Slavernij.

De mensenrechten zijn de hoogste waarden die wij in het westen erkennen. Een fenomeen dat daar absoluut niet in past is de slavernij.
In de oudheid was dat anders, toen was slavernij heel gewoon. In Rome bestond meer dan de helft van de bevolking uit slaven. Tussen de begrippen slaven en personeel bestond toen eigenlijk geen verschil. Het woord voor het een was het woord voor het ander.
De islam is wat dat betreft de voortzetting geweest van die klassieke oudheid. Het begrip slaaf heeft er niet dezelfde pejoratieve betekenis als hier. Moslims zien zich zelf als de slaven van Allah. De gebedshouding van de moslim is die van onderworpenheid van een slaaf aan zijn meester of van een oosterse onderdaan aan zijn vorst. In Europa heeft men wat de slavernij betreft de oudheid losgelaten. Moslims met hun bizarre gewoontes hebben we hier altijd gezien als de vijand.
De slavernij is iets waarvan je zou wensen dat het er nooit geweest was, omdat het lijnrecht ingaat tegen alles waar onze beschaving voor staat. Daarbij doet het er niet toe dat de zwarte slaven in de Amerika’s beter af waren dan wanneer hun voorouders in Afrika waren gebleven. Die voorouders zijn daar niet gebleven en zonder onze eigen Hollandse voorouders hadden deze afstammelingen inderdaad niet in Suriname of op de Antillen, maar ergens in Ghana gezeten. Of ze waren er helemaal niet geweest, zoals Piet Emmer U zou kunnen vertellen. Van de zwarten die naar de Amerika’s werden verscheept bleef een groter percentage in leven dan van de medegevangenen die door de Afrikaanse voorouders niet aan de blanken werden verkocht en dus in Afrika bleven.
Ook de claim dat die voorouders alleen gevangen werden genomen van wege de slavenhandel blijkt niet juist te zijn. Veel exacte gegevens hebben we daar niet over. Maar was die claim juist dan zou je verwachten dat er vanaf het begin van de trans-Atlantische slavenhandel een demografische dip te zien zou zijn in de regio’s waar de slaven vandaan kwamen en dat blijkt niet zo te zijn. Zwart Afrika was in die tijd en is nog steeds niet de ideale regio om geboren te worden.
Het probleem met de slavernij is dat het in de oudheid en in moslimlanden een gewone zaak was en dat het dit altijd geweest is ook. Dat hield in dat het recht veel bepalingen kende die betrekking hadden op de slavernij. Het Romeinse recht was onderdeel van het Oudvaderlands recht en het gold hier, met andere woorden, in de middeleeuwen. Je kon het dus niet negeren, al liet de burgemeester van Middelburg de eerste zwarte slaven die hier aan land gebracht werden prompt vrij, want in de Lage Landen kenden we het verschijnsel slaven niet.
Later werd Middelburg juist een middelpunt van de slavenhandel voor zover die vanuit Nederland werd bedreven. Maar het bleef altijd buitenlandse handel. Hier in het land kwamen slaven niet voor. Slavernij werd er nog steeds als onmenselijk gezien en als iets waar je je voor hoorde te schamen.
De mensenrechten werden pas in de achttiende eeuw geformuleerd, maar kwamen toen niet uit de lucht vallen. Het zijn burgerlijke waarden, ontleend aan het gedachtegoed dat zich in West Europa ontwikkelde sinds de Renaissance, voor het eerst in Nederland en dat tegen het einde van de zestiende eeuw hier al in volle omvang bestond.
Slavernij zagen wij vooral als een onderdeel van de leefwijze van de mohammedaanse vijand. Wie door de Barbarijse zeerovers gevangen werd genomen werd slaaf gemaakt tenzij hij zich tot de islam bekeerde. Een van de goede werken waarmee christenen de genade Gods over zich af konden roepen was het bevrijden van medechristenen uit de slavernij.
Maar ook de moslims hadden de slavernij niet zelf bedacht. Slaven waren er gewoon, zoals dat in alle oude beschavingen het geval was. Het Latijnse servus of famulus heeft in een Nederlandse vertaling zowel de betekenis van slaaf als van dienaar. Het ecce ancilla Domini[1] uit de Latijnse ritus, betekent ziehier de slavin van God. Slaaf had in de oudheid niet helemaal dezelfde mensonwaardige connotatie die het later kreeg. Wel stond een slaaf in Rome helemaal onder aan de maatschappelijke ladder. Een slaaf had de juridische positie van een stuk vee, maar eigenlijk had iedereen die geen burgerrechten had een soortgelijke rechtspositie. Kinderen hadden tot hun meerderjarigheid weinig meer rechten dan een slaaf . De samenleving was hard in de oudheid en iedereen liep het risico slaaf te worden. Wie niet voor zich zelf kon zorgen ging dood of werd slaaf. Dat gold voor gevangen genomen vijanden, voor mensen die hun schulden niet konden betalen en voor alle kinderen van slaven.
Toen slavernij onmisbaar leek om in de concurrentieslag met de andere zeevarende naties tropisch en subtropisch Amerika te ontwikkelen, werden niet de gevangen genomen Europese vijanden of bankroetiers ingezet. Dat ging de christenen uit die dagen te ver. De zwarten uit Afrika gedroegen zich niet helemaal als andere mensen en zij werden in de Bijbel als zonen van Cham weggezet. Bovendien werden ze in Afrika door hun eigen landgenoten op de markt aangeboden. Zo suste men zijn geweten, maar echt een goed gevoel hebben christenen er nooit bij gehad.
Misschien wel juist omdat slavernij in strijd was met de eigen waarden werd een slaaf in de nieuwe tijd slechter behandeld dan in de oudheid. Een soort averechtse logica: omdat men zijn medemens niet tot slaaf kon maken werden negerslaven niet meer als medemens gezien. Dat slaven werden vrijgelaten zoals dat vroeger in Rome regelmatig voorkwam en dan weer normale deelnemers van de samenleving werden, kwam bij deze nieuwe vorm van slavernij nauwelijks voor. De twee kwaliteiten, slaaf en zwarte, gingen in elkaar over en werden op den duur niet meer onderscheiden.
Slavernij was in West Afrika, waar de Amerikaanse slaven vandaan kwamen heel gewoon. Het was al eeuwenlang naast goud en ivoor een van de stapelproducten geweest van Arabische handelaren, lang voor dat Portugese zeevaarders voor het eerst de Guinese kust van Afrika bezochten. Het aanbod bestond dus al, maar de internationale handel in slaven kwam pas op gang toen in Latijns Amerika bleek dat voor het zware werk in de mijnen en op de plantages de inheemse bevolking minder geschikt was. Het waren de bezorgde katholieke priesters die de Indianen zagen sterven als vliegen, die met het alternatief aankwamen om de arbeidskrachten te gaan halen in zwart Afrika.
Het Nederlandse aandeel in de slavenhouderij is nooit erg groot geweest, dit in tegenstelling tot ons aandeel in de handel. De handel was een tijd lang een belangrijk onderdeel van de activiteiten van de West Indische Compagnie, de W.I.C. In verhouding met andere koloniale mogendheden hadden wij weinig Amerikaanse bezittingen. In Azië is de inzet van Afrikaanse arbeidskrachten nooit een gewoonte geworden. Slaven houden bleef voor Nederland beperkt tot Nederlands Guyana en de Antillen, twee onbetekenende onderdelen van het koloniale rijk.
Dit is, kort samengevat, de historische achtergrond van de slavernij in Nederland. Is dit voldoende aanleiding om er een monument voor op te richten in het Oosterpark in Amsterdam?
In het algemeen zijn monumenten er om belangrijke gebeurtenissen mee te memoreren of om personen te eren die zich uitzonderlijk verdienstelijk hebben gemaakt voor de publieke zaak. We zijn met monumenten in Nederland zichtbaar minder scheutig dan in de ons omringende landen.
Dat slavernij niet een verdienstelijke prestatie geweest is, niet van de slavenhouders en niet van hun slachtoffers, dat is duidelijk. Het is ook niet een belangrijke gebeurtenis geweest, met een grote invloed op onze cultuur. Het was een randverschijnsel dat een handvol mensen betrof in enkele ondergeschikte koloniën. Dat hun afstammelingen, door een relatief grote bevolkingsgroei en door hun tegenwoordige concentratie in onze grote steden de indruk kunnen wekken dat het hier om een zaak van betekenis gaat, is een vorm van optische vertekening.
Er is een kwakoemonument dat in Paramaribo staat, in de Dr. Sophie Redmondstraat. Daar hoort het ook thuis. Het zou terecht geweest zijn als ervoor betaald was door de West-Indische Compagnie, maar die is al eeuwen geleden failliet gegaan. Uit het Oosterpark hoort het slavenmonument, naar mijn mening, zo snel mogelijk te worden verwijderd. Het suggereert een rol van de slavernij in Nederland die er nooit is geweest en het bevordert de assimilatie niet van de mensen uit de voormalige koloniale gebieden.
Neem Harriet Duurvoort, een schrijfster van stukjes in de Volkskrant, maar geobsedeerd door het slavernijverleden van een deel van haar voorouders. Ooit legde ze ons uit dat DNA onderzoek laat zien waar de voorouders van de slaven precies vandaan kwamen en wanneer. Ook zou je er volgens haar de gepleegde genocide uit af kunnen leiden.
Hispaniola is een Caraïbisch eiland waarop twee landen zijn gelegen, Haïti en de Dominicaanse republiek. Haiti is een zwarte mislukte staat en de Dominicaanse republiek vertoont het normale beeld van een etnisch gemengde Spaans sprekende bevolking in het Iberische deel van Amerika.
In de geschiedenis wordt als feit aangenomen dat de indianen van Hispaniola door ziektes om het leven zijn gekomen, waar ze geen weerstand tegen hadden. Maar Duurvoort weet zeker dat ze met geweld om het leven zijn gebracht, te weten door Columbus en zijn Spaanse troepen. Van de miljoenen die er waren toen Columbus kwam, waren er nog dertigduizend over toen hij tien jaar later weer vertrok. Ze meent dat af te kunnen leiden uit de samenstelling van de genen op het eiland.
Ik denk dat ze zich daar vergist. Aan overgeërfde genen valt niet te zien op wat voor manier eerdere dragers om het leven zijn gekomen, door ziekte of door geweld. Maar als het om slavernij gaat zet Duurvoort haar gebruikelijke logica even op stal en spelen alleen emoties en wishful thinking nog een rol.
Ze betreurt het dat Europese landen, waaronder Nederland, nog altijd geen excuses hebben aangeboden voor het slavernijverleden, terwijl een paar Afrikaanse landen dat intussen wel hebben gedaan(?!) Ze denkt overigens dat dit komt omdat die niet bang hoeven te zijn voor claims en westerse landen wel(?!)
De Afro Amerikanen vormen volgens Duurvoort de zestiende economie van de wereld. Over die stelling heb ik even over na moeten denken. Ze kan onmogelijk bedoelen dat de Noord Amerikaanse getto’s gezamenlijk meer welvaart produceren dan een van de Scandinavische landen of dan Nederland en België. https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_countries_by_GDP_(nominal)
Waarschijnlijk bedoelt ze dat de zwarte inwoners van de VS een proportioneel deel van de welvaart daar voor hun rekening nemen, maar ook dat is wishful thinking. De getto’s hebben een negatieve toegevoegde waarde. Hoe het met de rest van de zwarte Amerikanen zit weten we niet en kunnen we ook niet weten. Zwarte Amerikanen, voor zover die niet in getto’s wonen, zijn onderdeel van de Amerikaanse samenleving net als alle andere Amerikanen. Het is onzin om in dat verband over een aparte economie te spreken. De enige zelfstandige zwarte economie op het westelijke halfrond is Haïti.
Hoe je de mislukking van dat land ook wilt verklaren, het vormt duidelijk geen pleidooi voor zelfstandige zwarte gemeenschappen, evenmin als de getto’s in de twee Amerikaanse werelddelen dat doen. Het beste kun je ze zien als een onwenselijk gevolg van het slavernijverleden. Niemand is er bij gebaat om dat verleden levend te houden, integendeel.
Toen de Whigs, de partij van de humanisten in de Britse politiek, het in de Victoriaanse tijd voor het zeggen kregen, maakten zij een einde aan de slavenhandel. Dat konden ze, omdat de Engelse marine de wereldzeeën beheerste. Maar in de Amerika’s bleef slavernij als instituut voorlopig bestaan, al was er geen nieuwe toevoer meer uit Afrika. In Engeland zelf was slavernij net als in de rest van Europa al verdwenen sinds de vroege Middeleeuwen . Maar het Romeinse recht had regels voor de slavernij en de eerbied voor het eigendomsrecht gekoppeld aan de gebruiken van de internationale handel hielden de slavernij in stand in de koloniën.
In Europa zelf bleef het een exotisch fenomeen. Oosterse reizigers hadden wel eens slaven bij zich en kolonisten uit de tropen brachten soms huisslaven mee als ze terugkwamen. Maar een economische functie had het hier niet.
In landen waar de westerse invloed beperkt was, in het Osmaanse rijk en in het algemeen overal waar andere godsdiensten dan het Latijnse Christendom de overhand behielden, hield ook de slavernij stand. Dat was niet omdat in de islam of in de niet-westerse vormen van het christendom de slavernij gepropageerd werd. Dat kwam omdat de slavernij er al lang was voor die godsdiensten ontstonden. De bijbel en de koran spreken erover als iets dat er nu eenmaal is en voor God zijn we allemaal slaven.
Slaven zijn de mensen die in de economisch primitieve samenlevingen het werk doen dat tegenwoordig door betaald personeel wordt gedaan of door machines. In het latere Romeinse recht werden aan slaven overigens wel degelijk rechten toegekend.
Op het Iberisch schiereiland is slavernij altijd op kleine schaal blijven bestaan, als een van die zaken die uit de Moorse tijd waren overgebleven. In de suikerplantages op de Canarische Eilanden, die praktisch in zwart Afrika lagen was het een normaal verschijnsel. Het is niet onwaarschijnlijk dat die eilanden later als model voor de Zuid Amerikaanse koloniën hebben gediend. Het verhaal is bekend hoe de Portugezen en Spanjaarden de slavernij hebben ingevoerd in Zuid Amerika en hoe de Noord Amerikanen het later overnamen om hun plantages te voorzien van werkkrachten die tegen de klimatologische omstandigheden en tropische ziekten waren opgewassen.
De onbekendheid hier in Noord Europa met het instituut van de slavernij had voor de slaven bepaald ook nadelen. Omdat de slavernij als zodanig niet bestond waren er voor slaven ook geen beschermende maatregelen. Slavernij van westerse mensen werd niet toegelaten, omdat het strijdig was met het humanisme.
Waar het op neer kwam was dat men slavernij in het eigen land weerde omdat het niet paste in het concept van de menselijke waardigheid. Maar omdat men slavernij om economische redenen niet kon of wilde afschaffen beschouwde men zwarten als niet helemaal menselijk. Dat is wat men een geperverteerd humanisme zou kunnen noemen en het heeft de behandeling van de negerslaven meer geschaad dan de op de wet gebaseerde slavernij in de landen rond de Middellandse Zee.
Sinds we een slavenmonument hebben in het Oosterpark wordt er in de media tegenwoordig weer meer aandacht besteed aan de slavernij. Dat dit vroeger in de leerboekjes en op de scholen niet gebeurde is een misvatting. Slavernij was altijd een item in de geschiedenis, maar het onderwijs is intussen ook op andere onderdelen in het ongerede geraakt en we weten dat niet meer.
Wij wisten in de veertiger en vijftiger jaren heus wel dat de W.I.C. haar geld had verdiend in de slavenhandel en dat die club prompt van het toneel verdween toen de Engelsen aan die handel een einde hebben gemaakt. We wisten ook dat de handel vooral liep tussen West Afrika en de Amerika’s en dat toen er voor het eerst slaven naar Nederland werden gebracht een burgemeester van Middelburg die mensen prompt vrij liet. Er zijn notulen[1] van de Staten van Zeeland waarin het verhaal staat opgetekend.
Veel Nederlanders waren bij de slavenhandel nooit betrokken. Behalve de W.I. Compagnie waren er nog een stel zelfstandige entrepreneurs, maar geen vergelijk bijvoorbeeld met het aantal dat bijvoorbeeld vanuit Bazel[2] opereerde.
Er wordt wel gezegd dat de Nederlanders in Brazilië een belangrijke rol hebben gespeeld, maar we hebben daar maar van 1630 tot 1654 gezeten. Dat is dus maar heel even geweest en het was bovendien beperkt tot Pernambuco, een klein gebied in het Noorden van het land, ver van Rio en Sao Paulo.
Slaven werden in Afrika door andere Afrikanen aangevoerd naar de slavenmarkten, meestal als buit van rooftochten. Het paradoxale is dat als je nu gaat zoeken naar nakomelingen van de slavenhouders en slavenhandelaren je ook weer bij de zwarte bewoners van de Amerika’s en de Caraïben uitkomt. De Amerikaanse en Europese zwarten zijn een mulatten volk en voor zover ze Europees bloed hebben komt dat van de kant van de slavenhouders.
Dat Nederland er niet erg in geïnteresseerd is, is daarom begrijpelijk. De Compagnie heeft een belangrijke rol gespeeld en haar aandeelhouders waren meest Nederlanders, maar alles bij elkaar ging het daarbij toch maar om een handvol. 99% van onze voorouders hebben er nooit iets mee te maken gehad, iets wat je dus van de Antillianen en Surinamers niet kunt zeggen.
Als grote filosofen als Aristoteles of Plato zich met ethiek bezig houden wordt slavernij behandeld als een noodzakelijk onderdeel van de condition humaine. Iets verkeerds werd er niet in gezien. Maar slavernij was in de Oudheid ook wel iets anders dan negerslavernij in Amerika.
In het Romeinse rijk kon iedereen slaaf worden, jezelf ook. Als iemand bankroet ging bijvoorbeeld of tot de verliezende partij hoorde in een oorlog, werd hij tot slaaf gemaakt. Slaaf werd je als je de keuze had tussen dood gaan of overleven. Wie niet dood wilde werd slaaf. Je behield je leven maar verloor je eer en je zelfstandigheid.
Slaven kregen vaak de kans zich zelf vrij te kopen. Een goede slaaf werd door zijn meester vaak bij wege van legaat vrijgelaten en omdat een slaaf vaak een deel van het geld dat hij voor een rechtschapen meester verdiende houden mocht, had hij op den duur ook vaak zelf wel de middelen om zich vrij te kopen. Zo kalfde in de Oudheid de slavenpopulatie aan de ene kant af terwijl zij aan de andere kant aangroeide doordat opnieuw mensen tot slaaf werden gemaakt en omdat kinderen als slaaf geboren werden.
Vrijgelatenen vormden een aparte klasse in de samenleving, ongeveer op het niveau van vreemdelingen. Met minder rechten dan de burgers maar meer dan slaven. De keizers in de laat-Romeinse tijd regeerden met een hofhouding van vrijgelatenen. Slaven en vrijgelatenen vormden als het ware samen een klasse en een die niet hoog in aanzien stond. Maar het waren en bleven mensen. Huisslaven maakten deel uit van de familia. Ze werden niet behandeld als vee, maar meer als een soort achtergestelde kinderen. Slaven vormden het onderste deel van de samenleving maar ze hoorden er wel bij.
De vrijlating van slaven was een heel oud gebruik. De manumissio was een van de oudste rechtshandelingen uit het Romeinse juridische repertoire. Het was een handeling per aes et libram, waartoe ook het traditionele officiële huwelijk, de adoptie en een paar andere antieke rechtshandelingen hoorden.
Wie als slaaf niet voor zich zelf kon zorgen werd niet vrijgelaten en dat was maar goed ook want hij zou het niet lang hebben overleefd. Wie niet werkte at ook niet in Rome. Sociale wetgeving was er niet in de Oudheid. Slaven werkten onder leiding van hun meester en die had daarmee ook de verantwoordelijkheid voor hun levensonderhoud.
De slavernij was in de zestiende eeuw zo goed als verdwenen. Alleen op de Canarische eilanden kwam zij nog voor en in de huishoudingen van vreemdelingen, maar als verschijnsel was het een bijzonderheid in de straten van de Lage Landen. Slavenschepen meden Europa. Wat slavenschepen waren daar hoefde je nooit aan te twijfelen. Ze stonken letterlijk een uur in de wind.
Het aantal Nederlanders dat openlijk aan slavenhandel heeft gedaan was verbazingwekkend gering. De handel was niet populair en wie er zich mee bezig hield werd gemeden. De handel werd pas groot onder het regime van de West Indische Compagnie. Maar aangezien Europa geen bestemming was woonden de meeste handelaren na verloop van tijd in Amerika. Twintig jaar lang in Brazilië en later in Suriname en op de Antillen. Wie wil zoeken naar de afstammelingen van Nederlandse slavenhandelaren moet daar wezen.. Het slavernijmonument uit het Oosterpark zou om die reden ook het beste op de markt van Paramaribo kunnen worden neergezet. Wij hier in Europa willen er vooral niets mee te maken hebben.
Piet, de broer van Fred Emmer, schreef op 5/7/12 in de Volkskrant over de slavenhandel. Die zou minder profijtelijk zijn geweest dan vaak wordt beweerd. Ook merkte hij naar aanleiding van de herdenkingen van de tweede wereldoorlog en de bezetting op dat niemand zich ooit afvraagt of die oorlog en bezetting voor de Duitsers nu zo profijtelijk zijn geweest.
Persoonlijk vind ik dit twee non issues. De slavernij is zo oud als de wereld en als die niet profijtelijk was geweest dan had zij het niet zo lang uitgehouden. De slaven die aan de westkust van Afrika eerst door Portugezen en Spanjaarden en later ook door Engelsen en Nederlanders werden gekocht hadden een kostprijs van bijna nul. Die gevangenen die op de markt verkocht werden waren er toch. Ze waren het gevolg van de constante oorlogen in de binnenlanden en het alternatief voor de verkoop was executie. Voor de meeste slaven gold dat de verkoop hun het leven heeft gered. Later zal het zeker zijn gebeurd dat aparte slaven raids werden opgezet, vooral als de markt een tijdje erg gunstig was, maar dat kostte geld en het risico was behoorlijk groot. Zo’n oorlog kon anders aflopen dan verwacht en dan was je zelf het haasje. Men mag er dus wel van uitgaan dat verreweg de meeste slaven aan de westerse slavenhalers hun leven te danken hebben gehad.
Wat de oorlog betreft en de bezetting, die zijn niet van een standpunt van profit of non-profit te beoordelen. Er bestaat geen twijfel over dat oorlog een kapitaalvernietiging op grote schaal is, voor de winnaar vaak net zo zeer als voor de verliezer. Oorlog voeren gebeurt om heel andere redenen dan voor het maken van winst en de bezetting is gewoon een onderdeel van de oorlog.
Over die bezetting van Nederland valt nog wel iets anders op te merken. Die was heel wat beschaafder dan de bezetting van Polen en Oekraïne. Er werden wel represailles genomen als Nederlandse verzetsmensen geweld hadden gebruikt tegen Duitsers, maar daar bleef het dan ook bij. Het gaat te ver om te zeggen dat we een rechtsstaat waren tijdens de oorlog, maar wie zich gedeisd hield had in het algemeen van de Duitsers niet zo veel te vrezen. Ik zeg dat, hoewel in mijn naaste familie drie mensen zijn omgekomen in de oorlog. Maar mijn vader hield zich dan ook niet gedeisd.
Alle Nederlanders waren niettemin doodsbang, ook als ze niets deden waar Duitsers op plachten te reageren. Kennelijk was het geweld dat potentieel aanwezig geacht werd genoeg om iedereen angst aan te jagen en herinnert iedereen die de oorlog heeft meegemaakt hem als een tijd van angst en machteloosheid.
Mercita Coronel merkte in de Volkskrant van 2/8/13 op dat de waardering voor het slavernijverleden in Nederland en de VS langs verschillenden lijnen loopt. Sommigen zeggen dat de zwarten zelf aan het slaven vangen hebben meegewerkt en dat de zwarten zelf ook slaven hielden in Afrika. Dat zijn dan meestal blanken die dat zeggen. Ook vinden blanken vaker dan zwarten dat de slavernij verleden tijd is en dat zij er persoonlijk niets mee te maken hebben. Daar heeft Coronel gelijk in en dat is dan ook precies wat ik hier aan het doen ben
Ik vind dus, anders dan Coronel, niet dat de discriminatie, zoals die op het moment gevoeld wordt in de Bijlmer en op de Antillen, een noodzakelijk en rechtstreeks gevolg is van de slavernij uit het verleden. Of dat het kapitalisme er iets mee te maken heeft gehad. Wel het imperialisme, in de zin dat dat de slavenverkopers uit Afrika waarschijnlijk niet zelf in staat zouden geweest hun waren aan de man te brengen in Noord en Zuid Amerika.
Of het superioriteitsgevoel van Europeanen een eigenschap is van christenen, zoals zij meent, zou ik niet weten. Ik denk dat dit een etnisch verschijnsel is dat samenhangt met een hogere graad van beschaving. De Arabische slavenhandelaren, die al eeuwen eerder hun slaven uit zwart Afrika haalden, hadden een soortgelijk superioriteitsgevoel, terwijl daar toch eigenlijk minder aanleiding toe was. Die behandelden hun zwarte slaven een heel stuk slechter dan de Europeanen.
Wel denk ik weer dat ze gelijk heeft als ze impliceert dat de ontmenselijking van de zwarten een gevolg was van het slechte geweten van de slavenhandelaren. In de eigen christelijke thuislanden werd de slavernij gevoeld als in strijd met de menselijke waardigheid. Als je om commerciële redenen dan toch slaven wilde houden, kon je ze moeilijk als medemens zien zonder in contradicties terecht te komen.
Coronel meent dat de slavernij in Afrika zelf altijd menselijker is geweest dan in westerse landen, maar ik geloof niet dat ze zich daar ooit serieus in verdiept heeft. Het verschil in behandeling tussen slaven en andere mensen was er waarschijnlijk wel kleiner dan in de VS, maar dat de slaven er beter zouden worden behandeld dan in Amerika is een misvatting. Erg harde cijfers erover hebben we niet, maar wat we ervan weten is dat mishandeling er tenminste zo vaak voorkwam en de sterftecijfers bijzonder hoog waren onder de slaven.
Om apartheid en slavernij door elkaar te halen duidt op een gebrek aan historisch besef. De grote apartheid was juist bedoeld om de diverse zwarte volkeren van Zuid Afrika een eigen gebied te geven en een gelegenheid daar hun eigen cultuur te ontwikkelen[7]. Doordat men daar niet in staat was voldoende werkgelegenheid te creëren trokken de mannen naar het blanke deel van het land waar er wel werk was. De grote apartheid mislukte dus. De kleine apartheid was een gevolg van de poging van de blanken om hun eigen gebied blank en Europees te houden. Dat leidde inderdaad tot discriminatie. Wie daar vooral het slachtoffer van zijn geweest waren de kleurlingen. Kleurlingen in Zuid Afrika zijn mensen van gemengd bloed en dus met een Europese opleiding en beschaving. Daar horen ook de vele Aziaten toe die in Zuid Afrika wonen en die daar ten tijde van de apartheid tussen wal en schip vielen. Die apartheid heb ik nog in zijn volle omvang meegemaakt.
Ik denk dat er nergens op de wereld een bevolking zo hard is gegroeid als de zwarte bevolking van Zuid Afrika sinds de invoering van de apartheid. Dat was niet zozeer een gevolg van de slechte behandeling die ze daar ondergingen, maar meer van de welvaart die veel groter was dan in de buurlanden en die een grote immigratie naar het land van de apartheid heeft veroorzaakt.
Ik veronderstel dat mevrouw Coronel te jong is om dat zelf nog te hebben beleefd. Ik ben in de zeventiger en tachtiger jaren een aantal keren in Zuid Afrika geweest en heb daar met Afrikaanders, Engelstaligen en kleurlingen opgetrokken. Ik heb ook een paar dagen gelogeerd bij een beeldhouwer uit Kwa Zoeloe, die ik leerde kennen via een Zwitserse zendeling. Die dagen met die zwarte beeldhouwer waren interessant, eigenlijk vooral omdat hij maar in weinig anders bleek te zijn dan een kunstenaar hier in Amsterdam met wie ik indertijd bevriend was.
De enige andere zwarte met wie ik langer dan een paar minuten gesproken heb was een lifter die ik opgepikt heb ergens op een veldweg tussen Johannesburg en Pretoria. Die liep daar in zijn eentje te sjokken, midden in de wereld, meer dan tien kilometer overal vandaan. Ik heb wel met hem gesproken en hij niet met mij. Hij zat helemaal in de hoek tegen de deur aan bang te zijn en ik denk niet dat hij meer dan vijf woorden heeft gezegd. Op een gegeven moment gaf hij aan dat hij eruit wilde en toen ben ik gestopt en heb hem eruit gelaten. Nog steeds midden in de wereld.
Die angst en onbekendheid over en weer tussen blank en zwart was geloof ik het meest bevreemdende aspect aan de apartheid. Maar Zuid Afrika had in die dagen de minste politieagenten per hoofd van de bevolking van alle westerse landen en de criminaliteit was er verassend laag. De zwarten hadden hogere inkomens en een betere scholing dan in alle andere Afrikaanse landen bezuiden de Sahara. Je zou hele reeksen statistieken kunnen produceren die bewezen dat ze het nergens zo goed hadden als in het land van de apartheid, alleen dat was niet zo.
Het oude Zuid Afrika was geen prettig land en het is goed dat er een einde is gekomen aan de apartheid, maar het idee erover waar de mensen hier in Europa mee rond lopen klopt niet erg. Nog steeds niet.
Dat Zwarte Piet uit het Sinterklaas verhaal een slaaf was lijkt me moeilijk te ontkennen. Hij wordt Moriaan genoemd en oorspronkelijk moesten we daarbij eerder aan de Moorse bewoners van Spanje denken dan aan Bantoe slaven. Maar het waren vooral de Moren die deze slaven hielden en met Moriaan werd later wel degelijk een zwarte slaaf bedoeld. Daar moeten we meen ik niet moeilijk over doen. Als U een gevelsteen ziet met daaronder de tekst ‘In de Moriaan’, dan is de afbeelding wel degelijk die van een Bantoe neger.
Evenmin moet iemand ontkennen dat slavernij een heel oud instituut is, veel ouder dan de paar eeuwen die nu steeds aan de orde komen als afstammelingen van zwarte slaven zich over dat verleden beklagen.
Wat we vooral niet moeten doen is de kop in het zand steken en doen alsof het er nooit geweest is. Alleen dan kunnen we het met een gerust geweten achter ons laten.
In de klassieke tijd waren de meeste slaven blank. Dat ze in Amerika uitsluitend zwart zijn geweest komt omdat de kerk van Rome meer bezwaar had tegen witte of Indiaanse slaven dan tegen zwarte. De geestelijkheid heeft in Zuid Amerika de import van zwarte slaven bevorderd en van daaruit is de zwarte slavernij naar Midden en Noord Amerika overgewaaid. Dat was een tragische fout van deze geestelijken, maar het is intussen wel geschiedenis. Er nu nog over zeuren helpt niemand meer.
De Nederlandse overheid heeft toegestaan dat zich hier etnische leefgemeenschappen hebben gevestigd die er hun eigen gewoonten en gebruiken op na bleven houden en zich niet als lid van de Nederlandse samenleving beschouwen. Dat geldt niet alleen voor de Bijlmer maar ook voor de moslimgemeenschappen in onze grote steden. Met name voor de moslims lijken de banden met het moederland en de daar heersende godsdienst en cultuur zwaarder te wegen dan de samenleving met hun nieuwe landgenoten. Dat kan niet blijvend goed gaan. Op den duur raken verschillende etniciteiten op hetzelfde grondgebied altijd in conflict, tenzij de dominante etniciteit de onderliggende daar de kans niet voor geeft. Maar dat levert evenmin een samenleving op die voor de betrokkenen erg aangenaam is. De mix van Hoetoe’s en Toetsi’s in Roeanda en Boeroendi is daarvan een voorbeeld. De apartheid van Zuid Afrika en in de Zuidelijke staten van de VS was een ander voorbeeld.
Etnische tegenstellingen zijn van alle tijden. Men moet er mee leren leven en de potentiële gevaren ervan onderkennen. Dat betekent dat overheden het ontstaan van aparte wijken met hun eigen leefgemeenschappen moeten tegengaan en dat in het intermenselijke verkeer racistische opmerkingen en racistisch gedrag moet worden vermeden. De man die in lijn negen over twee zwarte vrouwen hardop zegt dat die wel bij Artis zullen uitstappen moet hardop door iemand anders worden gecorrigeerd. De Marokkanen die een zwangere zwarte vrouw molesteerden zouden een jaar of wat de in cel moeten en de VU criminoloog die dat gedrag probeerde te verontschuldigen kan zich niet op de vrijheid van meningsuiting beroepen. Die man zat echt behoorlijk fout.
De etnische conflicten die we tegenwoordig in Amsterdam hebben zijn voor een deel het gevolg van het beleid van Job Cohen.
Cohen is een aardige man, maar niet een van de beste burgemeesters die we hebben gehad. Zijn opvolger Van der Laan werd gevreesd en gerespecteerd op het stadhuis, maar Cohen vond men daar een watje. Goed voorbeeld van zijn gebrek aan daadkracht is de affaire Verdonk.
Bij het slavenmonument in het Oosterpark was in 2003 een klein opstandje. Minister Verdonk kwam er op verzoek van het organiserend comité om er namens de regering een toespraak houden en een krans leggen. De allochtonen, waartoe ook de Surinamers en Antillianen zich rekenen, zagen in haar de verpersoonlijking van een tegen hen gericht beleid. Ze waren door een radiostation op een Amerikaanse manier voor een protestmanifestatie gemobiliseerd. Verdonk werd het spreken door een oorverdovend fluitconcert onmogelijk gemaakt. De kranslegging werd door de menigte fysiek verhinderd.
Burgemeester Cohen, maar ook andere gemeentelijke autoriteiten, stonden erbij en keken er naar en daar moet ze een ernstig verwijt van worden gemaakt. Op zijn minst had hij de herdenking ogenblikkelijk kunnen laten beëindigen door de politie.
De gelegenheid die toen officieel gevierd werd was de afschaffing van de slavernij in Suriname, 140 jaar eerder, in 1863. Daarnaast wilde men stilstaan bij de paar honderd jaar slavernij die eraan vooraf waren gegaan. Dat werd toegelicht door een tweetal vertegenwoordigers van het organiserend comité, die daarvoor bij de Amsterdamse stadszender ATV op bezoek waren gekomen.
Wat men naar aanleiding van het gebeuren in het Oosterpark en de toelichting van deze organisatoren kan zeggen is dat die van weinig historisch besef getuigden. De slavernij is niet driehonderd of vier honderd jaar geleden begonnen en hij is 148 jaar geleden wel in Suriname en op de Antillen afgeschaft, maar niet in de rest van de wereld.
De grootscheepse handel in zwarte slaven buiten zwart Afrika werd in het begin, in de middeleeuwen, georganiseerd door de Arabieren. Timboektoe in Mali, aan de Zuidelijke kant van de karavaanroute door de Sahara, was het grote Afrikaanse slavendepot. Het was een centrum van de handel in slaven, zout en ivoor, lang voor een aantal plaatsen aan de westkust van Afrika in die handel belangrijk werden. De westkust werd pas een grote markt toen er vraag begon te ontstaan naar menselijke handelswaar in de Spaanse en Portugese koloniën, in de zestiende eeuw.
Het blijft goed te bedenken dat de slavernij niet is afgeschaft als gevolg van een actie van de slaven zelf. Daarvoor verkeerden die ook niet in een positie. De afschaffing was het gevolg van politieke en kerkelijke acties in West Europa, met name in Groot Brittannië. In andere delen van de wereld en helemaal in Arabische landen is zij pas na zware druk van het Westen afgeschaft en in de uithoeken van de Dar al Islam bestaat zij nog steeds.
Het slavernijmonument zou het beste kunnen worden beschouwd als een eerbewijs aan degenen die de misstand hebben afgeschaft en als een duurzaam verwijt aan het adres van de handelaren die de slaven hebben getransporteerd en geëxploiteerd. Het fluitconcert van de kleinkinderen van deze handelaren aan het adres van minister Verdonk was in ieder geval in elk opzicht ongepast.
De tegenwoordige Belgen hoor je er niet meer over dat Julius Caesar de Keltische stam van de Belgae deels heeft uitgemoord en de rest verkocht heeft als slaaf. Dat was genocide en mensenroof op grote schaal. Maar Caesar wordt nog steeds met enthousiasme gelezen op Belgische gymnasia. Afro-Europeanen horen niet te worden opgezadeld met een soort romantische verering voor het slachtofferschap van hun voorouders, dat staat hun integratie alleen maar in de weg.
Slavernij is zo’n onderwerp waar maar weinig zinnige essays over worden geschreven. Meestal spatten de emoties ervan af en worden de feiten ondergeschikt gemaakt aan de morele verontwaardiging. Ik denk dat hier in Nederland Piet Emmer de enige uitzondering is. Het verbaasde mij niet dat hij zich geroepen voelde om te reageren op het stuk in de Volkskrant[1] van Pepijn Brandon en Tamira Combrink, die beiden verbonden zijn aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. Ook als leek kon je al zien dat er veel niet klopte in het artikel van die twee.
Eigenlijk is het verontrustend dat een instituut als het IISG, dat toch pretendeert een vooraanstaand historiografisch instituut te zijn, zijn jonge medewerkers de gelegenheid geeft zoveel fouten te produceren in zo’n klein bestek. Het roept twijfels op aan het niveau van de geschiedwetenschap in Nederland, maar gelukkig heeft het Emmer weer eens de gelegenheid gegeven zijn detailkennis over het onderwerp te spuien. Met terugwerkende kracht bleek toen het gelijk van koningin Beatrix en premier Kok, die bij de onthulling van het monument hadden geïnsisteerd op een behoorlijke afscheiding van de meute.
Op zich vind ik slavernij en slavenhandel geen erg interessant onderwerp. Eigenlijk meen ik dat onze gekleurde land- en koninkrijkgenoten uit de West zo geëmancipeerd zouden moeten zijn, dat zij daar ook zo over zouden denken.
Dat monument en het gedrag van de Bijlmerbewoners rond dat monument geeft in alle duidelijkheid aan dat het een vergissing geweest is Surinamers en Antillianen zo massaal naar Nederland te laten komen om ze vervolgens met zijn allen in de Bijlmer woonruimte te verschaffen. We hebben daarmee een Eurafrikaanse enclave gecreëerd die de integratie van de bewoners alleen maar in de weg staat. Ze voelen zich geen Nederlanders, ze voelen zich nog steeds slaaf en dat is een verwerpelijke vorm van masochisme.

De aanwezigheid in het land van zoveel nakomelingen van gekleurde slaven en slavenhouders heeft wel tot gevolg gehad dat het onderwerp hernieuwd in de belangstelling staat.
In de Volkskrant van 15/10/11 stond in dat verband een ingezonden stuk over de TV serie De Slavernij. De schrijvers waren niet tevreden met de serie. Wat erin te zien en te horen was klopte feitelijk wel, maar men vond de toonzetting te luchtig.
Die kritiek op de luchtigheid was wel juist, want de slavernij was een bedroevend hoofdstuk uit de geschiedenis. Juist is ook dat het slaventransport mensonterend was en dat daar niet aan af doet dat ook het leven van het scheepsvolk in de zeventiende en achttiende eeuw veel te wensen overliet, zodat de sterftecijfers bij beide groeperingen ongeveer even hoog lagen. Onjuist is de kritiek op de TV serie voor zover die inhoudt dat er niet gezegd zou mogen worden dat het leven op de plantages in het algemeen wel mee viel.
Maar persoonlijk vond ik het nog meer onjuist dat in de serie de schuld voor de slavernij en de slavenhandel bij Nederland werd neergelegd. Natuurlijk zijn er Nederlandse slavenhandelaren en slavenhouders bij betrokken geweest maar dat was maar zo’n handvol en het had zo helemaal niets te maken met het normale leven in Nederland dat het absurd is om de schuld ervoor bij de Nederlandse samenleving neer te leggen. Het zijn niet onze voorouders maar die van de tegenwoordige Surinamers en Antillianen geweest die verantwoordelijk waren, voor zover onze vroegere rijksgenoten tenminste blanke voorouders hebben gehad. De meesten wel zo te zien.
Van de autochtone Nederlanders heeft praktisch niemand voorouders die zich met de slavernij hebben bezig gehouden en ook de Nederlandse overheid heeft zich er in het verleden nooit mee bemoeid. De slavenhandel was een zaak van de West Indische Compagnie en in veel beperktere mate voor de Oost Indische. Die oude vennootscheppen zijn er zoals men weet geen van beide meer.
Dat overheden zich alleen met de afschaffing hebben bemoeid geldt niet alleen voor Nederland maar ook voor de andere Europese landen, met uitzondering dan van Spanje en Portugal.
In de Dar al Islam is in tegenstelling tot Europa de slavernij tot ver in de nieuwe tijd gebruik gebleven. De roof en handel in zwarte slaven op de wereld is door de eeuwen heen een bezigheid geweest van Arabieren en van de landgenoten van de zwarte betrokkenen zelf. Dat de slavernij een schande was is juist, maar wij in Europa hebben haar afgeschaft en in plaats van een beschuldigende vinger in onze richting te wijzen horen zwarte mensen zich dat beter te realiseren.
Nog iets anders. Wanneer een Romein uit de oude tijd een beschrijving zou moeten geven van de tegenwoordig westerse samenleving, dan zou hij iedereen die daar als ambtenaar of werknemer zijn brood verdiende as servus of ancilla aanmerken, als slaaf dus of slavin. Een paar categorieën zouden erbuiten vallen zoals bijvoorbeeld de beoefenaren van de vrije beroepen, die dus niet voor niets zo genoemd werden. De ondernemers, inclusief de kleine zelfstandigen, zouden waarschijnlijk niet als servi worden beschouwd, want wie op eigen benen kon staan was in de oudheid een vrij mens.
Een Romein uit de Republiek of een Athener uit de tijd van Pericles zou onze samenleving zien als een die door en voor slaven was georganiseerd. De extreme bescherming van mensenlevens is een belang van de slaven. Toen in de keizertijd de christelijke godsdienst populair werd, werd die als een godsdienst voor slaven gezien en dat was zij in de praktijk ook heel lang. Onze samenleving is in dat opzicht nog steeds heel christelijk ook al zijn de meeste mensen niet meer gelovig.
Kon iemand niet voor zijn eigen leven en onafhankelijkheid zorgen, doordat hij bijvoorbeeld zijn bezit onvoldoende kon organiseren, dan raakte hij in de schulden. Ging hij failliet en pleegde hij dan geen zelfmoord, dan werd hij als slaaf verkocht.
De Romeinse samenleving was hard, voor iedereen. Slavernij was daar een logisch uitvloeisel van. Het leven was risicovol, zoals het dat nu nog is in de derde wereld. De samenleving als een beschermende jas, zoals die vooral in de Europese welfare state bestaat, zou door Romeinen worden gezien als een uitgebreide familia, waarbinnen praktisch niemand meer vrijheid had, behalve dan de hele rijken, de ondernemers en de criminelen.
Een koloniaal verleden is niet het zelfde als een slavernij verleden. Nederland had in de koloniale tijd een viertal gebieden waar we eeuwen lang heerschappij over gevoerd hebben en waarvan er maar een op zich zelf belangrijk was, n.l. Nederlands Oost Indië. Slavernij heeft daar nooit een rol van betekenis gespeeld.
De andere koloniën, zoals de Kaap, hadden een afgeleide betekenis. Ze waren in het leven geroepen als provianderingshaven voor de vaart op Indië of als opslagplaats voor de slavenhandel van de West Indische Compagnie op Curaçao.
Suriname was een geval apart. We hadden die kolonie in 1667 op de Engelsen veroverd en haar later definitief van ze overgenomen in ruil voor New York en het Hudson gebied. Toen de kolonie Pernambuco in Brazilië geen succes werd en in 1654 ontruimd werd, leek Suriname een geschikte vervanging voor het verloren gebied in Noordelijk Brazilië.
Maar ook Suriname is eigenlijk nooit een succes geweest en eerlijk gezegd wisten we in mijn jeugd in Nederland nauwelijks dat het bestond. Het viel door zijn lage productiviteit en de achtergebleven beschaving van zijn bevolking zo volledig in het niet bij Indië, dat niemand er eigenlijk aandacht aan besteedde. Pa na de voltooiing van dekolonisatie van Indonesië kwam er wat aandacht voor de restant koloniën in de West. Die hebben we toen zo snel als maar mogelijk was hun onafhankelijkheid gegeven. In 1954 werden ze zelfstandig binnen het koninkrijk. Het slot van de dekolonisatie van Suriname speelde zich af in de tijd van premier Den Uijl in de zeventiger jaren.
Het onderhandelen over het uittreden uit het koninkrijk heeft zo lang geduurd dat voor het tot een einde kwam het aantal Surinamers in Amsterdam groter was dan in Paramaribo. Al die Surinamers stemden met hun voeten tegen de onafhankelijkheid maar helpen deed dat niet. Die werd ze door Den Uijl door de strot geduwd. Maar de zelfstandigheid was van korte duur. Vijf jaar later vond een staatsgreep plaats onder leiding van de onderofficier D.D. Bouterse, die sindsdien het land beschouwt als zijn privé wingewest en die meer heeft van een slavenhouder dan al die brave Hollanders die daar in de eeuwen voor hem het bewind gevoerd hebben.
Het is erg in de mode tegenwoordig om mea culpa te roepen en onze voorouders verantwoordelijk te houden voor het bestaan van de slavernij. Maar de slavenhandel is in Nederland altijd een privé aangelegenheid geweest en er heeft maar een handvol Nederlanders ooit aan meegedaan.
Er zijn weinig onderwerpen waar zoveel misinformatie over wordt gepubliceerd als over slavernij. Ik werd door een van de lezers van dit blog op een site over de slavernij gewezen waar men er een heel andere opinie op na hield en dat bleek een soort schoolopstel te zijn, vol fouten. Het is duidelijk dat onze kinderen een hoop onjuiste informatie voorgeschoteld krijgen over de Nederlandse geschiedenis en dat dit onderwerp er geen uitzondering op vormt.
Helemaal aardig is het misschien niet van mij, maar feitelijk wel juist als ik er op wijs dat onze Surinaamse en Antilliaanse landgenoten vrijwel allemaal meer slavenjagers en slavenhouders onder hun voorouders tellen dan Europese Nederlanders. Niet alleen omdat ze zichtbaar een deel Europese genen hebben en van wie hadden ze die anders moeten krijgen dan van de plaatselijke slavenhouders in de koloniën? Maar ook omdat slaven niet uit zich zelf in Fort Zeelandia arriveerden, het slaven depot in Ghana. Ze werden daar gebracht door landgenoten of door Arabische handelaren.

Helemaal aardig was dat niet, zoals ik zei, omdat die vrouwelijke voorouders die de half-Europese kinderen baarden dat waarschijnlijk niet vrijwillig deden. Dat in de Nederlandse koloniën slaven werden gehouden moet niet worden ontkend, maar voor Nederland zelf is dat anders. Het is zeker een van de redenen waarom we blij kunnen zijn om van die koloniën af te zijn. Nederland heeft nooit een slavencultuur gekend, gelukkig maar.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in afrika, Amerika, ethiek, maatschappelijk, Midden Oosten, Nederland. Bookmark de permalink .