Hoe stom kun je zijn?

Minister Van Mierlo had gelijk dat we een eigen exit strategie hadden moeten hebben, waarmee hij bedoelde een door de Nederlandse legertop voorbereidde vlucht uit Srebrenica. Die vlucht of evacuatie plannen zouden eigenlijk zowel op de Nederlandse troepen als op de Moslimbevolking betrekking gehad moeten hebben.
Die strategie was er op het moment suprême niet en is er ook nooit geweest. Dit is in strijd met de beantwoording van de vragen die het Kamerlid Marijnissen daarover in de Tweede Kamer aan de minister had gesteld.
Er werd toen geantwoord dat zo’n exit strategie er wel was en dat die er altijd is in zulke omstandigheden. Door later toe te geven dat er geen evacuatieplannen waren gaf de minister toe dat de entry strategie, het besluit om Nederlandse troepen ter beschikking te stellen op de UNO voorwaarden, een onzinnig plan was, dat alleen met veel geluk goed af had kunnen lopen. Om het anders te zeggen: door troepen ter beschikking te stellen aan de VN in Bosnië en met name door daarbij geen voorbehouden te maken zodat een Srbrenica mogelijk bleek, handelde de regering ondoordacht, onzorgvuldig en in strijd met het deskundig advies dat daartoe was ingewonnen.
Door er verder bij voortduring niet de hele waarheid over te zeggen handelde zij in strijd met de parlementaire mores zodat alleen al daarom een aftreden van het kabinet Kok in 1995 gerechtvaardigd zou zijn geweest. Een exit was behalve door het ontbreken van een plan nog om een andere reden niet goed mogelijk geweest.
Tijdens de verhoren, maar eerder ook al uit de berichten uit de enclave ten tijde van de belegering, bleek dat de moslimbevolking en de moslimregering in Sarajevo van exit plannen absoluut niets wilden weten en die desnoods met geweld hadden willen verhinderen.
Daaruit bleek ook dat de moslims de UNO strategie veel beter begrepen dan de Nederlanders. Die strategie was er een van gokken met de levens van de blauwhelmen als inzet. De UNO gokte dat Serven uit de buurt van de blauwhelmen zouden blijven. De lijfelijke aanwezigheid van de UNO troepen was de enige hoop dat de enclave behouden kon blijven omdat de wereldopinie de Serven dan misschien van moordpartijen af zou houden. Hun vertrek zou het verlies van de enclave en van de veiligheid van de moslims bewoners betekend hebben. Dat de moslims de aanwezigheid van de Nederlanders gebruikten om zich in Srebrenica opnieuw te bewapenen en om een aanval op de Servische omgeving voor te bereiden staat wel vast, even goed als de wens van de Serviërs om dat te verhinderen en de machteloosheid van de Nederlanders om er conform de hun gegeven instructies iets aan te doen.
Dat het de moslims veel beter lukte om zich militair te bevoorraden dan de Nederlanders is ook iets dat aan de aandacht van het Nederlandse publiek schijnt te zijn ontsnapt. De Bosnische mannen waren helemaal niet zo weerloos als in de Nederlandse media steeds is voorgesteld. Slechter bewapend en geoefend dan de Serven, dat wel, maar niet minder moordlustig. We werden door beide partijen voor hun eigen doeleinden gebruikt en dat was begrijpelijk. We waren niemands bondgenoten, maar fopsoldaten, die uiteindelijk alleen maar binnengekomen waren om er veilig ook weer uit te kunnen.
Aldus per implicatie minister Van Mierlo en met zoveel woorden minister Voorhoeve. Dat betekent dat we gek geweest zijn om er aan te beginnen. Dat was precies wat de militaire top van tevoren had gezegd maar wat de achtereenvolgende regeringen hadden genegeerd met het oog op de uitdrukkelijke wens van de progressieve Nederlandse elite om iets aan het Bosnië probleem te doen, n’importe wat.
Minister Joris Voorhoeve is in 1995 niet afgetreden vanwege Srbrenica. Dat hadden zijn minister president Kok en zijn politieke leider Bolkestein hem afgeraden, zei hij. Waarom Kok dan zoveel jaren na dato zelf wel aftrad was hem niet duidelijk. Op dat punt kunnen we het met hem eens zijn. Kok heeft wel erg lang gewacht. Vooral omdat het rapport van het NIOD geen nieuws bracht, maar juist bevestigde wat Kok al die negen voorafgaande jaren tegen het Nederlandse volk gezegd had: ons treft geen blaam. Als hij wachtte omdat hij het rapport niet wilde beïnvloeden dan had hij vergeefs gewacht. Het rapport deed weinig anders dan in erg veel woorden het beeld overnemen dat Kok van de gebeurtenissen had geschilderd.
Bart Tromp, in leven columnist van Het Parool, heeft naar aanleiding van het aftreden van Lord Carrington, een Britse minister van buitenlandse zaken, ooit uitgelegd wanneer volgens hem een minister hoort af te treden: wanneer er onder zijn verantwoordelijkheid een politieke of bestuurlijke blunder heeft plaats gevonden. Niet alleen wanneer hij zelf een fout gemaakt heeft, zelfs niet alleen wanneer een van zijn ambtenaren dat gedaan heeft, maar wanneer er iets spectaculair fout gelopen is in een zaak die tot zijn portefeuille behoort. Srbrenica is een mooi voorbeeld van wat Tromp bedoelde. Spectaculairder kan iets nauwelijks fout gaan.
Premier Kok, Joris Voorhoeve en het NIOD rapport behandelen het gebeurde alsof alleen het criminele en niet het politieke aspect van belang was. De belangrijkste daders in strafrechtelijke zin waren de militair en politiek verantwoordelijke Serviërs. Daar komen de drie dikke delen van het rapport, kort samengevat, op neer. Het onderzoek van het NIOD en natuurlijk ook de parlementaire enquête hadden een heel ander doel moeten hebben, namelijk om uit te zoeken hoe het allemaal zo had kunnen komen en wat de rol van de Nederlandse overheid was geweest, van de regering en het parlement met name.
Daarbij was het van belang geweest om vast te houden aan het uitgangspunt dat een belangrijke politieke gebeurtenis nooit uit de lucht komt vallen. Er is een voorgeschiedenis en er zijn altijd een hele reeks van voorafgaande gebeurtenissen en beslissingen, waarzonder de te onderzoeken ramp niet zou hebben plaats gevonden. Taak van de onderzoeker is om uit te zoeken welke van die gebeurtenissen in het kader van het onderzoek, in dit geval binnen het kader van de Nederlandse politiek, de meest relevante oorzaken zijn geweest. Het had beoordeeld moeten worden binnen de politieke modaliteit, zoals de Nederlandse filosoof Dooyeweerd dat zo helder uiteengezet heeft[1]. Oorzakelijkheid is uitsluitend een zinnig begrip binnen een duidelijk af te palen kader en in dit geval was dat de Nederlandse politieke besluitvorming.
Die oorzaken waren in dit geval ook helemaal niet zo moeilijk aan te wijzen. Men zegt wel eens dat voorspellen gemakkelijk is, vooral achteraf, maar hier waren de gevolgen van de Nederlandse politieke besluitvorming bij uitzondering eens goed voorspeld. Niet een, maar alle militaire deskundigen die zich van tevoren over het Bosnië avontuur hebben uitgelaten, hadden laten weten waar het fout ging lopen en waarom. De uitrusting deugde niet, de soldaten waren niet goed opgeleid, de bevelvoering was niet goed, de oorlogsdoelen waren onhaalbaar, de VN waren een ongeschikt gremium voor het nemen van militaire beslissingen. De Nederlandse politieke besluitvorming werd niet rationeel, maar emotioneel bepaald. De Kamer drukte het besluit van de regering om intern politieke redenen door.
Met de hete adem van de media in de nek werd Kamerbreed de noodzaak onderschreven van een Nederlandse bijdrage aan de redding van de Bosnische moslims. De regering, Kok voorop, meende zich niet aan deze politieke druk te kunnen onttrekken en heeft dus het leven van Bosnische inwoners van de enclave Srbrenica opgeofferd aan de politieke correctheid van een aantal welwillende maar incompetente Nederlandse journalisten en partijpolitieke amateurs.
Dit gebrek aan lef van Kok is de reden waarom het fout liep en dat had de uitkomst van de NIOD en van de Kamer enquête moeten zijn, maar het is eigenlijk niet eens aan de orde gekomen. Interessanter vond men om na te gaan hoe de stammenstrijd tussen de landmacht en het departement van defensie was verlopen en wie waar was op het moment suprême, toen toch niemand meer ergens iets aan kon doen.
Joris Voorhoeve, die voor alles toch een intellectueel is, had zelf wel eens met een heldere analyse kunnen komen, als hij het nodig vond om naar buiten te treden over dit onderwerp, wat hij heel lang niet heeft gedaan, maar hij liet het weer liggen. Welles nietes met de voormalige minister van buitenlandse zaken van Bosnië, schameler kon het niet.
En zou er in deze analyse nu iets moeten worden veranderd tegen de achtergrond van de berichten naderhand, dat we door onze bondgenoten Frankrijk en Engeland op het moment suprême in de steek gelaten zijn? Nee niks. Wat er precies bekokstoofd is tussen Major, Chirac en Clinton moet nog worden uitgezocht, maar het zal niets veranderen in de conclusie dat Nederland het in de zaak Srbrenica ernstig heeft laten liggen.
________________________________________
[1] De modale structuur van het juridische oorzakelijkheidsverband, geschrift van de Koninklijk Nederlandse Academie van Wetenschappen

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Nederland, onzin, oorlog, politiek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s