Bacon, Plato en Aristoteles.

Francis Bacon, een filosoof uit de tijd van Shakespeare, noemde het hoofdwerk dat hij geschreven heeft het Novum Organum, omdat hij meende dat het een belangrijke toevoeging was aan het Organon van Aristoteles. Maar in feite corrigeerde hij niet zozeer Aristoteles als wel Plato.
De idols van Bacon[1] wijzen op de vervormingen van de werkelijkheid die het gevolg zijn van de beperkingen van de zintuigen, de werking van de hersenen en van vooroordelen die cultuurbepaald zijn, maar die vooral het onvermijdelijke gevolg zijn van de modellen, ideeën of abstracties die we nodig hebben om van een chaotische wereld een voor ons hanteerbare omgeving te maken. Plato die het verschil tussen de werkelijkheid en de modellen die wij er van maken wel had opgemerkt, want geniaal was hij wel, draaide de zaak om. Hij noemde alles wat in de wereld ontstaat, groeit, bloeit, zich voortplant en weer verdwijnt niet werkelijk maar het afgietsel van iets anders dat wel werkelijk was, de ideeën.
Maar een eik met zijn houtwaarde, zijn chemische samenstelling , zijn biologische voorgeschiedenis, zijn functie voor de ecologie waar hij deel van uit maakt, als woonplaats bijvoorbeeld en bron van voedsel voor allerlei dieren, zijn betekenis voor de eigenaar van de tuin waar hij staat, is heel wat werkelijker dan het begrip boom of eik.
Een van de gebreken aan de ideeënleer van Plato, die deel is gaan uitmaken van ons wereldbeeld is het gebrek aan verankering in de tijd. In de ogen van Plato was het juist een eigenschap van de werkelijkheid, dat die niet tijdgebonden was. Hij vond goden om die reden werkelijker dan sterfelijke mensen en dieren eigenlijk ook. Mensen en goden waren individuen maar dieren zag hij alleen als vertegenwoordigers van hun soort en die soort was weer onsterfelijk net als de goden. Verandering en het tijdsbegrip dat met verandering samenhangt, zag hij als teken van verval. Tijd hoorde in een ideale wereld niet thuis.
Aristoteles daarentegen, zag het tijdsgebondene van alles, ook van ideeën zodra die gebruikt werden om vorm te geven aan de werkelijkheid. In zijn Politeia wijst hij er op dat samenlevingen en overheden die zijn georganiseerd naar een bepaald model, bijvoorbeeld het democratische, door tijdsverloop onvermijdelijk in een ander model terecht komen. Aristoteles zou direct begrepen hebben dat een verzorgingsstaat die opgezet is om in gebreken in de samenleving te voorzien door de manier waarop de samenleving er mee omgaat op den duur zelf een probleem wordt. Wie nu nog meent dat de verzorgingsstaat van Drees dezelfde is als die van Balkenende en Rutte heeft Plato is zijn hoofd en is een ideoloog. Het heeft geen zin de vergankelijkheid van al het werkelijke te betreuren. Het gebeurt en is een gevolg van het dynamische karakter ervan.
Ideologie is een begrip dat zijn bestaan aan Plato dankt. Zoals Karl Popper in zijn The Open Society en its Enemies heeft opgemerkt, stammen alle maatschappelijke stromingen die menen dat de samenleving blijvend naar een vooropgezet idee vorm kan worden gegeven van Plato. Zij miskennen allemaal het levende karakter van de samenleving die deel uitmaakt van de werkelijkheid en waarvan de complexiteit en de dynamiek groter is dan sociologen onderkennen. Wie aan het veranderlijke waarmee de werkelijkheid vorm gegeven wordt voorbij gaat faalt ook wetenschappelijk..

[1] idols of the Tribe, idols of the Cave, idols of the Marketplace and idols of the Theater.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in filosofie. Bookmark de permalink .