Strafrecht krijgt te weinig aandacht

Het strafrecht bestaat om de belangrijkste normen van een samenleving overeind te houden. Handhaving versterkt de normen en  houdt ze levend. Daarnaast voorkomt een streng gehandhaafd strafrecht eigen richting.

Wanneer een strafrechtsysteem in die taak te kort schiet staat het er met de samenleving in het algemeen niet best voor. Dan is het dringend  nodig dat recht en samenleving zich aan de nieuwe omstandigheden aanpassen en weer met elkaar  in de pas gaan lopen. Lukt dat niet in een of twee generaties dan houdt de samenleving in kwestie  op te bestaan. Dan krijgen we zoiets als in Frankrijk in 1789 gebeurde: de bestaande samenleving zakt ineen en wordt na een bloedige interim periode vervangen door een nieuwe. Of zij verdwijnt zonder aanpassing en regimevervanging, zoals dat met de West Romeinse samenleving is gebeurd na de grote volksverhuizingen.

Het kernbegrip van het strafrecht is voor de buitenstaander ‘de crimineel’ en daar is iets merkwaardigs mee aan de hand. Strafrechtelijk  bestaat het begrip crimineel namelijk helemaal niet. Iemand wordt niet veroordeeld omdat hij een crimineel is, maar omdat hij iets gedaan of nagelaten heeft dat in het wetboek van strafrecht  of in een andere wet staat omschreven als een strafbaar feit. Maar in de volksmond is een crimineel iemand die van het plegen van strafbare feiten een gewoonte of beroep heeft gemaakt. Dat begrip komt in het strafrecht alleen terug in het verband van de criminele organisatie. Crimineel zoals het begrip in de media wordt gehanteerd is een begrip met feitelijke en normatieve componenten en daarmee niet erg geschikt voor wetenschappelijke doeleinden. Het kan wel, maar je moet dan bij voortduring de twee aspecten uit elkaar zien te houden. Je moet dan als het ware de normatieve kanten van het gedrag strikt feitelijk behandelen zonder de eigen normatieve overtuigingen een belangrijke rol te laten spelen.

Kijk je naar wat de sociologie en de criminologie van het begrip criminaliteit hebben gebakken, dan zie je dat men er niet in is geslaagd om er een eigen inhoud aan te geven, maar dat zij in hun publicaties dan weer eens het spraakgebruik volgen en dan weer een terminologie die in het strafrecht past.

Als de sociologie zich meer om de feitelijke aspecten zou bekommeren dan om de gevoelens die in het progressieve deel van de samenleving leven, dan zouden ze daar een crimineel waarschijnlijk ongeveer als volgt omschrijven, als ‘iemand die individueel of in samenwerking  met anderen een leven leidt waarbij de maatschappelijke  normen en waarden met voeten worden getreden’; met name die waarden, die als essentieel gelden voor het voortbestaan van de samenleving.

Er zou een deugdelijk onderscheid moeten worden gemaakt tussen de crimineel die op eigen houtje en dan meestal in het verborgen opereert en de bende of bevolkingsgroep die er eigen en afwijkende normen op na houdt. Normen en waarden dus, die haaks staan op die van de rest van de samenleving.

De individuele misdadiger is iemand die doorgaans de normen wel erkent maar denkt met zijn misdrijf weg te kunnen komen zolang hij maar niet ontdekt wordt. Soms ook meent hij dat normen alleen voor anderen gelden en op hem niet van toepassing zijn. In dat geval staat hij al met één voet in een inrichting voor geesteszieken, want normaal is zo iemand niet.

Heel anders ligt dat voor degenen die van een subgroep deel uit maken waarbinnen wel degelijk sterke normen en waarden heersen die ook rigoureus worden gehandhaafd. Wanneer iemand een borderline psychopaat is zal hij er bij de Hells Angels of bij Hamas vlug uitliggen. Daar kan men dit soort lieden evenmin gebruiken als in een andere vorm van sub-samenleving. Sterke loyaliteit aan de groepsmoraal is een voorwaarde voor leden van asociale groeperingen, anders kunnen die  zich in de grotere samenleving waarbinnen zij moeten opereren nooit handhaven.

De aanslagplegers van 9/11 waren vanuit sociologisch standpunt goed aangepaste lieden, die vanwege hun daad in de samenleving waaruit zij afkomstig waren postuum als helden zijn vereerd. In sociologische zin heb je hier niet met criminelen maar met leden van een criminele organisatie[1] te maken. Of, als je ophoudt van een organisatie te praten, als het aantal leden maar groot genoeg is, dan waren het leden van een criminele cultuur. Crimineel dan beschouwd vanuit de normen en waarden van onze eigen samenleving die door de aanslagen ernstig werden geschonden.

Culturen en andere begrippen die een onderscheid bedoelen aan te brengen tussen de groepsfenomenen die men in de werkelijkheid aantreft, zijn zelden scherp omlijnd.  Of iemand die hier woont deel uitmaakt van onze samenleving of van de samenleving waaruit hij of zijn ouders afkomstig zijn is vaak moeilijk uit te maken. Ten dele komt dat door de satellietverbindingen en de andere moderne en indringende manieren waarmee men het contact met het land van herkomst kan bewaren.

Maar ook vroeger, toen dat nog niet in dezelfde mate het geval was, kostte het vaak generaties voordat  de immigratiestromen in het nieuwe land waren geïntegreerd. Het deel uitmaken van twee culturen met botsende normen en waarden creëert spanningen bij de individuen die er me geconfronteerd worden.

Dat het strafrecht niet geëquipeerd is om de strafbare feiten te bestrijden die daar uit voortkomen ondermijnt zijn gezag. Het tijd en aandacht beslag dat ermee gemoeid is belemmert ook het functioneren van het strafrecht op andere terreinen. Het wordt extra gecompliceerd doordat er naast de massale immigratie een aantal andere oorzaken zijn van grootschalige normovertredingen. De handel en het gebruik van drugs en het verdwijnen van de klassieke gezinsverbanden lijken daar de belangrijkste van te zijn.

Het onderwerp zou hoge prioriteit horen te hebben bij de politici die verantwoordelijkheid dragen voor de samenleving. Dat het in de campagnes voor verkiezingen geen aandacht krijgt is tamelijk omineus. Van het belang van het strafrecht zijn ze in Den Haag kennelijk niet erg overtuigd en dat gebrek aan aandacht is waarschijnlijk een van de oorzaken van de onvrede bij de bevolking over de rol van de politiek in onze samenleving.

 

[1] Het verschil tussen de individuele crimineel die normloos gedrag vertoont en degene die deel uitmaakt van een criminele organisatie en zich keurig aan de daar bestaande normen houdt is voor het strafrecht en haar beoefenaren een moeilijk probleem. De rechter kan niet veel met het begrip ‘criminele organisatie’. Dat hangt waarschijnlijk samen met de conceptuele concentratie binnen ons strafrecht op de daad in plaats van de dader.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in strafrecht en criminologie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s