Twaalf jaar stilstand in Europa.

Twaalf jaar geleden, in de NRC van 4 Juni 2005, schreef Jouke De Vries al dat Nederland een omgekeerde democratie had gekregen. Het was niet langer een elite die leiding geeft aan de bevolking maar de lager opgeleiden uit de bevolking die de toon zetten en een elite die volgde. Hij zag dat als de verwezenlijking van een vorm van directe democratie die de representatieve democratie sinds Fortuijn leek te hebben vervangen. Dat bleek bij politieke calamiteiten, zoals de moord op Fortuijn en op Van Gogh en opnieuw bij de uitslag van het grondwet referendum in 2005. Hij leek deze ontwikkeling niet als een vooruitgang te willen zien, maar zei ook niet hoe de representatieve democratie, die we hier sinds de negentiende eeuw gekend hebben, weer hersteld zou kunnen worden.
Pieter de Rooy schreef op dezelfde pagina dat naar zijn mening het volk juist niet zelf wil besturen maar alleen goed bestuurd wil worden. Met een verwijzing naar het verleden, toen in Nederland ook een grondwet bij referendum werd verworpen, suggereerde hij dat we hier misschien met een blessing in disguise te maken kunnen hebben, het zou nog best eens goed af kunnen lopen.

De Rooy had op naar mijn mening beide punten gelijk. Het wantrouwen t.a.v. de overheid dat nu een paar maal zo massaal tot uiting kwam, is een gevolg van het gevoel dat in Nederland overheerst, dat we sinds de zestiger jaren slecht worden bestuurd en dat ook Brussel er niet echt in slaagt om Europese problemen op te lossen. Nederland met haar afbraak van het onderwijs en de desorganisatie in de zorg is extreem, maar overal in Europa blijkt de negentiende-eeuwse staatsinrichting niet langer opgewassen tegen de problemen van de een en twintigste eeuw.
Het was bovendien juist wat hij zei, dat de tekst van de Europese concept grondwet niet alleen nog langer was dan de Nederlandse uit 1797, maar tenminste even slecht. Als J.A.A. van Doorn in Trouw van dezelfde Zaterdag suggereerde dat de ja stemmers de inhoud van de grondwet zwaar hebben laten wegen dan kunnen we alleen maar concluderen dat de hoger opgeleiden, op wie hij doelde, het stuk slecht gelezen of slecht begrepen hebben. Het enthousiasme dat men toonde tegenover het tweede deel, het deel met de grondrechten, was volkomen misplaatst. Niemand heeft behoefte aan nog een internationaal verdrag over de grondrechten naast het Europese verdrag voor de rechten van de mens en het UN grondrechtenverdrag. Het is een juridische misser als die rechten straks door een Hof in Luxemburg gehandhaafd zouden gaan worden in concurrentie met het Hof EVRM in Straatsburg. Dezelfde mensen die zo tevreden waren over de gele kaart die Nederland kon uitdelen als het subsidiariteitsbeginsel zou worden aangetast hebben geen oog voor de mogelijkheid dat het Nederlandse beleid op terreinen als euthanasie, homohuwelijk, abortus en drugsgebruik door datzelfde Hof EU zou kunnen worden opzij gezet, wegens strijd met de mensenrechten.
Een verdrag dat door niemand in zijn geheel gelezen of begrepen wordt is een bron van onverwachte en ongewenste ontwikkelingen en het argument dat veel ervan al in eerdere verdragen stond is een gebrekkig argument. De context is nieuw en dat maakt ook de betekenis nieuw. De noodzaak om de Brusselse machine aan te passen aan overhaast tot stand gekomen uitbreidingen is geen excuus voor broddelwerk. Als de nee-stemmen in het referendum tot gevolg zouden hebben dat er een betere grondwet komt, of liever nog helemaal geen, dan zijn zij inderdaad een blessing in disguise gebleken.
Met een paar kleine reparaties in de verworpen grondwet meenden de Brusselse Eurocraten in de vorm van het Verdrag van Lissabon een reële basis te hebben gevonden voor de samenwerking van intussen 28 Europese staten, maar het is evident dat dit niet het geval is geweest. Een nieuwe bestuurslaag plaatsen boven een aantal slecht functionerende nationale bureaucratieën is geen oplossing van de bestaande problemen, het creëert er alleen nieuw probleem bij.
De grondwetcommissie had er goed aan gedaan om niet voort te bouwen op de bestaande gebrekkige organisatie in Brussel, maar een analyse te maken van de problemen in dit werelddeel en vast te stellen welke daarvan de hoogste prioriteit hebben. Hun taak was het om daar een oplossing voor te bedenken. De instituten moeten voortvloeien uit de problemen waarvoor de Europese samenwerking nodig wordt geacht. Nu worden instituten gemaakt op grond van historische modellen, zonder dat iemand zich schijnt af te vragen waar die in een moderne wereld nog voor dienen. Zo los je niets op, maar zorg je ervoor dat de instituten zelf tot een probleem worden. Vergelijk de tijd die de laatste tien jaar besteed is aan de verruiming van de bevoegdheden van het Europese parlement met de tijd die besteed is aan het tot stand brengen van een werkzame Europese infrastructuur. Een verkeerstechnische, juridische, financiële en communicatieve infrastructuur is wezenlijk voor het functioneren van een markt en voor de welvaart. Het Europees parlement is irrelevant gebleken voor de controle van de Commissie en de Raad van Ministers , de twee enige Europese organen die er toe doen. De Europese Rekenkamer heeft in al de jaren van haar bestaan nog nooit een goedkeurende verklaring kunnen geven aan de Europese jaarrekening. Maar ook dat heeft geen wijziging van betekenis ten gevolge gehad.
Het komt niet alleen door hun Europese ergernis dat mensen, die de bijna vijfhonderd bladzijden grondwet niet hebben willen lezen en de toelichting niet konden begrijpen, zo massaal nee hebben gestemd. Het is zeker ook een uiting van nationaal onbehagen. Omdat de Nederlandse bestuurlijke elite zo uitgesproken voor een ja was gaf zij het volk de gelegenheid om met een nee zijn mening over haar elite tot uiting te brengen.
Geen van de twee schrijvers, De Vries en de Rooy, duidde aan waar het Nederlands establishment gefaald heeft, maar een lijst van mislukkingen is niet zo moeilijk te maken. Ik volsta met twee voorbeelden.
Die zelfde week werd in de Eerste Kamer de zoveelste wijziging behandeld in de zorgwetgeving, opnieuw ingegeven door uit de hand lopende kosten. Terecht waren de huisartsen in opstand gekomen tegen de ingreep van de overheid in hun medische vrijheid van handelen. Maar nog beter zou het zijn als de zorgwereld in haar geheel de overheid duidelijk zou maken dat op basis van het bestaande systeem de zorg geen toekomst heeft. Er is geen natuurlijke grens aan de kosten van een zorg die voor iedereen op gelijke wijze toegankelijk is. Zo’n systeem vraagt om een vorm van distributie en dus om wachtlijsten of om weigering van medisch noodzakelijke verstrekkingen en verrichtingen. Het vraagt vooral ook om een eindeloze bureaucratie.
Het bizarre is, dat met de indrukwekkende hoeveelheid geld die in de Nederlandse zorg wordt uitgegeven een voortreffelijke zorg mogelijk zou moeten zijn. Aan de bekwaamheid van het medisch personeel ligt het niet. Als er medische fouten worden gemaakt, wat in toenemende mate voor schijnt te komen, dan is dat eerder een gevolg van een gebrek aan organisatie en een falende moraal dan van een gebrek aan medische kennis of bekwaamheid bij de artsen.
Met alle morele bezwaren die ons establishment tegen de gezondheidszorg van onze buren heeft, moeten we toch constateren dat het daar allemaal beter werkt.
Wat de reden is dat Nederland een eigen slechter en duurder zorgsysteem moet hebben dan de ons omringende landen kan niet worden uitgelegd aan iemand die onze morele preoccupaties mist. De reden is ideologisch, logisch is zij in elk geval niet.
Ook het onderwijs verkeert in een staat van desorganisatie. Iedereen erkent dat, maar een duidelijk plan tot verbetering is er niet. In de zorg en bijvoorbeeld ook in het justitionele apparaat is er voldoende geld beschikbaar, maar moet men twijfelen of het aan de zaken wordt uitgegeven die de hoogste prioriteit hebben. Het onderwijs komt daarbij ook nog geld te kort. Toch is het ook daar in de eerste plaats een kwestie van een verkeerde organisatie. Worden er onderzoeken gedaan door buitenstaanders dan is dat altijd het hoofdpunt in hun commentaar.
Een voormalig Kamerlid van de SP, Agnes Kant, zei ooit dat het in de zorg ontbrak aan voldoende ervaren en goed opgeleid verplegend personeel. Dat was zeker een juiste waarneming, maar waar zijn die ervaren krachten gebleven die we vroeger wel hadden? Mark Rutte, toen nog staatssecretaris van onderwijs, wist het antwoord. Zijn zus en veel anderen met haar hadden genoeg van de drie lagen management die boven haar werden geplaatst en die werden betaald uit fondsen waar ook hun salaris uit moest komen. Ze had een hekel aan alle vergaderingen en het invullen van formulieren, waar de helft van haar tijd mee heen ging, terwijl om haar heen op collega’s werd bezuinigd maar niet op managers. Zij moest harder werken voor minder geld en in steeds minder aantrekkelijke omstandigheden.
Zij en al die anderen vertrokken liever naar andere banen met minder stress die beter werden betaald of concentreerden zich op hun kinderen en hun huishouding.
Met een verbeterde organisatie, die we in het buitenland zo zouden kunnen afkijken, staat de zorg in een paar jaar weer op de rails, maar het onderwijs, dat is veel ernstiger. Dat is nu voor een volledige generatie verknoeid. De leerkrachten zijn onvoldoende opgeleid en gedemoraliseerd. De door de scholen zelf afgenomen examens zijn onbetrouwbaar als indicatie voor het kennisniveau van de leerlingen. Er heerst geen discipline en de aangeboden leerstof blijkt voor een aanzienlijk deel van de leerlingen oninteressant. Absenteïsme en geweld zijn normale verschijnselen geworden.
Dit is de weg waarlangs op termijn het onderwijs verbeterd kan worden:
1. voer voor leraren een staatsexamen in met voldoende hoge eisen, aangepast per schooltype. Voorzie in nieuwe verbeterde opleidingen, die door dit examenniveau noodzakelijk zullen worden. Pas de honoreringen aan, aan de gestelde hogere eisen.
2. Pas de leerplichtwet aan, zodat het verwijderen van leerlingen die het onderwijs aan anderen bemoeilijken mogelijk wordt. Zorg dat dit voor scholen geen financiële consequenties heeft. Zorg voor een opvang van delinquente leerlingen. Maak aparte scholen voor de leerlingen die het normale onderwijs niet kunnen volgen. Berust er in dat het beter is goed onderwijs te hebben voor zeventig procent van de bevolking dan slecht onderwijs voor iedereen. Neem dat risico, maar wees niet verbaasd als ook het onderwijs voor de onwillige of onvoldoende begaafde leerlingen blijkt te verbeteren.
3. Schaf het ministerie van onderwijs af en vervang dit door een ZBO met uitgebreide bevoegdheden en een duidelijke opdracht. Hou daar controle op de besteding van het budget, breng bestuur en management niet in de verleiding zich zelf te verrijken.
4. Beperk de omvang van scholen en klassen zodanig dat met één managementlaag per school kan worden volstaan. Schaf het onbegrijpelijke locatiesysteem af en concentreer al het management dat niet in de individuele scholen kan worden opgebracht in het ZBO.
De bevolking houdt het landsbestuur verantwoordelijk voor de teloorgang van het onderwijs en de desorganisatie op andere terreinen en zij doet dat terecht.
Het utopisme dat ruim veertig jaar lang hoogtij heeft gevierd in de Nederlandse samenleving heeft de blik op de werkelijkheid verduisterd en de aandacht afgeleid van de groeiende problemen op allerlei plaatsen in de samenleving. Nu is de wal bezig het schip te keren en dat is een blessing in disguise.
Wat voor Nederland in het klein geldt, geldt voor Europa in het groot. Niemand zit te wachten op een nieuwe en zinloze politiek-bestuurlijke bureaucratie in Brussel. We willen samenwerking tussen de Europese landen op de terreinen waar die samenwerking zin heeft en een organisatie die probleemgericht is in plaats van vormgericht.
Een federale of confederale organisatie van Europa is geprobeerd en dat is mislukt. De cultuurverschillen tussen Noord en Zuid en West en Oost zijn simpel te groot. Een verdeling in drie regio’s zou beter zijn en de samenwerking zou veel meer probleemgericht behoren te zijn. Een nieuwe commissie Giscard maar dan met een betere bezetting zou aan het werk moeten en als die klaar is en de Raad van Ministers keurt het werk goed, dan zou er per land een referendum moeten worden gehouden. Dat lijkt een juiste procedure.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in europa, Nederland, politiek, staatsrecht. Bookmark de permalink .