Shakespeare en Homerus.

Bij Pindarus of Sophocles is er nooit iemand geweest die twijfelde of zij de werken wel zelf hebben geschreven die op hun naam staan. Dat de Canterbury Tales van Chaucer zijn en de Divina Comedia van Dante, dat staat voor iedereen vast, al is er op zich niet meer bewijs voor dan voor de overtuiging dat Homerus de Ilias en de Odyssee gemaakt heeft en dat Shakespeare al die fraaie toneelstukken gemaakt heeft die onder zijn naam zijn gepubliceerd.
Hoe komt het dat juist van de twee grootste dichters uit de westerse beschaving getwijfeld wordt of ze wel de auteurs zijn van de werken die hun worden toegeschreven? Die twijfel is geen onzin.
Van Shakespeare is bekend dat hij nooit een school doorlopen heeft waar hij de kennis had kunnen opdoen, die nodig lijkt te zijn voor het maken van die schitterende toneelstukken en sonnetten. Hij kwam bovendien niet uit een familie waar men boeken had of tradities waaruit hij zijn kennis zou hebben kunnen putten. Er lijkt een onoverbrugbare kloof te zijn tussen wat Shakespeare op grond van zijn afkomst en opleiding kon en wist[1] en wat hij daadwerkelijk heeft gepresteerd.
Bij Homerus is het vooral het verschil in kwaliteit tussen de Ilias en de Odyssee die al in de oudheid de geleerden deed twijfelen of de twee gedichten wel van dezelfde hand kunnen zijn.
De Odyssee heeft onderdelen, zoals bijvoorbeeld het verhaal van Sisyphus[2] of de aankomst van Odysseus op het eiland van de Phaeaken, die de vergelijking met soortgelijke passages uit de Ilias kunnen doorstaan, maar de compositie van het werk als geheel kan niet in de schaduw staan van het schitterende drama over de gevolgen van de woede van Achilles. De Ilias is het prototype van alle grote drama’s uit de klassieke oudheid, de Odyssee is een reisverhaal en een raamvertelling, meer een soort Sinbad de Zeeman.
De historische en filosofische kennis die spreekt uit de drama’s van Shakespeare is domweg te groot voor iemand van wie we redelijk goed weten wat hij in zijn leven gedaan heeft, namelijk theater maken en weinig anders. Verder weten we dat hij homoseksueel was en dat er over het homowereldje waarin hij verkeerde heel weinig naar buiten kwam, want dat was in die tijd levensgevaarlijk.
Over de dilemma’s van het auteurschap van Shakespeare en Homerus zijn bibliotheken vol geschreven. De oplossing van het vraagstuk lijkt mij in beide gevallen te liggen in de verkeerde manier waarop wij naar het werk van kunstenaars kijken.
Shakespeare en Homerus waren allebei ambachtsmensen, zoals ook de bouwers van de kathedralen uit de Middeleeuwen ambachtslui waren. De waterspuwers aan de kathedraal van Laon dienden in de eerste plaats voor de waterafvoer. En verder mocht de steenhouwer die er mee bezig was zich uitleven en er ossen of mythische beesten van maken, waar hij maar zin in had. Zo ging het waarschijnlijk ook met de toneelschrijvers en de zangers van heldendichten vroeger. Dat waren geen kunstenaars van beroep, geen intellectuelen, die van achter hun bureau gedichten produceerden. De barden hadden een repertoire van verhalen die onthouden moesten kunnen worden, zo letterlijk mogelijk. Daarvoor waren rijm en ritme nodig en muziek: als geheugensteun. Dat die gargoyles aan die kathedralen er goed uitzagen en dat die gedichten niet alleen goed onthouden konden worden maar ook mooi waren, dat was meegenomen.
Shakespeare was een theatermaker en Homerus was dat op zijn manier ook. De traditie van de theateropvoeringen in Athene, van Aeschylus, Sophocles en Euripides, stamt rechtstreeks van Homerus. Homerus stamde uit de lijn van zangers die optraden aan de hoven van de koningen. Dat zijn het soort mensen dat hij regelmatig beschrijft in zijn werk. Het was hun traditie die later werd voortgezet in de theaters van de steden van de vrije Grieken. Zoals de voorgangers leefden van de gunst van de koningen wedijverden de drama- en blijspelproducenten uit de klassieke tijd met elkaar om de gunst van het publiek. Alle kunst die op de rituele feesten werd opgevoerd, waar ook de Olympische spelen toe hoorden, was een vervolg op het werk van Homerus en van de hofdichters van voor zijn tijd.
Dat Homerus een vertegenwoordiger was van een school en de eerste onder zijn gelijken, staat wel vast. Het werk van de barden was niet het maken van gedichten, maar het produceren van theateruitvoeringen. Als er gedichten werden gemaakt dan was dat middel en geen doel. Ze gebruikten in het algemeen bestaande cycli van gezongen en met instrumenten begeleide gedichten die waar nodig werden aangepast aan de eisen van de productie[3]. In de tijd van Homerus werden de oude heldengezangen voor het eerst op schrift gesteld, maar ze bestonden al eeuwen eerder in het geheugen van de zangers en ten dele ook in de hoofden van het publiek[4]. De overgeleverde gezangen werden bij iedere opvoering wel wat aangepast omdat een geheugen nooit honderd procent goed werkt, maar Homerus heeft het kennelijk bewust gedaan en met het oog op het effect. Maar hij deed het nog steeds op basis van het materiaal dat hij voorhanden had. Hij vormde met andere woorden het draaipunt tussen de barden uit de oudheid en de dramaturgen uit de klassieke periode.
Van alle uitvoerende kunstenaars uit de klassieke tijd is bekend dat zij zich beschouwden als volgelingen van Homerus, en dat zij werkten in de traditie van de oude meester. Dat in de Ilias en de Odyssee dezelfde meester aan het werk geweest is, is onmiskenbaar. Daarvoor lijken een aantal schitterende passages in beide gedichten domweg te veel op elkaar. Maar dat de Odyssee wat rommelig in elkaar zit heeft niemand ooit bestreden. Men vond de zoveel mindere vormgeving van de Odyssee in het Hellenistische Alexandrië eigenlijk de grote dichter onwaardig. Homerus zelf zal daar wel niet mee gezeten hebben. Hem ging het om het effect op het publiek en dat zal in de Odyssee tenminste zo geïnteresseerd zijn geweest als in de Ilias. Vooral als we er van uit mogen gaan dat zijn uitvoering van de Ilias al beroemd was voor hij de Odyssee produceerde.
Ook voor Shakespeare geldt dat overal in het werk de hand van dezelfde meester waarneembaar is, maar dat tegelijkertijd niemand zal volhouden dat Titus Andronicus vergelijkbaar is met Macbeth of Hamlet[5].
Het punt is dat Shakespeare in hoog tempo theater moest produceren en dat hij om dat te kunnen doen het materiaal gebruikte dat hij voorhanden had. Waar nodig maakte hij het materiaal zelf of paste hij het aan en daarbij gebruikte hij de informatie die hij uit zijn omgeving en van zijn vrienden ontving. Daarbij moet men met twee omstandigheden rekening houden die nu geen van tweeën nu nog een rol spelen in de samenleving.
Een is dat theater in Shakespeare ’s tijd een van de weinige middelen was maarmee men ideeën naar buiten kon brengen naar een wat groter publiek. Boeken waren er weinig en de meeste mensen lazen niet. Theatervoorstellingen hadden min of meer dezelfde functie die de heldenzangen hadden in de Griekse oudheid: ze lichtten het volk voor over hun geschiedenis en tradities. Mensen aan het hof die hun geschiedenis en filosofie kenden en die in Oxford en Cambridge hadden gestudeerd, konden niet zelf theater maken. Dat was in elk geval ver beneden hun stand. Maar ze konden de theatermakers die het deden wel helpen, zoals Hamlet aanwijzingen gaf aan de toneelspelers in het paleis. Daarbij konden ze dan meteen de ideeën kwijt die ze niet op een andere manier onder de mensen konden brengen.
Het tweede punt is dat over homoseksualiteit in de tijd van Shakespeare door onze voorouders ongeveer op de manier werd gedacht waarop vandaag de dag de moslims er nog over denken.
Het feit dat Francis Bacon en William Shakespeare beiden homo waren en in het ondergrondse homowereldje verkeerden, zou de bron kunnen zijn geweest van een productieve samenwerking, maar dat blijft gokken. Wat er voor pleit is: Bacon was een filosofisch genie en hij was zeer erudiet. Hij was president van de Hoge Raad en Minster van Justitie en dus een machtig man in zijn tijd, die heel veel mensen kende. Shakespeare was de ongeëvenaarde woordkunstenaar, die praktisch op eigen houtje een nieuwe draai aan de Engelse taal heeft gegeven. Ze hadden beiden belang bij samenwerking.
Het zou kunnen dat hun samenwerking ons al die onsterfelijke drama’s heeft gegeven, maar bewezen worden kan het niet. Als Shakespeare met Bacon samenwerkte, dan is het wel waarschijnlijk dat hij dat ook met andere mensen heeft gedaan. Met Edward de Vere bijvoorbeeld, een lid van de hoge adel uit de tijd van koningin Elisabeth.
Een toneelproducent die gedeeltelijk een geheim leven leidde als homoseksueel en die als theatervakman het materiaal voor zijn stukken bijeensprokkelde waar hij het vinden kon, dat is misschien de beste verklaring voor alle ongerijmdheden in het leven en werk van Shakespeare waar de geleerden zich nu al zo lang mee bezig hebben gehouden.
________________________________________
[1] Neem de humanistische passage uit de tweede akte, tweede scene van Hamlet over de godgelijke mens, die als gedachtegang uitsluitend denkbaar is voor iemand die de renaissance opvoeding had genoten en die opvoeding was in het Engeland van zijn tijd alleen voor de hoogste kringen weggelegd. Maar tegelijkertijd is die passage zo schitterend geformuleerd als alleen een woordkunstenaar als Shakespeare het zou kunnen.
[2] Autis epeite pedonde kulindeto laas anaides, wie het hardop uitspreekt die hoort de steen van de berg naar beneden rollen.
[3] De tegenwoordige indeling van de Ilias en de Odyssee in vier en twintig boeken, de vier en twintig letters van het Griekse alfabet, stamt uit de Hellenistische tijd. In de klassieke periode werd het hele gedicht tijdens een festival opgevoerd en dan opgedeeld in stukken afhankelijk van de tijd die men er voor beschikbaar had.
[4] Zoals tegenwoordig nog jonge joden en moslims grote delen van hun heilige boeken uit het hoofd leren, zo leerden de Grieken Homerus. Van Alexander de Grote is het bekend dat hij de Ilias grondig kende en op al zijn veldtochten een exemplaar van het gedicht bij zich had.
[5] Hamlet is van alle stukken van Shakespeare filosofisch en psychologisch het interessants en er staan passages in die tot de hoogtepunten van de wereldliteratuur behoren; tegelijk is het van structuur nogal rommelig en helemaal niet zo gemakkelijk speelbaar.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis, literatuur. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s