Kalenderen.

Als je in Amsterdam wil bouwen moet je kunnen kalenderen. Kalenderen gebeurt op de bouwplaats en er is grondonderzoek aan vooraf gegaan. Dat grondonderzoek moet een laag opleveren met voldoende draagkracht voor de heipalen. Het grondonderzoek bepaalt ook het type palen waar je mee gaat werken en hoeveel je er nodig hebt. Dat onderzoek vindt plaats met een boor met diameter van nog geen 4 centimeter. Palen hebben een doorsnee van 35 cm. en soms nog meer, dus je constructeur moet wel omrekenen. Hij moet om te beginnen dus kunnen rekenen, wat tegenwoordig wel eens een probleem vormt. Meestal bereken je het zo dat je om de heipaal de laatste 25 cm. te laten zakken ongeveer 30 heislagen nodig hebt. Die laatste 25 cm. hou je in de gaten. Dat is het zogenaamde kalenderen. Zit het in die buurt dan heb je niet allen theoretisch, maar ook in de praktijk een dragende laag. Anders begin je opnieuw, want die dragende laag is essentieel. Als je de palen niet heit, maar drukt of trilt of schroeft, dan kalender je via de oliedrukmeter op de hydraulische cilinders, of je meet de kracht rechtstreeks. Maar kalenderen gebeurt in Amsterdam altijd.
Omdat het zo essentieel is heb je meestal een aparte heiopzichter, die het kalenderen voor zijn rekening neemt, de klappenteller. Je kunt hem altijd herkennen want hij ziet er een stuk netter uit dan de gemiddelde bouwvakker. Pas als het kalenderen achter de rug is wordt de eerste officiële paal geheid. Dat gebeurt meestal door een uitgenodigde hotemetoot, maar dan is het belangrijkste werk dus al gebeurd.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in zo maar wat. Bookmark de permalink .