Veranderingen in de inrichting van het werk.

Hoe lang je door kunt werken als je ouder wordt hangt erg van je baan af en natuurlijk ook van je gezondheid. Individueel kunnen de verschillen groot zijn, denk ik, maar voor veel mensen geldt in dit opzicht toch wel het gemiddelde.
Gemiddeld denk ik dat mensen langer door kunnen werken dan tot hun vijf en zestigste en dat ze dat ook wel zouden willen. Maar het is toch duidelijk dat je op je zeventigste en ook al op je zestigste niet meer zo veel energie hebt als toen je dertig was. Als de samenleving graag wil dat mensen langer blijven werken, dan zou men de banen en de werktijden daarop aan moeten passen.
De Tilburgse hoogleraar Verbon klaagde er in de Volkskrant over dat hij na een paar uur college geven doodmoe is en hij impliceert dat met de inroostering van de colleges met de leeftijd van de docenten beter rekening moet worden gehouden. Ik denk dat hij gelijk heeft en dat het niet alleen geldt voor hoogleraren. Er zou eens goed moeten worden nagedacht over de manier waarop we die gewenste verlenging van de werkleeftijd kunnen faciliteren.
Ik was vroeg in de zestig toen ik mijn compagnonschap in een groot advocatenkantoor eraan gaf en weer voor mezelf ging werken. Het tempo dat op zo’n groot kantoor door je omgeving van je verwacht wordt – zonder dat dit ooit met zoveel woorden gezegd wordt overigens – kon ik toen nog wel aan. Maar ik merkte toch dat het me meer moeite ging kosten en ik wilde het proces van aftakeling voorkomen dat ik om mij heen plaats zag vinden.
Ik had het soort praktijk dat zich daartoe leende en ik heb toen in een jaar of vier vijf de grote praktijk die ik had afgebouwd en aan anderen overgedragen. Nooit een moment spijt van gehad, maar ik besef dat niet ieder kantoor en niet iedere praktijk zich voor een dergelijke individuele procedure leent.
Naar mijn mening zou voor advocatenkantoren een verplichte afbouw die een paar jaar duurt een voortuitgang zijn, waarbij je er wel vanuit moet gaan dat in die periode het inkomen van de betrokkenen navenant terugloopt.
Ik denk dat voor veel andere vrije beroepen in dit opzicht hetzelfde geldt als voor de advocatuur. In de vrije beroepen is wel maar een betrekkelijk klein deel van de bevolking werkzaam, maar er wordt goed verdiend en het is het soort beroepen dat zich gemakkelijker leent tot experimenten dan het grote bedrijfsleven.
Wat voor ouder wordende mensen geldt, gaat m.m. ook op voor de werkende moeders. De samenleving is er nog steeds niet op ingesteld maar het zou niet alleen voor de kinderen en de moeders, maar ook voor de werkgevers een vooruitgang betekenen als de combinatie van werk en gezin voor vrouwen systematischer gefacilieerd zou worden. Ik zag om mij heen moeders met jonge kinderen afhaken en pas weer terugkomen in het werkzame leven als de kinderen naar de middelbare school gingen. Dat betekent dat ze precies de periode missen in hun carrière waarin beslist wordt wie er doorgroeit naar de top. Dat is zeker een van de reden waarom er verhoudingsgewijs nog steeds zo weinig vrouwen in de top van het bedrijfsleven zitten en dat de vrouwen die er zitten zo vaak geen kinderen hebben.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in bedrijfsleven. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s