De PvdA in stad en land.

De gemeenteraadsverkiezingen van 2014 waren achter de rug. Burgemeester Cohen was er mee gestopt en het was nog niet bekend wie zijn opvolger ging worden. Ik hoopte zelf op Lodewijk Asscher. Wel maakte die zelfde Asscher bij de verkiezingen in mijn ogen een rare fout. Op zijn site stond dat Marcouch ruim twaalf duizend voorkeurstemmen had gehaald maar dat op hem zelf ruim 51000 mensen hadden gestemd. Hij stond boven aan de lijst en voorkeur of niet, zoiets helpt wel als mensen hun stem uitbrengen op je partij. 51000 is bovendien best weinig voor een lijsttrekker, als je het goed bekijkt. Nu zijn we drie jaar verder en hebben kort geleden verkiezingen gehad voor de Tweede Kamer. Hebben al die mensen er de vorige keer wat aangehad om op de PvdA te stemmen?
Wie zijn de Amsterdamse kiezers? Voor een groot deel zijn het
cliënten van de PvdA. Uitkeringstrekkers, ambtenaren, mensen in dienst van organisaties die leven van de subsidies, kleine ondernemers zonder vergunning voor wie het bestuur van de stad een oogje dicht knijpt.
Voor een ander deel zijn hun kiezers mensen die vinden dat het fatsoenlijk is om op de Partij van de Arbeid te stemmen. Mensen van wie de ouders en grootouders ook al zo hebben gestemd. Wat wil je hier anders, als je achter de overheid wilt blijven staan en zeker niet achter Wilders en Roemer? Als je er niet aan zou moeten denken om Rutte of Van Haersma Buma in Amsterdam aan de macht te zien? Niet in Den Haag ook natuurlijk maar helemaal niet in Amsterdam. Wil je dat allemaal niet, dan kun je bij de PvdA terecht, uit een soort macht der gewoonte.
Macht der gewoonte en eigenbelang, dat lijkt een onverslaanbare combinatie. Maar beoordeel de socialisten nu eens op wat ze voor elkaar gekregen hebben de laatste jaren.
Is de metro klaar gekomen in 2011 zoals de partij beloofd had negen jaar eerder? Nee. Is dat de schuld van de achtereenvolgende colleges waar de PvdA leiding aan gegeven heeft? Dat mag je wel zeggen. Als ze het tracé hadden laten liggen waar het oorspronkelijk gepland was in plaats van te wijken voor de protesten uit de Herman Heijermansbuurt, had de Noord Zuidlijn intussen gemakkelijk klaar kunnen zijn[1].
Is Amsterdam een veiliger stad dan bij de millenniumwisseling
en is de integratie van de allochtonen verder gevorderd? Nee, de gettovorming in de buitenwijken woekert voort en de Amsterdamse scholen waar de integratie plaats zou moeten vinden worden steeds zwarter. Hun kwaliteit geeft ook in PvdA kringen aanleiding tot zorg. De Raad en het College van B en W kunnen daar op worden aangesproken.
De etnische wijkvorming, die de gemeente Amsterdam onder burgemeester Cohen heeft laten gebeuren, heeft geleid tot versterking van het “apartheidseffect” en de daaruit voortvloeiende discriminatie[2]. Als men dat wil tegengaan, dan is er geen alternatief voor een strikt integratiebeleid. Wie discriminatie en etnische tegenstellingen als het grote kwaad ziet van deze tijd zou iedere maatregel die bij kan dragen aan integratie aan moeten grijpen.
Als we de wet en de verdragen hadden aangepast toen de immigratie op grote schaal begon en we hadden in alle grote steden een resoluut beleid tegen gettovorming gevoerd, dan hadden we ons zelf en onze allochtone immigranten een hoop ellende kunnen besparen. Dan hadden we de aantallen beter binnen de perken gehouden en de Nederlandse absorptiecapaciteit was intact gebleven.
Er zijn twee belangrijke incentives voor de immigratie uit de achtergebleven gebieden van Turkije en Marokko. De eerste is de mogelijkheid om hier in een eigen, bijkans autonome, omgeving te kunnen wonen. De tweede zijn de sociale voorzieningen, die het de immigranten mogelijk maken apart te wonen zonder zich veel aan te hoeven trekken van de autochtone samenleving . Wie integratie voor staat hoort op beide punten veranderingen door te voeren.
Allochtone wijken brengen als het ware van zelf allochtone voorzieningen mee: zwarte scholen, godsdienstige instellingen, allochtone winkels, wijkcentra, deelraden e.t.q. die allemaal het effect hebben integratie overbodig te maken en de apartheid te faciliteren.
De door de sociale voorzieningen gesponsorde werkloosheid, die door de aanwezigheid van grote aantallen illegalen in werkelijkheid nog groter is dan uit de officiële cijfers blijkt, neemt de belangrijkste motor voor integratie weg: een arbeidsplaats te midden van autochtonen.
Het is mijn indruk dat burgemeester Van der Laan wel oog heeft voor de gevolgen van het integratiebeleid van zijn voorganger, maar dat de Amsterdamse PvdA in zijn geheel nog steeds niet erg overtuigd is.
Het beleid van de Amsterdamse gemeente t.a.v. het integratievraagstuk heeft de nieuwe apartheid in de hand gewerkt. Dat beleid is ondermeer terugvinden in de gemeentelijke notitie Kerk en Staat. Dat is een werkstuk dat sterk leunt op een publicatie van de WRR, “Geloven in het Politieke Domein”. Belangrijk voor de beleidsformulering is ook de rede geweest die Job Cohen gehouden heeft op het congres van het Nederlands Genootschap van burgemeesters op donderdag 6 oktober 2005.
Een citaat hieruit:
De verloedering van 19e – eeuwse volkswijken, van de binnenstad en van de wijken die in de jaren ’20-‘40 van de vorige eeuw zijn gebouwd is – althans in Amsterdam- voorkomen. Maar er is iets anders voor in de plaats gekomen: mensen die sociaal niets met elkaar te maken hebben, zijn in dezelfde fysieke ruimte geplaatst, misschien in de stille hoop dat hun gezamenlijke aanwezigheid daar tot nieuwe verbanden leiden zou. Dat dit onvoldoende is gebeurd lijkt mij evident. En dan wordt er gezegd: de integratie van bevolkingsgroepen is mislukt – maar dat was nimmer een doelstelling van het woon- en bouwbeleid. Waarbij ik ook moet aantekenen dat de Nederlandse burger uiteraard vrij is om de verbanden aan te gaan die hij of zij zelf nuttig en nodig vindt.
Geen integratie dus als een bewust onderdeel van het gemeentelijke woon- en bouwbeleid. Toch heeft de stedelijke overheid wel degelijk woonbeleid gevoerd, via de Dienst Wonen en haar voorgangers en via de woningbouwverenigingen die nauw met de stad verbonden zijn. De stad geeft de woonvergunningen af in de negentiende-eeuwse wijken. Die vallen voor zover het huurwoningen zijn massaal in haar distributiesysteem. Als er sprake is van illegaal wonen dan is ook dat het gevolg van een beleid: het gemeentelijk gedoogbeleid. De stad beschikt over de beleidsinstrumenten om een woonbeleid te voeren en dus is de woonsituatie in de stad haar verantwoordelijkheid.
Wil ze dat niet of kan ze dat niet, dan hoort ze die instrumenten niet te hebben. Die leiden dan alleen tot rechtsongelijkheid, tot bevoordeling van wetsovertreders en benadeling van andere burgers.
Niemand hoeft een rekenwonder te zijn om te kunnen vaststellen dat de influx van niet-westerse allochtonen in Amsterdam en andere grote steden onmogelijk het gevolg kan zijn van reguliere immigratie binnen het kader van wettelijke voorschriften. Het overgrote deel van de immigratie is op een of andere manier illegaal geweest, dat kan niet anders.
Gastarbeiders en hun nakomelingen, politieke vluchtelingen en herenigde gezinnen kunnen bij een behoorlijke handhaving van de bestaande wetten in een generatie tijd onmogelijk twee miljoen nieuwe Nederlanders opleveren[3]. Wie het verhaal van Hirsi Ali indertijd goed heeft gevolgd weet ook precies hoe het wel is gegaan: met list en bedrog en een overheid die erbij stond en ernaar keek.
In Amsterdam kan iedere bewoner van een volkswijk getuigen dat het niet alleen passief gedogen is geweest. Veel allochtone medewerkers van de overheid helpen actief. Andere ambtenaren zijn eerder bang om van discriminatie beschuldigd te worden dan om de wet te overtreden. Daarom zijn pas verenigde gezinnen met voorbijgaan van de wachtlijsten vaak meteen weer aan separate woonruimte geholpen. Liefst in de wijken van hun keuze. Eenmaal gescheiden werd men opnieuw verenigd met nieuwe familie uit de thuislanden. Zo zijn de Westelijke tuinsteden, delen van Noord, de Indische de Transvaal- en de Dapperbuurt de nieuwe getto’s geworden en zo zijn de oorspronkelijke bewoners uit de stad verdreven.
De stelling in de rede van Cohen van 2005 dat er in volkswijken nu mensen wonen die niets met elkaar te maken hebben is al lang weer achterhaald. In snel tempo zijn die wijken etnisch homogeen geworden en tegelijk etnisch gesepareerd van de rest van de samenleving. Heeft de overheid dat gewild?
Dat is een irrelevante vraag. De overheid is misschien wel onvoldoende georganiseerd om haar op dit punt een duidelijke eigen wil toe te kennen. Bovendien, ook als het niet zou zijn gewild, het is wel degelijk beleid geweest en de overheid is verantwoordelijk voor de gevolgen.
Links Amsterdam ‘bevordert’ in marxistische termen ‘objectief de discriminatie van allochtonen in de stad en verhindert hun integratie’.
Kijken we naar de verkiezingsprogramma’s van de vorige en volgende verkiezingen dan valt op dat de integratieparagrafen opnieuw schitteren door afwezigheid. Er zijn een aantal separate maatregelen die je met wat goede wil als integratie bevorderend kunt aanmerken maar geen beleid van betekenis.
Dit gaat de Partij van de Arbeid doen om te integreren: Veilige stad: voor de aanpak van jeugdige daders willen wij 1,5 miljoen euro structureel uittrekken, bovenop de reeds in de gemeentebegroting gereserveerde bedragen. Kans voor alle kinderen: investeer in de Amsterdamse leraar – We investeren de komende 4 jaar 24,8 miljoen euro in de kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Aanvalsplan tegen jeugdwerkloosheid – In de bestrijding van de jeugdwerkloosheid investeren we 7 miljoen euro. Speciale aandacht voor en aanpak van jonge daders- Op de aanpak van jeugdige daders zetten we 6 miljoen euro in. Talentrijke stad: voor het ‘versterken van de Amsterdamse leraar’ wordt 5 miljoen incidenteel uitgetrokken voor het ontwikkelprogramma ‘omgaan met verschillen’ en 0,4 miljoen euro om Amsterdamse leraren te kunnen compenseren voor verlengde leertijd aan kinderen die het nodig hebben.
Bij het bouwbeleid en de woningdistributie zijn er eigenlijk geen voornemens om de integratie te bevorderen, tenzij men het opknappen van buurten en dorpen daaronder wil verstaan. Het verkiezingsprogram lijkt alles bij elkaar een weerspiegeling van het feit dat de PvdA innerlijk verdeeld is over de aanpak van het integratieprobleem. Persoonlijk ben ik erg tegen het voornemen om de integratie te bevorderen door overheidsfuncties te reserveren voor allochtonen. De bureaucratische manier waarop dat met zekerheid gaat gebeuren zal er borg voor staan dat alleen op een soort Griekse manier baantjes worden gecreëerd om mensen van de straat te houden. De PvdA in mijn stad heeft toch al een verdiende reputatie van cliëntelisme en dit ligt helemaal in die lijn.
Op zich is werkloosheidsbestrijding een vorm van integreren, want onder allochtonen is de werkloosheid dubbel zo groot als bij autochtonen. Maar een meer gerichte integratiebevordering, zoals men dat in de VS doet werkt m.i. effectiever. Men zou bijvoorbeeld aan bedrijven met een minimumpercentage aan allochtone werknemers de voorkeur kunnen geven bij overheidsaanbestedingen, bij overigens vergelijkbare prijs/kwaliteit van het aanbod. Ik weet dat men daarbij op Europese regelgeving stuit maar ook in Brussel zal men er begrip voor kunnen brengen dat integratie hoge prioriteit heeft.
Ik meen dat we moeten constateren dat de PvdA verzaakt bij het belangrijkste politieke probleem van onze generatie, de integratie van allochtonen. En aangezien de andere partijen het in dit opzicht niet veel beter doen, ziet het er gewoon allemaal niet goed uit. Ik stem dit keer maar eens op iemand die ik ken en die me dat gevraagd heeft. Niet omdat ik het politiek met hem eens ben of omdat hij iets voor mij of de stad zou kunnen doen als hij gekozen wordt, maar gewoon als mijn manier van tegen stemmen.
[1] De Ridder, hoogleraar aan de TU in Delft, zei over de aanleg het volgende: “Om een paar oude pandjes in de Ferdinand Bolstraat te laten staan, moeten nu twee tunnelbuizen boven elkaar worden gelegd. Ik zei, wat destijds nogal dwars was: zet die mensen vijf jaar in het Amstelhotel, geef ze elke dag biefstuk en een Mercedes met chauffeur, en dan nog ben je tien keer goedkoper uit”.
[2] Discriminatie is zoals allochtonen het noemen, omdat dit in progressieve kringen een toverwoord is. Maar etnische spanningen is een neutralere en juistere uitdrukking.
[3] In totaal woonden er in 1998 in Nederland 1,2 miljoen niet-westerse allochtonen. In 2015 zouden dat er volgens het CBS 2,0 miljoenmoeten zijn geweest. Zie http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/bevolking/publicaties/artikelen/archief/1999/1999-0229-wm.htm

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in maatschappelijk, Nederland, overheid, politiek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s