Het tanende socialisme.

Het is vandaag de dag van de arbeid en die wordt gevierd door de FNV, de socialistische vakbeweging. Niet door de Partij van de Arbeid. Die is wel ontstaan als een socialistische partij en als de opvolger van de SDAP, maar die is toch meer progressief dan marxistisch. Er moest politieke ruimte worden gemaakt voor een aantal progressieve lieden, zoals dominee Banning, met wie men gezamenlijk een nieuwe, naoorlogse start wilde maken. Een brede volkspartij moest het worden die meer omvatte dan alleen de vroegere socialistische zuil.
De meeste mensen dachten dat dit meer camouflage was dan iets anders, maar dat heeft in de praktijk anders uitgepakt dan die meeste mensen toen dachten. Van socialisme is in de PvdA eigenlijk niets meer over. Het is een progressief-liberale overheidspartij geworden en Karl Marx zou er niets meer in terug vinden van zijn historisch materialistische denkbeelden.
Het Marxisme was gericht op de verandering van de samenleving. Op de noodzakelijke groei vanuit een jungle van ´ieder voor zich en God voor ons allen´ naar een vrijwillige en rationele samenwerking van werkende mensen. Een samenwerking tot nut van het algemeen. Die ontwikkeling zag Marx als historisch noodzakelijk en onvermijdelijk en hoe sneller zij tot stand zou komen, hoe beter. Vandaar Marxistische partijen, om de geschiedenis als het ware een handje te helpen.
In de communistische variant is dat helemaal fout gelopen, omdat van een vrijwillige samenwerking bij de communisten niets terecht kwam. De partij werd een instrument in de handen van weinigen en haar functie werd niet om de ontwikkeling naar een vrije samenleving van werkende mensen te bevorderen maar om die tegen te houden.
Maar ook bij de sociaaldemocraten in West Europa is van de bedoelingen van Marx niets meer terug te vinden. In plaats van naar een betere samenleving voor werkende mensen, streven de Nederlandse sociaal democraten en hun Europese collega´s naar verbetering van het lot van de minst bedeelden. Niet alleen in de eigen samenleving maar ook in gebieden van de wereld waar ze niets te zoeken hebben.
Men wil bij de PvdA een overheid die in dienst staat van dit verheven doel. Wat je in de praktijk ziet gebeuren is dat er in het deel van de samenleving waar de kost wordt verdiend – de samenleving dus die Mars voor ogen stond – tegenwoordig geen socialisten meer voorkomen. De sociaal democraten zijn allemaal ambtenaar, leraar, kunstenaar, betaald bestuurder van liefdadige instellingen en andere luxe beroepen waar Marx niets van zou moeten hebben. De productieve samenleving waar het hem om te doen was, is volledig in handen geraakt van mensen die niet wezenlijk in politiek geïnteresseerd zijn en die, als ze al stemmen, dat doen op rechtse partijen.
Dat een historisch materialist zich bezig zou kunnen houden met ontwikkelingshulp, met het faciliteren van de immigratie van moslims of zich überhaupt met iets anders bezig zou houden dan met de werkende klasse in de bevolking, was in de klassiek marxistische ogen uitgesloten.
Het enige dat nog in de verte doet herinneren aan een sociaal democratisch verleden is de vakbond FNV.
Maar die had samen met het CNV op haar hoogtepunt, in 1999 nog 1.935.000 leden, waarvan er 1.233.000 waren aangesloten bij de FNV. Nu zijn het er nog maar een miljoen en het worden er ieder jaar minder. Op de site https://www.fnv.nl/over-fnv/organisatie/aangesloten-bonden/ kunt U een overzicht vinden van de diverse bonden die bij de FNV zijn aangesloten. Werkende mensen in de zin waarin Marx dat bedoelde zult U in die bonden niet aantreffen. Er zijn bonden voor leraren en voor visagisten, voor marechaussees en politiemensen. Er is een bond voor jongeren en voor zelfstandige ondernemers, maar de industriearbeiders waar Marx het over had zijn als het ware opgelost. Die zie je nergens meer of in elk geval niet in kringen van sociaal democraten.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis, maatschappelijk. Bookmark de permalink .