Unifil.

Kofi Annan heeft de VN Veiligheidsraad verweten dat ze door hun onderling gekissebis zijn operatie in Syrië verknoeid hebben. Dat was niet de eerste keer dat de zo algemeen bewonderde Annan heeft laten zien dat hij maar moeilijk buiten de grenzen van zijn eigen wereldje kan kijken.
Toen hij nog SG was van de UNO, heeft hij ooit op gezag van zijn plaatselijke Franse commandant, Alain Pellegrini, verklaard dat Israël een Unifilpost in de Libanon willens en wetens heeft aangevallen, tijdens een incident waarbij vier UNO soldaten om het leven kwamen.
Dat Pellegrini – en Kofi Annan in commissie – gelijk had is niet erg waarschijnlijk. Unifil was geen strijdende partij en Israël heeft bij haar acties ook elders in Libanon altijd geprobeerd om burgerslachtoffers te voorkomen. Een aanval op Unifil diende geen enkel zinnig doel. De verklaring van de e.t. Israëlische premier Olmert, dat de aanval op een vergissing berustte, is daarom prima facie geloofwaardiger dan die van de Fransman. Maar toch, hoe kwam dat dan, die vergissing?
Unifil mensen hadden voorafgaande aan het incident tig keer het Israëlische hoofdkwartier gewaarschuwd dat de strijd hun kant op kwam en of ze uit wilden kijken. Er is geen reden om aan te nemen dat die waarschuwing niet is doorgegeven. Het opperbevel was kennelijk niet in staat geweest zijn manschappen ter plekke voldoende in de hand te houden om het incident te voorkomen.
Nee, kennelijk niet en dat is een van de dingen die in een oorlogssituatie meer regel dan uitzondering zijn. Het is een mythe dat in een leger, ook een modern uitgerust leger met perfecte elektronische communicatie, de dingen tot in de details gebeuren zoals het opperbevel het wil. Een hete oorlog is een continue paniek, waarin beslissingen in split seconds moeten worden genomen en de vechtende troepen volledig gefocust zijn op hun onmiddellijke taak, het vernietigen van de capaciteiten van de vijand en het behoud van eigen posities. De beslissingen worden genomen op grond van de algemene tactische instructies vooraf en verder zijn ze afhankelijk van de reacties van de vijand. Wil men als opperbevel daar lokaal interveniëren, dan is men praktisch gedwongen de hele operatie stop te zetten. Doet men dat niet, dan is de kans groot dat een aanwijzing of waarschuwing onvoldoende doordringt of om dringende lokale redenen wordt genegeerd.
Hoe meer zelfstandigheid men zijn troepen geeft hoe groter die kans is. Hoe meer men zijn troepen aan de andere kant bindt aan voortdurende instructies van boven af, hoe groter de kans dat men de strijd verliest.
Mensen hebben van nature geen gevoel voor de manier waarop een grote organisatie werkt. Dat gevoel hebben we nog wel voor het functioneren van een kleine organisatie waarin we iedereen kennen en nog meer voor de manier waarop individuen reageren op prikkels van buiten. Begrip voor dat soort gedragingen is genetisch geprogrammeerd. Maar grote organisaties bestonden in de tijd van onze vroege voorouders niet en onze genen zijn er niet op ingesteld.
Wat we van grote organisaties weten moeten we door studie leren. De praktijk wijst daarbij uit dat wat we leren we vervolgens alleen op de eigen organisatie toepassen. Het wordt weer vergeten zodra we met de organisaties van anderen te maken krijgen.
Grote organisaties werken met afdelingen die allemaal een zekere zelfstandigheid hebben en eigen werkgewoonten. De intern geldende regels en de aanwijzingen van boven af spelen allemaal een rol, maar ze worden ingepast in de heersende werkgewoonten. Hoe belangrijk de rol van regels en aanwijzingen is, is afhankelijk van de positieve en negatieve sancties die eraan verbonden worden. Wordt regelovertreding consequent en onmiddellijk gestraft, dan worden regels nageleefd. Leidt opvolging van adviezen van de baas tot promotie en bonussen en leidt negeren tot ontslag, dan wordt er naar de baas geluisterd. Stelt de baas een premie op eigen initiatief en kijkt hij alleen naar de resultaten, dan worden zijn adviezen genegeerd als de employee weet dat ze in dit speciale geval zijn bonus nadelig gaan beïnvloeden.
Iets dergelijks moet er gebeurd zijn bij de aanval op Unifil. De commandant ter plekke vond het systematisch bombarderen van het gebied waar hij bezig was belangrijker dan de telefoontjes uit het hoofdkwartier. Natuurlijk heeft hij geen opdracht gegeven te schieten op de Unifil, maar hij heeft nagelaten de maatregelen te nemen die misschien wel het risico van een ongeluk klein maakten maar tegelijk het resultaat van zijn actie illusoir. Dat deze analyse juist was bleek uit de gevolgen van het onderzoek dat achteraf heeft plaats gevonden. Israël hield de plaatselijke commandant de hand boven het hoofd. Was er sprake geweest van een ontoelaatbare slordigheid of van een afrekening met Unifil, zoals Kofi Annan suggereerde, dan had het incident zeker ernstige disciplinaire gevolgen gehad. Maar er is in Israël later nooit iemand meer op terug gekomen.

Advertisements

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Midden Oosten, oorlog, Verenigde Naties. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s