Heldring en Balkenende.

Het is alweer bijna vier jaar geleden dat Jérôme Heldring overleed, de columnist van het NRC Handelsblad. Hij was een geleerd en erudiet man.
Hij schreef ooit een kritisch verhaal naar aanleiding van een geschrift van onze e.t. premier Balkenende, waarin deze pleitte voor een herleving van normen en waarden in de samenleving.
Heldring kende als goed Nederlander zijn bijbel, misschien wel in de Statenvertaling. Maar zover ik weet was hij geen hebraïst, wat Martin Buber wel was. Buber vertaalde Spreuken 29:18 in zijn “Verdeutschung” van de Schrift als volgt:
“Wo keine Schauung ist wird ein Volk zügellos, aber glücklich es, hütets die Weisung!
Heldring maakte in zijn essay bezwaar tegen de vertaling die Balkenende gebruikte: “zonder visie verwildert het volk”, wat toch dicht komt bij de vertaling van Buber.
Schauung is immers zoveel als visie of inzicht en dat komt wel overeen met de vBalkenende vertaling. De term Schauung wordt ook gebruikt voor de visioenen van de profeet Ezechiël, die men kan tegenkomen bij science fiction schrijvers en die daarom tegenwoordig tot de meer populaire Bijbelcitaten behoren, maar noch Heldring, noch Balkendende zouden meen ik willen pleiten voor visioenen als datgeen wat het volk afhoudt van verwildering.
De Dordtse vertaling van Spreuken, als dat de tekst is waar Heldring zich op beroept, is ook in andere opzichten wel eens wat minder nauwkeurig, iets wat Balkenende als VU pupil misschien wat beter bekend was dan Heldring.

Balkenende citeerde naast de bijbel ook de Franse schrijver en politicus Charles Alexis Clérel de Tocqueville, uit diens bekende werk De la démocratie en Amérique. Dat deed hij weliswaar met de verkeerde datum, maar verder toch vrij nauwkeurig. Het mos maiorum, of moeurs zoals de Franse verlichting die noemde, staat voor richtinggevende ideeën en basis van het recht, dat klopt heus wel.
Alexis is de orthodox christelijke vorm van Alex en een naam die gedragen werd door Byzantijnse Caesaren en Russische Tsaren. Voor een Franse minister van buitenlandse zaken zeker minder gebruikelijk dan Alex; daarom, de vergissing van Balkenende is begrijpelijk en het is wat pietluttig om hem daarover lastig te vallen.

In het tweede hoofdstuk van het eerste deel van De la démocratie en Amérique II zet De Tocqueville uiteen wat volgens hem de functie van “les croyances” is in de Amerikaanse samenleving, te weten om alle neuzen dezelfde kant op te zetten en de mensen werk te besparen.
Hij zegt ondermeer:”un homme qui entreprendrait d’examiner tout par lui même ne pourrait accorder que peu de temps et d’attention a chacque chose. Iets aannemen op gezag van een ander is een vorm van slavernij, maar een “servitude salutaire”.
Wat de religie betreft: “si l’on regarde de très près,on verra que la religion elle même y (in Amerika) règne bien moins comme doctrine que comme opinion commune

Anders dan Heldring, die zelf naar ik meen niet uitzonderlijk godsdienstig was, betwijfel ik of De Tocqueville er de oppervlakkige Churchilliaanse opvatting van het christelijk geloof op na hield, die door Dostojevsky zo fraai in de mond werd gelegd van zijn Grootinquisiteur: goed voor anderen en goed voor de samenleving, met de onuitgesproken toevoeging: maar minder goed voor mij.
Hij zag het geloof eerder als onderdeel van de publieke opinie, die in een democratie meer dan in een aristocratische samenleving de arbiter is van alle maatschappelijke vraagstukken. Dat was zeker voor zijn tijd een hoogst moderne opvatting.
Terugkerend naar Balkendende en zijn pogingen om normen en waarden te doen herleven in de samenleving: het erkennen van de noodzaak van normen en moeurs op het gezag van de bijbel of van verlichte geesten is iets anders dan ze bij wet of regeringsdecreet weer in te voeren als ze eenmaal verdwenen zijn. Dat is niet weggelegd voor seculiere regeerders. Dat is eerder een taak voor profeten.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in beschaving, columns in de krant, geloof. Bookmark de permalink .