocedure in het stadium voorafgaande aan de zitting zo uit de hand heeft laten lopen is een raadsel. Die publiciteit wordt nu over en weer gebruikt om de rechter te beïnvloeden en de objectiviteit van de strafprocedure te ondermijnen. Dat was te voorzien geweest.
De bezwaren tegen ondoordachte vervolgingen wegen bij spectaculaire internationale zaken zwaarder dan bij de reguliere nationale strafvervolgingen. De kans dat politieke in plaats van strafrechtelijke overwegingen de doorslag geven is in internationale zaken groter.
Ik heb het nu niet over Milosevitch. Los van de vraag of een tenlastelegging tegen hem bewezen had kunnen worden, – dat is een technische vraag en het antwoord onttrekt zich aan mijn beoordeling – Milosevitch heeft bewust en voor eigen politiek gewin de etnische tegenstellingen tussen Serven en andere bewoners van het voormalige Joegoslavië aangewakkerd en vervolgens etnische geweld gebruikt als politiek middel. Dat is nu precies de enige goede reden waarom hooggeplaatsten buiten hun eigen land vervolgd kunnen worden. In deze zin zijn ook een aantal journalisten van de Joegoslavische media schuldig aan oorlogsmisdaden of het uitlokken daarvan, misschien meer nog dan de generaals. Maar een goed voorbeeld hoe het niet moet is de strafrechtelijke beschuldiging van Ariel Sharon. Ik ben bang dat we ons in die zaak door de Palestijnen op sleeptouw hebben laten nemen.
Sharon heeft tijdens de oorlog in de Libanon niet ingegrepen toen christelijke milities een afrekening met hun Palestijnse vijanden organiseerden in twee vluchtelingenkampen, wat een groot aantal mensenlevens heeft gekost.
Dit was een ernstige beoordelingsfout, die Sharon zijn commando heeft gekost en die er in mijn ogen toe had moeten leiden dat hij nooit meer een verantwoordelijke functie in zijn land had moeten bekleden. De Israëlische reactie op de agressie van de Palestijnen heeft ervoor gezorgd dat hij die functie alsnog heeft gekregen en dat zegt veel over de impact die de voortdurende Arabische geweldsdaden in Israël hebben gehad.
Maar de kans dat het gebeuren in de Libanon tot een strafrechtelijke veroordeling had kunnen leiden is, aan algemeen aanvaarde strafrechtelijke normen gemeten, nul. De milities stonden niet onder zijn commando, hij heeft direct of indirect opdracht tot de moordpartij gegeven, het enige waar hij schuldig aan is, is niet ingrijpen, wat hij wellicht had kunnen doen en in elk geval had moeten proberen. Hij was niet ter plaatse toen het moorden begon, maar in het goed georganiseerde Israëlische leger duurt het meestal niet lang voor een bevelhebber van iets dergelijks op de hoogte is. Het is aannemelijk dat bewezen had kunnen worden dat het bericht hem heeft bereikt op een tijdstip dat het moorden nog bezig was. Maar dat is niet voldoende voor een strafrechtelijke veroordeling van een commandant in oorlogstijd en dus ook niet voldoende voor het entameren van een strafrechtelijke vervolging ergens anders. Israël dat als rechtstaat niet onder doet voor Nederland en zeker niet voor België, heeft na onderzoek van een strafrechtelijke vervolging van Sharon afgezien. De morele veroordeling van de Israëlische rechter loog er overigens niet om. Dat het een niet hetzelfde is als het ander bleek toen een Amerikaans tijdschrift in Amerika veroordeeld werd tot de betaling van een grote schadevergoeding aan Sharon op grond van het uiten van een beschuldiging die op een strafrechtelijke tenlastelegging neer kwam. Sharon kon bewijzen dat hij niets gedaan had en kreeg zijn schadevergoeding.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Midden Oosten, strafrecht. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s