Van het Reve, Karel.

Karel van het Reve vind ik de beste Nederlandse essayist en een van onze beste schrijvers überhaupt. Hij schrijft fraai Nederlands, ook los van de inhoud, al gaat het me toch vooral om de inhoud. Ik heb hem hoger dan Busken Huet of Bakhuizen van den Brink, de coryfeeën van een eerdere eeuw .
Hij schreef niet alleen op een manier[1] waar ik erg jaloers van kan worden maar deed dat met een eruditie die nog maar weinig mensen lijken te hebben. Als je bij hem ergens kritiek op kunt geven dan is dat op een zekere intellectuele luiheid, die natuurlijk wel samenhangt met zijn enorme productie. Die luiheid kon wel eens meebrengen dat hij zijn lezers vragen stelde, die wel schrander waren, maar die al honderd jaar eerder waren beantwoord. Hij had dan niet de moeite genomen het even op te zoeken. In Een Dag uit het Leven van de Reuzenkoeskoes, kunt U kritiek op de evolutietheorie van Darwin aantreffen, die ook in de tijd van het verschijnen van de Origin of Species al geuit werd en weerlegd. Dat weet hij dan niet, maar hij zoekt het ook niet op voor hij begint te schrijven en dat is jammer. Maar wie ben ik om me te beklagen, zo ben ik zelf eigenlijk ook wel.
Bij het lezen van Van het Reve begrijp je waarom noten verplicht zijn in een dissertatie. Wie wetenschap wil bedrijven hoort zich op de hoogte te stellen van wat anderen over zijn onderwerp hebben geschreven en daar hoor je dan stelling tegenover te nemen[2]. Nu waren strikt genomen de meeste onderwerpen waar Van het Reve over publiceerde niet ‘zijn onderwerpen’, in de zin dat ze buiten zijn strikte vakterrein lagen. Het was meestal gewoon eruditie, waar hij uit putte. Maar juist omdat hij er met zoveel verstand over schreef was het mooi geweest als hij meer research gedaan had[3]. Maar goed, een mens kan niet alles willen.
[1] Veertig jaar geleden werkte ik samen met een Engelse jurist , die geïnteresseerd was in de Nederlandse taal. Ik noemde tegenover hem toen als een van de kwaliteiten van goed Nederlands dat het gemakkelijk in het Engels kan worden vertaald. Bij die gelegenheid heb ik ter plekke een fles wijn verdiend door een willekeurig door hem aangewezen stukje van Van het Reve in twintig minuten à vue te vertalen.
[2] Toen ik nog op de universiteit werkte was een van mijn taken om maandelijks uittreksels te maken van de belangrijkste proefschriften die in ons vakgebied waren verschenen. Bij dat werk heb ik geleerd dat de plicht om noten te produceren ook heel anders kan worden opgevat dan als middel om je op de hoogte stellen van de stand van de wetenschap. Veel promovendi bleken als volgt te werk te gaan: ze keken wat er in de handboeken over hun onderwerp gezegd werd en dat zochten ze op en dat lazen ze.. Deze vindplaatsen leverden verwijzingen op, die ze ook lazen. De noten uit deze laatste lectuur werden vaak zonder nadere recherche overgenomen als noten in het proefschrift. Dat de derde fase niet meer gelezen werd bleek wanneer je zelf wel die moeite wel nam. Dan kon er regelmatig heel iets anders te staan dan de promovendus had verwacht. Dat promovendi zulke dingen doen is misschien te verwachten, als men de eis stelt dat de helft van hun tekst uit noten bestaat. Maar dat promotoren dat niet zien, heb ik altijd vreemd gevonden.
[3] Een studie maken van onderwerpen die je interesseren en bij elkaar halen wat anderen er over hebben geschreven is tegenwoordig veel gemakkelijker dan vroeger. Je kon in de zestiger jaren een dag doorbrengen op de UB voor het uitzoeken van wat er geschreven was over één enkele bewering. Dat is iets wat je tegenwoordig vaak in een kwartiertje kunt vinden op het internet. In het Bureau van Voskuil, dat U zeker lezen moet, wordt mooi beschreven hoeveel verloren tijd dat kostte op de UB.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in karel van het reve, literatuur, Nederland. Bookmark de permalink .