Het Bureau II.

Het Bureau van Voskuil is een romancyclus in zeven delen. Zij is vergelijkbaar met À la recherche du temps perdu van Proust, maar vlotter en moderner. Het is Nederlands en het is Amsterdams. Het speelt zich af binnen een paar honderd meter van de plek waar ik ruim vijftien jaar heb gewoond.
Voskuil schrijft mooi Nederlands, de kwaliteit ongeveer van Bernlef. Niet helemaal zo goed als de jonge Reve, een generatiegenoot met wie Voskuil zich verwant voelt. Maar bij Reve is taal de belangrijkste kwaliteit. Aan De Avonden en Op Weg naar het Einde lijkt eindeloos gesleuteld te zijn. Voskuil zou daar geen tijd voor gehad hebben met zijn megaproject. Maar het Bureau bestaat uit goed lopende, heldere zinnen. Die kwaliteit spreekt ook uit de brieven die hij schrijft en waarvan er een paar in het boek zijn terechtgekomen. Ook uit de wetenschappelijke artikelen die hij gepubliceerd heeft trouwens. Wie zelf voor zijn beroep heeft moeten schrijven merkt het verschil met wat Voskuil doet en met het gemiddelde dat je in de wetenschap tegen komt. Zo zou iedereen het willen kunnen.
Maar Het Bureau is niet alleen in goed Nederlands geschreven, de mensen en gebeurtenissen erin zijn levensecht en het is een boeiend verhaal. Ik zou geen betere roman weten die in het Nederlands is geschreven, niet sinds de Max Havelaar ten minste.
Zoals goede auteurs dat altijd doen, probeert hij niet uit te leggen hoe de mensen en hun omgeving in elkaar zitten. Hij laat het zien aan hun gedrag. Hij beschrijft alleen dingen die hij waar kon nemen of vermeldt zijn gedachten daarover. Wel met subjectieve kwalificaties en met gedachten en gevoelens die hij anderen toeschrijft. Maar goed, hij meent ze waar te nemen. Dat beschrijven gebeurt dan vaak heel minutieus. Sommige handelingen herhaalt hij vaak. Zo schrijft hij steeds weer opnieuw dat hij de post voor de eigen afdeling ophaalt als hij koffie gaat drinken; dat heeft een dubbele functie in het verhaal. Hij brengt er structuur mee aan, maar het is ook symbolisch voor zijn manier van leiding geven. Hij zou post ophalen door iemand anders kunnen laten doen, want hij is de baas van de afdeling. Maar hij gaat over de post en moet die eerst bekijken. Baas zijn is je bezig houden met de zaken, zorgen voor, niet anderen je werk laten doen. Het is wat hij als een plicht en een roeping voelt en waar hij tegelijk een hekel aan heeft en het is de reden dat hij harder werkt dan ieder ander op Het Bureau.
Het boek heeft een speciaal soort humor, die niet erg opzettelijk is. Hij heeft ergens in het vierde deel een Belgische stagiair ontvangen en hem gevraagd of hij zich meer Belg voelt nu hij hier in Nederland is, wat de man ontkent. Over dat gesprek praat hij later met iemand met wie hij in de trein op weg is naar een vergadering. De twee eten in hun eerste klasse coupe hun meegebrachte boterhammetje op. Kijk zegt Maarten Koning en wijst op een groepje mensen op het perron: dat zijn nu echte Nederlanders, maar waar zie je dat nu aan? Geen idee zegt zijn reisgenoot onverschillig. Maarten is klaar met zijn boterham en schilt een appel. Wil je ook een stukje van mijn appel? vraagt hij. Einde scene.
Met dit soort scènes zit het boek vol. Het is geen doorlopend verhaal, maar een reeks aaneengeregen lucide beschrijvingen. Het werk leent zich voor het lezen van een paar bladzijden per dag, als een glas cognac voor het slapen gaan, maar wie dat doet kan er jaren mee bezig blijven want de zeven delen halen tezamen 5500 bladzijden. Dat is nog eens drie keer zo veel als Der Mann ohne Eigenschaften, de Weense roman waar Het Bureau ook wel wat van weg heeft.
Voor iemand met zo’n goed verstand en zo’n fraai gevoel voor humor is hij opvallend onmuzikaal. Een Bachplaat van Gould wordt een keer afgedraaid en gaat voorgoed de kast in. Er is een afdeling muziek op het Bureau waar hij half verantwoordelijk voor is en waar hij mensen voor moet aannemen, maar inhoudelijk interesseert hun werk hem niet. De mensen die er werken houdt hij op afstand. Muziek speelt niet echt een rol in zijn leven, taal wel.
Er komt nogal wat Duits en Engels voor in Het Bureau, wanneer buitenlandse brieven worden geschreven of congressen worden beschreven die in die talen worden gehouden. Goed Engels en goed Duits, maar nauwelijks Frans. Het verhoogt de nauwgezetheid van de beschrijving en de sfeer van waarheidsgetrouwheid in de verslaglegging.
Toen het boek verscheen is veel te doen geweest over de personen die erin voorkomen, of ze nu wel of niet naar het leven waren getekend en of hun in het boek wel of geen recht wordt gedaan. Dat was belangrijk misschien voor die mensen zelf maar literair was die discussie niet van betekenis. Het boek staat op zich en stelt zijn eigen eisen. Voldoet de werkelijkheid daar niet aan, dan wordt die aangepast en zo hoort het ook. Het Bureau is een psychologische roman. Het gaat over Maarten Koning. Het is de sisyfusarbeid van Han Voskuil, een groot talent, maar een in zich zelf gekeerd mens en niet helemaal geslaagd in zijn eigen ogen. Bedoeld is het werk om zich rekenschap te geven van zijn leven en zijn persoon. Zijn werk, zijn collega’s, zijn vrouw, zijn vader, zijn vrienden en bekenden, ze dienen allemaal om reliëf te geven aan dat leven, om zich zelf en anderen duidelijk te maken wie Han Voskuil is en wie hij had willen zijn.
Kunstenaars van formaat schrijven, schilderen of componeren in hoofdzaak vanuit hun onbewuste. Ap Dijksterhuis, die cognitieve psycholoog is, zet in zijn boek Het Slimme Onbewuste uiteen, dat de capaciteit van het onbewuste onvergelijkbaar veel groter is dan dat van het bewuste deel van onze hersenen. Het is de kunst om daar zoveel mogelijk gebruik van te maken. Maar wie dat doet produceert werk dat meer inhoudt dan hij zich zelf bewust is en soms laat hij daarbij meer en andere kanten van zichzelf zien dan hij graag zou willen. Zo is Maarten Koning een veel hardere en meer autoritaire man dan hij zelf denkt. Hij blijft wel altijd beleefd, maar dat is niet hetzelfde als bescheiden. Dat is een van de knappe kanten van het boek. Die karaktertrek schemert door tegen wil en dank. Hij domineert door zijn grotere talent en door zijn hardere werken, door de overtuiging van eigen gelijk, ook als hij dat niet echt heeft en door het geduld of de hardnekkigheid waarmee hij anderen kan proberen te overtuigen. Ook wel door zijn goede manieren. Hij spreekt zelden of nooit een machtswoord en kan ook wel eens een keer een discussie opgeven als hij merkt dat het niet lukt om een ander te overtuigen. Maar zijn omgeving heeft het moeilijk met de druk die hij uitoefent.
Zijn dagelijks werk op het Meertens instituut wordt getekend door twee grote problemen. Een is de verhouding tot zijn naaste medewerkers, het ander de verhouding tot zijn wetenschappelijke werk. Zijn medewerkers wil hij zo veel mogelijk vrij laten in hun bezigheden, maar als het werk dan niet af komt doet hij het zelf. Van de twee oudsten en bekwaamsten ligt de een dwars bij alles wat zijn baas doet en is de ander om de haverklap ziek zwak en misselijk. Asjes heeft faalangst. De ander, Muller, heeft geen sterk karakter. Op zijn vier of vijf vrouwelijk medewerkers heeft hij ook van alles aan te merken. Eigenlijk was er oorspronkelijk maar één die hij helemaal zag zitten. Die ging weg om privé redenen. Gelukkig komt er niet zo veel later dan weer een die in zijn ogen geen kwaad kan doen en gaan anderen ongemerkt toch wel vooruit. De klachten over de mensen om hem heen worden in elk geval wel minder in de loop der jaren. Zijn collega- leidinggevenden in het Bureau zijn in hoofdzaak nog door Beerta uitgezocht. Aan twee, Dé Haan en Koos Rentjes, heeft hij een hekel. Dat is geen gebrek aan respect. Hij zegt wel nergens dat hij wetenschappelijk een hoge pet op heeft van hun capaciteiten en hun werk, maar dat schemert wel door. Met zijn directeur Balk heeft hij een wat ingewikkelder relatie. Hij voelt zich door hem geïntimideerd en houdt zich zelf voor een betere wetenschapper, maar per saldo bewondert hij hem wel.
Eigenlijk is Voskuil even autoritair en overtuigd van zijn eigen gelijk in zijn werk als zijn eigen vader dat was, tegen wie hij zich zijn hele leven is blijven afzetten. Hij is veel onbuigzamer dan zijn eerste directeur Piet Meertens, tegenover wie hij zich in de eerste jaren op Het Bureau nogal dwars heeft opgesteld, al kon hij goed met hem opschieten. Dat hij door Meertens uitgekozen is niet alleen vanwege zijn intellectuele kwaliteiten maar ook omdat hij net als Rob Rentenaar en Herman Bianchi tot het soort jonge mannen hoorde waar Meertens op viel. Dat is hij zich wel vaag van bewust maar daar blijft het bij tot in het vijfde deel. Hij doet er verder niets mee. Wel blijkt hij zowel voor Bianchi als voor Rentenaar moreel weinig respect te hebben. Net helemaal ten onrechte misschien, want hij is van de drie de enige die hun oude beschermheer trouw blijven bezoeken als die door een beroerte nauwelijks meer aanspreekbaar is geworden. Dat doet hij met tegenzin, net als hij later zijn demente schoonmoeder met tegenzin bezoekt, maar hij doet het wel en met compassie, want Voskuil is een man met beschaving en karakter.
De Duits georiënteerde Volkscultuur die hij aantreft aan het begin van zijn carrière gaat uit van de onveranderlijkheid van de cultuurgebieden in Europa. De kaarten die op Europese schaal gemaakt worden van bijvoorbeeld het gebruik van de dorsvlegel of de vorm van boerderijen hebben volgens de heersende leer in het vak vaste grenzen in de tijd en dienen om de verschillende cultuurgebieden af te palen. De bedoeling is eigenlijk om vast te stellen dat alles al min of meer zo was in de Romeinse tijd en altijd zo gebleven is. Zijn ontdekking is dat gebruiken in de tijd veranderen en dat die veranderingen niet louter geografisch bepaald zijn, maar met allerhande sociale invloeden van doen hebben. Veel van het werk van de oudere generatie komt daarmee in zijn ogen op de tocht te staan. Hij vormt met een paar anderen in Europa een soort revolutionaire voorhoede in zijn vak, een positie waar hij van kan genieten. Hij bewijst er naar zijn eigen gevoel mee dat het vak inhoudloos is. Maar hij wordt door de autoriteiten in binnen en buitenland steeds meer als een van de groten onder hen gezien en dan laat hij zich ook dat weer met genoegen aanleunen. Uit zijn studententijd heeft hij het standpunt meegenomen dat werk überhaupt burgerlijk en zinloos is, een standpunt dat zijn vrouw haar leven lang trouw blijft verdedigen. Hij zelf neemt zijn werk steeds serieuzer, maar beeldt zich in dat dit het gevolg is van loyaliteit tegenover zijn medewerkers en niet voortkomt uit toegenomen interesse in het werk zelf. Die discrepantie tussen ideologie en de werkelijkheid van alle dag, die zijn vrouw heel helder ziet, voelt hij minder duidelijk. Hij kan om psychologische redenen ook de voor de hand liggende slag niet maken in zijn wetenschappelijk werk dat regionale culturele verschillen tegelijk blijvend en veranderlijk kunnen zijn, omdat de geschiedenis nu eenmaal een proces van voortdurende verandering is met behoud van identiteit, een kennistheoretisch probleem, dat niet tot zijn specifieke vak beperkt blijft. Aan het einde van het vierde deel schrijft hij een recensie over een bekend Duits handboek, waarin hij de onderscheiden opvattingen van de twee auteurs herleidt tot hun psychologische make up. Maar bij zich zelf onderkent hij de invloed van zijn persoonlijkheid op zijn werk niet zo duidelijk, die toch voor de lezer de kern uitmaakt van het boek
De sterkste eigenschap van Het Bureau is de helderheid waarmee het is geschreven en waarmee de auteur een beeld geeft van zich zelf waarvan hij zich niet in alle opzichten bewust lijkt te zijn. Of hij zijn omgeving juist zag en of hij alles weergeeft zoals het ook door de anderen op het Bureau is ervaren kan men betwijfelen, maar dat doet aan de literaire kwaliteit niet af. Hij geeft een meesterlijk beeld van het Nederlandse kantoorleven in de tweede helft van de twintigste eeuw en het boek is tegelijk van alle tijden. Het lijkt me een groot probleem om het te vertalen met behoud van deze eigenschappen, maar wel de moeite waard om te proberen.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in literatuur, Nederland. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s