Ruben en Julian

De overheid draagt verantwoordelijkheid voor het publieke deel van de samenleving, niet voor het private. Dat betekent overigens niet dat alles wat wel publiek is in de samenleving ook door de overheid gedaan zou moeten worden. De ervaring in socialistische landen heeft geleerd dat dit niet tot goede resultaten leidt, gesteld al dat het mogelijk zou zijn. De overheidstaken concurreren te veel met elkaar om mensen en andere resources en ze worden dan geen van alle meer naar behoren uitgevoerd.
Ideaal is het, wanneer een samenleving zo veel mogelijk zelfredzaam is. Dat beperkt de bureaucratie[1]. Het stimuleert het vinden van nieuwe oplossingen en biedt ruimte aan nieuw ontwikkelingen. Dat betekent niet dat er dan helemaal geen taak zou zijn voor de overheid, maar die beperkt zich dan tot toezicht. Dat geldt vooral voor zaken waarmee het overleven van de samenleving is gemoeid, zoals voedsel- en drinkwatervoorziening of onderwijs. Aan de andere kant, sommige taken moeten nu eenmaal door de overheid zelf worden verricht, omdat men ze niet aan anderen kan toevertrouwen.
Dat geldt voor defensie en justitie, die taken definiëren als het ware de overheid. Wie ze uitvoert ‘is’ de overheid. Ze zijn uit hun aard monopolistisch. Wie ze in een historisch kader beziet zal tot de conclusie komen dat het de taken zijn die in oorsprong door de vorst werden verricht en in de loop van de geschiedenis van zijn takenpakket zijn afgesplitst. Eerst bleven ze onder zijn eindverantwoordelijkheid, maar op den duur werden ze verzelfstandigd en gebureaucratiseerd[2]. Ook als zo’n taak verzelfstandigd wordt blijft het ‘overheid’ Op andere belangrijke publieke terreinen zoals bijvoorbeeld onderwijs is het mogelijk en ook efficiënter dat het werk buien de overheid gedaan wordt maar wel onder toezicht of controle door de overheid.
Bij de bestudering van dit fenomeen moet eerst een behoorlijk begripsmatig onderscheid wordt gemaakt tussen de private en de publieke sfeer. Binnen de private sfeer heeft de overheid geen taak, maar juist op het grensgebied van privaat en publiek weer wel. De overheid zal zich als regel zo ver mogelijk verwijderd moeten houden van bemoeienis met de opvoeding van kinderen door hun ouders. Maar juist als ouders te kort schieten en het leven of de gezondheid van kinderen komt in gevaar, hoort de overheid de kinderen ter zijde te staan. Daar is men het in elk geval in onze Nederlandse samenleving over eens. Dat maakt de grens tussen afzijdig houden en overheidsbemoeienis tot een precair onderwerp. Dat is een tijd geleden, na het vinden van de twee verdwenen kinderen van een suïcidale vader, weer eens duidelijk gebleken. De hele samenleving leefde mee en stelde de jeugdzorg impliciet of expliciet in gebreke.
We hebben in Nederland de kinderrechter en de raden voor de kinderbescherming, maar daarnaast ook de bureaus voor de jeugdzorg en nog andere instanties die elkaar in de praktijk zowel ondersteunen als in de weg zitten. De afloop van de affaire Ruben en Julian [3] wijst erop dat, met alle aandacht die er voor de jeugdzorg is, niet in alle gevallen de hulp geboden kan worden die nodig blijkt.
Zolang men erkent dat de overheid geen recht heeft om in te grijpen in de normale relatie tussen ouders en kinderen impliceert men dat ongelukken daarbij nooit helemaal te vermijden zullen zijn. Maar aan de andere kant kan het toezicht in de gevallen dat er duidelijk sprake is van een risico beter worden georganiseerd dan nu het geval is.
Jonge kinderen in een ‘vechtscheiding’ zijn per definitie risicogevallen en als beide ouders ondanks hun ruzie het ouderlijk gezag behouden is er denk ik altijd behoefte aan een gerichte vorm van toezicht van overheidswege. Die zal dan in de eerste plaats gefocust moeten zijn op het vaststellen van het niveau van risico en als dat hoog blijkt te zijn op een effectieve vermijding van ongelukken.
Hierbij is sprake van toezicht in de primaire betekenis van het woord: zorg voor individuen. Daarnaast is er toezicht op de instantie(s) die voor het toezicht in de eerste betekenis verantwoordelijk zijn. Hoe kan de zorg voor individuen het beste georganiseerd worden, zo dat er vanwege de overheid één persoon eindverantwoordelijkheid houdt en door hem of haar het risico zo doelmatig mogelijk wordt verminderd. Dat het risico niet doelmatig kan worden beperkt als meerdere personen en instanties tegelijkertijd en op hetzelfde niveau verantwoordelijk zijn, zodat hun toezicht concurreert in plaats van ondersteunt, is een inzicht dat in de jeugdzorg nog niet algemeen wordt gedeeld.
Het is daarnaast belangrijk dat het publiek beseft dat een uitsluiting van ieder risico niet mogelijk is en. Behalve een efficiënte organisatie van toezicht is op dit punt ook een goede communicatie nodig zodat het betere niet de vijand kan worden van het goede.

[1] In de betekenis van regelgeving en van formalisering van relaties tussen overheid en burger.
[2] Bureaucratie in de positieve betekenis die Max Weber aan het woord geeft. Zie Max Weber Gesammelte Aufsätze zur Wissenschaftslehre en Gesammelte Politische Schriften
[3] http://www.ad.nl/binnenland/moeder-van-ruben-en-julian-vertelt-een-keer-haar-verhaal~a78494ec/

Advertisements

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Organisaties, overheid. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s