Schalken, een openbare discussie.

Wat bij mijn weten nooit eerder is gebeurd in de Nederlandse rechtspraak: een rechtbank heeft de vloer aangeveegd met een uitspraak van het boven haar geplaatste Hof. Dat Hof had inhoudelijk het Kamerlid Wilders veroordeeld voor diens politieke uitspraken over de islam en de rechtbank negeerde in haar vonnis het haar door het Hof aangereikte oordeel .
In het kielzog van dit vonnis heeft de auctor intellectualis van de Hof uitspraak, Tom Schalken, ontslag genomen als raadsheer. Dat deed hij, naar hij zei, omdat hij zich slecht behandeld voelde en vrij wilde zijn om zich te verdedigen. Zijn president had hem erop gewezen dat het in Nederland gebruikelijk is dat rechters zich onthouden van deelname aan het maatschappelijk debat ook als dit hun zelf aangaat, tenzij maatschappelijke items onderdeel vormen van juridische vragen die hun worden voorgelegd. Dit geldt zowel voor als na hun ontslag als rechter.
De wrakingskamer vond, denk ik, dat het gedrag van Schalken tijdens het z.g. etentje de functie van de rechter in de ogen van het publiek zou ondermijnen, als er niet in foro publico over gesproken zou worden. Dat blijkt niet rechtstreeks uit de wraking maar het publieke vertrouwen speelde in die uitspraak niettemin een overheersende rol. Toen daarna een AG bij de HR in een uitgelekte notitie de gewraakte rechter weer in het gelijk stelde, was het met dit vertrouwen even helemaal gedaan.
Zijn aanhang maar ook veel andere Nederlanders hebben het optreden van de justitionele autoriteiten in de rechtszaak van Geert Wilders ervaren als een samenzwering. De vrijspraak heeft gelukkig de gemoederen weer wat bedaard. Misschien zou het in het belang van de functie van de rechterlijke macht in onze rechtsstaat maar het beste zijn om er t.a.v. Schalken verder het zwijgen toe te doen, maar het is te opmerkelijk om te bezien hoe hij zich over de functie van de rechter in de samenleving in ander verband heeft uitgelaten. Ik citeer een tweetal passages uit een artikel van zijn hand in Spiegels voor rechters, wat een uitgave is van het Amsterdamse hof en het studententijdschrift Ars Aequi et Libri. Het artikel draagt de naam ‘Het rechterlijk vonnis als onvoltooid verhaal’. Eerst deze:
Zeker in tijden van rumoer rond rechterlijke uitspraken komt de kwestie van de motivering van vonnissen weer op de agenda te staan. De rechterlijke motivering dient er immers niet alleen toe om uitleg te geven aan de betrokken justitiabele, maar ook, over zijn hoofd heen, aan de samenleving. Het motiveren van vonnissen kan substantieel bijdragen aan het versterken van de maatschappelijke legitimiteit van de rechtspraak, wanneer de rechter in zijn uitspraken tenminste blijk geeft van responsiviteit jegens de samenleving, m.a.w. als hij rekening houdt met wat onder de bevolking leeft.

Om te beginnen een compliment. De geciteerde zin is helder en begrijpelijk. Zij onderscheidt zich in positieve zin van de uitspraak van het Hof in de zaak Wilders waar ik elders op deze site al eens commentaar gegeven heb. Maar nu deze zin toegepast op deze zelfde uitspraak.
Er was al eerder rumoer rond rechterlijke uitspraken en aan het Hof werd de meest geruchtmakende politieke kwestie van het moment voorgelegd: kunnen politieke tegenstanders bij de rechter verhaal krijgen als uitspraken van een Kamerlid hun niet bevallen omdat ze menen dat in die uitspraak een belediging van personen verscholen zit? Een links liberale politieke vleugel meende dat zij zelf en haar beschermelingen van uitspraken van deze soort gevrijwaard hoorden te worden, maar de Nederlandse samenleving als geheel was een andere mening toegedaan.
Heeft de motivering van de uitspraak van het hof bijgedragen aan de legitimiteit van de rechtspraak? Het antwoord kan niet anders zijn dan : nee, integendeel. De uitspraak hield geen rekening met wat er onder de bevolking leefde en schond op tamelijk brute wijze de oude staatsrechtelijke regel van de scheiding der machten. Nu een tweede citaat:
Aan de ene kant consumeert hij ( de rechter) wat binnen de samenleving belangrijk wordt gevonden, filtert hij dit tot de reflectieve achtergrond waartegen zijn beslissingen inhoud krijgen en stelt hij vervolgens vast wat hij aan waarheid gevonden heeft.
Aan de andere kant moet hij die waarheid weer presenteren aan de samenleving die de rechterlijke beslissing niet beoordeelt op haar volledige conformiteit maar op haar begrijpelijkheid. Alsdan zijn burgers bereid zich naar de in de rechtspraak ontwikkelde normen te gedragen. De samenleving is dus zowel inspiratiebron als normadressant.

Het tweede citaat is dichterlijker maar ook minder helder dan het eerste. Hoe dan ook, aan de regel die erin is vervat heeft Schalken zich niet gehouden. De samenleving vond belangrijk dat de politiek nu eens in alle duidelijkheid de nadelen van de plotselinge en zeer omvangrijke immigratie van niet westerse allochtonen aan de orde stelde en dat zij de overheid daarvoor ter verantwoording riep. De eerste strafkamer van het Amsterdamse hof motiveerde haar vervolgingsbeslissing – kort samengevat – door de gewraakte uitspraken van Wilders beledigend te achten omdat zij die beledigend vond. Begrijpelijk was dat allerminst en de burgers, maar ook de eigen Amsterdamse rechtbank reageerden erop door het oordeel van het hof naast zich neer te leggen. De normadressant die tevens inspiratiebron geacht werd te zijn voelde zich niet aangesproken en niet begrepen.
Maar het zijn niet alleen de uitspraken van Schalken die in hun onderling verband niet goed te volgen zijn, het is ook zijn gedrag. Het dineren met en aanspreken van een getuige die nog moet worden gehoord in een zaak die door hemzelf is verordonneerd en in zijn intentie bovendien al door hem bij voorbaat is beslist, is niet alleen ongebruikelijk, het is schandaleus. Dat Schalken dat niet begreep en meende dat hij zich daar in het openbaar nog voor verdedigen kon, is opmerkelijk maar het ligt in de lijn van wat hij eerder gezegd heeft en gedaan. Dat een AG op technische gronden meende dat wraking van een rechtbank die daar anders over dacht, niet aan de orde hoorde te komen, doet niet af aan het feit dat het hof en de Majesteit met de benoeming van Schalken een vergissing hebben begaan en dat zijn ontslag na deze blunder wenselijk was en geen nadere openbare discussie behoefde.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in overheid, recht, staatsrecht, strafrecht. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s