De Europese samenwerking.

In de preambule voor de nieuw Europese grondwet waar we in 2005 over hebben gestemd, werd de klassieke oudheid genoemd als een van onze wortels. Daarmee werd waarschijnlijk meer gedoeld op het Athene van Pericles en haar zustersteden dan op de Romeinse republiek. Het was aan de andere kant de republiek van Rome die eerst tot model heeft gediend voor de Amerikaanse en later ook voor de Franse republiek.
Ik denk de Griekse oudheid, omdat boven die preambule oorspronkelijk een citaat stond van Thucydides, waarin de Atheense democratie werd geprezen[1]. De onafhankelijke stadstaat was kenmerkend voor het Middellandse Zeegebied tot ongeveer driehonderd v.C. toen achtereenvolgens de Macedoniërs van Alexander de Grote en de Romeinen aan hun zelfstandigheid een einde hebben gemaakt.
De Griekse polis had model gestaan voor de staatstheorieën van Plato en Aristoteles, maar als historisch fenomeen verdween zij van het toneel. Pas in de tweede helft van de Middeleeuwen dook in Italië en in de Lage Landen de republikeinse stadstaat opnieuw op.
De omvang ervan was een compromis tussen het aantal mensen dat door de landbouw in de omgeving gevoed kon worden en het aantal mensen dat minimaal nodig was voor de verdediging. Die gegevens waren variabel, omdat de bijzondere geografische omstandigheden de verdediging gemakkelijk of moeilijk konden maken, de omgeving vruchtbaar of onvruchtbaar kon zijn en voedsel behalve uit de omgeving ook van overzee kon worden aangevoerd.
Aan de Zuidzijde van de Middellandse Zee, in hoofdzaak het tegenwoordige islamitische deel, ontstond in de oudheid een cut throat competitie tussen de steden. Alleen voor zover er een affiliatie was, zoals die bestond tussen Carthago in het Westen en Tyrus in de Libanon, waren er vriendschappelijke relaties. Voor het overige was er wel handel maar betrekkelijk weinig cultureel verkeer tussen de steden. Dat was heel anders in het klassieke Griekenland, waar een merkwaardige mengelmoes ontstond van vijandschap en camaraderie tussen de steden.
De onderlinge naijver kon leiden tot verwoestende oorlogen. Soms op grote schaal, zoals de Peloponnesische oorlog, maar veel vaker tot kleinere. Ook een kleinere oorlog kon wel eens de verwoesting en verdwijning ten gevolge hebben van een overwonnen stad met verkoop in slavernij van alle overlevenden[2].
De saamhorigheid tussen de Hellenen kwam zag je terug in de gemeenschappelijke godsdienstige ceremonieën, waarvan de Olympische spelen en de theater festivals deel uitmaakten. Ook wel in de onderlinge hulp tegen vijanden van buitenaf, met name in de Perzische oorlogen. De vriendschappelijke onderlinge competitie leidde tot het ontstaan van de drama’s van Aeschylus, Sophocles en Euripides en van de lyrische gedichten van Pindarus en Sappho[3]. Zij was ook de bron van het drukke onderlinge verkeer, van de bloei van architectuur, de beeldende kunsten en de filosofie.
Het succes van handelssteden als Athene en Corinthe doorbrak het dynamische evenwicht dat de Griekse steden vanouds klein en bestuurbaar had gehouden. Ze werden groter en tegelijk ook kwetsbaarder. De afhankelijkheid van de handel werkte de vorming in de hand van grotere rijken, waarin handelsroutes gemakkelijker te verdedigen waren. Grote rijken, als die van Alexander en later van Rome, maakten op den duur de onderlinge competitie en oorlogen overbodig, maar zij doodden ook de burgerzin en de initiatieven die Griekenland groot hadden gemaakt.
Rome was ontstaan als een vergroot Sparta, een stadstaat die uitsluitend op oorlog en verovering was ingericht. Voor het regeren van een rijk dat het in hoofdzaak van vreedzame economische activiteiten moest hebben was het eigenlijk tamelijk pover uitgerust. Dat het Romeinse rijk het toch zolang heeft uitgehouden ligt aan twee omstandigheden, waarvan de een als positief en de ander als negatief moet worden aangemerkt.
Positief was het Romeinse recht[4] en de kleine, maar goed georganiseerde militaire macht, die in feite de politie was die dat recht kon afdwingen. Negatief was de onmogelijkheid om met de beschikbare communicatiemiddelen de top down organisatie op peil te houden, die kenmerkend was voor ieder groot rijk uit de oudheid[5]. De zelfstandigheid en het succes van grote handelssteden als Alexandrië en Antiochië had zeker te maken met het feit dat zij ver van Rome aflagen. Zij konden door het centrale gezag niet in detail worden bestuurd en moesten wel grotendeels op eigen initiatief handelen. Zowel zelfstandigheid als succes werden minder toen de hoofdstad van Rome werd verplaatst naar Byzantium. Op den duur heeft de verlammende werking van het centrale gezag de welvaart in het hele Romeinse rijk ondermijnd.
Onderlinge concurrentie tussen kleine en daarom bestuurbare staatkundige entiteiten, die toch in een gemeenschappelijke cultuur met elkaar verbonden blijven, waardoor er voldoende cohesie blijft. Dat levert de beste voorwaarden voor culturele en economische ontwikkeling in samenlevingen, waar door een gebrekkige communicatie het bestuur verregaand moet worden gedelegeerd.
Wat heeft een dergelijke historische beschouwing te zeggen over het Brusselse streven naar eenwording in Europa, met al haar verschillende culturen en talen? In hoofdzaak dit.
De Europese Unie dient haar aandacht te richten op het scheppen van voorwaarden voor onderling verkeer tussen de lidstaten. Het is belangrijk dat zij ieder hun eigen identiteit behouden en een zo groot mogelijke zelfstandigheid. Brussel zou zich verre moeten houden van het opleggen van dwingende voorschriften als die niet door de omstandigheden geboden zijn. en om die reden ook voor iedereen acceptabel.
Voor de hervorming van de Europese instellingen zou dit uitgangspunt de volgende consequenties hebben.
De Unie zou om te beginnen begrippen als constitutief verdrag en grondwet moeten vermijden, omdat die ten onrechte het beeld oproepen van een autonome en door de inwoners gelegitimeerde Europese staat. De Unie is een samenwerkingsverband en geen Verenigde Staten van Europa. Zij zou dat alleen ten koste van de bestaande nationale staten kunnen worden. Mer zijn enkele landen, zoals België die dat willen, maar de meeste willen het niet.
Wanneer Knot in het jaarverslag van DNB pleit voor een verdergaande federalisatie van Europa, dan maakt hij een fundamentele vergissing. Een efficiëntere samenwerking en grotere budgettaire discipline betekent niet noodzakelijk verdergaande federalisering.
Brussel zou een analyse moeten maken van de probleemgebieden waarin samenwerking tussen de lidstaten essentieel is. De Unie zou haar werkzaamheden tot die gebieden moeten beperken. Zij kan groot nut hebben als een lichaam met een beperkte en niet hiërarchische organisatie, die dienstbaar is aan haar leden. Het niet te verwezenlijken streven naar een federale staatsvorming staat het goede functioneren van de Unie nu al jaren in de weg.

[1] Dat citaat stond er later niet meer, waarschijnlijk omdat de vertaling niet helemaal klopte.
[2] Stagira, de geboortestad van Aristoteles, is een bekend voorbeeld. De mogelijkheid van een totale ondergang, die uitsluitend door de verdiensten van de wapen dragende mannelijke bevolking tussen twintig en veertig jaar kon worden afgewend, kleurde de ethiek van de oudheid. Zowel het Griekse begrip voor deugd aretè, afgeleid van de krijgsgod Ares, als het Romeinse begrip virtus, ‘mannelijkheid’, duidt op andere deugden dan wij gewend zijn.
[3] Homerus dateert uit een periode die aan de stadstaten vooraf gaat. Voor hem bestaat geen goede verklaring, hij lijkt een betrekkelijk eenzaam genie te zijn geweest, of in elk geval het enige genie van wie het werk uit de voor-klassieke periode is overgebleven. Hij is de standaard en het voorbeeld voor alle Griekse schrijvers en dramaturgen na hem en heeft een immense invloed uitgeoefend op de Griekse beschaving. Zijn invloed op de klassieke Griekse wereld is te vergelijken met die van Jezus van Nazareth op de onze.
[4] Rome was de uitvinder van de rechtsstaat en dat maakte de kwaliteit van de individuele regeerder daar minder doorslaggevend dan in andere grote rijken.
[5] Een groot rijk kan alleen bijeen worden gehouden als het centraal geregeerd wordt. Te grote zelfstandigheid van de onderdelen, zoals van de Perzische satrapieën leidt op den duur tot opstanden en afscheidingen. De centrale machthebber dient steeds bedacht te zijn op concurrenten die zich willen afscheiden of hem willen vervangen en kan daarom eigen initiatief maar in beperkte mate dulden. Daarin zit de paradox dat hoe zwakker de centrale machthebber is, hoe zwakker hij ook zijn potentiële concurrenten dient te houden en hoe zwakker dus ook het rijk als geheel wordt.

Advertisements

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in europa, geschiedenis, Griekenland. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s