Tweepoligheid en verkeerde keuzes.

Problemen die zo geformuleerd zijn dat je ergens alleen maar voor of tegen kun zijn, worden daardoor vaak onoplosbaar. Als twee mensen ruzie maken hebben omstanders de neiging om voor een van beiden partij te kiezen. In de politiek ging het een tijd lang net zo. Was je tegen de Partij van de Arbeid, moest je wel haast voor de VVD zijn of anders bemoeide je je niet met de politiek. Gelukkig is dat nu anders. De kiezers die op de PvdA hebben gestemd omdat ze de VVD niet wilden en omgekeerd voelen zich wel gefopt, maar in de praktijk blijken VVD’ers en socialisten prima te kunnen samenwerken.
Die tweepoligheid is niet een nieuw verschijnsel. In Romeo en Julia was iedereen in Verona voor de Montagues of voor de Capulets, tot Mercutio in zijn sterfscène riep: a plague on both your houses.
De Romeinen hadden voor dit soort gelegenheden een kernachtig gezegde: tertium datur. “Er is nog een derde mogelijkheid”, waaruit wel blijkt dat ook in de Oudheid de neiging tot bipolariteit een bekend probleem was. Maar vooral een hinderlijk probleem, want het maakt je blind voor je eigen fouten en voor de goeie punten van je opponenten. Mensen zitten gevangen in tegenstellingen en vinden het maar moeilijk om over hun eigen schaduw heen te stappen.
Het constateren dat een probleem niet goed geformuleerd is of dat beide partijen op hun eigen manier ongelijk hebben en soms zelfs allebei gelijk, dat valt de meeste mensen zwaar. De gedachte dat voor ieder probleem maar twee oplossingen zijn, een van ons en een van de anderen, een goede en een slechte, maakt hele reeksen problemen moeilijk oplosbaar. Soms duurt dat tot de tegenstellingen uiteindelijk vergeten zijn en iemand kan proberen het oude probleem nog eens opnieuw te formuleren.
Toen de naoorlogse geboortegolf de universiteit bereikte, op het moment dat de welvaart groot genoeg was om meer mensen kansen te geven in het onderwijs, toen bleek dat de organisatie niet tegen de plotselinge toestroom was opgewassen. Er waren nog meer problemen, onder andere de ongecontroleerde macht in de handen van sommige hoogleraren die tot willekeur en onrecht leidde. Maar zonder de toestroom waarop het systeem niet was berekend hadden de meeste bestaande problemen met betrekkelijk kleine ingrepen kunnen worden opgelost.
Het aantal mogelijkheden was groot want we hadden een flink toenemende welvaart en aan middelen was daarom geen gebrek. Onder invloed van de tijdgeest is toen gekozen voor de democratisering, omdat het probleem van de onredelijke professoren de buitenwereld en de studenten het meeste aansprak.
Democratisering bood voor de andere problemen helemaal geen oplossing, maar het creëerde wel hele reeksen nieuwe problemen, waarvan er een deel, zoals de achteruitgang in kwaliteit, nog steeds bestaat. De gevolgen daarvan in het onderwijs en de samenleving zijn goed merkbaar.
De democratisering gaf aan willekeurige vergaderingen van studenten en staf meer ongecontroleerde macht dan de professoren eerder hadden gehad, terwijl ze duidelijk minder verstand hadden van de materie en minder direct belang bij het bestuur. In wisselende samenstellingen namen dat soort gremia onsamenhangende besluiten die de faculteiten desorganiseerden en het niveau van het universitaire onderwijs blijvende schade hebben toegebracht.
Er waren wel mensen die zagen waar dit toe leiden ging, zoals Professor Daudt, maar die werden afgeserveerd omdat men ze te conservatief en ondemocratisch vond. De tegenstellingen in de samenleving verhinderden een rationelere aanpak.
Wanneer voor een belangrijk probleem in de samenleving eenmaal een oplossing is gekozen, hoe verkeerd ook, dan blokkeert het genomen besluit voor een generatie iedere betere oplossing. Zo ging het met de hervormingen in het onderwijs en in de zorg. Zo lijkt het nu, een generatie later, ook te gaan met de integratie van de nieuwe Nederlanders.
De gemeente Amsterdam heeft in de tijd van burgemeester Cohen gekozen voor een versterking van de vreemde gemeenschappen door subsidie van hun godsdiensten en hun sociale infrastructuur. Dat was duidelijk een verkeerde oplossing want juist het bestaan van aparte gemeenschappen blokkeert nu de integratie en leidt tot onlusten van etnische aard. De gemeente heeft een paar jaar geleden een notitie van B en W gepubliceerd waarin haar beleid werd uitgelegd en bij de bevolking aanbevolen. De bevolking leest niet zoveel en zeker geen nota’s van B en W. Op die notitie is daarom niet of nauwelijks gereageerd en dat beleid wordt nog steeds voortgezet, in de valse veronderstelling dat het door de bevolking is gelegitimeerd.
Toch blijft het wonderlijk, zowel dat beleid als het gebrek aan enige reactie, want het is goed beschouwd een veel belangrijkere miskleun dan de overschrijdingen en de verkeerde routekeuze bij de Noord/Zuidlijn.
Bipolariteit zit ons in de genen. Kijk maar bij U zelf. Als U een voetbalwedstrijd aan heeft staan op Uw TV terwijl U met geen van de twee elftallen eigenlijk iets heeft, dan kiest U er direct een uit en bent voor de rest van de wedstrijd fan, want anders is het niet leuk om te kijken.
Je bent voor Wilders of tegen hem en een tussenvorm bestaat eigenlijk niet. Wanneer je met een van je vrienden over de standpunten van Wilders praat dan geeft die wel toe dat het irrationeel is om alleen maar voor of tegen te zijn en dat je het op sommige punten eigenlijk best met hem eens kunt zijn, maar dan begint zo´n man meteen over het soort mensen dat voor de PVV in de Kamer zit. Met dat soort wil hij niets te maken hebben En omdat we allemaal zo zijn wordt het een soort self fulfilling prophecy. Wie prijs stelt op zijn reputatie in de samenleving wil niets met Wilders te maken hebben en aan de mensen die voor de PVV in de Kamer zitten, zit daarom al vlug een vlekje.
Ik vind dat als het over Wilders en de PVV gaat tot op zekere hoogte nog wel begrijpelijk, omdat de PVV er voor gekozen heeft om tegenpartij te zijn. Die is bipolair van nature.
Daarom moet het niemand verbazen dat types als Jacobse en Van Es zich tot de PVV voelen aangetrokken. Veel andere types natuurlijk ook, want je kunt het om veel uiteenlopende redenen met de Nederlandse overheid niet eens zijn. Eigenlijk moet je het Wilders nageven dat hij er minder een puinzooi van heeft gemaakt dan Pim Fortuijn indertijd. Maar goed, het blijft een tegenpartij, net als de SP.
Toch zou je met al je kritiek op de PVV kunnen opmerken dat er tot nu toe niemand is gevonden in die fractie of in die van de SP die lid geweest is van de Germaanse SS, met Volk en Vaderland heeft gevent of de gewelddadige bezetting van Hongarije en Tsjecho Slowakije door de Sovjets heeft goedgekeurd. De fractie van Wilders telt opvallend veel ex-militairen en ex-politiemensen, dat is waar, maar van knokploegen is geen sprake. Daarom, omdat ze zich aan de spelregels blijken te houden en omdat we zoveel jaar met de CPN en andere ondemocratische partijen hebben kunnen leven, daarom moet dat met een democratische partij als die van Wilders ook wel kunnen, zou je zeggen.
Waar die kunstmatige tegenstelling in het publieke debat mij vooral vaak stoort is bij de discussies over Europa. Op de organisatie in Brussel is een hele boel aan te merken maar wie er ook maar iets over zegt krijgt van D66-ers of van onze vorige Majesteit om de oren. Waarom wordt je ervan beschuldigd tegen Europa te zijn als je van mening bent dat het Europese Parlement beter kan worden afgeschaft of dat de Commissie verdeeld zou moeten worden in een aantal verschillende organisaties die ieder competent zijn voor een eigen probleemgebied? Ik ben, om maar eens iets anders te noemen, van mening dat de lidstaten van de EU, nu toch eenmaal het verdrag van Lissabon is geratificeerd, het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens zouden moeten opzeggen. Dat zou consequent zijn. We hebben nu twee mensenrechtenverdragen en twee competente Hoven die elkaar gaan beconcurreren op dat issue.
Ben ik daarom tegen Europa? Ik meen van niet. Ik ben zelfs niet tegen de mensenrechten, al meen ik wel dat we bij de uitleg ervan toe moeten kunnen met onze eigen rechters en onze eigen wetgeving. De organisatie van de Europese instellingen kan op heel veel punten beter en de discussie erover wordt geblokkeerd door die ergerlijke verdeling tussen voor- en tegenstanders.
Niemand is tegen Europa. Je kunt er niet tegen zijn, want je woont er, maar daarom kun je nog wel verbeteringen en ook hele ingrijpende verbeteringen willen hebben. Nu, in 2017 is de Europese organisatie nog betrekkelijk jong en kan het nog. Straks is het niet alleen een slecht georganiseerde maar ook een oude en gevestigde bureaucratie en dan krijg je er helemaal nooit meer beweging in.

Advertisements

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in herinneringen, politiek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s