Anet Bleich over Joop den Uijl.

Anet Bleich is moeder van een dochter die anorexia had. Die dochter is succesvol behandeld in een Utrechtse universiteitskliniek. De hoogleraar die wetenschappelijk verantwoordelijk is voor de resultaten van de kliniek wilde hem als universitaire afdeling sluiten. Hij had daar bureaucratische en wetenschappelijke redenen voor. Financiering en daarmee het aantal f.t.e.’s op de universiteiten zijn afhankelijk van wetenschappelijk succes. Succes in de wetenschap wordt als regel gemeten aan het aantal publicaties in gekwalificeerde tijdschriften. De anorexia kliniek leverde te weinig van dit soort publicaties op, zeg maar praktisch nul.
Niemand, ook de betrokken hoogleraar niet, beweerde dat de anorexia afdeling in klinisch opzicht geen succes zou zijn, maar wetenschappelijk, op de wijze waarop onze overheid wetenschap wenst te meten, viel de kliniek door de mand. Misschien hangt het een wel met het ander samen, hebben de betrokken medici en psychologen meer belangstelling voor het genezen van patiënten dan voor het publiceren van tijdschriftartikelen. Dat zou dan in ze te prijzen zijn. Maar iemand die het sluiten van de kliniek jammer vindt voor haar dochter of voor de andere patiënten daar, kan twee dingen doen. Zij kan een lange en een korte termijn oplossing aan de orde stellen.
De korte termijn oplossing is om een actie te beginnen om de kliniek elders, buiten het academisch ziekenhuis onder te brengen. De ouders van anorexiapatiënten zijn naar verluid gemiddeld welgestelder en invloedrijker dan andere Nederlanders, dus dat is niet bij voorbaat kansloos. De lange-termijnoplossing zou zijn om de waardering voor klinisch wetenschappelijk werk niet langer afhankelijk te maken van een goedkoop soort meetbare prestaties als de aantallen publicaties in bepaalde tijdschriften. Als daar in de media voldoende aandacht aan besteed zou worden is het mogelijk dat dit op termijn succes zou hebben.
Wat Anet Bleich deed in haar artikel in de Volkskrant van 26 mei 2004 was niet effectief en daarom geen voorbeeld van een intelligente probleemaanpak. Met een beroep op de gevoelens van haar lezerspubliek ging ze de hoofd van de afdeling jeugdpsychiatrie in Utrecht te lijf, die niet anders deed dan reageren op de prikkels die door de verantwoordelijken in Den Haag in het systeem van de Nederlandse wetenschap zijn ingebouwd.
Een universitaire kliniek open willen houden alleen omdat je dochter daar tot je tevredenheid behandeld werd, is geen zinnig optreden.
Maar van dit soort optreden van Bleich zijn er wel meer voorbeelden. Blind en doof voor de waarschuwingen van deskundigen drukte zij, samen met een aantal andere ideologisch bevlogen mensen een militair avontuur door, dat duizenden levens heeft gekost van precies het soort burgers dat ze wilden beschermen. Natuurlijk had premier Kok weerstand moeten bieden aan dit soort oproepen uit zijn achterban, maar toch. Het Srbrenica avontuur was een voorbeeld hoe met dom ageren het omgekeerde wordt bereikt van wat men er van hoopte. Degenen die de beslissing hebben genomen en de politieke opinie hebben aangestuurd, de betrokken Kamerleden en ministers, maar ook journalisten als Bleich, dragen morele verantwoordelijkheid voor het debacle en voor de verloren levens van de vermoorde Bosniërs.
Anet Bleich is daar nooit voor ter verantwoording geroepen, want journalisten en historici stellen we niet verantwoordelijk, daar hebben we de politici voor. Maar moreel was zij dat wel. Iemand met haar verstand en haar toegang tot informatie en deskundigheid had beter moeten weten.
Nog een voorbeeld. Op 15/5/10 schreef Anet Bleich over twee opnieuw vertaalde maar al wat oudere boeken: de Opstand der Horden van Ortega Y Gasset en Massa en Macht van Elias Canetti. Die twee boeken gaan over twee heel verschillende onderwerpen terwijl ze toch werden aangekondigd als verwant. Ortega schreef over de massamens, iets wat in zijn dagen een nieuw verschijnsel was. Canetti schreef over het optreden van menigten, zoals je dat jaarlijks op de Dam kunt zien op 4 mei of indertijd bij dat strandfeest in Hoek van Holland. Het is zoiets als de onderwerpen huiskamer en Tweede Kamer in een adem behandelen, omdat ze klankverwantschap tonen.
Een paar jaar geleden[2] verweet ze op de opiniepagina van de Volkskrant mensen die er andere opinies op na houden dan zij zelf dat wij botteriken zijn.
De generatie die geboren is in de late veertiger en vroeger vijftiger jaren, de babyboomers, zijn de mensen die zij bij uitsluiting voor ethisch oké houdt. Die generatie was relaxt, open, nieuwsgierig, had sociale experimenteerlust en vernieuwingsdrang, een open internationale instelling, tolerantie tegenover minderheden. Die mensen pleitten voor het eerst voor gelijke kansen voor hetero’s en homo’s, voor mannen en vrouwen, op het werk en thuis. Latere en eerdere generaties vond zij veel meer ‘statisch en gezagsgetrouw’, egocentrisch en nationalistisch, rechts, populistisch en conformistisch.
Met instemming citeerde ze daarbij Bas Heijne, die net als prinses Maxima vond dat er niet zoiets als een Nederlandse identiteit zou bestaan. In plaats van één, zag Heijne een hele reeks identiteiten in ons land.
Bleich zelf voelde zich, in een willekeurige volgorde, Amsterdammer, Nederlander, Europeaan, joods, vrouw en babyboomer. Ze keek met verlangen terug naar de tijd toen alleen al de gedachte aan bezuiniging op ontwikkelingshulp immoreel zou zijn gevonden. Ze verafschuwde de gedachte dat mensen van het goede soort het bepalen van de politieke agenda zouden overlaten aan vastberaden nationalisten en populisten. Maar ontwikkelingshulp heeft meer kwaad dan goed gedaan en progressieve politici richten meer onheil aan dan andere.
De IISG zit vol met dat soort lieden. Iemand is daar directeur geworden nadat hij een beleidsdocument geproduceerd had op grond waarvan Turkije toegang tot de EU beloofd werd als ze eerst het leger als hoeder van de grondwet maar uit zouden weten te schakelen. Erdogan heeft dat toen trouw gedaan, onder meer door een flink aantal hoge officieren in het gevang te stoppen en toen hij eenmaal de macht alleen in handen had hoefde hij ook niet meer zo nodig Europa in. Dom, dom, dom is men daar bij de IISG.
Anet Bleich schrijft verder uitstekend. Ik vind haar qua schrijfstijl een van de betere journalisten in dit land. Maar dat ze heeft kunnen promoveren op haar biografie over Den Uijl is een gotspe. Ik had haar promotor De Rooy, die best een verstandige man schijnt te zijn, wel eens willen vragen wat hij nu eigenlijk zo wetenschappelijk aan dat boek vond. Een adorerende, maar chaotische biografie, die op alle belangrijke punten van de carrière van de betrokken politicus verstek liet gaan. We zijn alles te weten gekomen over de relatie tussen Den Uijl en zijn vrouw en kinderen, maar eigenlijk niets over zijn grote mislukkingen als wethouder en premier. Ook niets eigenlijk over zijn vooroorlogse carrière die hem op de universiteit van Kiel deed belanden omdat het nationaal socialisme hem zo intrigeerde.
Overal waar het werkelijk interessant werd, liet Bleich verstek gaan en hield ze haar mond. Van haar gegevens heeft ze het meeste uit interviews gehaald, een notoir onbetrouwbare bron. Wat ze over de jonge jaren van Den Uijl schreef, moet ze in elk geval van horen zeggen hebben gehad, van eigen research is voor zover ik het kan zien daar geen sprake geweest. De archieven die ze als bronnen vermeldt moet ze nauwelijks hebben ingekeken.
Had ze bijvoorbeeld het bevolkingsregister van Utrecht geraadpleegd, dan had ze daar gezien dat haar onderwerp helemaal niet Den Uyl heette maar dat hij zich die schrijfwijze later heeft aangemeten, waarschijnlijk omdat hij dat deftiger vond. Niet belangrijk vindt U misschien, maar het is zo typerend.
Hoofdstuk 7 van haar boek, met de titel Manhattan aan de Amstel, gaat over de – mislukte – visie van Den Uijl op de economische ontwikkeling van de stad. Hij was de motor van een hele reeks mislukte projecten, waaronder het dempen van de grachten dat gelukkig nooit is doorgegaan. Het westelijk havengebied en de Bijlmer waren de meest spectaculaire mislukkingen die wel zijn uitgevoerd. Van de persoonlijke verantwoordelijkheid die hij daarvoor droeg maakte zij een collectieve, terwijl omgekeerd alles wat in zijn omgeving wel goed liep en door anderen werd gedaan aan hem werd toegeschreven.
Journalistiek mag je iemand haar parti pris gunnen, maar hoe haar promotor dit Libelle verhaal ooit als dissertatie heeft kunnen aanvaarden vind ik nog steeds onbegrijpelijk.

[1] 30 mei 2013 Volkskrant.

[2] 8/10/11

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis, literatuur. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s