Rome tegen het einde van de republiek.

De Romeinse Republiek was de eerste eeuwen van haar bestaan een stadstaat in de Griekse traditie. Rome had koning Tarquinius Superbus verjaagd en het bezat sindsdien een constitutie. Die constitutie was anders dan die van de Griekse steden. Zij was niet door een wijze man bedacht maar groeide in de loop der jaren met vallen en opstaan, door ervaring met wat wel werkte en wat niet.
Om de plaats in te nemen van de koning kozen de Romeinen jaarlijks twee consuls met koninklijke bevoegdheden. Jaarlijks, want dan hadden ze niet de tijd om een sterke machtspositie op te bouwen en twee om elkaar in evenwicht te houden. Dat evenwicht werd later een kenmerk van de Romeinse constitutie. Als een functie te machtig leek te worden dan kwam er een andere die tegenwicht bood of benoemde men zoveel personen in dezelfde functie dat die elkaar in balans hielden.
Wie eenmaal consul geweest was trad toe tot de senaat, de ‘raad van ouden’ die bestond uit consuls en andere magistraten en ze adviseerde over het te voeren beleid. Consuls werden op den duur meestal uit leden van de senaat benoemd. De macht van de senaat in het staatsbestel groeide omdat het een verzamelplaats werd van alle bestuurlijke en militaire ervaring.
Als je consul was of werd, werd je lid van een aristocratie die al snel erfelijk werd in Rome. Na verloop van tijd werden consuls alleen nog gekozen uit de senatoriale of patricische families en dat ging wringen bij de rest van de burgerij. Op een gegeven moment vertrok de hele burgerij en masse uit Rome en liet de stad aan de senaat die even niemand meer had om macht over uit te oefenen. De plebejers, zoals het gewone volk genoemd werd kregen bij het compromis dat toen getroffen werd hun eigen magistraten: de tribuni plebis. Eerst twee, zoals de consuls, later tien, toen de twee te machtig werden. Zij konden besluiten van de consuls en andere magistraten met een veto ongedaan maken.
Daarnaast kreeg bij de lex Hortensia(287v.C.) het concilium plebis, de volksvergadering, het recht om wetten te maken, die plebiscieten werden genoemd, die rechtskracht hadden naast het senatus consultum, d.w.z. de besluiten van magistraten op grond van het advies van de senaat, in feite dus senaatsbesluiten.
Ook konden sindsdien plebejers consul worden en tot de senaat toetreden, wat in de praktijk betekende dat de senatoriale klasse zich uitbreidde, maar haar functie niet veranderde. De patriciërs die voorheen geen deel uitmaakte van de volksvergadering konden dat voortaan wel. De functie van praetor was oorspronkelijk onderdeel van het consulaat maar werd daar later van afgesplitst. De praetor was de hoogste rechter en daarnaast ook een legeraanvoerder. Toen de plebejers toe konden treden tot het consulaat en de senaat bedongen de patriciërs dat de praetoren alleen uit hun stand zouden worden gekozen.
De praetor ontwikkelde zich tot een soort miniconsul die belast werd met bijzonder taken, ondergeschikt aan de consul, behalve op een enkel punt, waar hij zelfstandig was. De praetor kon als hoogste rechter jaarlijks vast stellen waarvoor men rechtsingang kreeg in zijn rechtbank en hij creëerde daarmee de grondslagen van het later zo beroemde Romeinse civiele recht.
De Romeinse overheid in de republiek was klein en de functies waren honorair, d.w.z. zij werden niet betaald. In de loop van de jaren werd dat overgecompenseerd doordat de hoge magistraten na hun eenjarige ambtsperiode benoemd werden tot gouverneur van veroverde gebieden, functies waaraan ze meestal veel geld overhielden.
Het kleine apparaat hield de zaak overzichtelijk. De senaat was met afstand het best onderlegde en georganiseerde publieke orgaan en had de meeste macht. De volksvergadering was veel slechter georganiseerd, stemde ook op een heel ingewikkelde manier en was alleen machtig als een bekwame tribunus plebis de vergadering naar zijn hand kon zetten. Maar als de senaat haar macht misbruikte ten eigen bate zoals dat na de slag bij Zama (202v.C.) in toenemende mate gebeurde kon men op de volksvergadering terug vallen.
Dat is de rode draad die door de geschiedenis van de laatste eeuw van de republiek loopt, vanaf het optreden van Tiberius Sempronius Gracchus (133 vC.) tot aan de moord op Gaius Julius Caesar (44 vC.) De senaat verwaarloosde de belangen van de gewone Romeinse burgers. De burgers vochten via de volksvergadering en de tribuni plebis terug. De eerste van de grote Romeinen die de belangen van het volk verdedigde tegen de senaat en de rijke stand van de equites was Tiberius Gracchus.
Hij was de oudste zoon van Tiberius Sempronius II, die censor geweest was en twee maal consul en afkomstig uit een van de oudste gentes van Rome. Tiberius II gold als de meest eerbiedwaardige en pompeuze man van zijn generatie en zijn oudste zoon leek wel wat op hem. Hij en zijn vader waren beiden meer bewonderd dan geliefd bij familie en collega’s.
Zijn moeder Cornelia was een dochter van Africanus major, de overwinnaar van Hannibal. Zijn zuster was getrouwd met Africanus minor[1]. Een betere afkomst en familie kon een Romein niet hebben. In zijn eerste ambten en als rechterhand van consul Mancinus in Spanje verwierf hij zich een grote reputatie van rechtvaardigheid en onkreukbaarheid bij de soldaten en via hen bij het gewone volk.
Tiberius Gracchus bond de strijd aan met de senaat voor de belangen van zijn soldaten en van veel Romeinse boerenfamilies die door de tweede Punische oorlog hun bezit en levensonderhoud waren kwijt geraakt. Met landwetten wilde hij de berooiden compenseren maar dat ging ten koste van het rijke deel van de samenleving waar de senatoren deel van uit maakten. Tiberius werd door een collega volkstribuun gedwarsboomd en die liet hij vervolgens door de volksvergadering afzetten. Daarop werd hij door een groep senatoren vermoord en dat was het beging van de rumoerige laatste eeuw van de republiek met haar burgeroorlogen en driemanschappen die uiteindelijk uitliep op het Principaat van Augustus en het einde van het oude bestel.

[1] Publius Cornelius Cicero Aemilianus Africanus minor Numantinus, een van de zonen van Lucius Aemilius Paulus, die door de familie Cornelius Scipio was geadopteerd, omdat men daar zelf geen kinderen meer kon krijgen

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s