Sociale evolutie.

De evolutie van het leven op aarde geeft een toenemende complexiteit te zien. Omdat evolutie niet teleologisch kan zijn moet dat impliceren dat er een verband is tussen meer complex en beter tegen de omstandigheden opgewassen. Waarschijnlijk is dat verband andersom. Beter opgewassen heeft grotere complexiteit tot gevolg als bijverschijnsel. Maar die speciale groei na grotere ingewikkeldheid is hoe dan ook indrukwekkend.
Het leven is begonnen met grote zelf replicerende koolwaterstof moleculen, heeft dat repliceren efficiënt leren doen door het gebruik van RNA en nog efficiënter met DNA. Het heeft miljarden jaren nodig gehad voor het produceren van de eerste eukariotische cellen. Daarna heeft het tot zes honderd miljoen jaar geleden geduurd voor de cambrium revolutie tot stand kwam, die de meest nu nog levende diergroepen voortbracht. Verreweg de meeste levensvormen die we nu nog kennen stammen van na die tijd, die toch maar ongeveer tien procent bedraagt van de periode sinds de evolutie begonnen is. Sindsdien zijn de complexe zoogdieren en vogels geproduceerd en de insectensamenlevingen die een misschien nog wel een grotere complexiteit bezitten.
Een van de producten van de evolutie is het bewustzijn zoals dat bij mensen en rudimentair bij een aantal andere diersoorten voorkomt. Over dat bewustzijn heeft onze landgenoot Dijksterhuis een populair wetenschappelijk boek geschreven dat misschien meer aandacht verdient dan het in de pers gekregen heeft. Hij is een cognitive scientist, een moderne psycholoog en hij vindt het bewustzijn een overgewaardeerde commodity. Daar heeft hij goede argumenten voor die U zelf maar lezen moet in zijn boek Het Slimme Onbewuste. Complexiteit en bewustzijn liggen, denkt men, in elkaars verlengde, in die zin dat alleen de hogere diersoorten bewustzijn hebben en dat diezelfde diersoorten niet alleen het meest complex van opbouw zijn maar ook het meest complexe gedrag vertonen, mensen voorop. Volgens Dijksterhuis is er geen rechtstreeks verband, maar daarvoor geeft hij geen sluitende argumentatie. Maar terug naar de complexiteit.
Het heeft heel lang geduurd voordat de eukariotische cel ontstond en dat is niet voor niets. De complexiteit van die cel is enorm. Het is een efficiënte chemische fabriek en bevat alle chromosomen die de receptuur meedragen van de grote verscheidenheid van eukariotische levensvormen. Niet alleen mensen, maar ook bijvoorbeeld een product als gist. Die chromosomen van mensen en gist zijn voor een groot deel, voor meer dan de helft van de werkzame genen gelijk. Dat komt omdat het grootste deel van de genen nodig zijn voor de opbouw en de instandhouding van de cel zelf. Die cel is een van de meest complexe verschijnselen in de natuur. Veel complexer dan een groot deel van de wezens die met behulp van die cellen zijn gemaakt. Gist zelf bijvoorbeeld is zo simpel als wat. Het enige complexe eraan zijn die cellen.
Wat zegt dat allemaal nu? Dat zegt dat het heel goed mogelijk is dat iets dat zo complex is als een mens de bouwsteen vormt voor een grotere vorm van leven en dat het heel goed mogelijk is dat die “hogere” vorm geen bewustzijn heeft. Maar ook is het mogelijk dat een entiteit die geen bewustzijn heeft in staat is gedrag te vertonen dat de complexiteit van al het andere in de natuur overstijgt. De menselijke samenleving is een natuurlijk fenomeen en zij is meer complex dan al het andere.
Het ligt wel voor de hand dat het menselijk bewustzijn iets met het ontstaan van de samenleving te maken heeft, maar hoe dat verband precies ligt, daar moet de sociobiologie maar een antwoord op geven. We zijn nog nauwelijks begonnen met de bestudering van de samenleving uit een biologisch perspectief. De samenleving is het studieobject van de sociologie, maar dat is een leer die in sommige opzichten meer weg heeft van theologie[1] dan van een moderne wetenschap.
Dat is vreemd en in dit Darwinjaar zou dat fenomeen eigenlijk opnieuw aandacht moeten krijgen. Er zijn veel mensen die wat neerkijken op de zwarte kousen gelovigen die het scheppingsverhaal letterlijk nemen. Toch menen diezelfde mensen vaak nog dat al het andere via de evolutie ontstaan is, maar niet de menselijke samenleving[2]. Dat die samenleving ouder is dan de paar honderd duizend jaar van homo sapiens sapiens staat wel vast. Zij is zelfs ouder dan de paar miljoen jaar van homo erectus, want de chimpansee heeft een samenleving die in belangrijke opzichten weinig afwijkt van het stamverband van primitieve mensen.
Spencer en ook Nietsche hebben zich meer dan een eeuw geleden met de evolutie van de samenleving bezig gehouden, maar de sociobiologie wilde toen niet van de grond komen. Mogelijk omdat de eerste beoefenaren meer filosofen dan wetenschappers waren, maar vooral ook omdat een samenleving als een natuurlijk fenomeen op gespannen voet stond met het rationalisme van de late Verlichting. Het botst met de gedachte van de maakbaarheid van de samenleving. Een consequente toepassing van de evolutiegedachte op de samenleving en haar normen en waarden botst daarnaast met de gedachte van de onaantastbaarheid van de mens.
Niet voor niets werd de Australische filosoof Peter Singer uitgefloten door demonstranten toen hij in Den Haag de Willem Drees lezing kwam houden. Hij vindt dat er geen redenen zijn om dieren minder rechten toe te kennen dan mensen en omgekeerd dat er geen reden is om een vegeterend menselijk lichaam in leven te houden als dat van Eluana Englaro[3]. Vanuit Darwinistisch standpunt bekeken een volkomen rationele gedachte maar een humanistisch taboe.

[1] Toen de Nederlandse criminoloog Buikhuisen genetisch gedragswetenschappelijk onderzoek wilde doen, een vorm van sociobiologie, werd hem dat onmogelijk gemaakt door de socioloog en jurist Schuyt, die daarvoor in de sociologische en humanistische wereld grote waardering kreeg. Wanneer wetenschappelijk feiten in strijd komen met sociologische uitgangspunten dan geldt in de sociologie net als in de theologie: tant pis voor de feiten.

[2] Ook de menselijke ziel, als iets dat losstaat van het menselijk lichaam, kan zich nog steeds in een grote aanhang verheugen. Het rare daarbij is dat de grote Griekse filosoof Aristoteles, aan wie de eerste wetenschappelijke verhandeling over de ziel te danken is, die zelfstandigheid juist uitsluit. Hij ziet de ziel als datgene wat een levend lichaam van een levenloos lijf onderscheidt en kent daarom zielen toe aan alles wat leeft, ook aan planten bijvoorbeeld in zijn De anima of Peri tès psychès. Thomas Aquinas en al diens Arabische voorgangers hebben Aristoteles kennelijk in een slechte vertaling gelezen.

[3] https://nl.wikipedia.org/wiki/Euthanasiezaak-Eluana_Englaro

Advertisements

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in wetenschap en filosofie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s