Marcel van Dam.

Sommige mensen hebben moeite met de middelbare school, kunnen geen kruiswoordraadsel oplossen bij wijze van spreken, maar ze slaan zich goed door het leven. Ze weten wat ze wel en niet kunnen. Ze houden zich bezig met de dingen waar ze relatief goed in zijn en worden daarom maar weinig met hun tekorten geconfronteerd. Vaak hebben ze daarnaast een behoorlijke sociale intelligentie en samen zijn die twee eigenschappen genoeg voor succes. Zulke mensen hebben dan wat medewerkers of collega’s naast zich nodig voor de voorkomende moeilijke problemen, maar dat lukt haast altijd wel. In de politiek zie je ze wel en ook in het bedrijfsleven opereren ze met succes.

Aan de andere kant heb je mensen met een grote en diverse aanleg, die perse de dingen willen doen waar ze niet erg goed in zijn. Marcel van Dam is zo iemand. Hij is Kamerlid, staatssecretaris en minister geweest in zijn jonge jaren en later voorzitter van de VARA. Dat laatste deed hij uitstekend. Als Kamerlid was hij met afstand het effectiefste  lid van de enquêtecommissie Rijn Schelde Verolme. Dat was overigens niet zo’n goede commissie. Zij heeft nooit boven water gekregen waar al dat overheidsgeld dat in RSV gepompt is nu uiteindelijk is terechtgekomen. Maar als VARA voorzitter heb ik hem een paar keer van dichtbij meegemaakt en petje af. Hij volgde dominee Van den Heuvel op, onder wiens leiding de omroep zo goed als failliet was geraakt en kreeg de omroep in no time weer op de rails. Hij omringde zich met competente mensen waaronder zijn latere opvolgster Vera Keur. Die kwaliteiten zag hij en haar carrière begeleidde hij en daarvoor verdient hij lof, want het geven van kansen aan vrouwelijke managers was in zijn tijd nog helemaal niet zo gewoon.

Maar wat hij veel leuker vond dan organisaties runnen was het televisieoptreden als ‘de ombudsman’, waarin hij de voorganger was van Frits Bom. In die functie heeft hij een geweldige uitglijer gemaakt, met de beruchte Exota fles. Die softdrink flessen deugden niet, zei hij, maar het bewijs ervoor bleek hij zelf gefabriceerd te hebben.

Waar hij de laatste jaren evenveel veel plezier in lijkt te hebben als in zijn tv optredens is in de column die hij schreef in de Volkskrant. Dat is jammer. Niet alleen dat zijn Nederlands niet heel goed is, lang niet zo goed als dat van Pieter Hilhorst bijvoorbeeld, maar ook zijn redeneringen zijn meestal niet erg helder of concludent. Er zitten vaak logische fouten in of verkeerde aannames en ze zijn dan niet overtuigend. Te vaak laat hij in zijn betoog zijn emoties op de loop gaan met zijn gezonde verstand en dat is allemaal jammer. Misschien moest hij liever weer gaan doen waar hij erg goed in is: krakkemikkige organisaties weer op poten zetten. Die zijn er genoeg, met name in het socialistische wereldje waar hij zijn hele werkzame leven in heeft doorgebracht.

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in columns in de krant, herinneringen. Bookmark de permalink .