Euthanasie.

Euthanasie is weer in het nieuws door het verzet van de artsen tegen de nieuwe plannen van de regering op dit punt. Die discussie hebben we eerder gehad maar hij heeft deze keer weer een wat ander jasje aan.
Bij de vorige gelegenheid waren de volksvertegenwoordigers van de regeringspartijen verontwaardigd omdat het Nederlandse ontwerp van wet voor hulp bij zelfdoding in het Vaticaan werd vergeleken met de praktijken van het naziregime.
De meeste krantenlezers en televisiekijkers konden deze verontwaardiging delen, omdat het niet aanging Holocaust associaties op te roepen ter bestrijding van een stuk puur humanistische wetgeving. De hulp bij zelfdoding is qua strekking niet anders dan het tot uitdrukking brengen van de individuele menselijke vrijheid op een terrein waar tot nu toe de heersende leer in de samenleving die vrijheid beperkte.
Nu is vrijheid op het terrein van de levensbeëindiging inderdaad iets dat door het Vaticaan en ook door andere vertegenwoordigers van christelijke kerken al heel lang niet wordt toegestaan.
Men vergist zich wel wanneer men meent dat de Paus verwees naar Auschwitz en naar de tweede wereldoorlog. De praktijk waar naar verwezen werd betrof de sterilisatie en doding van geestelijk en zwaar lichamelijk gehandicapten die in Duitsland voor de tweede wereldoorlog plaats vond. Daarin stond Duitsland toen niet alleen. Sterilisatie vond bijvoorbeeld ook in Zweden plaats en het doden gehandicapte baby’s in het merendeel van de ontwikkelingslanden.

Deze praktijk is iets, waar men in onze samenleving afwijzend tegen over staat, met mogelijk een uitzondering wanneer het om pasgeboren of nog niet geboren baby’s gaat. Oudere gehandicapten het leven ontnemen is iets dat wordt veroordeeld en al helemaal wanneer het niet uit medelijden gebeurt maar vanuit het gedachtegoed van de nazi’s, d.w.z. in het belang van de economie of de hygiëne van de samenleving.
De nazi’s meenden dat alleen het hogere leven waard is om beschermd te worden. Het leven dat uit raciale of andere overwegingen als minderwaardig moest worden beschouwd kon in hun ogen worden vernietigd. Deze gedachte is in strijd met zowel de humanistische als de christelijke leer.
Voor zover de nazi’s er een samenhangende ideologie op na hielden, was dat de leer van Hitler en die hield in hoofdzaak in de afwijzing van het Kantiaanse humanistische gedachtegoed. Kant kende de hoogste waarde toe aan de onaantastbaarheid van de individuele mens en aan de fundamentele vrijheid en gelijkheid van alle mensen. Die kon in zijn ogen het beste worden verwezenlijkt in een samenleving die de gehele aarde omvatte.
De nazi’s zagen de wereld als een groep onderling concurrerende rassen of samenlevingen, waarvan zij de Duitse voor de beste hielden; maar als dat anders was dan zou, naar Hitler meende, dat in de oorlog wel blijken.
Ook van de Engelse samenleving was hij nogal onder de indruk. De joden zag hij als niet behorend tot welke samenleving dan ook, vandaar dat de joden overal waar dat kon een kosmopolitische liberale of socialistische wereldsamenleving bevorderden. Daarin vonden zij nog het meeste houvast. In dat opzicht waren naar zijn inzicht de joden zowel ideologisch als op grond van hun materiële belangen de belangrijkste tegenstanders van zijn Duitse nationalisme.
Het Vaticaan heeft in zoverre gelijk dat het doden van pasgeboren gehandicapten met hulp van medisch personeel in Nederland geen uitzondering is. De argumenten die staatssecretaris Kohnstam indertijd aanvoerde voor de euthanasie, werden ook bij de levensbeëindiging van pasgeboren gehandicapten wel gehanteerd. Het gaat dan om de wenselijkheid van het decriminaliseren van het handelen van de medische stand wanneer die bijstand verstrekt en om de eerbied voor de vrijheid van de mens, in dit geval van de ouders.

De Kerk van Rome, die ongetwijfeld heel goed op de hoogte is van wat zich in Nederland afspeelt, heeft misschien niet meer willen zeggen, dan dat alle goede bedoelingen ten spijt de feitelijke gang van zaken in Nederland die het gevolg zou zijn van de nieuwe wet gevaarlijk dicht in de buurt zou komen van wat in de dertiger en veertiger jaren praktijk was in Duitsland.
Is een wet immers eenmaal aangenomen dan ontwikkelt zich vervolgens een rechtspraktijk die los kan staan van de oorspronkelijke bedoelingen van de wetgever. De zorgvuldig geconcipieerde voorbereidende handelingen, waarin de wetgever heeft voorzien, worden dan misschien eerst een sleur en dan een formaliteit, waarvan de zin aan de betrokkenen ontgaat. Als euthanasie eenmaal een normale handeling in het medische repertoire geworden is, zullen ook de ethische bedenkingen ertegen aan slijtage onderhevig blijken te zijn. Het Vaticaan heeft een lang geheugen en veel ervaring. Het weet beter dan de humanisten in het Nederlandse parlement wat de gewoonte doet met de ethiek en hoe belangrijk of het is om barrières op te werpen zolang men nog vaste grond onder de voeten heeft. Het verdenkt Nederland ervan te wachten met corrigerende maatregelen tot men in een moeras verzeild is geraakt.

Wat betreft het argument, dat in de ogen van D66 doorslaggevend was of behoorde te zijn: het gaat niet aan dat medici die gewetensvol handelen strafrechtelijk vervolgd kunnen worden, dit lijkt mij een heel verkeerd argument. Niemand zal
ervoor pleiten om een gewetensvol arts daadwerkelijk in het gevang te stoppen en dat is bij mijn weten in Nederland ook nooit gebeurd. De mogelijkheid tot vervolging zal bij de arts echter steeds een serieuze afweging noodzakelijk maken en de belangrijke ethische en medische regel “gij zult niet doden” overeind houden. Ik acht dit een groot maatschappelijk goed, waartegenover het ongerief van een incidentele arts die ten onrechte in het beklaagdenbankje terechtkomt niet opweegt. Dat is tenslotte het soort risico dat iedere burger loopt. Ik zou het eerlijk gezegd wel een veilig gevoel gevonden hebben als het verbod in de wet was blijven staan[1] al ben ik persoonlijk een voorstander van hulp bij zelfdoding als dit de nadrukkelijke en onwankelbare wens van het individu is.

Of euthanasie en ook abortus zaken zijn die bij wet geregeld dienen te worden betwijfel ik overigens. Juist op terreinen waar meerdere grondrechten of belangrijke ethische waarden met elkaar in strijd komen is het meestal beter om de betrokkenen te dwingen bij ieder gelegenheid opnieuw een zorgvuldige afweging te maken. Artsen zouden m.i. voor zo’n afweging en zo’n discussie met hun patiënten wel open moeten staan. Het opportuniteitsbeginsel in de Nederlandse strafvervolging biedt aan de officier alle ruimte om niet te vervolgen als dit op een serieuze manier is gebeurd..
Wetgeving die aanleiding geeft tot een vaste routine in het medisch handelen op terreinen waar steeds zorgvuldige afweging in individuele gevallen op haar plaats is, draagt tot de vereiste zorgvuldigheid niet bij.

[1] Ik pleit hier niet voor het gebruik van vervolging als een oneigenlijke manier van straffen. Wanneer een officier van justitie iemand vervolgt hoewel hij weet dat zijn kans om een veroordeling te krijgen miniem is, dan is dat vaak uit de behoefte om de betrokken witte boordencrimineel langs deze weg toch een ‘douw’ te kunnen geven. Dat is hier niet zo. Bij medische vervolgingen gaat het erom de grenzen te zoeken van wat nog geoorloofd is. Voor de arts die het betreft heeft het niet het diffamerende karakter die een vervolging doorgaans wel heeft. De publiciteit er omheen is over het algemeen heel welwillend. Toch is het natuurlijk voor de betrokkene geen pretje.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in ethiek, Gezondheid en welzijn, maatschappelijk, Nederland, politiek, strafrecht en criminologie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s