Dries van Agt en de Palestijnen

Van Agt heeft zijn bezwaren tegen Israël en zijn parti pris voor de Palestijnse zaak neergelegd in een strijdbaar pamflet onder de naam ‘Een schreeuw om recht’’ Ik heb dat boek ooit een keer cadeau gekregen en me tegenover de schenker verbonden er op te reageren. Dat valt niet mee, want het staat boordevol feiten en beweringen die buiten hun historisch verband moeilijk op hun waarde kunnen worden getoetst. Daarom eerst het historische verband.
Het gebied tussen Libanon, Syrië, Irak, Saoedi-Arabië en Egypte, dus het huidige Israël, Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Jordanië, vormde tussen de twee wereldoorlogen het Britse mandaatgebied Palestina. Het was afgesplitst uit het Turkse rijk dat na de Eerste Wereldoorlog onder toezicht van de Volkenbond werd verdeeld in een aantal onafhankelijke gebieden, elk onder protectie van een van de geallieerde mogendheden. Het V.K. splitste uit haar mandaat Palestina weer een deel af, noemde dat Transjordanië en schonk dat ter beloning voor de medewerking in de strijd tegen de Turken aan de emir Abdoellah. Abdoellah kwam uit het aan de profeet verwante huis van de Hasjemieten, die door de Saoediërs uit hun functie van Sjarief van Mekka waren gezet. In Transjordanië functioneerde het door de Britten opgeleide Arabische legioen, het enige competente Arabische legerkorps[1]. De mandaatbepalingen bevatten de opdracht aan de Britten om binnen het gebied een Joods nationaal tehuis in te richten. Impliciet in het mandaat was om de overige bewoners van het gebied naar de onafhankelijkheid te leiden maar de manier waarop en het tijdsverloop werden in het midden gelaten. In 1948 legden de Britten hun mandaat neer zonder dat de inrichting van het nationaal tehuis voor de Joden of de onafhankelijkheid van de overige bewoners was geregeld. Volkenrechtelijk was het mandaatgebied toen niemandsland. Er lag een voorstel van de VN om het gebied te splitsen in een Joods en een Arabisch deel, met een internationaal statuut voor Jeruzalem. Maar dat voorstel werd door de Arabieren verworpen. Ook de relatie tussen Transjordanië en het nieuw te vormen Arabische gebied in Palestina was niet geregeld, toen de Britten vertrokken. De Joden riepen toen de eigen onafhankelijkheid uit, waarna de Arabische buurlanden van het Mandaat, inclusief Trans-Jordanië, het nieuwe Israël aanvielen. Israël hield zich in die oorlog staande, maar moest bij de wapenstilstand genoegen nemen met 18% van het grondgebied dat haar oorspronkelijk was toebedacht[2]. Egypte bezette de Gazastrook en Trans-Jordanië de Westelijke Jordaanoever en Oost Jeruzalem. Transjordanië annexeerde kort erna het door haar veroverde grondgebied en veranderde haar naam in Jordanië.
In de oorlog van 1967 hebben ze dat gebied weer prijs moeten geven. Sinds de onafhankelijkheidsoorlog van 1948 is er nog driemaal grootscheeps oorlog gevoerd, in’56, ‘67 en ‘73 en nog een paar maal kleinschaliger, maar van een door beide partijen aanvaarde verdeling van het mandaatgebied is nooit sprake geweest. Tussen Israël en Jordanië en Israël en Egypte zijn vredesverdragen gesloten, die bij de Arabische bevolkingen van die landen impopulair zijn.. De VN heeft een aantal resoluties aangenomen over de kwestie maar ook die zijn maar heel ten dele ooit door beide partijen aanvaard[3]. Israël voelt zich door haar Arabische buren bedreigd en niet zonder reden. De moslimbroederschap en de van haar afgeleide organisaties zoals Hamas en verder alle fundamentalistische moslimregimes hebben de ondergang van Israël gezworen en historisch gesproken steeds de daad bij het woord gevoegd wanneer de tijd daar rijp voor leek. Israël heeft het aan haar militaire competentie en aan de steun van Amerika te danken dat het nog bestaat. Tegen deze achtergrond moet U het boek van Dries van Agt lezen en U zult merken dat U daar van deze achtergrond niets terug vindt. Van Agt gaat ervan uit dat Israël vanuit een veilige positie en uit een soort wreed genoegen, de arme Arabieren het leven zuur maakt,terwijl de overgrote meerderheid van Israëli’s tientallen jaren lang niets liever gedaan had dan vrede sluiten met haar buren. Dat de hoop daarop langzaam aan het verdwijnen is bepaalt mee de hardere houding tegenover de Palestijnen van de laatste jaren en de radicalisering van de Israëlische regering.
Dat alles neemt niet weg dat binnen de geven historische omstandigheden Israël haar best moet blijven doen de mensenrechten te respecteren en dat ze daar niet altijd in slaagt. Maar nog steeds is er geen normaal en fatsoenlijk mens op de wereld die op de hoogte is van de omstandigheden en dan de kant van de Palestijnen zou kiezen, behalve dan de Palestijnen zelf. Dat mensen als Van Agt en Gretta Duisenberg dat wel doen, komt omdat ze niet helemaal normaal zijn. Nu nog wat beschouwingen rondom de kwestie, om de niet ingevoerde lezer wat beter wegwijs te maken.
Een functionaris van het Vaticaan vergeleek tijdens de laatste Gaza oorlog het gebied van Gaza met een concentratiekamp. Dat was een uiting van een pijnlijk gebrek aan historisch besef en een belediging voor de vele miljoenen slachtoffers van nazi-Duitsland. Niettemin is duidelijk dat het met Gaza zo niet verder kan.
Israël heeft het een tijdlang bezet gehouden maar in 2005 het gebied ontruimd, omdat de wereld van mening leek te zijn dat het haar bezetting was die de chaos daar veroorzaakte. Prompt na het Israëlische vertrek braken de gevechten tussen de Palestijnen onderling uit en de meest gewelddadige Palestijnse groepering kwam er aan de macht. Hamas voert sindsdien in Gaza een schrikbewind. De door de Israëlische kolonisten achtergelaten huizen, boerderijen en tuinen zijn vernietigd, zoals de Taliban in Afghanistan ooit de grote Boeddhabeelden van Tebyan vernielde. Van het platgewalste gebied in het Noorden van de Gazastrook werd een platform gemaakt voor het afschieten van raketten naar Israël. Sinds de ontruiming en tot aan de Gaza-oorlog van eind 2008 werden tussen de vijf en de acht duizend plaatselijk vervaardigde of door Iran geleverde raketten afgeschoten. Dat die relatief weinig slachtoffers in Israël gemaakt hebben is een gevolg van een efficiënt waarschuwingssysteem dat de mensen een paar maal per dag de schuilkelders in jaagt.
De Israëlische regering meende in 2008 dat zij niet de verkiezingen in kon zonder hier wat aan te doen, ondanks de internationale druk om het Hamas geweld maar over zich heen te laten komen. De peilingen gaven haar gelijk. De regering verloor de verkiezingen toch, maar anders was het waarschijnlijk nog slechter voor haar verlopen. Democratie brengt nu eenmaal mee dat burgers kunnen reageren tegen een regering die hen niet beschermen kan of wil tegen buitenlandse agressie. In grote lijnen wordt dit standpunt internationaal wel begrepen. De woede richt zich bij de internationale gemeenschap niet tegen het optreden van Israël tegen Hamas als zodanig, maar tegen de daarbij geconstateerde disproportionaliteit van het geweld.
De buitenstaanders hebben daarbij in zoverre gelijk dat Israël in de Libanonoorlog tegen Hezbollah had geleerd dat geweld tegen de vijandelijke infrastructuur helpt. De enorme verwoestingen die in Zuid Libanon zijn aangericht hebben wel tot gevolg gehad dat het daarna jaren rustig gebleven is aan de Noordgrens van Israël. Maar met disproportioneel geweld doelde men toch voornamelijk op de beelden van omgekomen kinderen in Gaza en op de verontwaardiging van de plaatselijke vertegenwoordigers van de UN en het Rode Kruis, die zelf ook in de vuurlinie lagen. Bovendien is het nu eenmaal een gegeven dat bij ieder conflict tussen Israël en haar buren het aantal burgerslachtoffers in Israël kleiner is dan bij de Arabieren. Dat dit alles het geweldgebruik nog niet disproportioneel maakt lijkt me evident. De vergelijking van het aantal doden is met name daarom onredelijk, omdat Hamas als zelfmoordorganisatie nu eenmaal behoefte aan doden heeft en die daadwerkelijk uitlokt. Dat behoeft geen argumenten en die krijgt U dus ook niet.
SP-ers als Van Bommel en katholieken als Van den Broek en Van Agt spreken vanwege de vermeende disproportionaliteit over oorlogsmisdaden. Het gaat hier om een voormalige minister van Buitenlandse Zaken, tevens ex-eurocommissaris en om een ex-premier van Nederland. Hun uitspraken kunnen niet als loze kreten worden afgedaan. Gegeven de emoties die leven bij onze Arabische immigranten kunnen uitspraken als Van Agt deed of Van de Broek, vlug worden opgevat als een effectieve oproep tot haat jegens twee bevolkingsgroepen, de Nederlandse Joden die zich met Israël identificeren en tegen de Wildersaanhang. Van Bommel ging nog een stap verder dan de twee katholieken en riep direct maar op tot een derde Intifada. Hij wed daar wel door zijn e.t. fractievoorzitster Agnes Kant voor teruggefloten, maar de partij kan zich nu niet meer aan het odium onttrekken zich vóór de gewelddadige Hamas en tegen de democratische partij in dit conflict te hebben uitgesproken. Van Bommel werd in reactie op zijn woorden door rabbijn Evers gevraagd om niet bij de Auschwitz herdenking te verschijnen en heeft in eerste instantie botweg laten weten zich daar niets van aan te zullen trekken. Pas na een nieuwe vermaning van de top van zijn partij kwam hij daar op terug. Die herdenking had het anders misschien zonder Joden moeten stellen.
Wie zijn emoties even thuis wil laten en er over na wil denken hoe het geweldprobleem in het Midden Oosten kan worden opgelost, komt snel tot de conclusie dat we geen anderhalf miljoen mensen in Gaza kunnen laten zitten. Het is dan wel geen concentratiekamp zoals we die in de tweede wereldoorlog hebben gekend, maar het is in de praktijk wel een vorm van gevangenis. Uit de wapenstilstand besprekingen die na de Gaza-oorlog in Egypte werden gevoerd blijkt wel dat er weinig zicht op is dat Israël bereid is de controle op wapensmokkel naar Gaza op te geven of dat Hamas van haar voornemen wil afzien om het door de Joden in bezit genomen land in Palestina te bevrijden. Er komt dus geen vrede en er komen ook geen twee staten. Niet in Gaza en niet op de West Bank. Wie aan vrede voor Israël de voorkeur geeft boven het recht op terugkeer van zes miljoen Palestijnen (schatting van het Centrale bureau voor Statistiek van de Palestijnse Nationale Autoriteit) zal met een oplossing moeten komen die Gaza kan ontdoen van haar huidige (over)bevolking en tegelijk voor een leefbare plaats voor die mensen zorgt buiten Israël. Voor de West Bank geldt in wezen hetzelfde. De Palestijnen daar laten zitten vraagt op den duur om soortgelijke taferelen als nu in Gaza. De geboortecijfers van de West Bank liggen lager dan in Gaza, maar horen nog steeds tot de top van de wereld en een incompetent en corrupt bestuur is niet in staat al die monden te voeden.
De buurlanden zijn niet bereid de Palestijnen op te nemen. Daar hebben ze goede redenen voor. Jordanië en Libanon hebben beide een burgeroorlog meegemaakt die werd uitgelokt door de aanwezigheid van Palestijnen op hun grondgebied. Het geweld van de Palestijnen is niet exclusief tegen Joden gericht . Het richt zich ook tegen de eigen landgenoten en tegen andere Arabieren. Geweld is een culturele eigenschap, die het hele Midden Oosten kenmerkt sinds ver voor de komst van de Zionisten. Alphonse de Lamartine, (1790 – 1869), Frans minister, schrijver, dichter, historicus, en diplomaat heeft aan dat fenomeen een groot deel van zijn reisverhaal in de regio gewijd en wie zijn boeiende verslag leest verbaast zich minder over wat er sinds 1948 in het Midden Oosten is gebeurd..
De Arabische machthebbers gebruiken de aanwezigheid van de vluchtelingenkampen aan de grenzen van Israël om de verjaarde claims op terugkeer in leven te houden en de internationale druk op Israël op te voeren die we ook de laatste jaren weer meemaken. Maar een relocatie van de Arabische vluchtelingen in Israël, Jordanië, Libanon of Egypte gaat niet gebeuren. Voorstellen in die richting kan men zich besparen. Men zou over iets anders eens kunnen nadenken.
Palestijnen zijn Arabieren en alle Arabieren hebben een oorspronkelijk vaderland: het Arabisch schiereiland. Saoedie Arabië heeft laten zien dat met voldoende geld en water van de Arabische woestijn net zo goed vruchtbaar gebied is te maken als van de Negev in Israël. Het lege Arabië zou dus een voor de hand liggende bestemming voor de vluchtelingen zijn. Het schiereiland is groter dan West Europa en een gebied van tien keer Gaza zou daar niet meer zijn dan een stipje op de kaart. Maar ook Canada, Rusland en Australië hebben nog voldoende onbewoonde gebieden om het Palestijnse bevolkingsoverschot plaats te bieden, eventueel met een vorm van autonomie zoals in Québec. De financiën voor zo’n project zijn wel aanwezig. De enorme bedragen die de Westerse lidstaten van VN in de vluchtelingenhulp aan de Palestijnen stoppen en die dan niet meer nodig zouden zijn zouden al voldoende zijn. Maar ook zonder de bestaande vluchtelingenfondsen is financiering wel te vinden voor een project dat de Joden en Palestijnen (en ons) van hun geweldprobleem af zou helpen.
Het is niet te verwachten dat er op korte termijn veel steun komt voor een dergelijk plan. Het schopt tegen te veel zere benen tegelijk. Het miskent het recht op terugkeer en zelfbeschikking van de Palestijnen en laat het tweestaten plan los, waarin zoveel tijd en moeite is geïnvesteerd. Het bezegelt de nederlaag van de Arabieren in de oorlog die zij in de veertiger jaren van de vorige eeuw zijn begonnen en zij zullen dat voelen als een vernedering. Voor de wereldvrede, voor de burgers van Israël en uiteindelijk ook voor de snelgroeiende bevolking van de Palestijnse gebieden is het wel de beste oplossing.
Politiek is vaak een zaak van polarisatie en dat was zeker zo in de zeventiger jaren toen Den Uyl en Van Agt symbool stonden voor de links/rechts tegenstelling in de Nederlandse samenleving. Polarisatie versterkt tegenstellingen en plaatst mensen wel eens in hoeken waar ze zich niet thuis voelen en waarin ze misschien ook wel niet thuis horen. Hoe men zich op de spelers in dat proces kan verkijken blijkt uit de huidige politieke stellingname van de oude premier van het rechtse kabinet Van Agt, zoals die ondermeer tot uiting kwam in het interview dat Paul Witteman met hem had in de Buitenhof uitzending van 9 februari 2003.
Hij had zich eerder al tezamen met Gretta Duisenberg in de hoek van de pro-Palestijnen gemanifesteerd en nam nu met kracht stelling tegen George W. Bush en diens internationale politiek in al zijn facetten. Hij nam het daarbij minder nauw met de zorgvuldigheid dan we van hem gewend zijn. Daarvan geef ik hieronder een paar voorbeelden, kriskras uit zijn betoog, omdat het hier een overzichtelijke kwestie betreft en niet zo iets ingewikkelds als het Joods-Arabisch conflict. Maar het soort fouten dat hij maakte zijn dezelfde als in Een Schreeuw om Recht.

1. Op de legitimiteit van de verkiezingsoverwinning van Bush op Gore in 2000, meende hij, viel het een en ander af te dingen.
2. Amerika neemt 40% van de milieuverontreiniging op de wereld voor haar rekening
3. Amerika weigert ,door het Kyoto protocol niet te ondertekenen, mee te werken aan het behoud van de planeet.
4. Amerika handelt door het Strafhof verdrag niet te ondertekenen hoogst onverantwoordelijk en ondermijnt de internationale rechtsorde.

1.Veel linkse media, waaronder vrijwel alle Nederlandse media hebben in hun verslagen de indruk gewekt alsof er bij de presidentsverkiezingen van 2000 in de VS en dan met name in de staat Florida, vals spel is gespeeld. De broer van George W, die gouverneur was in Florida, zou met behulp van zijn medewerkers de uitslagen hebben vervalst en zijn broer als presidentskandidaat hebben bevoordeeld. Maar bij deze verkiezing is helemaal geen fraude gepleegd. Wat er in feite aan de hand was is (kort samengevat) het volgende:
De verkiezingen eindigden in een gelijk spel, d.w.z. de verschillen tussen beide kandidaten waren landelijk en vaak ook per kiesdistrict kleiner dan de foutenmarge die bij iedere verkiezing en iedere telling van stemmen in aanmerking dient te worden genomen. In zo’n geval is het niet meer de vraag wie de mathematische meerderheid heeft behaald want die valt met het gebrekkige systeem niet vast te stellen. Het gaat er dan om een legitieme methode te hanteren om tussen de beide gelijk geëindigde kandidaten te beslissen. Het opgooien van een munt zou kunnen, maar men heeft er voor gekozen in zo’n geval het resultaat van de telling als bindend te beschouwen voor de afvaardiging van leden naar het landelijk kiescollege, ook al weet men dat deze procedure niet met zekerheid een president oplevert die de meeste stemmen heeft behaald. Florida bleek bij toeval de staat waar de verkiezingen landelijk op deze wijze konden worden beslist. Ook in Florida gold de landelijke trend van hele kleine marges. In zo’n geval heb je als verliezende kandidaat altijd een extra kans als je een keer opnieuw laat tellen, omdat er immers altijd een foutenmarge is die er voor kan zorgen dat het bij hertelling andersom uit zal pakken. Fatsoenlijk of beter gezegd sportief, is het vragen om een hertelling in zo’n geval niet. Gebruikelijk is dat er alleen een hertelling plaats vindt in districten waar aangetoond kan worden dat er geknoeid is of grove fouten zijn gemaakt. Daarover gingen nu de procedures die in drie instanties zijn gevoerd en waarmee Gore heeft geprobeerd de stemming alsnog zijn kant op te trekken. Fraude is er niet geweest of althans dat is in geen van de gevoerde procedures gesteld. Het ging er alleen nog om of de fouten die bij iedere verkiezing worden gemaakt in dit geval zo groot waren dat een hertelling daardoor gerechtvaardigd zou worden. Het Federale Hoge Gerechtshof besliste uiteindelijk van niet, nadat twee eerdere instanties daar wisselend over hadden geoordeeld. Het was beter geweest wanneer de vraag of de fouten groot genoeg waren marginaal getoetst had kunnen worden, maar daar voorziet de Amerikaanse kiesrechtwetgeving niet in. De toetsing was volledig en daardoor ook noodzakelijk politiek van inhoud. Democratische rechters beslisten voor Gore en republikeinse voor Bush. Was de toetsing marginaal geweest dan had er nooit sprake kunnen zijn van een rechterlijke uitspraak ten gunste van Gore. Zo belangrijk konden de fouten immers niet zijn, gemeten aan het totale aantal stemmen. Zoals te verwachten was, bij een informele hertelling die op initiatief van de New York Times naderhand in Florida heeft plaats gevonden, maar waarvan de uitslag in Nederland maar weinig publiciteit heeft gekregen, won Bush opnieuw[4].
Dat er iets niet geklopt zou hebben met de verkiezingsoverwinning van Bush is dus aantoonbaar onjuist. Gore was een slechte verliezer en dat geldt ook voor de democraten en hun sympathisanten in het buitenland
2. Amerika neemt een groot deel van de industriële productie van de wereld voor haar rekening en daarmee ook een groot deel van de daardoor veroorzaakte vervuiling. Door de industriële productie blijven aan de andere kant in de derde wereld ruim vier miljard mensen in leven die anders van honger zouden omkomen. Men kan het een niet willen zonder het andere, te weten deze omvang van de wereldbevolking en deze omvang van industriële productie. Van de wereldvoedselhulp neemt Amerika een percentage voor haar rekening dat ruim boven het gemiddelde per hoofd van de bevolking van de industriële landen ligt.
De productie methoden in de Verenigde Staten zijn een stuk minder vervuilend dan de methoden die worden toegepast door de meeste Kyoto-ondertekenaars, die in meerderheid immers tweede en derde wereldlanden zijn.
Vervuiling is een veelomvattend onderwerp. De groei van de thermische vervuiling die het klimaat beïnvloedt en waar Van Agt op doelde, is recht evenredig met de groei van de wereldbevolking. De toename van de wereldbevolking heeft met name in de derde wereld plaats gevonden. Amerika heeft met haar driehonderd miljoen inwoners geen overwegend aandeel daarin .
3. het Kyotoverdrag en het daaraan verbonden protocol zijn een politiek product en worden door geen serieuze milieudeskundige inhoudelijk verdedigd. Amerika doet het meeste research op het terrein van milieubeschermende technieken en heeft van alle industriële landen de meeste, de meest effectieve en ook de oudste milieuwetten. De auto, een van de belangrijkste vervuilers is een Amerikaanse uitvinding maar heeft ook dank zij Amerikaanse wetgeving wereldwijd een sprong voorwaarts gemaakt op milieugebied. Het zijn de Amerikanen die met de meeste vooruitgang komen op het terrein van milieusparende methoden van energievoorziening.
De Verenigde Staten plegen zich te houden aan verdragen die zij ondertekend en geratificeerd hebben. Dat geldt niet voor de meerderheid van de ondertekenaars van het Kyoto verdrag, al was het alleen maar omdat het hun aan het bestuursapparaat ontbreekt om voor naleving te zorgen. Er zijn in de Verenigde Staten sinds de ondertekening van het Kyoto verdrag meer milieubeschermende maatregelen genomen met een groter positief effect op het milieu dan in elk van de staten die wel ondertekend hebben, inclusief Nederland. Ik verwijs hiervoor naar de internetsites Newscientist.com en http://www.epa.gov en de daaraan gelinkte sites. De verdachtmaking dat Amerika zich aan de bescherming van het wereldmilieu niets gelegen zou laten liggen is bepaald onjuist. Er lijken mij overigens ook onderwerpen te zijn waar Van Agt meer verstand van heeft dan milieuvervuiling en internationale politiek. Zo’n onderwerp is bijvoorbeeld het strafrecht, waarin hij ooit hoogleraar in geweest is. Dat is het volgende onderwerp.
4.Het Wereldstrafhof is geen juridische maar een politieke aangelegenheid. Het heeft veel publiciteit gekregen, maar is zonder Amerikaanse steun een doodgeboren kind. Het Joegoslavië tribunaal werkte, omdat Amerika het steunde en Joegoslavië onder druk gezet heeft om Milosevitch en andere verdachten uit te leveren. Het is met dit soort zaken een afweging van kwaden. De uitlevering van Milosevitch verdiende geen schoonheidsprijs. Zij heeft plaats gevonden tegen de geldende Joegoslavische wetten in en vond plaats om politieke, om niet te zeggen om commerciële redenen. Daar staat tegenover dat Milosevitch door zijn haatcampagne in de Servische media de basis heeft gelegd voor de Joegoslavische burgeroorlog en daarmee de rule of law in Europa heeft ondermijnd. Per saldo was de berechting van Milosevitch daarom een goede zaak, al dekte de tenlastelegging niet wat hem werkelijk verweten kon worden.
Een van de onderwerpen waar Dries van Agt steken laat vallen is het terrorisme.
De toenmalige directeur van de FBI, William Webster, verklaarde al in 1985 dat terrorisme gepleegd tegen onschuldige mensen, buiten de plaats waar een politiek conflict wordt uitgevochten, een misdrijf is en als zodanig behandeld hoort te worden. Lang voor de elfde September van 2001 werd in Amerika de strijd tegen het terrorisme al voorbereid.
Met de Amerikaanse opvattingen over terrorisme is niet iedereen het eens. Nederlandse katholieken en ex-katholieken, zoals Dries Van Agt en wijlen A.A.J. van Doorn lijken van mening dat niet de onschuld van de slachtoffers maar het geschonden recht van de daders en hun landgenoten bepaalt of er sprake is van terrorisme. Wie op de Westoever van de Jordaan rechtmatig verzet pleegt kan niet voor het gebruik van geweld als terrorist worden veroordeeld is hun mening. Wat ze daarmee eigenlijk willen zeggen is dat zij in de geweldspiraal tussen Arabieren en Joden de kant van de Arabieren hebben gekozen en dat die geen ander deugdelijk middel hebben dan terrorisme om de Israëli’s te bewegen hun gewelddadige bezetting van het door Arabieren bewoonde gedeelte van het oude mandaatgebied te staken.
Dat dit een deugdelijk middel zou zijn of dat de Arabieren geen ander middel hebben dan het vermoorden van onschuldigen zou ik willen bestrijden. Een vreedzaam en lijdelijk verzet als dat van Gandhi in Zuid Afrika en later in India zou ook een mogelijkheid zijn geweest en gezien de humanistische ethiek van Israël waarschijnlijk ook effectief. Maar gokken op de ethiek van een tegenstander, dat behoort noch in India, noch elders in de wereld tot het islamitische cultuurpatroon. Het staat wel vast dat de overgrote meerderheid van de democratische staat Israël voor het beëindiging van de bezetting van Gaza en de Westoever zou zijn als met de Arabieren in vrede zou kunnen worden geleefd, zoals de Engelsen dat nu doen met India. Hoewel volkenrechtelijk er geen stuk van het mandaatgebied is waar de Palestijnen aanspraak op kunnen maken zouden de Israëli’s het hun gunnen in rul voor vrede. Men is daar altijd bereid geweest grond te ruilen voor vrede maar toen dat een aantal jaren geleden tot een concreet en uitonderhandeld vredesvoorstel leidde kwam er geen vrede maar volgde het uitbreken van de Tweede Intifada.
De verkiezingen in Israël, die toen een man aan de macht brachten die het opgeven van de nederzettingen zag als een beloning voor reeds gepleegd geweld en een uitnodiging voor verder geweld, waren een rechtstreeks gevolg van het mislukken van het vredesaanbod. Voor die tijd hadden de kolonisten in Israël geen politieke meerderheid, maar konden ze alleen hun gang gaan als gevolg van de coalitiepolitiek die daar net als in Nederland nodig is om een regering mogelijk te maken. Toen Sharon aan de macht kwam hebben de kolonisten een tijd lang min of meer vrij spel gehad. De meerderheid van de Israëli’s is het daar niet mee eens. Maar men is het nog minder eens met de Palestijnen, die wel grond willen maar in ruil daarvoor niet bereid zijn tot vrede.
Het plan dat premier van Agt ooit voor de televisie ontvouwde om de twee partijen te scheiden, alle Arabieren in het Heilige Land naar een zelfstandige staat in Gaza en op de West Bank en alle Joden naar Israël met de Amerikanen in het midden zou onmiddellijk door de meerderheid van de Joden worden aanvaard als het vrede bracht, maar dat doet het niet. De Arabieren met grootvaders uit Haifa en Ashkelon, die nu niet alleen op de West Bank en in Gaza maar ook in de Libanon, Jordanië en andere Arabische landen wonen, zijn niet bereid de sleutel van hun voorouderlijk woonhuis bij de Israëli’s of de Amerikanen in te leveren. Dat wordt niet anders ook al zouden de Joden die al een paar duizend jaar in Hebron wonen, naast de graven van hun aartsvaderen, bereid zijn om daar weg te gaan. Over Jeruzalem, de Joodse heilige Stad, waar Arabische veroveraars een moskee gebouwd hebben op de ruines van de Joodse tempel, zullen ze het nooit eens worden. Het conflict gaat over zaken die in hun ogen veel belangrijker zijn dan mensenlevens en er komt dus geen vrede.
Waarin verschilt een vrijheidsstrijder van een terrorist? Dit is het soort vraag dat alleen wordt gesteld door de supporters van het terrorisme. Impliciet in die vraag is immers dat iemand niet tegelijk vrijheidsstrijder en terrorist kan zijn, dat terrorisme gedefinieerd kan worden vanuit de doeleinden die met het plegen van de misdrijven worden beoogd. Terrorisme is slecht, vrijheidsstrijd is goed, die twee kunnen dus nooit samengaan is de gedachte, maar wie meent dat zijn zaak goed genoeg is om moord op willekeurige buitenstaanders te rechtvaardigen heeft een verziekt normbesef.
Waarom er zoveel Nederlanders zijn tegenwoordig die een strenge veroordeling van het Palestijnse terrorisme uit de weg gaan is uit ethisch opzicht niet goed te begrijpen. Men richt zich liever tegen de Israëlische maatregelen om het terrorisme tegen te gaan en constateert op zijn best dat beide vormen van geweld verwerpelijk zijn. Het Israëlische geweld, vindt men dan, wordt van staatswege gepleegd, terwijl het Palestijnse geweld enkel wordt gepleegd door particuliere organisaties zodat het Palestijnse volk daarvoor niet verantwoordelijk kan worden gesteld. Dat is een verwerpelijke redenering en ook niet meer consequent, nu Hamas de regering van Gaza vormt. Hamas hebben ze gekozen in Gaza en voor die terroristen zijn ze nu in ieder opzicht aansprakelijk.
Israël is sterk en Palestina is zwak. Dat is de reden waarom Mevrouw Duisenberg en Dries van Agt c.s vinden dat per saldo aan de Israëli’s en niet aan de Palestijnen verwijten dienen te worden gemaakt en ook dat is een kromme redenering. De sterke heeft niet per definitie ongelijk en de zwakke niet ipso facto gelijk. Dat hangt er maar van af. Van Agt heeft in elk geval geen gelijk.
Wat voor mij nog steeds een raadsel is, is hoeveel Nederlanders indertijd in de zeventiger jaren wegliepen met Den Uyl. Een paar jaar of wat geleden las ik een stuk van Heldring in de krant waarin gerefereerd werd aan de memoires van Gerald Ford, de Amerikaanse president, die Johannes den Uyl, prime minister van Holland, ooit op bezoek gehad heeft. Tijdens het gesprek werd Ford een paar maal weggeroepen omdat een schip gekaapt was en er in verband daarmee snel beslissingen moesten worden genomen. Den Uyl begreep dat niet en toonde zich geërgerd, wat op zijn beurt Ford weer dwars zat, die toch al niets gehad moet hebben van het prekerige toontje, de priemende vinger en ongetwijfeld ook niet van het beroerde Engels van onze toenmalige minister president.
Ik moest daar aan denken toen ik Van Agt op de televisie zag. Met Van Agt ben ik het zelden eens, maar hoeveel waardiger is hij niet dan zijn toenmalige collega en tegenstander Den Uyl. Minder typisch Nederlands misschien, dat zal wel, maar veel hoffelijker en verstandiger dan het oude PvdA idool.
Hoogtepunt van het TV interview vond ik het deel over het Kamerdebat over de drie van Breda. Hij vertelde hoe hij wel wist dat hij zijn zaak geen goed deed met dat debat, maar dat hij dat nu eenmaal had toegezegd en er niet op terug kon komen. Een redelijke, maar politiek onhoudbare redenering, die typerend lijkt voor de man. Bastiaanse, de hoofdfiguur uit de film die Van Gasteren maakte over de Drie, had hem zelf gevraagd die mensen (de oorlogsmisdadigers) het land uit te schoppen en iets soortgelijks hadden Abel Herzberg en Lou de Jong tegen hem gezegd, meende hij. Iedere keer weer dat het onderwerp aan de orde kwam werden opnieuw oude wonden opengereten. Hijzelf, vertelde Van Agt, als minister van Justitie en ex-hoogleraar strafrecht kon deze zaak niet anders zien dan als een voorbeeld van een straf waarbij de voortzetting geen enkel redelijk doel meer diende.
Ik ben dat helemaal niet met hem eens, maar het is wel de heersende leer, de overtuiging van praktisch iedereen die in Nederland en andere Westerse landen met het strafrecht van doen heeft. Straf dient ter verbetering van de gestrafte of tot afschrikking van verdere misdrijven zowel van de betrokkene als voor anderen die zich aan zijn voorbeeld kunnen spiegelen. Die mening behoudt de rechtswetenschap, ondanks er nooit van de werkzaamheid van speciale of generale preventie is gebleken en al helemaal niet van de opvoedende werking van de straf.
Wat de slachtoffers van de Drie van Breda daarover denken werd uit hun reacties wel duidelijk: de straf is een maatstaf van het kwaad dat is aangericht en een vermindering van de straf is evenredig aan het oordeel over het afgenomen belang van de misdaad, nu, na al die jaren. Dat was ook de reactie van de gestraften toen ze eenmaal veilig terug in Duitsland waren.
Dat had Van Agt daarmee niet tot uiting willen brengen, hij wilde het gebeurde niet bagatelliseren, maar meende oprecht dat ook gestraften onze medemensen zijn. Hij vindt dat zij behoren tot de minder bedeelden in de samenleving en dat de bescherming van de rechtsstaat zich ook tot hen uitstrekt. De slachtoffers menen van niet. Niet alle mensen zijn gelijk. Gelijkheid bestaat alleen voor de wet. Wie misdaden begaat verspeelt een deel van zijn burgerlijke rechten en heeft er dus minder dan een ander. Dat ben ik met de slachtoffers en hun nabestaanden eens. De gestraften zelf interesseren me minder dan mijn normale medeburgers, maar hun misdaden en het leed dat hun slachtoffers werd aangedaan door hun vrijlating, dat interesseert me buitengewoon. Wat Van Agt had kunnen en behoren te doen was de gratieverzoeken in alle stilte afwijzen en zorgen dat er geen publiciteit aan gegeven werd. Dat is waarschijnlijk ook wel wat Lou de Jong c.s. bedoeld hebben en niet dat ze in stilte naar Duitsland hadden behoren te worden afgevoerd en vrijgelaten.
Op dezelfde manier ben ik het niet eens met de opvatting van Van Agt over de Palestijnen, die hij beschouwt als slachtoffers bij uitstek van hun door Israël aangedaan leed. Natuurlijk wordt de West Bank en werd Gaza door Israël bezet gehouden en is het vreselijk om onder een bezetting te moeten leven, zoals Van Agt en iedereen die de tweede wereldoorlog heeft meegemaakt zich kunnen herinneren. Maar wij werden door Duitsland onrechtmatig aangevallen en bezet, terwijl de bezetting van de West Bank juist een gevolg was van de onrechtmatige Arabische agressie en een verloren oorlog. De bezetting van de Israëli’s en de onteigening van de Palestijnse grond, dat is zoiets als de bezetting door de Polen van Duitsland ten Oosten van de Oder-Neisse linie en de Palestijnse vluchtelingen als de Deutsche Ostflüchtlingen na de oorlog. Een verdrag voor een zelfstandige Palestijnse staat met garanties voor Israël dat de agressie zich niet zou voortzetten of herhalen heeft klaar gelegen om ondertekend te worden. Dat was het uiterste waar de Israëli’s toe konden gaan. In feite ging het verder dan de meeste voor redelijk en verantwoordelijk hielden. Rechten op de grond hebben de Palestijnen uitsluitend privaatrechtelijk en die rechten kunnen ze voor Israëlische rechters gelden maken. De Palestijnen gaven de voorkeur aan de Intifada. Arafat verklaarde zijn optreden met te zeggen dat voor de vrede in zijn land geen politiek draagvlak was en waarschijnlijk had hij gelijk.
Het gaat er als puntje bij paaltje komt niet om of de Palestijnen recht hebben op een eigen staat. Dat hebben ze wat mij betreft. Maar het gaat erom of het vermoorden van onschuldigen een rechtmatig middel is tot het bereiken van dat doel. Het is mogelijk dat de ellende in de bezette gebieden groot is, maar het leidt geen twijfel dat de schuld voor die ellende overwegend bij de Palestijnen ligt. De meerderheid van Israël steunde de voorganger van premier Sharon, die de Palestijnen vrede en een eigen staat aanbood. De Intifada kwam en Sharon en de kolonisten kregen hun meerderheid op een presenteerblaadje aangereikt door Arafat en Hamas.
Ik ben het op beide punten dus niet met Van Agt eens maar niettemin is hij in staat standpunten die ik persoonlijk verwerp met hoffelijkheid en respect onder woorden te brengen en dat bevalt mij beter dan dezelfde opvattingen uit de mond van veel van zijn medestanders.
Je kunt je afvragen hoe de geschiedenis zou zijn verlopen als de ramp niet zou hebben plaats gevonden. De ramp, daaronder verstaan de Arabieren en met name de Palestijnen de gebeurtenissenrond de stichting van de staat Israël. Onmiddellijk na het uitroepen van de staat Israël vielen vijf buurlanden de nieuwe staat aan en werd in het oorlogsgeweld het merendeel van de Palestijns-Arabische bevolking op de vlucht gedreven of vluchtte die uit voorzorg.
Wat zou er zijn gebeurd als de Arabieren het bestaan van een Joodse staat hadden aanvaard, de Palestijnen daarnaast hun eigen staat hadden opgericht en de twee in elkaar vervlochten staten een modus vivendi hadden gevonden. Het had als een model en voorbeeld kunnen dienen voor de modernisering van het Midden Oosten en voor een vreedzame samenleving tussen Islam en moderniteit in de rest van de wereld. Omdat de twee politieke entiteiten ten dele op elkaars grondgebied gelegen zouden zijn, zou het ook een nieuwe politieke en staatkundige constellatie zijn geworden waar ook de andere gebieden met etnische problemen hun voordeel hadden kunnen doen. Bosnië bijvoorbeeld en Kosovo. Maar ook Roeanda en Congo of de Maleisische republiek, met haar minderheden van Chinezen en Indiërs.
De gewelddadige verwerping van de staat Israël door de Arabische bevolking en hun regeerders heeft een vreedzame ontwikkeling van het gebied voor de vooruitziebare toekomst onmogelijk gemaakt. In plaats van een voorbeeld van etnische samenwerking is het Midden Oosten een broedplaats geworden van geweld, terrorisme en groepshaat. Meer nog dan op de Israëliërs is die haat teruggeslagen op de Palestijnen zelf. De levensomstandigheden in de Palestijnse gebieden en met name in Gaza blijven onder de maat, ondanks alle hulp die daar door het Westen wordt geboden. Alle niet geringe talenten van de Palestijnse bevolking zijn gericht op de strijd tegen de gehate vijand in plaats van op een vreedzame ontwikkeling van het eigen grondgebied en de opvoeding van hun kinderen voor een normaal en productief leden te midden van anderen. Het is bizar dat zij daarin door Europese politici als Van Agt, Van Dam en Van den Broek worden gesteund. Ze hebben wel gelijk om de hele ontwikkeling een ramp te noemen, maar het is een self inflicted disaster..
Van Agt en de Volkskrant menen dat er voor het Joods-Arabische conflict in het Midden Oosten maar één oplossing bestaat: die uit 1947. De verdeling van het oude Britse Mandaatgebied Palestina in twee staten, een Joodse en een Palestijnse staat.
Die oplossing is er alleen als beide partijen die willen en de laatste zestig jaar is uit niets gebleken dat dit het geval is. In Israël was er ooit een meerderheid voor, maar die is intussen verdwenen, verdampt onder het aanhoudende geweld. In de Arabische landen is die wil er nooit geweest, ondanks de geluiden in die richting die men ten gerieve van de westerse publieke opinie zo nu en dan van Arabische regeerders horen kan. Bovendien, de enige denkbare oplossing is het natuurlijk ook niet. Het is in de ogen van De Volkskrant en veel andere welwillende mensen in de wereld wel de enige aanvaardbare oplossing. Gezien de begrijpelijk onwil van de Israëlisch om zich bij de heersende cultuur in het Midden Oosten aan te passen en de even begrijpelijke onwil van de Arabieren om blijvend als tweederangsburgers naast de overmachtige en Westerse Israëli’s te moeten leven, is een vreedzame twee statenoplossing een illusie. Er zal dus een niet aanvaardbare oplossing komen of de huidige situatie zal blijven voortbestaan, een gewapende vrede, van tijd tot tijd onderbroken door een gewapende oorlog.
In het militaire optreden van de Israëli’s tegen de Palestijnen en hun andere Arabische buren is een trend waar te nemen. In de beginjaren van het conflict was dat optreden gericht op de verdediging van het eigen grondgebied en de eigen burgers. De laatste jaren wordt het meer en meer een grootscheepse wraakneming op aanhoudend klein geweld van de andere kant. In wezen is het Israëlische optreden nu irrationeel, meer gericht op de bevrediging van de eigen emoties dan op het bereiken van een zinnig doel. De ervaring leert dat het geweld nooit voldoende is om de Arabieren werkelijk af te schrikken maar dat het integendeel altijd weer een nieuwe generatie onverzoenlijk tegenstanders creëert. Dat kan de Israëli’s niets meer schelen. De enkele redelijke en vreedzame Arabische burger die men voor de westerse media laat opreden heeft in de eigen Arabische omgeving geen enkele invloed. De Arabische en Islamitische werelden als geheel zijn onverzoenlijk t.a.v. Israël. Om religieuze en politieke redenen kan er daar nooit sprake zijn van een duurzame vrede, alleen van wapenstilstanden en het wachten op betere tijden. In de ogen van de meeste Israëli’s is de situatie daarom hopeloos. Het enige wat zij kunnen doen is proberen te voorkomen dat de tegenstander wapens van massale destructie in handen krijgt en verder moeten zij vooral de goede relaties met de VS onderhouden. Voor de rest is het afwachten op de volgende aanval of onduldbare provocatie en het reageren zoals in Libanon of in Gaza is gebeurd. Hopeloos, maar kennelijk niet onleefbaar.
Wanneer oud-premier Van Agt of Palestijns gezinde activisten menen dat de situatie van de anderhalf miljoen Palestijnen in Gaza onleefbaar is, dan zal niemand dat tegenspreken. Maar onleefbaar en onduldbaar zijn rekbare begrippen. Gaza is bij lange na niet het armste getto in de wereld. Ondanks de ruim duizend doden die er gevallen zijn als gevolg van de Israëlische acties heeft Gaza ook in 2008 en 2009 weer de snelst groeiende bevolking gehad van het Midden Oosten en is de welvaart er vergeleken met getto’s in veel ontwikkelingslanden enorm. Dat komt voor een belangrijk deel door de hulp van de Westerse wereld. De hulp van de Arabische en islamitische gemeenschap bestaat vooral uit wapens en geld voor wapens aan Hamas. Het voedsel en andere levensbenodigdheden voor de bevolking komen tegen betaling uit Egypte en voor de rest uit hulp van de VN en een groot aantal NGO’s. Die houden de echte armoede op afstand in Gaza. Niettemin, hoe veel onduldbaarder de situatie in de getto’s van Afrika en Zuid Amerika ook is, de situatie in Gaza is erg genoeg om er zo mogelijk een eind aan te maken. Maar hoe??
Het gekke is, dat dit eigenlijk voor ieder rationeel mens duidelijk moet zijn, maar dat het dit niet is voor de naast betrokkenen. Ook al zou immers een twee staten oplossing voor de West Bank wel denkbaar zijn, wat niet zo is, dan zou die niet helpen voor Gaza. Dat is een vluchtelingenkamp, in feite een detentie-inrichting. In een vreedzame wereld zouden Gaza’s niet horen te bestaan en om het Midden Oosten vreedzaam te krijgen zou Gaza horen te worden opgeruimd. Niemand die de situatie daar kent zal het ontkennen. De bewoners zouden elders in de wereld gehuisvest moeten worden. Maar dat gaat niet gebeuren. De omliggende landen hebben slechte ervaringen met Palestijnse vluchtelingen en de Palestijnen zelf zouden het als een nederlaag beschouwen. Het bestaan van de vluchtelingen houdt het conflict levend en dat is wat de Arabische kant van het conflict nu eenmaal wil. Daar helpt geen moedertje lief aan en ook geen Van Agt of Volkskrant.

[1] Van 1939 tot 1956 stond het onder commando van een Britse officier, Glubb Pasja. Het was het legioen dat Jordanië in ’48 de overwinning bezorgde in de strijd om Jeruzalem en de Jordaanoever.
[2] Door de Volkenbond bij de San Remo conferentie in 1920
[3] Alleen wanneer de militaire situatie dat voor de Arabieren noodzakelijk maakte.
[4] Dat was te verwachten, omdat onbedoelde fouten statistisch de neiging hebben elkaar uit te wissen. Bij een zo groot aantal stemmen als in Florida was de kans op een andere uitslag in feit niet groot.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in ethiek, geschiedenis, Midden Oosten. Bookmark de permalink .

Een reactie op Dries van Agt en de Palestijnen

  1. Dick zegt:

    Om dit ogenschijnlijke uitvoerige relaas aan flarden te schieten, kost meen ik net zoveel moeite als de moeite de grotendeelse onzin die hier neergezet is in kort aan flarden te schieten. Het verhaal vliegt van de 3 van Breda talloze andere onzin kanten op. Ik heb gekeken of ik ’t Sykes Picot verdrag ergens tegenkwam, niet dus. De Britten, hadden na de Ottomaanse overheersing tezamen met de Fransen ’t voor ’t zeggen in de Levant. Zij hadden feitelijk de Arabieren aldaar onafhankelijkheid in het vooruitschiet beloofd. Tegelijkertijd, is er een idioot geweest t.w. Lord Balfour die een brief aan Rothschild schreef. Waarin de Joden een veilige plek werden toegewezen. Zaken liggen veel simpeler, dan in bovenstaand verhaal, hetgeen, nogmaals, rammelt aan alle kanten, met name de door de VN toewijzing van gebied in 1948! Gelijk de westerse landen nu, die niet meer invoer van islam wensen en dit kenbaar maken via Wilders, Baudet. Dat zelfde recht, is Palestijnen compleet ontzegd ( tientallen jaren geleden). Ok, ’t was een niet erkend soeverein gebied, is zulks belangrijk? Ik heb dit gebied bestudeerd, voor 1940 was dit geen geretardeerd zootje. Gaza, nu, mot ik dit uitleggen? Het leven was feitelijk, zeker prima. In die periode zijn inderdaad en daarvoor, problemen uitgebroken tussen Arabieren en Joden. Ook mijn Moedervolk, de Britten waren daar debet aan. Maar hetgeen van Agt niet eens stelt; er zit in feite geen bal verschil in de bezetting door Duitsland en de bezetting van vrijwel geheel Europa of van dat kleine stuk wat de Palestijnen rest. En daar zit de kneep, de wereld kan ’t niet verkroppen dat een volk, wat zoveel heeft geleden, dit feitelijk haar medemens ook aandoet!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s