De Europese regelgeving .

Vrede, d.w.z. positief goede verstandhoudingen tussen de belangrijkste Europese landen heeft sinds de tweede wereldoorlog meer gedaan voor de welvaart en de gemeenschappelijke markt dan alle regelgeving in Brussel.
De gedachte dat we vanuit Brussel geregeerd worden is niet juist. Zij staat, in wezen nogal ver af van de werkelijkheid. Toch zijn er wel regels die nut hebben en die in Brussel voor Europa gemaakt moeten worden of er anders niet zullen komen. Daarbij gaat het om het soort regels waar iedereen profijt van heeft maar die niemand zich kan permitteren als andere landen ze niet tegelijk ook invoeren. We kennen ze allemaal uit onze nationale rechtsgemeenschap en eigenlijk ook uit het leven van alle dag. Wanneer er in een grote ruimte met veel mensen geen spreekverbod is gaat niet alleen iedereen praten maar binnen de kortste keren is er zoveel lawaai dat je moet schreeuwen om elkaar te verstaan. Niemand vindt dat prettig maar het gebeurt en is onvermijdelijk.
Verboden op overheidssubsidies aan bedrijven zijn een goed voorbeeld van dit soort regels. Als de ene overheid met subsidies begint kan de andere niet achterblijven, op straffe van verlies van banen en bedrijvigheid. Het subsidiëren kost geld, het werkt corruptie in de hand en het verstoort de markt. Het leidt tot verlies van concurrerend vermogen met landen buiten de Unie en op den duur tot werkloosheid, dus niemand is er bij gebaat.
Het verbod op overheidssubsidies heeft op 7 november 2001 geleid tot het faillissement van de Belgische luchtvaartmaatschappij Sabena. Die vennootschap, vernamen we toen, had sinds haar bestaan maar in één enkel jaar winst gemaakt en in alle andere jaren verlies. Het toen door Europa afgedwongen faillissement is een zegen geweest voor de Belgische belastingbetaler, voor de concurrenten van Sabena en uiteindelijk ook voor de onderneming zelf, die later een doorstart heeft gemaakt .
Als een onderneming verliezen maakt dan is dat of een teken dat aan haar diensten of producten geen behoefte bestaat of dat zij niet efficiënt wordt geleid. In het eerste geval dient zij iets anders te gaan doen of te verdwijnen. In het tweede geval zijn er twee mogelijkheden: er worden maatregelen genomen om de bedrijfsvoering efficiënter te maken of iemand doet er geld bij. Efficiënter maken betekent meestal het sluiten of afslanken van inefficiënte onderdelen, vaak ook ontslagen. Bij een staatsbedrijf zijn ontslagen voor de politiek onwelkom, vooral als het om een bedrijf gaat dat in het middelpunt staat van de publieke belangstelling. De overheid beschikt over fondsen en wordt over de besteding daarvan niet of nauwelijks op de huid gezeten door haar parlement, dus subsidies zijn de gemakkelijkste weg.
De dwang om efficiënter te gaan werken en zo blijvend voor een gezonde werkgelegenheid te zorgen wordt ondergraven door de aanwezigheid van aanspreekbare fondsen. Bij het grote bedrijfsleven doen zich soortgelijke verschijnselen voor, maar daar valt het meestal minder op. Bij Koninklijke Olie wordt vast een aantal inefficiënte afdelingen gesubsidieerd door afdelingen waar wel geld wordt verdiend. Waarschijnlijk weet men bij de Shell directie niet eens precies welk van haar afdelingen inefficiënt opereert, omdat ze binnen het concern geen essentiële functie vervullen. Het is veel profijtelijker de bestuurlijke aandacht te concentreren op de plaatsen in het concern waar het geld verdiend wordt dan die te versnipperen over allerlei kleine en minder belangrijke onderdelen.
Er zitten wetmatigheden in het functioneren van grote organisaties, die inefficiëncy onvermijdelijk maken. Maar hun disfunctioneren brengt zoveel maatschappelijke commotie en kapitaalvernietiging met zich mee, dat faillissementen of andere vormen van ontmanteling weinig voorkomen. Dat betekent dat eigenlijk altijd voor de andere oplossing wordt gekozen, er gaat geld bij.
Wanneer zoiets door wetgeving, of zoals bij Sabena door Europese regelgeving onmogelijk wordt gemaakt is dat een blessing in disguise. Iedereen wordt er beter van.
Tot slot nog een aspect van de Sabena zaak waar het gemis van internationale regelgeving wordt gevoeld: een Belgisch Hof besliste dat aandeelhouder Swissair verantwoordelijk was geweest voor het faillissement en een maand later vond een rechtbank in Zürich dat Swissair vrijuit ging. Wie zich de uitspraken van Belgische rechters in de Fortis affaire herinnert zal ook zonder de uitspraken gelezen te hebben wel het vermoeden gehad hebben dat de Zwitsers gelijk hadden. Maar het punt is natuurlijk dat er in dit soort zaken een deskundige en onpartijdige rechter zou moeten zijn en ook daarvoor zorgt soms het EU Hof in Luxemburg.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in recht. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.