De rol van de media.

De media die eigenlijk tot functie hebben om het publiek voor te lichten over wat er in hun samenleving gebeurt hebben zich in de loop van de tijd een andere functie toegeëigend, die van controleur van de overheid en hoeder van de publieke opinie.

Hoe het sturen van troepen naar Srebrenica tot stand kwam was onderwerp van een uitzending van Buitenhof op 17-11-2002 en van die uitzending heb ik wat aantekeningen bewaard. Het was in hoofdzaak een discussie tussen de Volkskrant journaliste Bleich en de generaal Van Vuren. De eerste als  vertegenwoordiger van de pers en  de tweede van de krijgsmacht, de twee maatschappelijke krachten die bij de uitzending naar Bosnië een hoofdrol hadden gespeeld,

Mevrouw Bleich is een intelligente en ethisch georiënteerde journaliste. Beter dan de meeste politici weet zij onder woorden te brengen wat de publieke opinie bezielde toen het de besluiten afdwong die tot Srbrenica hebben geleid. In deze discussie zeiden de partijen, kort samengevat, het volgende:

Mevrouw Bleich: in Bosnië vonden martelingen, verkrachtingen en moorden plaats. Het kon niet zo zijn dat we er bijstonden en er naar keken, we moesten wel wat doen.

Van Vuren:  ik begrijp wat U zegt Mevrouw, maar laten we kijken naar de opties die we hadden. Er waren er drie:

  1. ingrijpen met een behoorlijke militaire overmacht, zoals na het gebeuren in Srebrenica onder leiding van de Amerikanen uiteindelijk ook is gebeurd.
  2. ingrijpen zonder behoorlijk mandaat, zonder adequate bewapening en zonder behoorlijke organisatie, zoals in eerste instantie en voor Srbrenica is gebeurd;
  3. niets doen;

De volgorde van wenselijkheid van deze opties was volgens de generaal 1, 3, 2  en  niet 1, 2, 3 zoals Mevrouw Bleich suggereerde. Als optie 1 niet voorhanden is, is het beter om te wachten, dan te kiezen voor optie 2 en het is ook niet juist om dat als niets doen aan te duiden, zolang men zijn best blijft doen om de voorwaarden voor optie 1 te verwezenlijken. Dat laatste was de taak van de politiek geweest en niet het nemen van een beslissing toen de voorwaarden daarvoor nog niet aanwezig waren.

Mevr. Bleich stelde daar tegenover dat de ontoereikendheid van de militaire voorbereiding achteraf wel duidelijk is, maar dat die vooraf door niemand was voorzien. Van Vuren weerlegde dat. Hij haalde de uitspraken aan van de legertop en van een aantal andere militaire deskundigen die zich tegen de uitzending hebben verzet en die aan duidelijkheid niets te wensen over lieten. Mevrouw Bleich merkte op dat de verantwoordelijke militairen zich uiteindelijk hebben geschikt, waarop Van Vuren’s weerwoord was dat dit hun militaire plicht was. De militairen waarschuwen en de politiek beslist. Hun enige alternatief zou zijn geweest om ontslag te nemen, hetgeen de Bosniërs nu ook niet direct zou hebben geholpen.

De discussie is hier, zoals gezegd, wat kort samengevat maar zij stond op aanzienlijk hoger niveau dan de verhoren die onder leiding van Kamerlid Bakker in de kamer hebben plaats gevonden en die na het NIOD rapport qua informatievoorziening in veel opzichten overbodig en irrelevant waren. De vinger werd in de Buitenhofdiscussie op de wonde plek gelegd: de kamer en de regering hebben onder druk van de publieke opinie een actie doorgezet waarvan de slechte afloop te voorzien was en waartegen ze waren gewaarschuwd. Degenen die de beslissing hebben genomen en anderen die de politieke opinie hebben aangestuurd, de betrokken Kamerleden en ministers, maar ook journalisten als Mevrouw Bleich, dragen de morele verantwoordelijkheid voor het debacle en voor de verloren levens van de vermoorde Bosniërs. De militairen hadden misschien flinker moeten zijn, wellicht hun taak moeten neerleggen en dan de publiciteit moeten ingaan, maar hun verantwoordelijkheid is gering bij vergeleken die van de andere spelers.

Premier Kok wees iedere verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid af. De verantwoordelijkheid lag uitsluitend bij de Serviërs vond hij. Dat is een moreel en logisch slecht gefundeerde uitspraak. Logisch deficiënt want zij gaat ervan uit dat er voor ieder gevolg slechts één oorzaak kan bestaan, terwijl er meestal een hele keten van oorzaken aan belangrijke voorvallen ten grondslag ligt. Moreel deficiënt want als iemand uit sentimentsoverwegingen meent iets te moeten doen, dan heeft hij wel de plicht om het goed te doen. Goede bedoelingen zijn niet genoeg. Een minister is ook verantwoordelijk voor voorzienbare gevolgen die hij niet bedoelde.

Dat zelfde geldt ook voor de leiders van de publieke opinie. Veel van wat er onder collectieve verantwoordelijkheid gebeurt is uiteindelijk te herleiden tot de emotionele druk die door opinieleiders wordt uitgeoefend.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in ethiek, Nederland. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s